27 APRIL–3 MEI 2026
LIED 99 Vele miljoenen Getuigen
Ben je voorbereid op problemen na je doop?
‘Mag ik altijd uw spoor volgen’ (PS. 17:5).
FOCUS
Hoe je je kunt voorbereiden op problemen die na je doop kunnen ontstaan.
1-2. Wat kun je doen om voorbereid te zijn op mogelijke problemen in de waarheid? Illustreer.
IN Satans wereld kunnen we problemen verwachten. Jezus zei heel realistisch: ‘Dat er struikelblokken zullen zijn is natuurlijk onvermijdelijk’ (Matth. 18:7). We moeten dus voorbereid zijn, want zelfs in de gemeente kunnen er problemen ontstaan.
2 Vergelijk het met natuurrampen. We zijn aangemoedigd ons daarop voor te bereiden. Hoe pak je dat aan? Eerst moet je erachter komen welke rampen zich in jouw omgeving kunnen voordoen. Dat is vooral belangrijk als je net verhuisd bent. Als je eenmaal weet wat er kan gebeuren, bekijk dan wat je kunt doen om je erop voor te bereiden (Spr. 21:5). Hetzelfde geldt voor mogelijke problemen in de waarheid. Als je weet welke dat zijn, kun je je erop voorbereiden. Dan zullen die uitdagingen minder invloed op je hebben en je band met Jehovah niet beschadigen (Ps. 17:5). In dit artikel gaan we bekijken hoe je je kunt voorbereiden op drie mogelijke problemen.a
ALS EEN BROEDER OF ZUSTER JE KWETST
3. Waar kun je in de gemeente tegenaan lopen?
3 Weet je nog dat je voor het eerst op een vergadering was en de liefde onder Jehovah’s volk zag? Dacht je toen: dit moet wel de waarheid zijn? (Joh. 13:35; Kol. 3:12) Zo ging het ook met Blanca.b Maar na haar doop maakte ze iets mee dat ze niet had verwacht. Ze zegt: ‘Een zuster was heel onaardig tegen me. Het viel me ook op dat ze negatief was over anderen. Dat had ik niet verwacht. Ik had geleerd dat Jehovah’s Getuigen hun best doen vrede en liefde te bevorderen.’ Natuurlijk doen we allemaal moeite om aan de nieuwe persoonlijkheid te werken. Maar we zijn niet volmaakt (Ef. 4:23, 24; 1 Joh. 1:8). Dus de kans is groot dat iemand op een gegeven moment iets zegt of doet dat je kwetst (Jak. 3:8). Helaas zijn sommigen hierdoor gestopt met het dienen van Jehovah.
4. Wat kun je doen om erop voorbereid te zijn dat een broeder of zuster je kwetst? (Efeziërs 4:32)
4 Wat kun je nu al doen om erop voorbereid te zijn dat een broeder of zuster je kwetst? Leer je aan om het advies in Efeziërs 4:32 op te volgen. (Lees.) Als je je best doet om altijd vriendelijk en meelevend te zijn, zul je veel onnodige problemen met anderen voorkomen. Neem je voor anderen van harte te vergeven. Wat kan je daarbij helpen? Bedenk hoe vaak je Jehovah om vergeving vraagt en hoe graag hij je vergeeft (Matth. 6:12). Waardering voor Jehovah’s grote vergevingsgezindheid zal het makkelijker voor je maken anderen te vergeven.
5. Welk Bijbels principe kan je helpen als iemand je kwetst? (Spreuken 19:11) (Zie ook de afbeeldingen.)
5 Lees Spreuken 19:11. Volgens de Bijbel kan inzichtc je woede afremmen als je gekwetst bent. Dit principe is een hulp voor Rima, die een paar jaar geleden is gedoopt. Ze zegt: ‘Als een broeder of zuster iets zegt of doet dat me kwetst, denk ik meteen aan Spreuken 19:11. Ik denk na over hun omstandigheden en achtergrond, en ik probeer te begrijpen waarom ze zich zo gedragen. Daarnaast probeer ik met ze samen te werken in de dienst. Zo leer ik ze beter kennen.’ Het is goed om je broeders en zusters nu te leren kennen. Hoe beter je ze begrijpt, hoe makkelijker het wordt ze te vergeven als dat nodig is.
Als iemand je heeft gekwetst, ga dan samen in de dienst (Zie alinea 5)
6. Wat kan een positief effect hebben op je band met je broeders en zusters?
6 Wat kun je doen om een goede band te hebben met je broeders en zusters? Als je ze beter leert kennen, focus dan op hun goede eigenschappen (vergelijk Spreuken 10:12; Rom. 12:10; Fil. 2:2, 3). Dat is wat Mark na zijn doop hielp. Hoe meer tijd hij met zijn broeders en zusters doorbracht, hoe meer hun vervelende trekjes hem gingen opvallen. Wat hielp hem om zich niet aan hun fouten te storen? ‘Ik ging beseffen dat ik gefocust was op kleine fouten. Maar die vallen in het niet bij de slechte dingen die in de wereld gebeuren. Ik kreeg door dat ik niet moet blijven stilstaan bij de zwakheden van anderen. Dus besloot ik me te concentreren op hun goede eigenschappen.’ Als jij dat ook doet, zal dat een positief effect hebben op je band met je broeders en zusters.
ALS JE IETS MIST DAT JE ACHTER JE HEBT GELATEN
7. Waardoor zou je kunnen gaan missen wat je achter je hebt gelaten?
7 Toen je in de waarheid kwam, was je ongetwijfeld blij om Satans slechte wereld achter je te laten. Je denkt misschien dat je voor geen goud meer terug zou willen. Maar als het zwaar wordt, ga je misschien terugdenken aan – of zelfs verlangen naar – bepaalde dingen die je hebt opgegeven toen je Jehovah begon te dienen. (Vergelijk Numeri 11:4-6.) Sommigen hebben bijvoorbeeld een goede baan opgezegd die veel tijd opslokte. Anderen hadden misschien goede vrienden die niets meer met ze te maken wilden hebben toen ze de Bijbel begonnen te bestuderen. Weer anderen hebben moeten breken met een verslaving die ze ooit wat plezier heeft gegeven. Het zou echt erg zijn als iemand van Jehovah zou afdrijven omdat hij naar het verleden verlangt. Wat kun je dus nu doen om, wat er ook op je pad komt, te voorkomen dat je terugkeert naar wat je achter je hebt gelaten?
8. Wat kun je leren van het voorbeeld van Abraham en Sara?
8 In de Bijbel staan voorbeelden van trouwe aanbidders die hadden kunnen gaan verlangen naar wat ze hadden achtergelaten. Abraham en Sara bijvoorbeeld gehoorzaamden Jehovah en verlieten de veiligheid van de stad Ur om in tenten te gaan wonen (Hebr. 11:8, 9). Ze hadden in Ur veel comfort gehad. Maar als ze daaraan ‘waren blijven denken’ of naar het verleden hadden terugverlangd, zou de verleiding groot zijn geweest om terug te gaan. In plaats daarvan waren ze gericht op de toekomst (Hebr. 11:15, 16).
9. Hoe dacht Paulus over de dingen die hij achter zich had gelaten? (Filippenzen 3:7, 8, 13)
9 Paulus gaf veel op om Jehovah te kunnen dienen. Voordat hij christen werd, was hij onderwezen door de gerespecteerde wetsleraar Gamaliël (Hand. 22:3). Er stond hem een hoge positie in het Jodendom te wachten (Gal. 1:13, 14). Maar toen hij het goede nieuws aanvaardde, liet hij dat allemaal achter zich. Had hij na zijn bekering een makkelijk leven? Niet echt. Hij werd afgeranseld, gevangengezet en gehaat door zijn eigen volksgenoten (2 Kor. 11:23-26). Als hij zich alleen focuste op die moeilijkheden en zijn leven vergeleek met dat van vroeger, had hij kunnen denken dat hij vóór zijn bekering beter af was. In plaats daarvan concentreerde hij zich op het grote voorrecht Jezus te dienen en de geweldige toekomst die voor hem lag. Hij was ervan overtuigd dat die zegeningen alle offers die hij had gebracht overtroffen. (Lees Filippenzen 3:7, 8, 13.)
10. Waar moet je geregeld over nadenken? (Markus 10:29, 30) (Zie ook de afbeeldingen.)
10 Wat is de les? Als je begint na te denken over alles wat je hebt opgegeven om christen te worden, bedenk dan ook waarom je dat hebt gedaan (Pred. 7:10). Vergelijk wat je achter je hebt gelaten met de zegeningen die je hebt gekregen. Je hebt een hechte vriendschap met de Soeverein van het universum (Spr. 3:32). Je hebt een geestelijke familie die veel van je houdt. (Lees Markus 10:29, 30.) En er ligt een geweldige toekomst voor je! (Jes. 65:21-23) Als je geregeld nadenkt over de goede dingen die je hebt omdat je Jehovah dient, zul je niet zo snel gaan missen wat je achter je hebt gelaten.
Verlang niet naar wat je achter je hebt gelaten, maar geniet van de dienst die je voor Jehovah kunt doen (Zie alinea 10)e
11. Wat laat de ervaring van Rosemary uitkomen?
11 Rosemary was in de 50 toen ze zich liet dopen. Wat liet zij achter zich? ‘In het begin miste ik Kerstmis. Dat was altijd zo gezellig met m’n familie. Ik vond het leuk om cadeautjes te geven. Ik genoot ervan de kinderen rond de kerstboom te zien zitten, helemaal blij als ze hun cadeautjes uitpakten.’ Wat hielp haar om niet terug te verlangen naar wat ze had opgegeven? ‘Ik bedacht een alternatief voor Kerstmis. Elk jaar nodig ik m’n familie op een andere dag uit, geef ik ze cadeaus en vertel ik waarom ik zo blij met ze ben.’ Maar er was nog iets dat Rosemary moeilijk vond. Ze zegt: ‘Toen ik in de waarheid kwam, lieten m’n vrienden me in de steek. Soms miste ik ze en voelde ik me eenzaam.’d Wat heeft haar geholpen? Ze sprak met verschillende zusters af om samen in de velddienst te gaan. ‘Zo heb ik nieuwe vrienden gemaakt die veel voor me betekenen.’ Mis jij iets waar je blij van werd voordat je in de waarheid kwam? Misschien kun je dan een goed alternatief bedenken (Fil. 4:8, 9). En onthoud: als je Jehovah gaat dienen, win je altijd veel meer dan je verliest.
ALS IEMAND JEHOVAH VERLAAT
12. Wat kan er in de gemeente gebeuren dat een uitdaging vormt?
12 Toen je in de waarheid kwam, was het waarschijnlijk een opluchting voor je om de slechte wereld achter je te laten en in een geestelijke en morele oase te komen (Jes. 65:14). Toch kan het gebeuren dat iemand in de gemeente ernstig zondigt. Misschien wordt hij zelfs uit de gemeente verwijderd (1 Kor. 5:13). Samar maakte zoiets mee. Ze vertelt: ‘Toen ik net gedoopt was, beging een ouderling een ernstige zonde. Hij werd uit de gemeente verwijderd. Ik was echt in shock, want ik kon niet geloven dat een ouderling tegen Jehovah en de gemeente kon zondigen.’ Natuurlijk moet je er altijd van uitgaan dat je broeders en zusters van Jehovah houden en hem trouw willen blijven (1 Kor. 13:4, 7). Maar de realiteit is dat er elk jaar personen uit de gemeente worden verwijderd. Het kan vooral moeilijk zijn als het gaat om iemand die dicht bij je staat of naar wie je opkijkt.
13. Wat kun je doen zodat je Jehovah trouw blijft als een vriend of familielid hem verlaat?
13 Wat kun je nu doen zodat je Jehovah trouw blijft als een vriend of familielid hem verlaat? Blijf werken aan je persoonlijke band met Jehovah (Jak. 4:8). Die vriendschap mag niet afhankelijk zijn van de trouw van een ander. Hoewel je misschien veel samen met je gezin en met de gemeente doet, moet je ook een persoonlijke routine van gebed en Bijbellezen hebben (Ps. 1:2; 62:8).
14. Wat leren we van Petrus? (Johannes 6:66-68)
14 We kunnen iets leren van de manier waarop Petrus reageerde toen veel discipelen Jezus niet meer wilden volgen omdat ze niet begrepen wat hij had gezegd. Ook Petrus was misschien in de war. Maar hoe reageerde hij? (Lees Johannes 6:66-68.) Petrus concentreerde zich niet op wat anderen deden maar op de waarheden die hij van Jezus had geleerd. Daarom stopte hij er niet mee Jezus te volgen. Zo moet het voor ons ook zijn. Het gedrag van anderen verandert niets aan de kostbare waarheid die je met de hulp van Jehovah’s organisatie hebt gevonden. Laat die nooit los! Samar zegt: ‘Ik probeer altijd te bedenken dat het slechte gedrag van één persoon niets zegt over de rest van de gemeente, over de organisatie of over hoe Jehovah is.’
15. Wat laat de ervaring van Emily uitkomen?
15 Emily was nog maar een week gedoopt toen haar moeder het gezin in de steek liet en uit de gemeente werd verwijderd. ‘Dat had ik echt nooit verwacht. Het was het moeilijkste dat ik ooit had meegemaakt. Ik mis m’n moeder heel erg.’ Wat heeft Emily geholpen? ‘Ik ben niet alleen. Ik heb steun van m’n vader en ook van anderen in de gemeente, die als familie voor me zijn. Iedereen maakt moeilijke dingen mee. Daarom is het belangrijk dat we dicht bij elkaar blijven en elkaar steunen’ (1 Petr. 5:9). Je hoeft niet te wachten tot er iets gebeurt voordat je je band met je broeders en zusters versterkt. Doe dat nu al. Zo zul je je minder snel eenzaam voelen, wat er ook gebeurt.
16. Wat moet je in gedachte houden? (Zie ook de afbeelding.)
16 Het is goed te bedenken dat Jehovah mensen corrigeert omdat hij van ze houdt (Hebr. 12:6). Hij wil dat iedereen die uit de gemeente is verwijderd terugkomt (2 Petr. 3:9). Dus als iemand die dicht bij je staat uit de gemeente wordt verwijderd, kun je er zeker van zijn dat de ouderlingen er alles aan zullen doen hem te helpen bij Jehovah terug te komen (2 Tim. 2:24, 25).
Als iemand die dicht bij je staat uit de gemeente wordt verwijderd, bedenk dan dat de ouderlingen hem willen helpen bij Jehovah terug te komen (Zie alinea 16)f
17. Waar kun je op vertrouwen?
17 We hebben stilgestaan bij een paar problemen waar je na je doop mee te maken kunt krijgen. Het kan overweldigend overkomen, maar je hoeft niet bang te zijn. Je kunt veel doen om je erop voor te bereiden. En vergeet nooit dat je de beste hulp hebt die er is: Jehovah. Hij heeft je al geholpen en hij zal dat blijven doen (1 Petr. 5:10). Hij zal je de kracht geven die je nodig hebt om elke beproeving aan te kunnen. Als je altijd Jehovah’s hulp accepteert, zal er nooit iets zijn dat je van Jehovah kan scheiden (Ps. 119:165; Rom. 8:38, 39).
LIED 154 Liefde faalt nooit
a Dit artikel is bedoeld voor degenen die pas gedoopt zijn, maar we hebben allemaal veel aan de lessen erin.
b De namen zijn veranderd.
c Inzicht maakt dat je verder kunt kijken dan wat voor de hand ligt. Het helpt je te begrijpen waarom iemand iets op een bepaalde manier heeft gezegd of gedaan.
d Iedereen in de gemeente moet zijn deel doen om ervoor te zorgen dat iemand die de Bijbel bestudeert of iemand die pas gedoopt is zich welkom voelt. Zie alinea 15 en 16 van het artikel ‘Hoe de hele gemeente iemand kan helpen tot de doop te groeien’ in De Wachttoren van maart 2021.
e BESCHRIJVING AFBEELDING: In de dienst ziet een zuster dat een groep vrouwen aan een sport doet waar ze zelf goed in was. Later kan ze getuigenis geven aan een van de spelers, misschien een vroegere teamgenote.
f BESCHRIJVING AFBEELDING: Twee ouderlingen bezoeken een man die uit de gemeente is verwijderd om hem aan te moedigen bij Jehovah terug te komen.