Schema voor de dienstvergaderingen
Week die op 13 maart begint
10 min: Plaatselijke mededelingen. Geselecteerde Mededelingen uit Onze Koninkrijksdienst.
15 min: „Wij prediken goed nieuws”. Beperk inleidende opmerkingen tot nog geen minuut en vervolg met een vraag-en-antwoordbespreking. Geef voorbeelden van positieve schriftuurlijke punten die uit het Kennis-boek gehaald kunnen worden wanneer wij het in de dienst aanbieden.
20 min: „Kunnen wij van april 2000 onze beste maand aller tijden maken?” (par. 1-11) Vragen en antwoorden. Noem het hoogtepunt in het aantal hulppioniers in het recente verleden van de gemeente. Laat enkelen van hen vertellen welke persoonlijke voordelen zij ervan hebben getrokken hun aandeel aan de dienst te vergroten. Moedig de gemeente aan te streven naar een nieuw hoogtepunt in het aantal hulppioniers in april. Neem de vereisten door die in het Bediening-boek op blz. 115, 116 worden genoemd. Verkondigers die in de hulppioniersdienst willen gaan, kunnen na de vergadering een aanvraagformulier krijgen.
Lied 187 en slotgebed.
Week die op 20 maart begint
10 min: Plaatselijke mededelingen. Financieel verslag.
15 min: „’Wat kan ík nu doen?’” Een boekstudieleider bespreekt het artikel met een of twee dienaren in de bediening. Door verschillende beperkingen hebben sommige verkondigers misschien het gevoel dat zij maar weinig kunnen bijdragen aan de activiteit van de gemeente. Neem enkele van de vele manieren door waarop wij allemaal een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de gemeente en het bevorderen van het Koninkrijkswerk. Laat tot besluit zien hoe iedereen ’een aandeel kan hebben aan een eindverslag’. — Zie Bediening-boek, blz. 110-112.
20 min: „Kunnen wij van april 2000 onze beste maand aller tijden maken?” (par. 12-18) Vragen en antwoorden. Laat kort demonstreren hoe een persoonlijke kennis voor de Gedachtenisviering uitgenodigd kan worden. Neem het gedeelte voor april op de Kalender 2000 door en geef een overzicht van de velddienstbijeenkomsten die plaatselijk zijn gepland. Herinner iedereen eraan een praktisch schema te maken om in april zo veel mogelijk in de dienst te staan en er zo naar te streven dat alle leden van de gemeente een aandeel aan de dienst hebben. Moedig iedereen die dat kan aan in de hulppioniersdienst te gaan en na de vergadering een aanvraagformulier te halen.
Lied 65 en slotgebed.
Week die op 27 maart begint
10 min: Plaatselijke mededelingen. Herinner allen eraan hun velddienstbericht over maart in te leveren. Noem de namen van degenen die in april in de hulppioniersdienst staan. Leg uit dat het nog niet te laat is om een aanvraagformulier in te dienen. Geef een overzicht van alle velddienstbijeenkomsten die voor april zijn gepland. Moedig iedereen aan dit weekend in de dienst te gaan en zo april een goede start te geven. Het feit dat de zomertijd afgelopen weekend is begonnen, kan voor hulppioniers een hulp zijn hun doel te bereiken. Wij zullen komende maand losse exemplaren van De Wachttoren en Ontwaakt! aanbieden. Leg de nadruk op een artikel en geschikte gesprekspunten die bij aanbiedingen van elk van de lopende uitgaven op een doeltreffende manier gebruikt kunnen worden. Iedereen dient een exemplaar van de Wat verlangt God-brochure bij zich te hebben en te proberen die te gebruiken om bij geïnteresseerde personen een bijbelstudie op te richten.
13 min: „Vraag om hulp”. Lezing en bespreking met de toehoorders door een ouderling. Leg uit dat wij allemaal zo nu en dan de een of andere vorm van hulp nodig hebben. Natuurlijk dient iedereen zijn eigen vracht te dragen (Gal. 6:5). Maar als wij het niet meer aankunnen, dienen wij niet te aarzelen hulp te zoeken bij een geestelijk rijp lid van de gemeente. Nodig de toehoorders uit ervaringen te vertellen waaruit blijkt hoe zij door vriendelijke hulp van anderen zijn aangemoedigd.
10 min: Plaatselijke behoeften.
12 min: Overzicht van het Jaarboek 2000. Bespreking met de toehoorders en overzicht van hoofdpunten uit de „Totalen voor 1999”, op blz. 31. Behandel ook „Een brief van het Besturende Lichaam”, op blz. 3-5. Vraag enkelen iets te zeggen over de manier waarop zij de gegeven aanmoediging zullen opvolgen.
Lied 195 en slotgebed.
Week die op 3 april begint
10 min: Plaatselijke mededelingen en velddienstervaringen. Gebruik geselecteerde recente ervaringen uit het plaatselijke gebied die anderen zullen aanmoedigen een aandeel aan de dienst te hebben.
17 min: „Daniëls profetie bestuderen”. Vragen en antwoorden. Vertel kort hoe wij voordeel kunnen trekken van het bestuderen van het bijbelboek Daniël. (Zie hfdst. 1, par. 15-17, in het Daniëls profetie-boek.) Moedig iedereen aan de gemeenteboekstudie geregeld bij te wonen.
18 min: Moet ik ernstig kwaaddoen aangeven? Een serieuze lezing door een ouderling, gericht tot jongeren. Er hebben zich in de hedendaagse maatschappij veel problemen ontwikkeld die een schadelijke uitwerking op jonge mensen hebben gehad: het verval van morele maatstaven, toenemend geweld, drugsverslaving en een gebrek aan respect voor autoriteit. Sommige tieners leiden een dubbel leven en verbergen hun wangedrag. Dat vormt een ware bedreiging voor het geestelijke welzijn van de hele gemeente. Sommigen maken zich schuldig aan ernstig kwaaddoen en willen dat geheim houden. Als je erachter komt dat een broeder of een zuster in de gemeente iets heeft gedaan wat een ernstige overtreding van Gods wet is, wat zou je dan moeten doen? Bespreek het beginsel dat in Leviticus 5:1 wordt uiteengezet. (Zie De Wachttoren van 15 augustus 1997, blz. 27-30.) Verwijs naar het Jonge mensen vragen-boek , blz. 68, 69, en leg uit wat iemand in zo’n geval zou moeten doen.
Lied 68 en slotgebed.