Het goede nieuws aanbieden — Met goede onderwijsmethoden
1 Een belangrijk doel in de prediking van het goede nieuws is het maken van discipelen. Daarom moeten wij belangstellenden leren de dingen te onderhouden die Jezus ons geboden heeft (Matth. 28:19, 20). De apostelen gaven in dit opzicht een voortreffelijk voorbeeld aangezien „zij . . . zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis [bleven] onderwijzen” (Hand. 5:42). Wij willen het voortreffelijke voorbeeld van deze getrouwe onderwijzers van het goede nieuws navolgen. — 1 Kor. 11:1.
2 Twee uitstekende onderwijsmethoden waarvan Jezus en zijn apostelen zich doeltreffend bedienden, waren: (1) het gebruik van vragen en (2) het beklemtonen van specifieke punten wanneer wij de schriftplaatsen lezen of aanhalen. Hoe kunnen wij deze methoden gebruiken in ons van-huis-tot-huiswerk en wanneer wij bijbelstudies leiden?
VAN HUIS TOT HUIS
3 Wanneer wij de gelegenheid krijgen om met een huisbewoner te spreken, is het goed zijn zienswijze over het onderwerp te weten te komen zodat onze aanbieding aangepast kan worden ten einde aan zijn speciale behoeften te voldoen. Passende standpuntvragen kunnen hierbij nuttig zijn. De antwoorden van de huisbewoner op vragen die betrekking hebben op de huidige wereldtoestanden, kunnen ons nuttige inlichtingen voor ons gesprek verschaffen. In feite hebben vragen waardoor de huisbewoner wordt uitgenodigd iets te zeggen, sommige huisbewoners ertoe gebracht zich meer open te stellen en te luisteren naar wat wij te zeggen hebben.
4 Maar hoe kunnen wij erachter komen welke vragen wij moeten stellen? Als een deel van onze velddienstvoorbereiding is het goed er enkele minuten voor te nemen om na te denken over de soort mensen in het gebied, de zienswijzen die zij er over het algemeen op na houden en de kwesties die hen bezighouden. Denk vervolgens na over standpuntvragen die je zou kunnen stellen om hen in een gesprek te betrekken. — Zie Handleiding-boek, blz. 51, 52.
5 Onze van-huis-tot-huisbediening biedt ons ook de gelegenheid schriftplaatsen voor te lezen die Gods gedachten over een specifiek onderwerp kunnen overbrengen. Het is belangrijk hoe wij deze schriftplaatsen lezen. Wij willen dat de luisteraars de specifieke dingen die wij hen onderwijzen, zullen onthouden. Om hierin te slagen, moeten wij de juiste nadruk gebruiken en specifieke woorden beklemtonen. Dit kan worden gedaan door sleutelwoorden intensiever of krachtiger te lezen of door de aandacht te vestigen op wat wij vervolgens gaan lezen. Ook na het lezen van de tekst willen wij misschien sleutelwoorden herhalen ten einde een punt verder te benadrukken. — Zie Handleiding-boek, blz. 126, 127.
OP BIJBELSTUDIES
6 Wanneer wij bijbelstudies leiden, is het uitermate belangrijk dat wij vragen stellen. Goed geformuleerde vragen kunnen de leerling aan het denken zetten en hem helpen een duidelijker begrip van de waarheid te krijgen. Goed gestelde extra vragen die niet voorkomen in de publikatie die wordt bestudeerd, mogen gesteld worden. Op bladzijde 51 van het Handleiding-boek staan nuttige suggesties die je misschien van tijd tot tijd wilt doornemen.
7 Het is noodzakelijk een goed gebruik van de bijbel te maken. Ook al staan sommige schriftplaatsen in de publikaties misschien wel uitgeschreven, dan kan het soms toch nuttig zijn de leerling die teksten rechtstreeks uit de bijbel te laten voorlezen. Zie erop toe dat de sleutelwoorden op juiste wijze worden benadrukt zodat het de bijbelstudent duidelijk zal zijn waarom de schriftplaats wordt aangehaald en hij de toepassing ervan zal begrijpen.
8 Mogen wij door een doeltreffend gebruik van vragen te maken en schriftplaatsen met juiste nadruk te lezen, geholpen worden discipelen te blijven maken in overeenstemming met Jezus’ gebod. — Matth. 28:19.