Het goede nieuws aanbieden — Gebruik onderwijsbekwaamheid in de van-huis-tot-huisbediening
1 Jezus stond bekend als een prediker van het goede nieuws (Luk. 8:1). Toch noemde men hem vaker leraar (Matth. 8:19; 9:11). Het geïnspireerde verslag vermeldt dat „de scharen versteld stonden over zijn manier van onderwijzen” en dat hij ’in een kring de dorpen rondging en onderwees’. — Matth. 7:28; Mark. 6:6.
2 De apostelen waren eveneens leraren. Volgens Paulus’ gewoonte ’redeneerde hij met de mensen aan de hand van de Schriften, waarbij hij door middel van verwijzingen verklaarde en bewees’ wat hij hun leerde (Hand. 17:2, 3). Wat kunnen wij doen om onze onderwijsbekwaamheid in de van-huis-tot-huisbediening te verbeteren?
WEES PLOOIBAAR
3 Als wij van huis tot huis werken ontmoeten wij mensen met zeer uiteenlopende achtergronden en interesses. Sommigen beweren in de bijbel te geloven, anderen niet. Wij moeten onze boodschap aan de individuele huisbewoner aanpassen. Wat deed Jezus toen hij met een man sprak „die goed onderlegd was in de Wet”? De man vroeg Jezus: „Leraar, door wat te doen, zal ik eeuwig leven beërven?” Jezus vroeg: „Wat staat er in de Wet geschreven? Hoe leest gij?” (Luk. 10:25-28) Hij besefte dat de man „goed onderlegd was in de Wet” en hield hier rekening mee in zijn antwoord.
4 Toen Paulus op de Areópagus predikte, besefte hij dat hij tot heidenen sprak die weinig of geen kennis van de Hebreeuwse Geschriften of van Jezus Christus hadden. Bij zijn uitleg hield hij hier dus rekening mee (Hand. 17:22-34). Op dezelfde wijze dienen wij de persoon met wie wij spreken in aanmerking te nemen. Als wij tot een jongere spreken, dienen wij de dingen uit te leggen op een voor hem begrijpelijk niveau. Als wij met iemand spreken die de bijbel leest, moeten wij ons aan de situatie aanpassen, net zoals Jezus deed met de man „die goed onderlegd was in de Wet”. Omdat elke persoon die wij spreken anders is, zal elke aanbieding die wij doen vermoedelijk ook enigszins anders zijn. Wat kunnen wij nog meer doen om doeltreffende onderwijzers in de van-huis-tot-huisbediening te worden?
REDENEER MET MENSEN
5 Redeneren betekent de boodschap zodanig aanbieden dat de huisbewoner geholpen wordt ons te begrijpen en tot dezelfde conclusies te komen als wij. Dit vereist dat wij punten grondig verklaren, zodat de huisbewoner niet slechts luistert, maar de redelijkheid van onze uiteenzetting inziet. Hoe kunnen wij punten doeltreffend verklaren?
6 De vraag waarom vereist dat wij redenen geven. Elke huisbewoner heeft het volste recht ons te vragen waarom wij bij hem aanbellen, waarom onze boodschap zo dringend is en waarom hij erin dient te geloven. Stel je daarom dezelfde vragen als je je voorbereidt op de van-huis-tot-huisbediening. Neem bijvoorbeeld ons lopende Onderwerp voor gesprekken. Wij zouden ons kunnen afvragen: Waarom spreken wij met mensen over dit onderwerp? Waarom is eeuwig leven mogelijk? Waarom kunnen wij geloof stellen in de bijbel?
7 Als wij eenmaal het antwoord op deze vragen weten, zullen wij dit onderwerp zo willen uitleggen dat de huisbewoner het gaat begrijpen. Houd in gedachte dat Paulus „verwijzingen” gebruikte om de Schriften te verklaren. — Hand. 17:3.
8 Illustraties en passende vragen zijn zeer nuttig. Ze zetten mensen aan het nadenken over waarheden en dragen ertoe bij waardering in hun hart op te wekken. Leg bij het voorlezen van de schriftplaatsen de nadruk op de sleutelwoorden. Dit draagt ertoe bij dat men over het voorgelezene nadenkt. In dit verband verschaft het Handleiding-boek in de hoofdstukken 10, 15, 25, 31 en 34 heel wat praktische suggesties.
9 De verantwoordelijkheid om de mensen alles te onderwijzen wat Jezus ons geboden heeft, dient ons ertoe te motiveren ernst te maken met de noodzaak ’voortdurend aandacht te schenken aan ons onderwijs’. — 1 Tim. 4:16.