Het goede nieuws aanbieden — Op een tactvolle wijze
1 Uw spreken zij altijd minzaam, gekruid met zout, opdat gij weet hoe gij een ieder een antwoord behoort te geven” (Kol. 4:6). Wat een voortreffelijke raad gaf de apostel Paulus! Wij doen er goed aan deze raad in gedachte te houden als wij de waarheid met anderen delen. — 2 Kor. 6:3.
IN DE VAN-HUIS-TOT-HUISBEDIENING
2 Tact houdt in dat men weet wat te doen of te zeggen om goede betrekkingen met anderen te onderhouden en het te vermijden aanstoot te geven. In ons van-deur-tot-deurwerk ontmoeten wij mensen die zeggen dat zij het druk hebben. Als wij zien dat zij het echt druk hebben, kunnen wij in het kort de lectuur aanbieden en zeggen dat wij graag bij een andere gelegenheid zouden terugkomen om met hen te praten. Als zij het niet al te druk schijnen te hebben, zouden wij kunnen zeggen: „Dan zal ik kort zijn.” Daarna kunnen wij een korte samenvatting geven van wat wij hadden willen bespreken en het bij een minuut of zo laten.
3 Soms kunnen wij te maken krijgen met huisbewoners die grof zijn. Wij willen in ons antwoord niet ongemanierd zijn en ’kwaad met kwaad vergelden’ (Rom. 12:17). Wij dienen tactvol te zijn en aandacht te schenken aan de vermaning in Spreuken 15:1: „Een zacht antwoord keert woede af.” Het materiaal op bladzijde 15-24 van het Redeneren-boek zal ons helpen op een milde, tactvolle wijze op huisbewoners te reageren.
OP NABEZOEKEN
4 Wanneer wij teruggaan naar personen die lectuur genomen hebben, bemerken wij dikwijls dat zij de publikaties niet hebben ingekeken. Wij willen zulke mensen aanmoedigen de door hen genomen lectuur te lezen. Om hen zover te brengen, zouden wij tactvol kunnen wijzen op interessante vragen die de publikatie beantwoordt. Dit kan hun geestelijke eetlust opwekken en hen ertoe bewegen het gedrukte materiaal dat zij bezitten, in te kijken.
5 Velen van ons hebben wel eens meegemaakt dat wij een definitieve afspraak voor een nabezoek hadden gemaakt maar moesten constateren dat de persoon niet thuis was toen wij teruggingen. Hoewel dit teleurstellend is en het ons tijd en inspanning kan hebben gekost, dienen wij als wij de persoon weer ontmoeten, nog steeds tactvol te zijn in wat wij zeggen. Wij kunnen hem vertellen dat het ons spijt hem niet thuis getroffen te hebben en zeggen dat wij een extra poging zullen doen hem weer te bezoeken en uitzien naar een verdere bijbelbespreking.
OP BIJBELSTUDIES
6 Personen bereiden zich niet altijd voor op hun studies. Wanneer dit het geval is, zouden wij enige tijd kunnen nemen om hun te laten zien hoe zij zich moeten voorbereiden. Of wij zouden kunnen wijzen op enkele dingen die zij te weten kunnen komen door zich tijdig voor te bereiden. De studie zal vlotter verlopen en er zullen meer vorderingen worden gemaakt.
7 Een persoon met wie wij studeren, zal misschien niet zo geregeld de vergaderingen bezoeken als hij eigenlijk zou moeten. Wij zouden schriftplaatsen als Psalm 133:1 of Hebreeën 10:24, 25 kunnen bespreken en hem kunnen vragen wat deze verzen hem leren. Sommige verkondigers die tamelijk vlug in de waarheid zijn gekomen, worden misschien ongeduldig met degenen die langzaam vorderingen maken. Wij willen echter niet vergeten dat niet alle mensen hetzelfde zijn en dus moeten wij met sommigen meer geduld hebben.
8 Paulus schreef aan Timótheüs dat ’een slaaf van de Heer vriendelijk moet zijn jegens allen en met zachtaardigheid degenen moet onderrichten die niet gunstig gezind zijn’ (2 Tim. 2:24, 25). Als dat het geval is ten aanzien van degenen „die niet gunstig gezind zijn”, dienen wij beslist zachtaardig en tactvol om te gaan met degenen die zoveel belangstelling hebben getoond dat zij met een studie hebben ingestemd. Hiertoe zouden ook onze kinderen behoren en anderen in onze eigen familie met wie wij studeren.
9 Wanneer wij het goede nieuws van huis tot huis, op nabezoeken of op bijbelstudies bekendmaken, mogen wij dan allen het voortreffelijke voorbeeld volgen van de Grote Onderwijzer, Jezus, die over zichzelf zei: „Ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart” (Matth. 11:29). Wij dienen dezelfde hoedanigheden aan de dag te leggen doordat wij zachtaardig en tactvol zijn wanneer wij prediken en een aandeel hebben aan het werk dat bestaat in het maken van discipelen.