De gemeenteboekstudie — Een door God gezegende regeling
1 „Terwijl wij ieder mens vermanen en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid, om ieder mens in eendracht met Christus in volkomenheid te kunnen aanbieden” (Kol. 1:28). Op deze wijze brengt de apostel Paulus het werk van hemzelf en zijn metgezellen onder woorden. Hij laat uitkomen dat hij „ieder mens” persoonlijke aandacht gaf om hem te helpen vorderingen te maken. Jezus heeft tijdens zijn aardse loopbaan hierin het voorbeeld gegeven. Hij spande zich in om iedereen persoonlijke aandacht te geven en hij leerde zijn volgelingen hetzelfde te doen (Joh. 21:15-17). Het zou de kenmerkende geest van de volgelingen van Christus worden om iedereen op persoonlijke basis liefdevolle aandacht te geven. — Joh. 13:35.
2 Reeds vroeg in de moderne geschiedenis van Jehovah’s Getuigen begreep men dat het noodzakelijk was om de „huisgenoten des geloofs” individuele aandacht te geven en dat alleen daardoor mensen echt geholpen zouden worden. In de Engelse Wachttoren van 1907 staat vermeld dat sommige colporteurs moeite deden om de personen die lectuur van hen hadden aanvaard en echte belangstelling voor de waarheid toonden, bijeen te brengen. Daarom organiseerden zij op zondag vergaderingen met deze personen in een woonhuis. Tijdens zo’n vergadering besprak de colporteur delen van het boek Het goddelijk plan der eeuwen. Deze vergadering duurde ongeveer de gehele zondag. De volgende week drong de colporteur er dan bij de groep op aan om regelmatig dergelijke vergaderingen te houden. Wanneer ongeveer twintig leden van zo’n groepje daarmee instemden, werd dit verder geregeld. Ook werd een van de aanwezigen, die naast een goede kennis van de waarheid ook blijk gaf van toewijding en ernst, als hun ouderling of leider aangewezen om de studie uit Het goddelijk plan der eeuwen te leiden en de groep ook anderszins te helpen. Deze gang van zaken werd veelal door de reeds bestaande groepen of gemeenten overgenomen. Zo werd geleidelijk aan de huidige gemeenteboekstudieregeling geboren.
3 Toen in 1921 het boek De harp Gods werd vrijgegeven werd dit als bijbelstudiehulpmiddel gebruikt. Vanuit deze boekstudies trok men ook uit in de velddienst en men begon er zelfs een begin mee te maken om degenen die interesse hadden getoond na te bezoeken. De aanwezigen raakten geleidelijk aan steeds meer thuis in Gods Woord en werden meer bedreven in de prediking en het nabezoekwerk. Het was de studieleider die ieder zoveel mogelijk hielp vorderingen te maken door zijn persoonlijke aandacht aan allen te geven. Aangezien er een groeiende behoefte ontstond aan een betere organisatiestructuur, kwam er in 1942 een brochure met organisatorische instructies. In alle steden waar reeds een groep of gemeente van Jehovah’s Getuigen was, werden nu definitieve regelingen getroffen dat zij in kleine groepen van ongeveer twintig personen in particuliere huizen van de broeders en zusters bijeen zouden komen voor een studie van Gods Woord. Elke vergadering zou met gebed worden begonnen en worden besloten terwijl de studie zou worden geleid door een door het Genootschap aangestelde broeder. Deze was er tevens verantwoordelijk voor dat ieder lid van zo’n groep werd opgeleid voor de prediking en ook met eventuele persoonlijke aangelegenheden geholpen werd. Voor elke gemeenteboekstudieleider gold de apostolische aanmoediging die wij in 2 Timótheüs 2:1 en 2 vinden: „Gij daarom, mijn kind, blijf kracht verwerven in de onverdiende goedheid die in verband met Christus Jezus is, en de dingen die gij van mij gehoord hebt met de ondersteuning van vele getuigen, vertrouw die toe aan getrouwe mensen, die op hun beurt voldoende bekwaam zullen zijn om anderen te onderwijzen.” Door het onderwijs van de gemeenteboekstudieleider, zijn voorbeeld en de persoonlijke aandacht die hij iedereen gaf, kon ieder lid van de studie groeien in geestelijke hoedanigheden en geholpen worden vorderingen te maken in de prediking.
4 Geïnteresseerde personen met wie een huisbijbelstudie werd geleid, werden als eersten aangemoedigd de gemeenteboekstudie te bezoeken. Daar leerden zij meer broeders en zusters kennen en raakten zij op de hoogte met wat meer details van Gods organisatie. Zij werden aangemoedigd ook de vergaderingen in de Koninkrijkszaal te bezoeken. De gemeenteboekstudieleider volgde nauwgezet de vorderingen van deze geïnteresseerde personen en hield ook een nauw contact met degenen die bij deze personen huisbijbelstudie gaven. Zo ontstonden er in de loop der tijd sterke gemeenteboekstudies die als basis konden dienen van voorspoedige gemeenten. Nu wij hebben gezien welke functie de gemeenteboekstudieregeling vervuld heeft in vroeger dagen, is het interessant te beschouwen hoe deze regeling op dit moment functioneert.
DE VOORDELEN VAN DE GEMEENTEBOEKSTUDIEREGELING
5 Het is duidelijk dat de boekstudieregeling vele voordelen biedt. De kleine omvang van de groep maakt een intieme band tussen alle toegewezenen mogelijk. Men leert elkaar gemakkelijker kennen en de sfeer is wat minder formeel dan op de grote gemeentevergaderingen. Omdat veel van de samenstelling van de groep afhangt, zullen de ouderlingen van tijd tot tijd misschien wat veranderingen aanbrengen zodat alles zo evenwichtig mogelijk ingedeeld blijft. Een van de voornaamste functies van de gemeenteboekstudie is om elkaar te helpen meer kennis en begrip van Gods Woord te verkrijgen. Vandaar dat er een gedetailleerde studie van de bijbel gemaakt wordt. De vergadering wordt net zo geleid als de Wachttoren-studie. Ze wordt geopend en besloten met gebed. De paragrafen worden gelezen en de aanwezigen mogen zich over iedere paragraaf uiten. Vooral commentaar op de teksten is welkom en naar de tijd het toelaat, zullen de aangegeven teksten worden gelezen. Om alles nog eens goed in de geest te griffen kan aan het einde van de studie een kort overzicht worden gehouden. Door zo gezamenlijk te studeren, kunnen wij onze kennis van Gods Woord behoorlijk uitbreiden. Wij zullen ook een beter begrip verkrijgen van de redenen waarom Jehovah bepaalde dingen heeft laten optekenen en wij zullen beter in staat zijn om het geleerde toe te passen en op anderen over te dragen. Toch zullen wij pas echt alle voordelen van de gemeenteboekstudie ontvangen als wij elke week goed voorbereid op deze vergadering aanwezig zijn. Dan komen wij er ook gemakkelijk toe om zonder schroom commentaar te geven. Door een goede voorbereiding kunnen wij antwoord geven met eigen woorden in plaats van slechts enkele zinnen uit de paragraaf voor te lezen. De studieleider kan natuurlijk heel veel doen om deze vergadering zo doeltreffend mogelijk te doen zijn. Tevens zijn er nog een aantal taken die de boekstudieleider zal behartigen.
DE GEMEENTEBOEKSTUDIELEIDER
6 Het is een voortreffelijk voorrecht om als gemeenteboekstudieleider in een gemeente dienst te mogen verrichten. Hij is bij uitstek in de gelegenheid om op een aantal terreinen zijn broeders en zusters behulpzaam te zijn. Aangezien het hier om een ernstige verantwoordelijkheid gaat en er ook een veelheid van taken bij betrokken is, zullen bij voorkeur ouderlingen voor deze taak worden ingeschakeld. Als er niet voldoende ouderlingen beschikbaar zijn kunnen enkele ouderlingen wellicht twee studiegroepen bedienen, afhankelijk van hun omstandigheden. Of er kan wellicht een bekwame dienaar in de bediening gebruikt worden totdat wel een ouderling beschikbaar komt. Dit is iets wat het lichaam van ouderlingen zal regelen. Deze broeders bepalen ook wie welke groep bedient en hoe de samenstelling van de diverse studiegroepen zal zijn.
7 De gemeenteboekstudieleider kan deze vergadering alleen maar op doeltreffende wijze leiden als hij zelf altijd heel goed is voorbereid. Hij zal niet alleen moeten weten hoe de antwoorden op de gedrukte vragen luiden doch zal ook de schriftuurlijke redenen daarvoor moeten kennen. Hij kan dan tonen wat de waarde van het lesmateriaal is en hoe iedere aanwezige het geleerde kan toepassen. Dit vergt een voortdurende, gewetensvolle inspanning van de kant van de studieleider. — Rom. 12:7.
8 Het lezen van de paragrafen heeft een belangrijke functie. Wanneer het voorlezen van de paragrafen op betekenisvolle wijze wordt gedaan, zal iedere aanwezige ook daar veel voordeel van trekken (Neh. 8:8). Als het mogelijk is zal daarom ruim van tevoren hiervoor iemand worden aangewezen zodat deze zich goed kan voorbereiden. Bij voorkeur zal een gedoopte broeder die een goede lezer is hiervoor worden gebruikt.
9 Hoewel er soms heel wat stof doorgenomen moet worden, kan door een goede voorbereiding van zowel de studieleiders als van alle aanwezigen al het materiaal toch binnen de gestelde tijd van een uur behandeld worden. Daarom zal iedereen op tijd aanwezig willen zijn zodat de vergadering precies op tijd kan beginnen. Er is dan zelfs ruimte om enkele sleutelteksten te lezen en te bespreken. Het is altijd prettig als degene die de tekst gelezen heeft, of iemand anders, ook de toepassing van de tekst kan laten zien. Soms kunnen degenen die wat beschroomd zijn in het geven van antwoorden, via het lezen van schriftplaatsen geholpen worden over deze schroom heen te komen. Ook kinderen kunnen op deze wijze geholpen worden zinvolle antwoorden te geven in plaats dat zij alleen de onderkopjes voorlezen of gewoon iets voorlezen wat hun ouders hun aanwijzen.
10 Naast het verzorgen van een uur voortreffelijk onderwijs op de gemeenteboekstudie, heeft de gemeenteboekstudieleider ook als herder een veelomvattende taak. Hij kent de leden van zijn studie immers persoonlijk en kan hen daarom op persoonlijke basis met raad en daad bijstaan. Als iemand ziek of terneergeslagen is kan een persoonlijk bezoek heel verkwikkend zijn. Wanneer iemand enige tijd de vergaderingen niet heeft kunnen bezoeken, kan naast de persoonlijke belangstelling voor de zieke tijdens zo’n bezoekje iets besproken worden dat de persoon geestelijk opbouwt. Er kunnen ervaringen gedeeld worden of er kan iets van de vergaderingen die de persoon noodgedwongen heeft gemist, verteld worden. Heel belangrijk is het om samen met de broeder of zuster te bidden. Dit geldt zeker voor broeders en zusters die met grote problemen te kampen hebben. Iedereen kan door bepaalde problemen overvallen worden. Jonge gezinnen wennen misschien moeilijk aan hun nieuwe situatie en vinden niet zo gauw een juist ritme. Vriendelijke raad door de gemeenteboekstudieleider zal hen zeker kunnen helpen. Zeer goede tips zijn in het Gezinsleven-boek te vinden en de studieleider die hun omstandigheden goed kent, kan hen laten zien hoe bepaalde raad uit de publikatie toegepast kan worden. Andere gezinnen zoeken wellicht hulp bij het begeleiden van hun kinderen. Zeker ouders die er grotendeels alleen voor staan, zullen de boekstudieleider graag als gesprekspartner willen hebben. Door juiste aandacht van de kant van de studieleider kunnen al deze gezinnen en individuele personen de steun ontvangen die ze nodig hebben.
11 Een bericht van een gemeente uit het zuiden van ons land, illustreert hoeveel er in dit opzicht tot stand gebracht kan worden. Een gedeelte uit de brief die wij ontvingen, luidt: „Een andere ervaring is dat onze boekstudie werd uitgebreid en wij vier gezinnen (totaal verzwakt), die niet meer naar de boekstudie gingen, 8 kinderen en 7 volwassenen, erbij kregen, zodat wij samen met 27 personen op de boekstudie waren. Wij hebben hun kinderen ’verdragen’, daar hun opvoeding toch wel iets te wensen had overgelaten, en zijn aan de slag gegaan. Hun geestelijke gezindheid werd beter, zij geven allen antwoord, ook de kinderen, en prediken weer allemaal op één na. Het is een modelstudie geworden; maar, broeders, zo iets gaat niet één, twee, drie, dat zullen jullie ook wel weten. Je moet heel veel geven, niet alleen een bijbeltekst, maar ook begrip en hartelijkheid. Wanneer ze ziek zijn, er meteen naar toe gaan, wel eens op de kinderen letten en ze uitnodigen voor een beetje gezelligheid. Deze resultaten kom je niet tegen op een velddienstbericht, maar het belangrijkste is dat onze God Jehovah deze dingen wel kan gadeslaan.”
12 Hoewel dat niet in alle gevallen zo behoeft te zijn heeft het wel voordelen om van tevoren een afspraak te maken voor een herderlijk bezoek. Behalve dat men op de komst van de studieleider is voorbereid, kan deze ook zelf zich voorbereiden door wat extra materiaal te verzamelen. Hierdoor zal een herderlijk bezoek alleen maar aan geestelijke kracht winnen. Een herderlijk bezoekje behoeft echter niet altijd zo’n formeel karakter te dragen. Het is heel aanmoedigend als de studieleider, en ook zijn vrouw, gewoon even bij de broeders en zusters kunnen aanwippen om zo een fijn sociaal contact te hebben. Dan zal er een warme band groeien tussen alle leden van een gemeenteboekstudie en zulke studies vormen gezamenlijk een gezonde gemeente.
13 Nog een belangrijk onderdeel van het werk van de gemeenteboekstudieleider is het nemen van de leiding in de velddienst. Zijn geregeldheid, ijver en enthousiasme in deze dienst zal aanstekelijk zijn voor de broeders en zusters. De broeders en zusters waarderen het als ze samen met hun boekstudieleider in de velddienst kunnen staan. Daarom zal hij regelingen voor groepsgetuigenis treffen op momenten die voor de meesten het best gelegen komen. Als het maar enigszins mogelijk is, moet er aan dergelijke regelingen vastgehouden worden. De studieleider zorgt ervoor dat er altijd voldoende gebied aanwezig is, want het is erg teleurstellend als men naar huis moet omdat het gebied op is. Laat ook niet onnodig veel reistijd verloren gaan door gebieden voor bewerking uit te kiezen die te ver uit elkaar liggen. De studieleider leidt de velddienstbijeenkomst en wisselt enkele praktische punten voor de dienst uit. Hoewel zo’n bijeenkomst maar kort behoeft te zijn, kan daar net die aanmoediging van uitgaan welke nodig is om goed gemotiveerd met de prediking te beginnen. Als de studieleider onverhoopt zelf niet aanwezig kan zijn, zal hij regelingen treffen dat een andere ouderling, dienaar in de bediening of bekwame verkondiger de velddienstbijeenkomst leidt. Vanuit de boekstudie kunnen ook regelingen voor het brengen van nabezoeken getroffen worden. Door afspraken met elkaar te maken kunnen verkondigers van de groep van elkaars ervaring leren en de studieleider kan helpen dat zulke afspraken er komen.
14 Verder is het vanaf 1 januari 1979 zo dat elke gemeenteboekstudieleider ten behoeve van zijn groepje het werk doet dat daarvóór door de „bijbelstudieopziener” werd gedaan. Hij geeft hulp en raad in het nabezoekwerk, het oprichten en leiden van bijbelstudies en het brengen van belangstellenden naar Jehovah’s organisatie (Matth. 28:19, 20; Jes. 2:2, 3). Hoe kun je je eigen methode van studie geven verbeteren, zodat je het hart van de leerling zult bereiken? Hoe kun je hem helpen tegenstand te overwinnen? Meenemen naar de vergaderingen? Of uitnodigen voor de velddienst? Je studieleider is erin geïnteresseerd zowel jou als je bijbelstudie te helpen vorderingen te maken.
15 Van tijd tot tijd ontvangt de gemeenteboekstudie bezoek van de dienstopziener. Door ook het bezoek van de dienstopziener goed voor te bereiden en de groep over zijn komst in te lichten, zal er een maximaal profijt van diens aanwezigheid getrokken worden. Zo kan de boekstudieleider met hem bespreken welke verbeteringen voor de velddienst aanbevolen kunnen worden. Hierdoor kan ieder zijn dienst nog doeltreffender maken. Tevens kunnen er wellicht goede praktijkervaringen worden uitgewisseld en kunnen er plannen worden uitgewerkt om alle velddienstregelingen voor ieder zo praktisch mogelijk te maken.
16 Aan het begin van elke nieuwe maand dient er een goede samenwerking te bestaan tussen de boekstudieleiders en de secretaris. Net zoals in de eerste christengemeente zijn wij nog altijd zeer belangstellend naar de resultaten van onze gezamenlijke activiteiten. Er ging in de eerste eeuw veel aanmoediging uit van alle berichten over de velddienstactiviteit (Hand. 2:5-11, 41, 47). Wanneer de boekstudieleider ieder lid van zijn studie de belangrijkheid van het op tijd inleveren van de velddienstrapporten kan laten inzien en zelf zo nodig door de secretaris wordt ingelicht betreffende de velddienstberichten die nog worden gemist, kan er op tijd een compleet bericht van de door de gemeente verrichte activiteit worden opgesteld.
17 Als wij dit allemaal zo overdenken, is het een omvangrijke taak om als boekstudieleider te dienen. Maar hoe voldoeninggevend is dit werk! Wat een vreugde kan eruit worden geput om anderen vorderingen te helpen maken! Met Paulus kunnen alle gemeenteboekstudieleiders zeggen: „Ik ben Christus Jezus, onze Heer, die mij kracht heeft verleend, dankbaar, omdat hij mij getrouw heeft geacht door mij aan een bediening toe te wijzen” (1 Tim. 1:12). De leden van een gemeenteboekstudie zullen rijk zijn met een studieleider die echt klaar staat voor hen omdat hij niet alleen maar tijdens het uur van de gemeenteboekstudievergadering bij hen is maar hen ook op andere tijden met raad en daad bijstaat. Via de gemeenteboekstudieregeling wordt bereikt dat ’ieder mens wordt vermaand en ieder mens wordt onderwezen om ieder mens in eendracht met Christus in volkomenheid te kunnen aanbieden’. Laten wij allen de gemeenteboekstudieregeling daarom van harte ondersteunen om zo volledig gebruik te maken van de vele voortreffelijke diensten van de gemeenteboekstudieleider. Hij is werkelijk een ’gave van Jehovah’ waardoor wij nu geholpen worden vorderingen te blijven maken. Niet alleen tot grotere eer van onze hemelse Vader doch zeker ook tot ons eigen geluk. — Jes. 48:17, 18.
[Kader op blz. 6]
Trek volledig profijt van het werk van je boekstudieleider door
. . . altijd op de gemeenteboekstudie aanwezig te zijn
. . . met hem samen in de dienst te staan
. . . hem bij je thuis uit te nodigen