Onze onderwijsbekwaamheid verbeteren — door persoonlijke belangstelling te tonen
1 „Voed mijn schaapjes” (Joh. 21:17). Met deze woorden beklemtoonde Jezus zijn oprechte liefde en persoonlijke belangstelling voor met schapen te vergelijken personen die geestelijk gevoed moesten worden met het Woord der waarheid. Driemaal legde Jezus er tegenover Petrus de nadruk op dat hij zijn liefde voor de Messías moest tonen door ten behoeve van anderen dienst te verrichten.
2 Jezus betoonde zich een ware vriend en een toegenegen metgezel van zijn volgelingen doordat hij hen ’tot het einde toe liefhad’ (Joh. 13:1). Als navolgers van hem dienen wij een zelfde persoonlijke belangstelling voor toekomstige nieuwe discipelen aan de dag te leggen wanneer wij de belangrijke waarheden uit Gods Woord met hen delen (Matth. 28:19, 20). Wij kunnen dit op verschillende manieren doen.
PERSOONLIJKE BELANGSTELLING VOOR HEN HEBBEN
3 Wij kunnen persoonlijke belangstelling tonen door degenen bij wie wij een bijbelstudie leiden, voor de vergaderingen uit te nodigen en zo nodig regelingen te treffen voor vervoer. Door edelmoedig, vriendelijk en gastvrij te zijn, helpen wij onze leerlingen het ware christendom in actie te zien. Godvruchtige eigenschappen worden snel overgenomen en brengen dikwijls een zelfde geest teweeg als de geest die wij jegens hen aan de dag leggen, waardoor een fijne, hechte vriendschapsband ontstaat die op agapè-liefde is gebaseerd.
4 Ook kan het erg lonend zijn wanneer wij buiten de formele studie om belangstelling tonen voor degenen bij wie wij een bijbelstudie leiden. Naarmate de leerlingen vorderingen in de waarheid maken, tonen sommige verkondigers gastvrijheid door hen bij zich thuis uit te nodigen, waar zij gezonde, theocratische omgang kunnen genieten. Wanneer wij bij zulke gelegenheden ook andere verkondigers uitnodigen, draagt dit ertoe bij dat zij nieuwe vrienden maken. (Lees Markus 10:29, 30.) Door zulke theocratische omgang kunnen zij tot christelijke rijpheid groeien en geholpen worden goede gewoonten aan te kweken (Spr. 13:20; vergelijk 1 Korinthiërs 15:33). Wanneer zij met ons omgaan en ons voortreffelijke christelijke gedrag gadeslaan, zullen zij ongetwijfeld zien dat wij het Woord van God niet alleen prediken, maar ook in de praktijk brengen, ja, het tot een levenswijze maken. — Jak. 1:22.
5 Soms hebben wij wellicht het gevoel dat degenen die wij studie geven, niet de verwachte vorderingen maken. Wat moeten wij dan doen? Wij dienen hen liefdevol te helpen op terreinen waarop zij de meeste hulp nodig hebben. Als zij moeilijkheden hebben met het overwinnen van bepaalde zwakheden, zoek dan in de publikaties van het Genootschap naar nuttig verwijsmateriaal dat over het probleem handelt en neem het met hen door. Bid ook samen met hen over de kwestie. (Vergelijk Jakobus 5:16.) Help hen zich werkelijk op Jehovah te verlaten en te gaan inzien dat het noodzakelijk is geregeld te bidden en in overeenstemming met deze gebeden te handelen. — 1 Petr. 3:12; 1 Joh. 3:22.
6 Willen wij persoonlijke belangstelling tonen, dan is van onze zijde geduld en liefde vereist. Maar dit is alleszins de moeite waard wanneer wij zien dat degenen met wie wij hebben gestudeerd, ’het woord van Jehovah verheerlijken’ en „gelovigen” worden! Net als de getrouwe discipelen die in apostolische tijden zulke nieuwelingen onderwezen, zullen ook wij ’met vreugde en heilige geest worden vervuld’. — Hand. 13:48, 52.