„Koninkrijksloyaliteit”-districtscongressen 1981
ONDER de zegeningen die Jehovah’s Getuigen ervaren, zijn hun jaarlijkse districtscongressen werkelijk uniek. Wat een geweldige berichten ontvingen wij op het hoofdbureau over het nut dat de vorig jaar gehouden „Goddelijke liefde”-districtscongressen voor de aanwezigen hebben afgeworpen! Wat hebben onze broeders en zusters enorm genoten van een rijk geestelijk feestmaal dat bestond uit toespraken, demonstraties, ervaringen, drama’s en nieuwe uitgaven, alsook de gelegenheid om aan de vrijwilligersdienst en de van-huis-tot-huisbediening deel te nemen! Als gevolg daarvan keerden allen naar huis terug met een diepere waardering voor Jehovah’s grote liefde, en nog vastbeslotener om liefde te betonen aan hun broeders en zusters en aan degenen die buiten zijn. Tot nu toe hebben wij uit 85 landen bericht over deze districtscongressen ontvangen, waar in totaal 3.696.191 aanwezigen waren en bij elkaar 40.996 werden gedoopt.
De „Koninkrijksloyaliteit”-districtscongressen van dit jaar beloven net zo interessant en opbouwend te zijn als die „Goddelijke liefde”-districtscongressen. Wat is loyaliteit een uitstekende eigenschap! Wat passend dat wij die eigenschap dit jaar als ons congresthema hebben! Loyaliteit gaat verder dan de eigenschap getrouwheid, die in de eerste plaats de gedachte aan betrouwbaarheid in zich bergt. Loyaliteit betekent een onwankelbare gehechtheid, ondanks verleidingen of druk, en daarom kan deze uitdrukking niet van toepassing worden gebracht op de redeloze schepping, noch op onbezielde dingen, zoals dat wèl kan met ’getrouwheid’. — Ps. 89:37.
Het is heel passend dat wij over Jehovah lezen dat hij bij uitstek de Loyale is. „Wie zal u niet werkelijk vrezen, Jehovah, en uw naam verheerlijken, omdat gij alleen loyaal zijt?” Hij is „loyaal in al zijn werken” (Openb. 15:4; Ps. 145:17). Heel passend wordt er herhaaldelijk naar Gods eerstgeboren Zoon verwezen als „hij die jegens u loyaal is” (Ps. 16:10; Hand. 2:27). Insgelijks wordt er vele malen naar Gods getrouwe dienstknechten verwezen als „loyalen” of „loyale personen”, vooral in het boek Psalmen. — 1 Sam. 2:9; Ps. 30:4; 50:5; 85:8; 145:10.
In deze tijd staat onze Koninkrijksloyaliteit als nooit tevoren aan aanvallen bloot. Satan, die weet dat zijn tijd kort is, gaat in grote toorn tegen de loyale dienstknechten van Jehovah God tekeer. Door middel van zijn zichtbare en onzichtbare organisatie zet Satan Gods volk onder druk van nationalisme en mensenvrees, met verleidingen op het gebied van materialisme, seksuele en andere vormen van immoraliteit, afval, verbitterdheid, apathie en opstand. Dit zijn werkelijk zware tijden, die moeilijk zijn door te komen. — Openb. 12:12; 2 Tim. 3:1-5.
Door het bijwonen van het „Koninkrijksloyaliteit”-congres zullen wij onderricht, vermaning, aanmoediging en aansporing ontvangen omtrent al de verschillende manieren waarop wij loyaliteit kunnen en moeten tonen — aan Jehovah, aan zijn organisatie, aan onze broeders en zusters, aan ons gezin. Laten wij zelfs loyaliteit tonen door onze aanwezigheid op dit congres, door indien mogelijk elke dag van het openingslied tot en met het slotgebed aanwezig te zijn. Concentreer je op wat vanaf het podium wordt gezegd, ’schenk meer dan gewone aandacht’, en zing van harte met onze Koninkrijksliederen mee, hetgeen voor de meesten van ons, wat het programma betreft, het enige actieve aandeel in de formele aanbidding is. — Hebr. 2:1; Ef. 5:18, 19.
Loyale personen zullen ook een aandeel aan de velddienst hebben, niet waar? En laten wij, indien wij een aandeel aan het programma hebben, natuurlijk ons uiterste best doen, tot lof van Jehovah en tot zegen van anderen en van onszelf. Ons congres van deze zomer zal „Koninkrijksloyaliteit” als thema beklemtonen en zal er veel toe bijdragen ons te helpen onze Schepper getrouw te blijven dienen en voor de belangen van zijn regering te werken. Wij nemen aan dat allen ondertussen hebben besloten welk congres zij zullen bezoeken en reeds ver gevorderd zijn met het treffen van de nodige voorbereidingen.
PROGRAMMA: Het programma zal op donderdagochtend om 9.50 v.m. beginnen. Maak plannen om direct bij het begin aanwezig te zijn om volledig profijt te trekken van het geestelijke feestmaal dat is aangerecht. Het openingsprogramma op donderdag zal dingen beklemtonen waaraan wij allen aandacht dienen te schenken. Zorg er ook voor, hoewel alle congresprogramma’s belangrijk zijn, dat je het zondagochtendprogramma niet mist. Je zult er goed aan doen nauwlettend aandacht te schenken aan de inlichtingen die zullen worden gegeven. Onze houding ten opzichte van het gaan naar en het bijwonen van het congres dient net als die van David te zijn, zoals in Psalm 122:1 tot uitdrukking wordt gebracht: „Ik verheugde mij toen men tot mij zei: ’Laten wij naar het huis van Jehovah gaan.’” Het is uiterst belangrijk dat wij intens naar het gehele programma luisteren (Luk. 8:18-21). Houd niet onnodig zitplaatsen bezet zodat anderen gedwongen zijn een tijdlang rond te lopen op zoek naar een plaats. Een ieder van ons dient ’het goede te willen doen jegens anderen die aan ons verwant zijn in het geloof’ (Gal. 6:10). Hoewel er verbetering is opgemerkt, laten berichten zien dat velen toch nog steeds zo onattent zijn om zitplaatsen bezet te houden die niet gebruikt worden, terwijl anderen gedwongen zijn naar een plaats te zoeken of op minder gemakkelijke plaatsen te zitten. Dit is geen blijk van broederlijke liefde voor anderen, niet waar?
GEDRAG OP CONGRES: Of wij nu een aandeel aan de volle-tijddienst kunnen hebben of niet, wij zijn allemaal volle-tijdchristenen. Als zodanig willen wij ’nieuw gemaakt worden in de kracht die ons denken aandrijft, en de nieuwe persoonlijkheid aandoen, die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit’ (Ef. 4:23, 24). Het afgelopen jaar heeft de overgrote meerderheid van de congresbezoekers de nieuwe persoonlijkheid ten toon gespreid. Een van de reizende opzieners uitte zijn waardering voor het goede gedrag dat op het congres dat hij bijwoonde, aan de dag werd gelegd, en hij zei: „Het was opmerkelijk te zien hoe ordelijk de broeders en zusters en hun kinderen waren, terwijl er heel weinig in de gangpaden werd gelopen.” Een andere broeder gaf het volgende commentaar: „De manieren en de hoffelijkheid van de broeders en zusters dienden beslist tot lof en eer van onze God. Het was het beste voorbeeld dat ik in lange tijd op grote vergaderingen heb gezien. Er werd niet gedrongen of geduwd, en de kinderen gedroegen zich goed. De verkondigers waren erg hoffelijk en welgemanierd in hun rijgewoonten. Onze bijbelstudies waren samen met ons op het congres en waren heel erg onder de indruk van wat zij zagen en hoorden.” Laat ons gedrag op het congres ook dit jaar van liefde jegens onze medemensen getuigen.
In de dagen van Ezra verzamelde „het gehele volk” zich, en toen Ezra het boek opende „stond het gehele volk op”. Op deze bijeenkomst „verklaarden [de levieten] de wet aan het volk, terwijl het volk daarbij stond. En zij bleven voorlezen uit het boek, uit de wet van de ware God” (Neh. 8:5-8). In deze tijd hoeven wij op onze congressen niet te staan. Wat zijn wij dankbaar dat er ruim van tevoren regelingen zijn getroffen voor voldoende en gemakkelijke zitplaatsen. Wij doen er goed aan voordeel te trekken van deze voorziening, door tijdens het programma op onze plaats te blijven zitten, aandacht te schenken aan wat er wordt gezegd, aantekeningen te maken en in onze bijbel mee te lezen. Een ouder schreef de volgende ervaring naar het Genootschap: „Mijn kinderen en ik zaten naast een moeder met haar vier kinderen. Zij waren welgemanierd, maar zaten tijdens het gehele programma voortdurend te eten. Het was erg afleidend voor andere volwassenen en kinderen die in de buurt zaten. Dit gezin dronk ook veel, waardoor zij verscheidene keren naar het toilet moesten.” Wij zullen beslist niet tijdens het programma heen en weer lopen of eten en anderen ervan weerhouden met onverdeelde aandacht te luisteren.
Soms staan afvalligen of anderen die tegen ons werk zijn, net buiten het congresterrein lectuur uit te delen of proberen een gesprek met ons te beginnen. Hoe moeten wij zulke mensen behandelen? Wij dienen niet in een woordenstrijd verwikkeld te raken met tegenstanders van de waarheid, aangezien een christen „vriendelijk [moet] zijn jegens allen, . . . zich onder het kwade in bedwang houdend” (2 Tim. 2:24). Sommigen van deze personen zijn wellicht in het verleden uitgesloten. Zij geven er door hun handelwijze blijk van dat zij ’vooruitdringen en niet in de leer van Christus blijven’. De apostel Johannes geeft ons de raad: „Als iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem nimmer in uw huis en richt ook geen groet tot hem. Want wie een groet tot hem richt, deelt in zijn goddeloze werken” (2 Joh. 9-11). Wanneer zulke personen beseffen dat zij hun doel om ons in verwarring te brengen, niet bereiken, zullen zij zeer waarschijnlijk hun pogingen staken.
Ook is het mogelijk dat onruststokers van de een of andere wereldse groepering de orde op het congres willen verstoren door een provocerende houding aan te nemen. Hoe zullen wij daarop reageren wanneer zo iets zich in onze omgeving voordoet? Ook dan zal loyaliteit aan het Koninkrijk ons ertoe bewegen het voorbeeld van de Koning, Jezus, te volgen, die ’wanneer hij werd beschimpt, niet ging terugschimpen’ (1 Petr. 2:23). Wanneer allen zelfbeheersing en vriendelijkheid betonen en de situatie overlaten aan de dienstverleners, die van tevoren goed geïnstrueerd zijn over de wijze waarop in zulke gevallen opgetreden dient te worden, zal het incident zo rustig mogelijk verlopen en de reputatie van Jehovah’s volk hoog gehouden worden. — Spr. 15:1; 1 Petr. 2:12.
VELDDIENST OP VRIJDAGMIDDAG: Jezus gaf zijn volgelingen de opdracht anderen tot discipelen te maken, door het goede nieuws dat hij had onderwezen, met hen te delen (Matth. 28:19, 20). Een heel goede gelegenheid om dit tijdens het congres te doen, is een aandeel te hebben aan de velddienstregelingen die voor vrijdagmiddag op het programma zullen staan. Het programma zal die dag om 12.40 n.m. afgelopen zijn. Alle bezoekers dienen in de gelegenheid te worden gesteld op het congres iets te eten en dan geruime tijd voor 2 uur in de velddienst te zijn. Om tijd te sparen, zou het goed zijn om reeds donderdag voorbereidingen te treffen. Misschien kun je reeds groepjes indelen waarover aangestelde dienaren de leiding nemen. Er kan op donderdag gebied gehaald worden, zodat er geen vertraging of verwarring bij het uittrekken zal ontstaan. Hoewel de velddienst op de afgelopen congressen goed ondersteund is, hadden sommige groepjes kennelijk niet voldoende gebied. Geef daarom, wanneer je om gebied vraagt, alsjeblieft op hoeveel personen er in jouw groepje zullen zijn en hoe lang je wilt werken. Op deze manier zul je voldoende gebied krijgen en kun je een volledig aandeel aan de predikingsactiviteit hebben.
De verkondigers dienen hun eigen velddiensttas, een voorraad van de lopende tijdschriften en een bijbel mee te nemen. Op het congres zullen verdere aanwijzingen en gedrukt materiaal verschaft worden waardoor wij geholpen zullen worden een voortreffelijk getuigenis te geven aan de mensen met wie wij in de congresstad in contact komen.
Velen hebben hun waardering geuit voor de gelegenheid die de speciale velddienstregelingen bieden, namelijk om in ander gebied te werken en samen met vrienden uit andere gemeenten in de dienst te staan. Eén zuster schreef: „Ik was blij dat ik mij onder degenen bevond die ’Ja’ antwoordden op de resolutie die op het congres werd aangenomen. Later op die dag ging ik de dienst in. Binnen 30 minuten verspreidde ik 18 tijdschriften en ik deelde uitnodigingen uit aan iedereen die langskwam terwijl ik op de hoek van de straat stond. Ik dank Jehovah voor die bezielende lezingen die mij tot actie hebben aangezet.” In het vrijdagochtendprogramma zal de belangrijkheid van de velddienst van die middag beklemtoond worden.
VRIJWILLIGERSDIENST: Er was voorzegd dat Jehovah’s volk zich gewillig voor zijn dienst zou aanbieden (Ps. 110:3). Dit is niet alleen van toepassing op onze bereidwilligheid om een aandeel te hebben aan het prediken en het maken van discipelen, maar ook deel te nemen aan het werk dat gedaan moet worden ten einde congressen tot een succes te maken. Het is geweldig te zien dat velen in dit opzicht een handje helpen. Opnieuw zullen de verschillende afdelingen die hulp nodig hebben, het initiatief nemen om van tevoren personen uit te nodigen om te helpen. De plaatselijke congrescoördinator zal van het congresbureau enkele verzoeken om de nodige vrijwilligers ontvangen. De nieuwe procedure van het Genootschap inzake vrijwilligersdienst betekent dat er geen Aanvraagformulieren voor Vrijwilligersdienst naar de gemeenten gezonden zullen worden. Het congresbureau zal enkele gemeenten echter een lijst sturen waarop staat welk personeel er nodig is, en de congrescoördinator zal ernaar streven in die behoefte te voorzien, indien en wanneer hem dat wordt gevraagd.
Kinderen van 16 jaar en jonger moeten te allen tijde samen met een van de ouders of een andere volwassene werken. Wij moedigen ouders en hun kinderen ertoe aan om indien mogelijk samen vrijwilligerswerk te doen.
VOEDSEL: Op elk congres zal ten behoeve van jullie weer in voedsel en drank worden voorzien. Deze liefdevolle regeling wordt altijd erg gewaardeerd door onze broeders en geïnteresseerden. De benodigde congresbonnen zullen waarschijnlijk reeds in de gemeente zijn. Wanneer er voldoende bonnen zijn gekocht, zal dit voor iedereen de eerste dagen gerieflijker maken, doordat er geen lange rijen bij de kassiers zullen zijn.
MUZIEK: Het Genootschap heeft weer regelingen getroffen voor speciale banden met muziek voor de pauzes en als begeleiding van de liederen die door de zaal worden gezongen. Allen worden ertoe aangemoedigd van ganser harte mee te zingen, aangezien dit een belangrijk onderdeel van het programma is en het ons een geweldige gelegenheid biedt om Jehovah te aanbidden en hem lof en dank te brengen. — Ef. 5:18, 19.
Naarmate de „Koninkrijksloyaliteit”-districtscongressen dichterbij komen, zien wij ernaar uit voordeel te trekken van de schitterende geestelijke voorzieningen die Jehovah voor ons in petto heeft. De informatie die hierbij is verschaft, zal je ongetwijfeld helpen bij het afronden van je plannen om het congres bij te wonen. Allen, ieder afzonderlijk en als gezin, zullen de aanwijzingen die worden gegeven, zorgvuldig willen beschouwen en ernaar streven de gedane suggesties op te volgen. Mogen wij er allen gezamenlijk aan werken de „Koninkrijksloyaliteit”-districtscongressen tot een succes te maken, zodat alle aanwezigen, als loyale dienstknechten van onze Grote God, beter toegerust zullen zijn om over de heerlijkheid van Jehovah’s koningschap te praten. — Ps. 145:10, 11.
Geheugensteuntjes voor het districtscongres
◼ HUISVESTING: De congrescoördinator zal zich ervan vergewissen dat alle Aanvraagformulieren ten behoeve van degenen die huisvesting willen hebben, prompt worden opgestuurd naar het congresbureau. Als je een toewijzing voor een kamer ontvangt en later je plannen moet wijzigen, licht dan zo spoedig mogelijk de huisbewoner en de afdeling Huisvesting van het congres hierover in zodat de kamer voor een nieuwe toewijzing kan worden gebruikt. Er zal dit jaar nergens een eigen tentenkamp zijn. Voor wie toch een kampeergelegenheid aanvraagt, kan het congresbureau wellicht een plaats reserveren op een wereldse camping in de buurt van de congresstad; geef in dat geval een ingevuld aanvraagformulier aan de congrescoördinator.
◼ DOOP: Op de meeste plaatsen zal de onderdompeling op zaterdag plaatsvinden. Zij die hun opdracht door middel van de waterdoop willen symboliseren, dienen voor het congres de 80 vragen en ook hoofdstuk 6 van het „Organisatie”-boek met de ouderlingen te hebben doorgenomen. Een ieder die gedoopt wil worden, zal badkleding en een handdoek meenemen.
◼ PROGRAMMATIJDEN: Het is verstandig en getuigt van waardering om op onze plaats te zitten wanneer het programma begint. Dat zal op donderdag en vrijdag om 9.50 v.m. zijn en op zaterdag en zondag om 9.30 v.m. Dezelfde eigenschappen worden ten toon gespreid wanneer wij ons voornemen niet weg te gaan voordat het programma is afgelopen. De vergadering eindigt op donderdag om 4.50 n.m. met slotlied en -gebed. Vrijdagmiddag zal opzijgezet worden voor speciale velddienst, en dus zal het programma dan om 12.40 n.m. afgelopen zijn. Op zaterdag zijn het slotlied en -gebed om 4.50 n.m. gepland, en op zondag om 4.40 n.m.
◼ VERGADERING VOOR GILEAD-GEGADIGDEN EN DEGENEN DIE BELANGSTELLING HEBBEN VOOR WERK OP BETHEL OF AAN DE NIEUWBOUW: Zaterdag om 1.00 n.m. zal een vergadering worden gehouden voor pioniers tussen de 20 en de 40 die er belangstelling voor hebben de Gileadschool te bezoeken om een opleiding voor de zendingsdienst te ontvangen. Deze korte vergadering wordt gecombineerd met een vergadering voor alle opgedragen verkondigers tussen de 19 en 35 jaar die belangstelling hebben voor werk op Bethel of aan de nieuwbouw. Zij die belangstelling hebben voor de nieuwbouw hoeven niet per se in de volle-tijddienst te zijn.
◼ PIONIERSLEGITIMATIE: Alle gewone en speciale pioniers dienen hun Pionierslegitimatie en toewijzingskaart mee naar het congres te nemen zodat zij zich kunnen legitimeren voor het verkrijgen van lectuur tegen pioniersprijs en eventuele nieuwe vrijgaven. Zij die vanaf 1 februari 1981 of eerder in de pioniersdienst zijn, zullen echter bovendien een „Pionierslegitimatie Congres 1981” ontvangen. Deze speciale legitimatie zal de pionier omstreeks 1 juni via de congrescoördinator in de gemeente ontvangen, en geeft de pionier het recht op het congresterrein congresbonnen te ontvangen, terwijl deze legitimatie tevens kan worden gebruikt bij het verkrijgen van lectuur. Behandel deze kaart even zorgvuldig als geld; tijdens het congres kan deze niet vervangen worden.
◼ LAPELKAARTJES: Deze kaartjes worden verschaft als een middel om het congres aan te kondigen, alsook om onze aanwezige broeders en zusters gemakkelijker te kunnen identificeren. Draag daarom het lapelkaartje alsjeblieft op het congres en ook wanneer je van en naar de congresstad reist. Er is opgemerkt dat de laatste jaren niet zoveel broeders en zusters het lapelkaartje dragen als voorheen. Het kaartje is niet alleen een uitstekend identificatiemiddel, maar het is ook heel vaak de aanleiding tot een fijn getuigenis terwijl je reist. Deze kaartjes zijn via jouw gemeente te verkrijgen. Je zult bemerken dat het lapelkaartje zo ontworpen is dat het tot aan de volgende zomer weer voor kringvergaderingen gebruikt kan worden. De lapelkaartjes kosten ƒ 0,05 per stuk en de plastic houdertjes ƒ 0,35.
◼ EEN WAARSCHUWEND WOORD: Waar je ook parkeert, je dient je voertuig altijd af te sluiten en nooit iets erin te laten liggen dat zichtbaar is. Bewaar je bezittingen indien mogelijk in de kofferruimte. Wees ook op je hoede voor dieven en zakkenrollers die door grote vergaderingen worden aangetrokken. Dit houdt ook in dat je niets waardevols onbewaakt op zitplaatsen op het congres achterlaat.