Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 2/78 blz. 3-6
  • Gelukkig door ijverig dienen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gelukkig door ijverig dienen
  • Onze Koninkrijksdienst 1978
  • Onderkopjes
  • Vreugde als loon
  • De wens om te dienen maakt vindingrijk
  • Christelijke gezinnen helpen mee
  • En jij dan?
  • De gemeente helpt ook
Onze Koninkrijksdienst 1978
km 2/78 blz. 3-6

Gelukkig door ijverig dienen

Terwijl de kilheid van zelfzucht steeds meer mensen om ons heen diep ongelukkig maakt, groeit in de harten van Gods getrouwe dienstknechten een steeds warmere liefde voor God en hun naasten. Juist in deze tijd van ontreddering toont Jehovah wie hij als zijn dienstknechten gebruikt. Jezus zei immers over hen: „Gij zijt het licht der wereld.” Nooit is er meer behoefte aan de warmte en troost van het eeuwige goede nieuws geweest dan nu in onze tijd. — Matth. 5:14.

Wanneer iemand tot een kennis van de waarheid komt en beseft dat er nog maar een korte tijd rest waarin de mensen voor de komende grote verdrukking gewaarschuwd kunnen worden, vraagt hij zich dikwijls af wat hij kan doen om anderen net zo gelukkig te maken als hij zelf geworden is. Doch niet alleen nieuwelingen in de waarheid vragen zich af wat zij voor hun ongelukkige omgeving kunnen doen, ook de honderdduizenden andere Getuigen die soms al tientallen jaren in de waarheid zijn, blijven hetzelfde doen! Zij weten dat de bijbel zegt, „zaai in de morgen uw zaad” (Pred. 11:6) en zij kennen het geluk dat geven met zich brengt en zijn daardoor een lichtend voorbeeld voor iedereen in de gemeente.

Geven is een persoonlijke zaak, dat is duidelijk. Hoevéél iemand in de waarheid doet, mag iedereen voor zichzelf beslissen. „God heeft een blijmoedige gever lief”, schreef Paulus onder inspiratie in 2 Korinthiërs 9:7. Door dat wat wij geven en hoeveel wij geven, tonen wij echter wel hoe diep onze liefde voor God en onze medemensen is. Daarom moedigt de christelijke gemeente iedere christen aan om Jezus’ raad op te volgen: „Beoefent het geven, en u zal gegeven worden. Een ruime, aangestampte, geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot storten. Want met de maat waarmee gij meet, zal men ook u meten” (Luk. 6:38). Dit was reeds zo in het oude Israël. Onder het Wetsverbond kon iemand in Israël Jehovah de speciale belofte doen om naast het houden van de gehele Wet zichzelf de extra last van het nazireeërschap op te leggen. Ook in die tijd waren er dus al dienstknechten van God die wisten dat vooral het ijverig dienen van God gelukkig maakt. — Num. 6.

Is het vreemd Jehovah te beloven tijdelijk meer voor hem te doen? Spreuken 3:27 zegt: „Onthoud het goede niet aan degenen die het toekomt, wanneer het in de macht van uw hand ligt het te doen.” Een verkondiger die besluit om één of meer maanden als hulppionier dienst te verrichten, kan inderdaad enorm veel goeds doen. Iemand legt zichzelf dan wel een zwaardere last op dan gewoonlijk, doch de mogelijkheid om geestelijk gelukkiger te zijn en dichter tot Jehovah te geraken, is dat alleszins waard. De raad van Jezus in Matthéüs 6:33: „Blijft dan eerst het koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken, en al deze andere dingen zullen u worden toegevoegd”, aanvaarden zij vol geloof en zij zien de gedane belofte in hun eigen leven bewaarheid worden.

Vreugde als loon

Soms zijn verkondigers wat beangst een belofte te doen om in één maand 60 uur te prediken. „Als ik het beloof, moet ik het ook doen”, denken zij dan. Zo’n consequente houding is prijzenswaardig doch mag niet de oorzaak voor terughoudendheid vormen. Niemand van ons kan toch buiten Jehovah’s hulp? Het gaat er vooral om een goed schema op te stellen en alle hulpbronnen aan te boren waarover men kan beschikken. Heel aanmoedigend is het voorbeeld van een licht gehandicapte zuster in Amsterdam. Door haar lichamelijke probleem kan ze maar ongeveer drie kwartier van huis tot huis gaan, hoogstens een uur. Ze schreef ons: „Ik maakte een vaste afspraak met een andere zuster om elke morgen om 9 uur te beginnen in een gebiedje in de buurt van de actie. Daar werkten wij dan tot omstreeks vijf voor half tien en bemerkten dat we heel veel mensen thuis troffen, vooral moeders die net terug waren van bijvoorbeeld kinderen naar school brengen en best een ogenblikje tijd hadden. Het bespreken van de dagtekst benutte ik tevens om even uit te rusten doordat ik een klein kwartiertje kon zitten, vaak nog met een kopje koffie. Daarna trok ik uit met de actie en werkte zo lang ik het volhield, wat in de meeste gevallen neerkwam op een kleine drie kwartier. Vóór oktober had ik al mijn briefjes met nabezoek- en tijdschriftenadressen nagekeken en was van plan elke dag na de velddienst één zo’n adres af te gaan in de hoop die ochtend verder te kunnen prediken maar dan binnen. Dit werkte zo voortreffelijk dat ik wel eens ochtenden had dat ik drie uur velddienst kon noteren. Veel medewerking ondervond ik ook van broeders en zusters in de gemeente. Ze vroegen me bijvoorbeeld mee naar een nabezoek waarvan ze wisten dat we even binnen mochten komen wat voor mij betekende ’even zitten’. Ook praktische hulp kreeg ik van zusters. Een zuster maakte vóór de pioniersmaand mijn keuken schoon, een andere zuster de huiskamer. ’Zo’, zeiden ze dan, ’die hoef je de hele maand geen grote beurt meer te geven, dat scheelt alweer.’ Ook mijn dochtertjes van 8 en 9 jaar waren erg behulpzaam. Elke morgen vóór schooltijd hielpen ze mee het huis aan kant te maken zodat het netjes was als mamma vermoeid thuis kwam. Ook ondersteunden zij mij in de herfstvakantie (in oktober) door ’s morgens mee te gaan in de dienst zodat zij in die maand voor het eerst een briefje met wel 10 uur inleverden.”

De Wachttoren zei onlangs heel terecht dat de grootste vreugde daarin bestaat anderen gelukkig te maken met de waarheid. Hulppioniers bevestigen dit graag. Luister maar eens naar twee zusters uit Amsterdam. Een van hen schreef: „Het was voor ons de eerste maal om zoveel te doen. Zelf heb ik één kind en de andere zuster heeft twee schoolgaande kinderen. We gingen met goede moed, na Jehovah om steun te hebben gevraagd, gewapend met traktaten, Waarheid-boekjes, enz., van huis tot huis. De eerste de beste dag hadden we succes, een boekje verspreid en reeds verschillende toezeggingen voor een nabezoek. De daaropvolgende dag mochten wij twee studies oprichten, o wat ging dat fijn, het was heerlijk om in de dienst te staan voor Jehovah. Elke dag weer genoten wij ervan om in de dienst te staan en binnen twee weken hadden wij 5 Waarheid-boekjes en een bijbel verspreid plus diverse tijdschriften. Nog steeds waren wij niet moe, nee integendeel, wij hadden nooit gedacht dat het zo fijn zou zijn. Dat moet je echt meemaken. Kortom, aan het einde van de maand hadden wij vier studies opgericht, 6 boeken verspreid, een aantal tijdschriften en zo’n 600 traktaten. Op dit moment hebben wij nog steeds twee studies en de andere twee zijn tijdschriftenadressen geworden. Wij werken nog steeds heerlijk en hebben veel nabezoeken te doen. Het was een heerlijke maand en het was jammer dat hij voorbij was.”

Haar partner schreef: „Het was fijn om in oktober weer hulppionier te zijn. Temeer daar de enige bijbelstudie die ik had van plan was te gaan verhuizen en ik daardoor geen studie meer had. Een van de eerste dagen sprak ik met straatwerk een vrouw aan. Ze reageerde erg fijn, nam gelijk tijdschriften en vuurde een paar vragen op me af maar had zelf geen tijd op antwoord te wachten. In een flits ging het door me heen, ’die woont vast niet in ons gebied’. Ik vroeg of ik haar mocht opzoeken om haar vragen te beantwoorden. Dat mocht. Tot mijn grote verbazing woont ze in ons gebied en bovendien slechts ongeveer vijf minuten van mijn huis. Het eerste nabezoek verliep vlot. Deze eerste bezoeken werden steeds alleen uit de bijbel gehouden. Ik durfde een boek eigenlijk niet zo goed aan. Maar na de eerste maand probeerde ik het toch maar en ze vond het prima. We studeren nu het Waarheid-boekje met haar man er ook bij. Op die manier heb ik nu weer een vaste studie. Maar in die pioniersmaand heb ik nog een paar adressen opgedaan waarvan één vrouw die na de heidense feestdagen een studie begint. Twee andere adressen geven me eveneens veel hoop voor de komende weken.” Is het niet waar dat vermeerderde dienst voor Jehovah grotere vreugde betekent?

De wens om te dienen maakt vindingrijk

Het is waar dat voor vele broeders en zusters de mogelijkheden om enkele keren per jaar hulppionier te zijn, niet zo maar voor het opscheppen liggen. Als iemand echter ’popelt van verlangen’ om het goede nieuws te brengen en dezelfde instelling heeft als Jezus, die zei: „Mijn voedsel is dat ik de wil doe van hem die mij heeft gezonden en zijn werk voleindig”, dan zal het hem of haar gewoonlijk lukken een weg te vinden voor het verrichten van meer dienst (Rom. 1:15; Joh. 4:34). De wens om te dienen maakt vindingrijk. Onze getrouwe zusters zijn hierin vaak een voortreffelijk voorbeeld.

Een huisvrouw in Leiden maakte van tevoren goede plannen om onbekommerd in de hulppioniersdienst te kunnen gaan. In de maand voordat ze in die dienst ging, maakte ze haar hele huis goed schoon zodat ze daar in de maand van haar dienst als hulppionierster niet te veel aandacht aan behoefde te besteden. Ze haalde zelfs voor zover dat mogelijk was alle boodschappen al voor een hele maand in huis. Vrouwen zijn inderdaad vindingrijk en wij waarderen het allen bijzonder als zusters die fijne mogelijkheden benutten om Jehovah ijverig te dienen.

Vindingrijkheid kan worden aangekweekt door met anderen over wegen en suggesties te spreken. Zusters hebben gezamenlijke regelingen voor kinderoppas getroffen, scholieren hebben tijdstippen vóór en na schooltijd weten uit te buiten. Broeders hebben ’s morgens vroeg, voordat zij met hun wereldse werk moesten beginnen, gelegenheden voor straatwerk gevonden, anderen hebben voorafgaande afspraken gemaakt en zijn in groepjes gaan werken. Het gaat er bij dit alles om het te willen en dan ’tijd uit te kopen’ (Ef. 5:16, 17). Kunnen wij hierbij niet stellig op Jehovah’s zegen rekenen?

Broeders, zeker als ze gezinshoofd zijn, hebben meer moeilijkheden bij het opstellen van een goed schema omdat hun dagtaak veel van hun tijd opslokt. Toch is het goed dat ook zij onder gebed overwegen of de hulppioniersdienst geen machtige mogelijkheid vormt eens even uit de slopende, dagelijkse tredmolen te stappen. Voor hen kunnen een paar snipperdagen of vakantiedagen ook een hele eenvoudige oplossing bieden. Zullen wij eens luisteren naar wat een broeder ons schreef?

„Vanaf mijn doopperiode, november 1972, streef ik ernaar om tweemaal per jaar de hulppioniersdienst te behartigen. Tot nu toe is mij dat fijn gelukt. Het geeft mij echter elke keer weer de nodige problemen aangezien mijn werkkring zich er niet zo eenvoudig voor leent om op doordeweekse avonden dienst te verrichten. Als vertegenwoordiger is mijn werktijd zeer ongeregeld. Om toch aan de uren te komen, reserveer ik voor iedere pioniersmaand 4 snipperdagen. Dit kost mij ieder jaar wel de helft van mijn totale vakantiedagen, maar de vreugde die ik er voor terug ontvang, is niet uit te drukken in vrije dagen.”

Christelijke gezinnen helpen mee

Waaraan ontbreekt het de meeste gezinnen in de wereld om ons heen? Aan een stevige onderlinge band, nietwaar? Dit komt doordat die gezinnen veelal geen gemeenschappelijk doel hebben waarvoor zij zich kunnen inzetten. Men doet nog maar weinig samen. Wat een voorrecht dat wij als christelijke gezinnen zoveel samen doen: als gezin samen de vergaderingen bezoeken, samen op vakantie gaan en samen van andere vormen van ontspanning genieten. Wereldse jongeren zouden er in hun hart heel wat voor over hebben om nauw verbonden te mogen zijn met een van die vele, fijne gezinnen die wij overal in Gods organisatie aantreffen. Waarom zouden jullie daarom niet nog wat meer genieten van jullie onderlinge verbondenheid door ook wat meer samen in de velddienst uit te trekken? Er zijn gezinnen die zich als het ware voor de hulppioniersdienst „mobiliseren”. Zij overleggen hun tijdelijke dienst als hulppionier even intensief met elkaar als hun jaarlijkse vakantiereis. De vreugde, kracht, liefde en aanmoediging die daarvan uitgaan, zijn onbeschrijfelijk. Iedereen in het gezin profiteert van de geest van bereidwillige dienst voor Jehovah.

Christelijke ouders zullen hun kinderen graag willen helpen minder zelfzuchtig te zijn dan de meeste jongeren in de westerse wereld. Veel ouders klagen dat ze zo weinig liefde en dankbaarheid van hun kinderen ontvangen. Maar wie heeft hun geleerd dat geven geluk schenkt? Een kind dat vroeg heeft geleerd een gekregen reep chocola met andere kinderen te delen, zal er ook plezier in hebben om naderhand iets voor de juffrouw of onderwijzer op school mee te nemen. Zulke kinderen zullen het, wanneer ze ouder worden, als iets vanzelfsprekends beschouwen mee te helpen bij het schoonmaken van de Koninkrijkszaal en zullen ook hun schouders niet ophalen wanneer er over de pioniersdienst wordt gesproken. Zou je niet blij zijn als jouw dochter zo’n brief naar het Genootschap kon sturen als dit zusje in de provincie Zuid-Holland?

„Het plan om te pionieren had ik al toen ik nog op school zat. Tijdens de schoolvakanties ging ik daarom ook vaak in de ’vakantiepioniersdienst of tijdelijke pioniersdienst’, zoals dat toen nog heette. Toen ik echter van school kwam, werd mijn moeder al spoedig hierna ernstig ziek en werd langdurig in het ziekenhuis opgenomen. Zodoende kon ik niet pionieren want ik moest thuis de huishouding doen, we zijn namelijk met z’n zessen, waarvan nog een klein zusje van twee jaar. Toen mijn moeder na enkele maanden uit het ziekenhuis kwam en zij zich na verloop van tijd thuis weer alleen kon redden, kon ik toch gaan pionieren voor halve dagen. De andere halve dagen hielp ik thuis in de huishouding. Nu ik al verschillende maanden in de hulppioniersdienst ben, krijg ik vele zegeningen en ondervind ik vreugde en voldoening.”

En jij dan?

De maand april heeft dit jaar 5 volle weekeinden. Als broeders op die 10 vrije dagen 3-4 uur per dag zouden willen besteden aan het verbreiden van het goede nieuws, hebben ze al 30-40 uur gehaald van de in totaal 60 uur waarvoor zij zich zullen opgeven. Met één of twee vakantiedagen erbij en iedere week een paar avondacties ondersteunen, kan het doel om Jehovah als hulppionier te dienen, bereikt worden. Een broeder in Leiden merkte op dat hij er altijd voor zorgt een paar afwezige adressen of nabezoekadressen in de buurt van zijn eigen huis te hebben zodat hij iedere minuut kan uitkopen. Stel dat ook jij dat doet en je zou een fijne bijbelstudie vlak bij jou om de hoek mogen vinden! De oogst is nog niet binnen want Jezus Christus, die het toch kan weten, zei: „Ziet! Ik zeg u: „Slaat uw ogen op en ziet de velden, dat ze wit zijn om geoogst te worden.” En zeker voor ons in dit allerlaatste uur gelden de woorden: „Ik heb u uitgezonden om te oogsten hetgeen u geen arbeid heeft gekost. Anderen hebben gearbeid en gij hebt de voordelen van hun arbeid geplukt” (Joh. 4:35, 38). Reeds tientallen jaren is het koninkrijk der hemelen nu door ijverige broeders en zusters aangekondigd. Het gaat er nu om al die mensen die IETS van ons afweten, op deskundige wijze ALLES over Gods voornemen met de mensheid te vertellen. Zul jij het geloof, de moed en de kracht kunnen opbrengen om met tienduizenden anderen over de gehele wereld in april als hulppionier op praktische wijze je liefde voor je naaste te tonen?

Misschien houdt de gedachte hier niet zo bekwaam voor te zijn, een aantal broeders en zusters tegen om de hulppioniersdienst aan te vragen. Maar zouden wij het ook niet zo kunnen bezien dat juist een maand hulppioniersdienst een grote stap voorwaarts is wat onze bekwaamheid betreft? Vraag het alle pioniers en hulppioniers maar. Zij zullen allemaal zeggen: „De dienst zelf heeft mij bekwaam gemaakt.” De ouderlingen van de gemeente Nijverdal schreven ons: „Een andere zuster, zij is een Ambonese, voelt door regelmatig in de hulpdienst te staan zichzelf groeien. Zij had vroeger veel moeite om met anderen te spreken en zeker over de waarheid. Nu is zij zover dat zij vrijmoedig naar elke deur gaat om het Koninkrijksnieuws met anderen te delen. Haar bekwaamheid is merkbaar vooruit gegaan.” Denk je niet dat dit met Jehovah’s hulp ook jouw ervaring zal kunnen zijn?

Jehovah op intense wijze te dienen door één of meerdere maanden hulppionier te zijn, zal ongetwijfeld enige persoonlijke offers met zich brengen. Hoe vreemd het echter ook klinkt, je zult het zelf tijdens het brengen van die offers niet zo bezien, noch zo voelen. Je zult veeleer bemerken dat het gelukkiger is te geven dan te ontvangen (Hand. 20:35). God heeft ons nu eenmaal zo geschapen dat wij uiteindelijk gelukkiger zijn door anderen te dienen dan zelf gediend te worden. Wij allen moeten misschien nog veel beter leren anderen liefdevol te helpen, ongeacht hoe zij hierop reageren. De mensen reageren inderdaad veelal niet zo leuk aan de deur, maar denk je eens in hoe jij zou reageren als je zonder hoop op verbetering en zonder waarheid in de wereld moest leven. Bezie hen dus werkelijk voor wat ze zijn, ’schapen die verstrooid zijn op de dag van wolken en dikke donkerheid’. En wat zegt Jehovah profetisch over deze tijd? „En ik wil hen uitleiden uit de volken en hen bijeenbrengen uit de landen en hen op hun grond brengen . . . Ikzelf zal mijn schapen weiden en ikzelf zal hen doen neerliggen” (Ezech. 34:12, 15). Maar wie gebruikt Jehovah om die belofte in vervulling te doen gaan? Ons, zijn aardse, nu levende getuigen die hij op unieke wijze heeft onderwezen om een hulp te zijn voor de verbijsterde, diep teleurgestelde mensheid. Geef de mensen in jullie gebied dus een eerlijke kans door hen op duidelijke en gloedvolle wijze uit te leggen waarom jij verwacht dat spoedig paradijselijke toestanden op aarde zullen heersen. Vul je tas met de wonderbaarlijk mooie lectuur van het Genootschap en „zaai in de morgen uw zaad en laat tot de avond uw hand niet rusten; want gij weet niet waar dit succes zal hebben” (Pred. 11:6). Overweeg dus terdege of ook jij niet straks na je eerste of zoveelste maand van hulppioniersdienst zult kunnen zeggen: „Het is [inderdaad] gelukkiger te geven dan te ontvangen.”

De gemeente helpt ook

De ouderlingen van de gemeenten hebben genoten van het buitengewoon krachtige en geloofversterkende onderwijs van de Koninkrijksbedieningsschool. Zij zijn vastbesloten om als liefdevolle opzieners een voorbeeld te zijn voor de broeders en zusters die zij mogen dienen. Van Jezus is bekend dat hij zijn discipelen niet de spits in de prediking liet afbijten. Integendeel, Jezus was altijd de eerste die het initiatief nam om nieuwe gebieden te gaan bezoeken met het goede nieuws. De apostelen hebben die geest van de Heer overgenomen. Paulus kon naderhand van zichzelf zeggen: „Wordt navolgers van mij, zoals ik het ben van Christus” (1 Kor. 11:1). Waarin was hij dan een voorbeeld? „Ik [heb] mij er niet van . . . weerhouden u al wat nuttig was te vertellen en u in het openbaar en van huis tot huis te onderwijzen. . . . Ik heb u in alle dingen getoond dat gij door aldus te arbeiden de zwakken moet bijstaan en de woorden van de Heer Jezus in gedachten moet houden, toen hijzelf zei: ’Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen’” (Hand. 20:20, 35). Hedendaagse ouderlingen trachten werkelijk in alle ernst Paulus na te volgen, ook in verband met de hulppioniersdienst. Natuurlijk hebben zij het druk, drukker dan menigeen in de gemeente, maar liefde voor hun broeders, het veld en bovenal Jehovah drijft hen. Als de ouderlingen gaan, zullen de dienaren in de bediening als hun loyale assistenten van harte volgen, zoals dit de afgelopen maand oktober in een Amsterdamse gemeente het geval was. Nadat de ouderlingen in een aanmoedigende bespreking met de dienaren hadden verteld dat alle ouderlingen op één na in oktober Jehovah alles in de dienst zouden geven waarover zij beschikten, zei een van de dienaren in de bediening in het openbaar tegen zijn collega’s: „Nou, broeders, moeten wij daar nu nog lang over praten? Als de ouderlingen allemaal gaan, zullen wij hen dan niet kunnen vergezellen?” En wat was het resultaat? Ook alle dienaren in de bediening op één na stonden in oktober in de hulppioniersdienst.

Waar de vele hulppioniers in april beslist behoefte aan zullen hebben, is een goede gemeentelijke organisatie van de dienst. Zijn er iedere dag ten minste twee en zo mogelijk drie velddienstacties? Is het gebied ruimschoots toereikend om er twee á drie uur in te prediken? De hulppioniers hebben zich vrijgemaakt om te prediken, help hen dus door middel van goede regelingen zodat zij hun dienst met vreugde zullen verrichten. Deze vreugde zal ook bevorderd worden als de ouderlingen erop toe zullen zien dat er bekwame, enthousiaste gidsen die goed met iedereen kunnen opschieten, zullen worden aangesteld. Na een korte, aanmoedigende dagtekstbespreking en een flitsende herhaling van de aanbieding snel naar het gebied. Dit houdt de werklust en de moed erin. Ook op deze manier kunnen de ouderlingen dus veel doen om een ware geest van ijverige dienst in de gemeente te scheppen. Goede regelingen en een goed voorbeeld zullen in april, en in alle andere maanden die Jehovah ons hopelijk nog zal geven, wonderen kunnen doen. Jehovah zal beslist zijn zegen schenken aan iedere krachtsinspanning om hem ijverig te dienen. Wij zullen gelukkig zijn.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen