Jullie dienstvergaderingen
WEEK DIE OP 5 FEBRUARI BEGINT
15 min: Lied 10. Mededelingen. Bespreking met enkele vragen over „Jaarboek 1978”, blz. 1-32. Verwerk commentaren over noodzaak van Koninkrijksprediking. Vestig aandacht op interessante punten in dit gedeelte van het „Jaarboek”, en laat toehoorders hun reactie erop geven. Moedig allen aan het „Jaarboek” te lezen.
20 min: „Onderwijs jij je gezin?” Behandel het materiaal met vragen en antwoorden. Te behandelen door een broeder die in het helpen van zijn gezin een voortreffelijk voorbeeld geeft. Verwerk een of twee korte demonstraties aan de hand van het toespraakje dat in par. 6 uiteengezet staat. Moedig ouders aan om samen met hun tienerkinderen alsook hun jongere kinderen aan de velddienst deel te nemen.
15 min: „Het goede nieuws aanbieden — Met de aanbieding van drie boeken.” Levendige bespreking en demonstratie van punten. Beklemtoon in je stof dat wanneer de aanbieding geweigerd wordt, het beslist fijn is twee tijdschriften aan te bieden.
10 min: Vertel ervaringen van verkondigers en pioniers die met het getuigenisgeven aan anderen leuke ervaringen hebben opgedaan. Moedig allen aan voor de dienstvergadering van volgende week het boek Jona te lezen. Lied 13. Gebed.
WEEK DIE OP 12 FEBRUARI BEGINT
15 min: Lied 56. Financieel verslag. Mededelingen en Brief Bijkantoor.
28 min: „Kun jij voordeel trekken van Jona’s ervaring?” Wij kunnen heel veel leren van hetgeen er in Jona’s dagen gebeurde. Zaaldeelname.
Lees Jona 1:1-3. Welke diensttoewijzing kreeg Jona? (vers 2) (Lijkt veel op onze toewijzing in deze tijd) Wie zond hem? (vers 1)
Vraag toehoorders de kaart op het voorste schutblad van de bijbel op te slaan en de stad Joppe op te zoeken. Waar lag Ninevé? Waar lag Tarsis? Hoeveel verder was het naar Tarsis dan naar Ninevé? Denken jullie dat het dwaas was van Jona om Jehovah’s volk te verlaten en te proberen om zonder Jehovah’s zegen zover weg te gaan ten einde zijn toewijzing te ontlopen? Waarom?
Waarom zou er een verkeerde beweegreden uit blijken wanneer wij andere activiteiten op ons schema plaatsen in een opzettelijke poging om eronderuit te komen een volledig aandeel aan het predikingswerk en het maken van discipelen te hebben, waartoe Jehovah ons de opdracht heeft gegeven?
Wat gebeurde er met Jona doordat hij de toewijzing trachtte te ontlopen die hij van Jehovah had ontvangen? (Jona 1:4, 10, 12, 17)
Lees Jona 2:1, 2, 9, 10. Wat deed Jona om hulp te verkrijgen? (vers 1) Luisterde Jehovah naar zijn gebed? (vers 2) Wat beloofde Jona Jehovah? (vers 9) Wat gebeurde er volgens vers 10 met Jona? Wat kunnen wij uit deze verzen leren?
Lees Jona 3:1-4. Hoe groot was het gebied van Ninevé? (vers 3) Hoe luidde de boodschap die Jona bekendmaakte? (vers 4) Denken jullie dat het voor Jona gemakkelijk was om die boodschap te prediken?
Lees Jona 3:5, 8, 10. Waarom toonde Jehovah barmhartigheid jegens de bevolking van Ninevé? Geloven jullie dat Jehovah nu jegens mensen barmhartigheid zal tonen als zij geloof in hem stellen en hun slechte wegen de rug toekeren? Hoe legt dit de nadruk op de dringendheid van het werk om in deze tijd discipelen te maken?
Lees Jona 4:1, 3, 4. Wat was Jona’s houding toen Jehovah Ninevé niet vernietigde op het tijdstip dat Jona dit verwachtte? Was dat de juiste houding?
Lees Jona 4:11. Hoe geeft vers 11 te kennen dat Jehovah wenst dat mensen berouw hebben en leven? Hoe beschrijft Jona Jehovah in vers 2? Wat dient onze houding te zijn ten aanzien van het feit dat Jehovah nog steeds laat prediken en er nog steeds mensen zijn die de waarheid leren kennen? Nodig een of twee verkondigers die de waarheid in de afgelopen twee jaar hebben leren kennen en waardering hebben voor Jehovah’s geduld, ertoe uit dit onder woorden te brengen.
17 min: Lezing over artikel in „De Wachttoren” van 1 januari 1978: „Word niet ’woedend op Jehovah’”. Betrek toehoorders. Gebruik de volgende schriftplaatsen en punten: Wat voor soort van persoon wordt woedend op Jehovah? (Spr. 19:3) Waarom wij God niet de schuld kunnen geven van onze problemen (Pred. 9:11). Wanneer iemand vergaderingen overslaat omdat hij door iemand anders beledigd is, wat zegt hij dan in werkelijkheid? Jegens wie wordt deloyaliteit getoond wanneer iemand de gemeente verwerpt? (Ps. 119:165) Noodzakelijk om hart te behoeden en evenwichtig te blijven (Spr. 4:23; 1 Petr. 1:13). Lied 15 en gebed.
WEEK DIE OP 19 FEBRUARI BEGINT
8 min: Lied 112. Mededelingen.
20 min: Vraag-en-antwoordbespreking van de hoofdpunten van het inlegvel „Gelukkig door ijverig dienen” tot aan kopje „De wens om te dienen maakt vindingrijk”. Wees enthousiast.
20 min: „Hoevelen kun je bereiken?” Vragen en antwoorden. Nodig toehoorders uit de aangehaalde schriftplaatsen in par. vijf tot en met zeven op te zoeken. Stel, na het lezen van de schriftplaatsen, de vragen die in deze paragrafen voorkomen.
Beklemtoon de noodzaak om bij informeel getuigenisgeven tactvol en discreet te zijn. Interview een of twee verkondigers die hier goed in zijn.
Moedig de broeders en zusters aan het initiatief te nemen om informeel tot mensen te spreken die zich buitenshuis ophouden. Moedig degenen die graag met deze activiteit zouden willen beginnen, aan met broeders en zusters mee te gaan die reeds succes hebben in dit werk of die zich, evenals zij, op dit terrein willen bekwamen.
12 min: De aanbieding. Beklemtoon door gedachtenuitwisseling en een korte demonstratie de aanbieding van 3 boeken. Houd het enthousiasme voor deze actie hoog en houd ook in gedachten dat mensen die de aanbieding niet aanvaarden, toch wellicht wel graag 2 tijdschriften zullen nemen. Lied 80. Gebed.
WEEK DIE OP 26 FEBRUARI BEGINT
20 min: Lied 26. Mededelingen. Vrouwen die Jehovah vreesden. (Spreker: houd korte inleiding, stel vervolgens vragen, bespreek aangehaalde schriftplaatsen. Gebruik zoveel stof als de toegewezen tijd mogelijk maakt.)
Hoewel mannen over het algemeen verplichtingen hebben die hen in de gemeente meer op de voorgrond plaatsen, kunnen vrouwen zich bij God en Christus net zo geliefd maken, als zij God op hun door God verschafte terreinen op de juiste wijze dienen. Er staan vele dienstvoorrechten voor hen open. Neem Anna (Luk. 2:36-38). In welk opzicht „ontbrak” zij „nimmer” in de tempel? (Zij verbleef daar klaarblijkelijk niet dag en nacht, maar ontbrak nooit op passende of gebruikelijke tijden voor openbare aanbidding, en ging op eigen gelegenheid ook op andere tijdstippen naar de tempel.) Wat deed zij daar? (Geef commentaar op feit dat Israëlieten en proselieten van alle delen der aarde, alsook van alle leeftijden en uit allerlei milieus, daar kwamen aanbidden. Lees vervolgens Lukas 2:38 voor het antwoord.)
Dan was er Lydia van Filippi (Hand. 16:13-15). Welke karaktertrekken vielen bij Lydia in het oog? Laat toehoorders commentaar geven op Lydia’s persoonlijkheid en ijver voor de ware aanbidding, op haar nederigheid, en haar verlangen en bereidheid om te leren; op hetgeen zij deed om door toedoen van haar gastvrijheid jegens degenen die het goede nieuws bekendmaakten, de verbreiding ervan te bevorderen.
Dorkas van Joppe werd om haar getrouwheid geprezen (Hand. 9:36-39). Welke waardevolle bijdrage leverde zij aan de christelijke gemeente?
Ook Priskilla, de vrouw van Aquila, is een voortreffelijk voorbeeld. (Gebruik stof uit „Aid”, blz. 1343, waarbij je vooral de schriftplaatsen leest die haar waardevolle activiteiten en ijver doen uitkomen, en de toehoorders hier commentaar op laat geven.) Veel zusters in deze tijd helpen anderen. Laat toehoorders vervolgens commentaar geven op dingen die zusters, of zij nu jong zijn of oud, kunnen doen om bij God en de gemeente even geliefd te zijn als deze vrouwen uit vroegere tijden.
20 min: „Gelukkig door ijverig dienen.” Vraag-en-antwoordbespreking van 2de helft inlegvel tot aan „De gemeente helpt ook”.
20 min: Demonstraties en interviews over praktische manieren waarop ouders hun kinderen beter kunnen leren kennen: (1) Vader nodigt zoon uit hem met repareren van broodrooster te helpen. Onder het werk lokt vader tactvol commentaren uit die te kennen geven hoe zoon over velddienst en vergaderingen denkt. Is een terloops gesprek in vriendelijke sfeer. Zoon wordt niet in het nauw gebracht door vragen die te doelgericht zijn. Dit leidt tot een inniger band. (2) Moeder vraagt dochter of zij met haar in de velddienst wil gaan. Opgewekt gesprek terwijl zij van deur naar deur lopen. Moeder vraagt dochter hoe het op school gaat. Dochter is eerst stil, maar vertelt dan aarzelend dat een jongen die zij aardig vindt haar drugs heeft aangeboden. Ze wist niet wat ze doen moest, was geneigd ze aan te nemen. Moeder blijft kalm. Stelt vriendelijk voor dat zij er later verder over kunnen praten. Dochter is hier blij om. (3) Interview, naar tijd toelaat, verscheidene tieners over hun mening omtrent school, de gemeente en andere kwesties waarmee zij in hun omgeving geconfronteerd worden. Lied 27 en gebed.