Jullie dienstvergaderingen
WEEK DIE OP 10 JUNI BEGINT
13 min: Lied 35. Inleiding, tekst en brief van het bijkantoor door de bijbelstudieopziener.
15 min: „Ons voornaamste leerboek.” Vraag-en-antwoordbespreking. Demonstreer passende punten.
15 min: „Het goede nieuws aanbieden.” De velddienstopziener leidt dit onderdeel. De gemeente kan er over worden ingelicht wat er door de gemeente wordt gedaan om overheidspersonen te bereiken. De verkondigers wordt echter gevraagd ten minste tien exemplaren per verkondiger in het gebied te verspreiden. Bespreek de inhoud van het artikel grondig en maak de gemeente bewust van de ernst van de actie.
17 min: Slotopmerkingen. De presiderende opziener bespreekt de uitreiking van de speciale brief „Goddelijke zegepraal — zul jij daarin delen?” De gemeente heeft voor elke verkondiger een brief ontvangen plus nog enkele tientallen exemplaren extra om uit te reiken aan allen de op een of andere wijze liefde voor de waarheid tonen, of hebben getoond: alle bijbelstudies, lectuuradressen, afgelopen bijbelstudies, de verloren zoon en ongelovige huwelijkspartners. Het is buitengewoon belangrijk ervoor te zorgen dat deze brief nog deze maand in handen komt van al deze personen. Moedig de verkondigers aan het einde van de vergadering ertoe aan ten minste 10 exemplaren van de speciale Ontwaakt! te nemen. Lied 46.
WEEK DIE OP 17 JUNI BEGINT
8 min: Lied 78. Inleiding, tekst en commentaar. Bespreek ook de toepasselijke mededelingen uit de kolom.
15 min: „Jehovah op vergaderingen loven.” Vragen en antwoorden.
12 min: „Blijf je tijdens de vakantie toeleggen op het onderwijzen van Gods Woord.” Bijbelstudieopziener bespreekt dit artikel met enkele verkondigers op het podium. Twee van hen leiden bijbelstudies met geïnteresseerde personen en vertellen welke regelingen zij hebben getroffen dat iemand anders in de gemeente hun bijbelstudie bedient terwijl zij met vakantie zijn. Twee andere verkondigers, een echtpaar, vertelt welke regelingen zij hebben getroffen om hun gezinsstudie gedurende de zomermaanden op geregelde basis voortgang te doen vinden.
15 min: „Het congresbureau wil met jullie spreken.” Verleden maand heeft de gemeente reeds de aanvraagformulieren voor slaapkamers, hotelruimte en tentenkamp ontvangen plus vrijwilligersformulieren. Het congresbureau zou graag zien dat de ingevulde formulieren deze week worden opgestuurd. Moedig vooral ook tot vrijwilligersdienst aan. Bespreek de reisregelingen van de gemeente om 5 dagen op het congres te kunnen zijn.
10 min: Slotopmerkingen. Laat ervaringen vertellen over verspreiding van de bijbel en het ’Grote Onderwijzer’-boek. Lied 71.
WEEK DIE OP 24 JUNI BEGINT
10 min: Lied 41. Inleiding, tekst en commentaar. Ook financieel overzicht.
28 min: De noodzaak van zelfbeheersing. Vragen gebaseerd op Aid, blz. 1468. Zaalbespreking met gebruik van onderstaande vragen. (Zeer korte inleiding: Indien wij Jehovah met geheel ons hart, onze ziel, ons verstand en onze kracht willen liefhebben, dienen wij de beheersing te hebben over iedere vezel van ons wezen. Wij dienen de beweegredenen van ons hart onder controle te houden, ons denkvermogen te beheersen en onze kracht en activiteit in heilzame banen te leiden. Wij hebben zelfbeheersing nodig om Jehovah met geheel onze ziel te dienen en zijn goedkeuring en zegen te blijven genieten.) (1) Wat is zelfbeheersing? (Aid, blz. 1468) (2) Hoe hebben wij er voordeel van getrokken dat Jehovah zelfbeheersing jegens de mensheid oefent? (Jer. 18:7-10; 2 Petr. 3:9) (3) Hoe kan Jezus’ voorbeeld van zelfbeheersing ons aanmoedigen in geval wij op ons werk of op school onrechtvaardig worden behandeld? Welke omstandigheden die zich in de velddienst voordoen, vereisen eveneens zelfbeheersing? (1 Petr. 2:21-23) (4) Waarom dient, wanneer er thuis situaties rijzen die onze ergernis opwekken, de wijze waarop wij onder zulke omstandigheden handelen volkomen anders te zijn dan de handelwijze van wereldse mensen? (Geef voorbeelden) (Gal. 5:22, 23; 2 Tim. 3:1-7) (5) Waarom zou verlies van zelfbeheersing van de zijde van een ouder die zijn kind terechtwijst, afbreuk doen aan de waarde van het strenge onderricht? (Ef. 6:4; Hebr. 12:9-11) (6) Wat moeten wij, als onvolmaakte mensen, doen om onze zondige neigingen in bedwang te houden? (1 Kor. 9:25-27; 2 Petr. 1:5-8) (7) Waarom is het vooral belangrijk dat opzieners of ouderlingen zelfbeheersing hebben? (Tit. 1:8-11; 2 Tim. 2:23-26) (8) Wanneer zou het voor een man of een vrouw raadzaam zijn om te trouwen, en waarom? (1 Kor. 7:9, 32-38) (9) Hoe kan iemand die te jong is om te trouwen hartstochtelijke verlangens beheersen? (Rom. 12:12; Fil. 4:8, 9) Besluit met aanmoediging om in ieder aspect van ons leven zelfbeheersing aan te kweken.
12 min: „De congrestijd komt naderbij”. Moedig allen ertoe aan hun congresplannen definitief te maken. Maak er een stimulerend aandeel van door ook naar de brief over het congres te verwijzen, die allen hebben ontvangen.
10 min: Slotopmerkingen laat ervaringen vertellen over pas-opgerichte bijbelstudies. Lied 33.
WEEK DIE OP 1 JULI BEGINT
8 min: Lied 42. Inleiding, tekst en Theocratisch nieuws.
15 min: Het ’Grote Onderwijzer’-boek aanbieden. In juli zullen wij met dit boek als voornaamste aanbieding werken; een grote verspreiding kan veel goeds tot stand brengen.
Er zijn talloze manieren om het aan te bieden. Op aanbiedingen die eenvoudig en rechtstreeks zijn wordt gewoonlijk het beste gereageerd. Wanneer je met ouders spreekt, kun je een beroep doen op hun natuurlijke bezorgdheid voor het welzijn en de toekomst van hun gezin. Als je een schriftuurplaats wilt gebruiken, zou je Spreuken 22:6 of misschien Efeziërs 6:4 kunnen opslaan en de wederzijdse zegeningen kunnen beklemtonen die uit persoonlijke belangstelling voor hun kinderen voortvloeien. (Op blz. 5 en 6 staan enkele uitstekende punten ter bespreking.) Het plaatje op blz. 1 zet een bezorgde ouder er wellicht toe aan er ernstig over na te denken waarom hij Jezus’ liefdevolle belangstelling dient na te volgen en voordeel dient te trekken van de hulp waarin deze „Grote Onderwijzer” voorziet. Je zou over de verwarrende emotionele druk kunnen spreken waarmee jonge mensen in deze chaotische maatschappij geconfronteerd worden en de aandacht kunnen vestigen op de belangrijke lessen die zij noodzakelijkerwijs van hun ouders dienen te leren. Verscheidene hoofdstukken in het boek richten de aandacht op zulke goede hoedanigheden als geloof in God (hfdst. 3), gehoorzaamheid (hfdst. 7), vergevensgezindheid (hfdst. 15), waarheidsgetrouwheid (hfdst. 17), liefde voor anderen (hfdst. 19), vredelievendheid (hfdst. 32) en vrijgevigheid (hfdst. 35). Demonstreer een of twee korte aanbiedingen, naar de tijd het toelaat.
Moedig verkondigers aan extra exemplaren mee te nemen en gelegenheden aan te grijpen meer dan één boek aan te bieden wanneer verscheidenen in het gezin belangstelling tonen. Wijs ook op de mogelijkheid om, wanneer de huisbewoner het druk heeft, enkel een eenvoudige en korte aanbieding van het boek te doen, zonder een toespraakje te houden. Spreek over de voortreffelijke gelegenheid die voor jongere verkondigers open staat om aan een grote verspreiding een aandeel te hebben.
25 min: Waarom goedheid belangrijk is. (Aid, blz. 676, 677; w67, blz. 461-472) Vraag allen de bijbel te gebruiken en mee te doen. Zet in je inleiding uiteen hoe buitengewoon belangrijk het is dat wij ’een afschuw hebben van wat goddeloos is en het goede aanhangen’ (Rom. 12:9). Het slechte te haten vormt voor ons een bescherming geen handelwijze te gaan volgen die niet met Gods wil overeenstemt, en liefde voor het goede weerspiegelt zich in een positieve houding jegens anderen. Help de toehoorders vervolgens, naar tijd toelaat, bij zoveel mogelijk vragen de hoofdgedachte te vatten uit de schriftplaatsen en andere verwijzingen die als antwoord aangehaald staan: (a) Wat is goedheid? (Aid, blz. 676, §9) (b) Wat is nodig om te kunnen bepalen of iets werkelijk goed is en wat dienen wij dus te doen? (Rom. 15:14; Kol. 1:9-11) (c) Wat dienen anderen te kunnen opmerken bij afzonderlijke personen die goedheid aan de dag leggen? (Rom. 12:2; Fil. 4:9) (d) Tot wie dienen onze uitingen van goedheid zich uit te strekken, en hoe zal dit ons helpen goed met anderen te kunnen opschieten? (Rom. 12:17-21; Gal. 6:10) (e) Welke uitwerking heeft goedheid op onze eet- en drinkgewoonten? (Spr. 23:20, 21; 1 Tim. 3:2, 3, 8, 11) (f) Hoe kan goedheid worden weerspiegeld in de wijze waarop wij voor onze kleding en ons huis zorg dragen? (Jes. 52:11; w67, blz. 469, 470) (g) Hoe zou uit de keuze van onze kleding of onze uiterlijke verzorging goedheid kunnen blijken? (1 Tim. 2:9, 10; Aid, blz. 1172, §7; w67 blz. 471, 472) (h) Uit welke houding ten opzichte van werk zou blijken dat wij goedheid aan de dag leggen? (Pred. 3:13, 22; 1 Thess. 4:11, 12; Tit. 2:9, 10) Geef korte samenvatting waarin naar voren komt waarom goedheid in ons leven belangrijk is.
12 min: Slotopmerkingen en behandeling Vragenbus. Moedig tot getrouwe velddienst aan. Lied 40.