Vooruitzichten voor het nieuwe dienstjaar
Jehovah heeft het werk gedurende het afgelopen dienstjaar 1970 overvloedig gezegend en wij hebben zelf ondervonden hoe waar de dankbare uitroep van de psalmist is: „Jehovah zelf is ons indachtig geweest; hij zal zegenen. . . . Hij zal hen die Jehovah vrezen zegenen, zowel de kleinen als de groten. Jehovah zal u toename geven, aan u en aan uw zonen” (Ps. 115:12-14). In de slotlezing van de districtsvergadering werd verteld dat er in april over de gehele wereld 1.453.942 verkondigers waren, 117.000 meer dan een jaar daarvoor, terwijl er ruim 3.100.000 op het avondmaal waren. Dit heeft ons hart met vreugde vervuld. Hoe precies de cijfers voor ons land zijn weten wij op dit ogenblik nog niet doch wel is het zeker dat dit weer het allerbeste dienstjaar is geweest en dat Jehovah ten minste 1000 personen aan onze gelederen heeft toegevoegd. Ook weten wij dat het aantal van 18.000 verkondigers is overschreden terwijl er 33.441 op het avondmaal waren. Hier is een van Jehovah afkomstige aanwijzing dat de vooruitzichten voor het nieuwe dienstjaar voortreffelijk zijn en zolang het jaar van goede wil van de zijde van Jehovah nog voortduurt, willen wij ons als zijn kinderen van onze opdracht kwijten.
Het congres heeft ons ook duidelijk gemaakt dat de dag waarin de christenheid door het walgelijke ding verwoest zal worden, nabij is en dat dit een ongekende tijd van verdrukking zal inluiden, ja, de „grote verdrukking”. Wij beseffen de realiteit van Gods koninkrijk, „wij aanbidden wat wij kennen”, wij willen Jehovah met een volledig hart dienen en wij beseffen de buitengewoon grote noodzaak ons gezin te helpen aanvaardbaar voor Jehovah te zijn. Als nooit tevoren beseffen wij de dringendheid van het werk dat bestaat in het maken van discipelen en daarom hebben wij maar één wens: Wij willen ons inspannen voor Jehovah’s zaak, geen verontschuldigingen zoeken en het geloof dat wij reeds bezitten tot een nog krachtiger geloof maken en anderen helpen zo’n geloof te verkrijgen. Het is daarom belangrijk dat wij op dit tijdstip, nu het dienstjaar 1971 nog maar net begonnen is, met elkaar bespreken wat onze vooruitzichten zijn voor het nieuwe dienstjaar en wij hopen dat de volgende gedachten jullie zullen helpen het dienstjaar 1971 tot het allerbeste jaar te maken, een jaar van geestelijke rijkdom en overvloedige vreugde in de dingen van Jehovah. Wat zijn enkele punten die wij in gedachten willen houden om onze stappen op de weg die naar het leven leidt werkelijk vast te maken?
In de eerste plaats willen wij beseffen hoe dringend noodzakelijk het is onze innerlijke mens op te bouwen. Sla alsjeblieft je bijbel open en lees Efeziërs 3:16-18. Wat een aansporing om Jehovah te smeken machtig te worden naar „de mens die gij innerlijk zijt”. Indien deze innerlijke mens sterk is, zal dit leven betekenen en zal geen enkele beproeving je van het pad af kunnen brengen. Aan deze innerlijke mens bouwen wij elke dag en als ouders hebben wij het voorrecht en de verantwoordelijkheid onze kinderen te helpen aan hun innerlijke mens te bouwen. Onontbeerlijk voor dit bouwproces is
Gewoontegetrouw vergaderingbezoek
In het dienstjaar 1971 willen wij onze eigen omstandigheden opnieuw aan een onderzoek onderwerpen om te zien of het, indien je het tot nu toe niet geregeld hebt gedaan, mogelijk is om elke week alle vergaderingen te bezoeken. Jehovah weet wat goed en noodzakelijk voor ons is en hij beproeft ons op onze gehoorzaamheid aan zijn gebod in Hebreeën 10:24, 25. Deze woorden gelden ook voor onze kinderen. Wij weten hoe Jehovah in het Israël uit de oudheid erop stond dat de ouders hun kinderen het Woord van God inprentten en met hun kinderen op de vergadering waren. Hij wist wat goed voor hen was en hij weet wat goed voor ons is. Hij weet in wat voor geloofafbrekende en verdorven wereld wij leven en juist omdat hij dit weet, drukt hij christenen op het hart de vergaderingen gewoontegetrouw te bezoeken.
Zouden wij in dit opzicht het dienstjaar 1971 beter kunnen laten zijn dan 1970? Zonder nu in het opsommen van cijfers te vervallen, willen wij jullie vertellen dat er in het afgelopen dienstjaar weliswaar fijne verbeteringen zijn gekomen, vooral in het bezoek aan de Wachttoren-studie, doch dat er nog meer gedaan zou kunnen worden om de dienstvergaderingen, de bedieningsschool en de gemeenteboekstudie tot stimulerende hoogtepunten van ons christelijke weekprogramma te maken. Jehovah’s organisatie heeft onder leiding van de „getrouwe en beleidvolle” slaaf in subliem materiaal voor de bedieningsschool voorzien, het boek „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” en een bijbelleesprogramma uit de Nieuwe-Wereldvertaling. Duizenden uren arbeid zitten in de vervaardiging van deze publikaties en laat dit voortreffelijke werk zijn volledige vrucht dragen doordat jij je, indien je je hierin nog kunt verbeteren, voorneemt de bedieningsschool gewoontegetrouw te bezoeken. Als ouder zul je ook je kinderen willen helpen volledig voordeel te trekken van dit schoolprogramma en dit samenzijn met de gemeente. Wees niet bevreesd voor de keren dat er een schriftelijk overzicht is. Je zult rijkelijk beloond worden als je ook die keren op de bedieningsschool aanwezig bent en doet wat je kunt.
Na de bedieningsschool komt de dienstvergadering. Wat zou Jehovah’s organisatie zijn zonder dienstvergadering? Wanneer wij beseffen dat de dienst voor Jehovah het middelpunt van ons leven is en dat feitelijk alles daaromheen draait, zullen wij krachtig worden geholpen de juiste kijk op de bediening te behouden wanneer wij de dienstvergadering wekelijks bezoeken.
En hoe staat het met de gemeenteboekstudie? Ook hierin zijn in veel gevallen fijne vorderingen gemaakt maar toch bezoeken velen deze vergadering nog ongeregeld. Ongetwijfeld zullen er vele redenen voor aangevoerd kunnen worden. Vaak melden kringdienaren dat zij te horen krijgen dat vooral de kinderen een probleem vormen aangezien de ouders, die goed voor hen willen zorgen, hun geen noodzakelijke rust willen onthouden. Wel, dit kan inderdaad een probleem zijn doch wij geloven dat het probleem in veel gevallen op te lossen is en wij moedigen de ouders aan naar oplossingen te zoeken en het niet op te geven. Misschien kunnen zij ook bij anderen raad inwinnen en om goede suggesties vragen.
Op de districtsvergadering hebben wij het nieuwe boek ontvangen, getiteld ’Dan is Gods mysterie voleindigd!’ In oktober beginnen wij er op de boekstudie mee. Het handelt geheel over het bijbelboek Openbaring. Wij geven toe dat het geen gemakkelijk boek is maar dit vormt er juist nog een extra reden voor dat wij graag het besluit zullen willen nemen om geen enkele gemeenteboekstudie over te slaan. Wat een vreugde zal het zijn elke week allemaal aanwezig te zijn. Wij bevelen jullie aan het boek een keer helemaal van het begin tot het einde door te lezen, een snelle eerste blik op wat geboden wordt.
Als je Openbaring 1:3 leest, zie je daar dan een aanmoediging in naar een volledig begrip van het boek Openbaring te streven? Je hebt een begrip van de Openbaring nodig om gelukkig te zijn want de bestemde tijd is nabij. Is die niet nabij? Wij denken van wel. Dit boek is inderdaad „voedsel te rechter tijd” (Matth. 24:45). Behalve deze reden voor het vergaderingbezoek heb je het uurtje extra omgang met je broeders en zusters hard nodig en je kunt de inwerking van Jehovah’s geest niet missen.
En hoe staat het met degenen bij wie wij een bijbelstudie leiden? Vaak is de gemeenteboekstudie een ideale plaats voor hen om ermee te beginnen met Gods volk samen te komen en verdere stappen op de weg der waarheid te doen. Nodig hen uit en help hen bezoekers te worden.
Natuurlijk willen wij ermee voortgaan de Wachttoren-studie en de openbare lezing wekelijks te bezoeken en ons deel ertoe bij te dragen door af en toe commentaar te geven en wij willen onze geïnteresseerden helpen deze vergaderingen te bezoeken. Werkelijk, het bezoeken van vergaderingen is een kwestie van waardering voor de vergaderingen. Wat een waardering moeten de vijfenveertig personen in de Centraal Afrikaanse Republiek niet hebben gehad die voor het bezoeken van een kringvergadering 120 kilometer liepen. Zij kwamen met gezwollen voeten, stoffig en doodmoe aan maar zij waren gelukkig onder hun broeders en zusters te zijn. Een van hen was ouder dan zestig jaar.
Kun jij met je gezin 1971 tot een dienstjaar maken waarin je gewoontegetrouw de vergaderingen bezoekt? Je zult gelukkig zijn als je dit kunt verwezenlijken en jouw innerlijke mens zal bijzonder worden gesterkt. Vanuit deze sterke innerlijke mens zullen wij in staat zijn het volgende te verrichten:
Vreugdevolle dienst voor Jehovah
Het afgelopen dienstjaar is werkelijk voortreffelijk geweest in dit opzicht. Twee maanden werd de tien uur dienst bereikt en in heel wat andere maanden waren wij er niet zo ver van af en weer andere maanden waren wat minder. Een hele grote groep onder Jehovah’s getuigen is zeer actief en het is fijn dit te zien. Een andere groep slaagt erin van maand tot maand bezig te blijven in de prediking doch kan nog geholpen worden tot grotere activiteit te geraken. Wat is ons doel eigenlijk wanneer wij aan activiteit denken? Uren? Neen, uren zijn niet het doel. In de dienst bestede uren zijn een middel om een doel te bereiken. Welk doel? Discipelen te maken. Vanuit dit standpunt beschouwd willen wij zien wat wij in 1971 kunnen doen om het goede werk dat wij reeds verrichten nog beter te maken.
Houdt Psalm 112:1 in gedachten: „Gelukkig is de man die Jehovah vreest. In wiens geboden hij zeer veel behagen heeft gevonden.” Zo iemand zal niet inactief zijn en ook niet onverschillig doch het zal iemand zijn die Jehovah voor eeuwig en onder alle omstandigheden wil dienen. Deze aandrijvende beweegreden is niet van de mens afkomstig doch van Jehovah, door zijn Woord en door zijn geest. Zo iemand zal er voortdurend op uit zijn de geboden van Jehovah te gehoorzamen en het voornaamste gebod voor deze tijd is dat het goede nieuws over de gehele bewoonde aarde gepredikt moet worden.
Het is heel belangrijk dat wij dit inzicht hebben en wij kunnen elkaar ten zeerste hierbij helpen. Iemand die inziet dat het besluit van dit samenstel van dingen zeer nabij is en die beseft wat hij nog kan doen om mensen die anders te gronde zullen gaan te helpen, behoeft niet van week tot week aangespoord te worden mee te gaan. Hij zal zijn dienst voor Jehovah als een dagelijkse en logische zaak beschouwen en indien hij in de gelegenheid zou zijn een hele ochtend of een hele middag in de dienst te zijn dan doet hij dit eenvoudig. En hier is nu een punt waar wij ons in 1971 over zouden kunnen bezinnen: Kunnen wij meer dienst voor Jehovah verrichten? Vele kringdienaren melden dat er in heel wat gemeenten de gewoonte vastgeworteld is „een uurtje” te werken. Indien dit zo is dan zou het wellicht goed zijn om te beseffen dat wij ons aan Jehovah hebben opgedragen om zijn wil te doen en dat hierbij de geest van zelfopoffering een noodzakelijke hoedanigheid is. Wij herinneren ons De Wachttoren van 15 oktober 1969 nog wel, getiteld „De geest van zelfopoffering doen herleven”, met als leitekst: „Wil iemand achter mij komen, dan moet hij zichzelf verloochenen” (Luk. 9:23). Er werd in toegegeven dat zelfopoffering moeilijk is maar niet onmogelijk. Het is een kwestie van zo goed mogelijk gebruik te maken van de overgebleven tijd.
Wij hopen dat het dienstjaar 1971 vooral hierdoor gekenmerkt zal worden dat wij er allen naar zullen streven om elke maand 10 uur of meer in de dienst te zijn. Wat een vreugde moet het onze broeders in Italië en Frankrijk hebben gegeven toen zij erin slaagden in een bepaalde maand zelfs ruim twaalf uur in de dienst te staan. (Zie Theocratisch nieuws in de Koninkrijksdienst van mei 1970.) In het dienstjaar 1969, zo vertelde De Wachttoren, besteedden de verkondigers gemiddeld over de hele wereld tien tot vijftien uur per maand aan de prediking. Zouden wij dit in het dienstjaar 1971 kunnen nastreven door misschien vaker per week in de dienst te gaan en telkens langere perioden in de dienst te besteden? Bedenk goed dat wij van Jehovah een opdracht hebben ontvangen en hierin moeten wij ijver betonen. Het voornaamste doel dat wij in onze bediening nastreven is
Het bijbelstudiewerk
Deze tak van dienst zal in het nieuwe dienstjaar heel veel aandacht moeten ontvangen. Het belangrijkste is dat een ieder van ons de reden begrijpt voor het bijbelstudiewerk. Dit samenstel staat voor een spoedige vernietiging maar er bevinden zich nog tienduizenden personen in die via een bijbelstudie zover gebracht kunnen worden dat zij redding zullen ontvangen. Het is Jehovah’s wil dat wij de schapen zoeken en hen tot discipelen maken (Matth. 28:19, 20; 10:11). Het is Jehovah’s wil dat mensen worden gered (1 Tim. 2:3, 4). Welnu, indien dit zo is dan willen wij door Jehovah gebruikt worden om het werk hier op aarde te doen en dan is dit ook het werk dat voorrang boven andere dingen krijgt.
Het nabezoekwerk is een noodzakelijke schakel hierin. Hoevele personen in jullie gebied worden niet nabezocht? Het zou betekenen dat zulke personen geen tweede kans krijgen. Maar hoe vaak zullen wij nog de gelegenheid hebben opnieuw bij hen aan de deur te staan? Met dit in gedachten willen wij ons sterk op het nabezoekwerk concentreren. Het zou goed zijn wanneer iedere verkondiger zich als vast doel zou stellen om elke week ten minste twee nabezoeken te brengen en te werken met de middelen die het Genootschap heeft verschaft, zoals de bijbelstudiefolder en het Waarheid-boek bijvoorbeeld. Streef het doel van ten minste één bijbelstudie na en degenen die een gezin hebben en reeds een studie met hun gezin leiden zullen de verantwoordelijkheid op zich willen nemen om ook andere personen buiten hun gezin uit de bijbel te onderwijzen.
In het dienstjaar 1970, het afgelopen dienstjaar, werden er vooral in de laatste maanden van het dienstjaar elke maand zo’n 800 tot 1000 studies minder geleid dan het jaar daarvóór terwijl er toch meer verkondigers in het veld waren. Over het algemeen gesproken is het bijbelstudiewerk dus achteruit gegaan en er is daarom veel reden toe om als één van de doeleinden voor 1971 het vergroten van het bijbelstudiewerk na te streven. Aan de andere kant is het verheugend te zien dat velen van degenen bij wie wij bijbelstudies leiden verkondigers worden en dit is ook een reden voor minder te rapporteren bijbelstudies. Natuurlijk worden er ook studies beëindigd indien de mensen geen waardering tonen en het beëindigen van deze studies is alleen maar juist. De feiten laten echter zien dat er overal op de gehele wereld nog vele tienduizenden personen meer met een bijbelstudie beginnen en zij vormen dan weer de basis voor een verdere toename. Ook in ons land is nog een heel grote bron voor toekomstige toename in de grote belangstelling die nieuwe personen aan de dag leggen en wij willen er dus mee voortgaan de helpende hand te bieden.
Beschouw bijvoorbeeld de ervaring van een broeder en zuster in Nederland eens. Op een zondagmorgen verspreidde zij twee tijdschriften aan een man die zei dat hij zondags nooit tijd had. Het gezin had namelijk zeven kinderen. Er werd voor een avond afgesproken. En wat gebeurde er nu in de loop van een hele korte tijd? De kinderen werden bij de studie betrokken en die hadden weer hun vrienden. Een van de zoons had zelfs een beatband. Er kwamen ook personen van die beatband bij en dit groeide uit tot zestien belangstellenden en tot op het punt dat de ervaring eindigde waren er van deze groep tien personen gedoopt. Zou jij die geweldige vreugde ook willen smaken?
Het is verbazingwekkend te zien dat er in de laatste drie dienstjaren drie en een half duizend verkondigers bij zijn gekomen. Laten wij dus niet denken dat er enige aanwijzingen zouden zijn dat het werk hier niet zo’n voortgang maakt. Terwijl er in april van dit jaar bijvoorbeeld 18.261 verkondigers in het veld waren, laten de berichten op dit ogenblik zien dat het helemaal niet onmogelijk is dat er in de nabije toekomst meer dan 19.000 verkondigers zullen zijn. Dit is vreugdevol en hebben wij niet alle reden om dus positief eropuit te blijven ons bijbelstudiewerk zelfs nog te doen toenemen? Wij geloven van wel.
Speciale gelegenheden
Het is heel opbouwend te zien hoe er altijd gereageerd wordt op speciale dienstgelegenheden die zo met geregelde tussenpozen worden aangeboden. Wij denken hierbij aan de vakantiepioniersdienst in speciale maanden zoals oktober en in de maanden rondom het Gedachtenisfeest. Het afgelopen dienstjaar heeft hierin verdere vooruitgang getoond en wij moedigen jullie allen ertoe aan om speciale gelegenheden naar jullie vermogen altijd aan te grijpen. Het is bijzonder heilzaam voor het werk en voor de personen die in het dienstvoorrecht kunnen delen en wij hopen dat ook dit jaar weer duizenden onder ons de speciale gelegenheden zullen waarnemen. Laten wij ons hierbij beslist niet laten ontmoedigen door slecht weer in het verleden. Hoe weten wij nu dat het deze keer weer slecht weer zal zijn? Wat dit betreft zijn de gelegenheden toch elk jaar opnieuw weer anders dan het voorafgaande jaar.
Velen onder ons hebben ook de stap in de gewone pioniersdienst gedaan en van maand tot maand waren er zo’n zeventig tot tachtig pioniers meer dan het vorige jaar. Dit is aanmoedigend en wij hopen dat er dit jaar ook weer velen zijn die de stap zullen doen. De vergaderingen voor belangstellenden voor de pioniersdienst, die tijdens een kringvergadering worden gehouden, hebben een goede aanmoediging gegeven en hebben geholpen problemen die er waren uit de weg te ruimen. Wij zouden willen zeggen, indien je het kunt, grijp dan de gelegenheid voor dit speciale dienstvoorrecht aan.
Wat zijn dus onze vooruitzichten voor het dienstjaar 1971? Wel, wij hebben hele goede vooruitzichten, zoals duidelijk uit dit artikel is gebleken. In elke gemeente van Jehovah’s volk hebben vooral de broeders de unieke gelegenheid om dusdanige vorderingen te maken dat zij in staat zijn een dienaarsambt te behartigen ten einde op een speciale wijze de vooruitzichten voor de komende tijd te helpen bevorderen. Dit is niet zo maar iets. De bijbel zegt: „Indien iemand een opzienersambt tracht te verkrijgen, begeert hij een voortreffelijk werk” (1 Tim. 3:1) Een opziener, en ook een dienaar in de bediening, is iemand die door Jehovah’s heilige geest is aangesteld om voortreffelijk werk voor Hem te verrichten. Met de enorme groei van drie en een half duizend verkondigers in de laatste drie jaar zijn er vele opzieners en dienaren nodig en deze noodzaak stelt iedere opgedragen en gedoopte man in Gods organisatie een uitdaging voor ogen. Zul jij die uitdaging aanvaarden en ernaar streven om op zo’n voortreffelijke wijze gebruikt te worden? Lees gerust de vereisten in 1 Timótheüs 3 door en besef het voorrecht je best te doen op zo’n speciale wijze door Jehovah te worden gebruikt. Wat dit betreft is er een grote behoefte in dit land, broeders. Wij moedigen jullie ertoe aan jullie best te doen in die behoefte te voorzien.
Hoe zal dit alles tot stand komen?
In het bovenstaande hebben wij de dingen onder de loep genomen die wij zouden kunnen doen en voor de een zal dit nodig zijn en voor de ander iets anders. Gemeenteopzieners zullen in hun gemeenten regelingen moeten treffen om de verkondigers te helpen, acties moeten worden geregeld, vergaderingen worden voorbereid, enzovoort. Gemeenteboekstudiedienaren zullen de verkondigers willen helpen langere perioden te werken, nabezoeken te brengen en bijbelstudies op te richten. Doch hoewel dit allemaal waar is, mogen wij nimmer vergeten dat het Jehovah is die de toename geeft. Laten wij als slot 1 Korinthiërs 3:6-9 met elkaar lezen. Wanneer wij ons dus volledig verlaten op de leiding van Jehovah’s geest in deze aangelegenheid dan zal alle eer naar God gaan. Het is tenslotte God die de wasdom geeft. Het is Zijn werk waar wij ons mee bezig houden. Hij brengt de mensen bijeen in zijn organisatie. „Als Jehovah zelf het huis niet bouwt, is het tevergeefs dat de bouwers ervan er hard aan hebben gewerkt” (Ps. 127:1). Laten wij met dit in gedachten en in volledig vertrouwen op Jehovah met vreugde het nieuwe dienstjaar binnengaan.
[Inzet op blz. 8]
Wees een geregelde verkondiger in het nieuwe dienstjaar