Een onvergetelijke gebeurtenis in Frankrijk
„NEE TEGEN JEHOVAH-CITY!”, verklaarden de posters die overal in het stadje te zien waren. „Met z’n allen tegen het Jehovah-project”, luidde de oproep van een oppositiegroep. Letterlijk honderden artikelen in de pers brachten de kwestie onder de aandacht van het publiek. Er werden petities ondertekend, en de plaatselijke brievenbussen werden overstroomd met een stortvloed van ruim een half miljoen pamfletten waarin melding werd gemaakt van het project. Wat was dit voor een project dat de rust in het anders zo vredige stadje Louviers in Noordwest-Frankrijk verstoorde? De geplande bouw van een nieuw bijkantoor plus woonaccommodatie van Jehovah’s Getuigen.
Jehovah geeft er wasdom aan
De activiteit van Jehovah’s Getuigen in Frankrijk dateert al van het einde van de negentiende eeuw. Het eerste depot voor bijbelse lectuur werd in 1905 in Beauvène in Zuid-Frankrijk geopend, en vanaf 1919 was er een klein kantoor in Parijs. In 1930 werd in die stad officieel een bijkantoor geopend, en het jaar daarop nam het kantoorpersoneel zijn intrek in een Bethelhuis in Enghien-les-Bains, ten noorden van Parijs. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde de Bethelfamilie terug naar Parijs, en in 1959 werd het bijkantoor overgebracht naar een gebouw van vijf verdiepingen in Boulogne-Billancourt, aan de westelijke rand van de hoofdstad.
Wegens de uitbreiding van de Koninkrijksprediking werden in 1973 de drukkerij en de expeditie overgebracht naar Louviers, 100 kilometer ten westen van Parijs, terwijl de kantoren in Boulogne-Billancourt bleven. De toename van het aantal verkondigers in Frankrijk maakte de faciliteiten in Louviers echter ontoereikend, ook al waren ze in 1978 en 1985 vergroot. Er werd dus besloten uit te breiden en de hele Bethelfamilie op één plaats bijeen te brengen. Zoals in het begin is gezegd, was niet iedereen hier blij mee. Ondanks deze tegenstand werd er een plek gevonden op slechts anderhalve kilometer van de drukkerij. Er volgden 6 jaar van hard werken en ten slotte, na 23 jaar gescheiden te zijn geweest, werd de hele Bethelfamilie in augustus 1996 in Louviers verenigd.
Met veel vreugde kwam daarom een opgewekte menigte van 1187 personen, met inbegrip van de 300 leden van de Franse Bethelfamilie en 329 afgevaardigden van 42 andere bijkantoren, op zaterdag 15 november 1997 bijeen om naar de inwijdingstoespraak van broeder Lloyd Barry, een lid van het Besturende Lichaam, te luisteren. Maar omdat deze inwijding plaatsvond terwijl er vijandigheid heerste en er in de media een voortdurende lastercampagne werd gevoerd tegen Jehovah’s Getuigen in heel Frankrijk, vond men dat alle Franse Getuigen deze overwinning moesten kunnen meevieren. Daarom werd er op zondag 16 november in het tentoonstellingscentrum van Villepinte, even ten noorden van Parijs, een speciale vergadering georganiseerd met als thema „Blijf in de liefde van Christus”. Alle getuigen van Jehovah in Frankrijk, samen met Franssprekende Getuigen in België en Zwitserland, werden uitgenodigd, alsook gemeenten in Duitsland, Engeland, Luxemburg en Nederland.
Een gedenkwaardige bijeenkomst
De voorbereidingen voor de bijeenkomst begonnen zes maanden van tevoren. En toen, slechts twee weken voor de inwijding, gingen de Franse vrachtwagenchauffeurs in staking en blokkeerden belangrijke wegen en brandstofvoorraden. Zouden de stoelen en de verdere uitrusting er op tijd door kunnen? Zouden de wegblokkades de broeders en zusters verhinderen te komen? Tot ieders opluchting was de staking binnen een week voorbij en waren de wegen weer toegankelijk voor het verkeer. Op de vrijdagavond voor het inwijdingsweekend leverden 38 vrachtwagens 84.000 stoelen af bij de twee ruime hallen die voor deze gelegenheid waren gehuurd. Meer dan 800 broeders en zusters zwoegden de hele nacht tot zaterdagochtend half tien om de stoelen, het podium, de geluidsapparatuur en negen reusachtige videoschermen te installeren.
Zondagmorgen om zes uur gingen de deuren open en begonnen de menigten binnen te stromen. In totaal zeventien speciaal gecharterde treinen brachten ruim 13.000 Getuigen naar de hoofdstad. Meer dan 200 plaatselijke broeders en zusters stonden op de stations klaar om de reizigers te begroeten en hen in groepjes naar de vergaderplaats te vergezellen. Een zuster zei dat deze liefdevolle regeling hun „een gevoel van veiligheid en welzijn” gaf.
Anderen kwamen per vliegtuig of met de auto naar Parijs. De meesten kwamen echter met 953 bussen, terwijl de Getuigen uit Parijs en omgeving van het openbaar vervoer gebruik maakten om naar het tentoonstellingscentrum te komen. Velen hadden de hele nacht gereisd of waren heel vroeg in de ochtend de deur uitgegaan, maar zij waren zichtbaar opgetogen deze vergadering te kunnen bijwonen. Herenigingen van vrienden die elkaar jaren niet hadden gezien, gingen vergezeld van vreugdekreten en hartelijke omhelzingen. Kleurrijke nationale klederdrachten gaven de opgewekte menigte een internationaal tintje. Er stond ongetwijfeld iets buitengewoons te gebeuren.
Tegen de tijd dat het programma begon, om tien uur ’s morgens, waren er geen zitplaatsen meer; toch kwamen er elke minuut nog honderden mensen aan. Waar men ook keek zag men een massa lachende gezichten. Duizenden bleven staan of gingen op de betonnen vloer zitten. In de geest van het thema van de vergadering bleven veel jongeren liefdevol staan om de ouderen een zitplaats te geven. „Wat waren wij gelukkig onze zitplaats aan broeders en zusters te kunnen geven die wij niet kenden, maar die ons heel dierbaar zijn!”, schreef een echtpaar. Velen legden een voortreffelijke houding van zelfopoffering aan de dag: „Wij hebben de hele dag gestaan naast de stoelen die wij vrijdagnacht hadden helpen neerzetten. Maar alleen al het feit dat wij aanwezig waren, vervulde ons van dankbaarheid jegens Jehovah.”
Ondanks de vermoeidheid of het ongemak luisterden de afgevaardigden met gespannen aandacht naar de verslagen uit andere landen en naar de lezingen van Lloyd Barry en Daniel Sydlik, eveneens een lid van het Besturende Lichaam. Broeder Barry sprak over het onderwerp „Jehovah schenkt volledige sterkte in overvloed”, en hij bracht op treffende wijze onder de aandacht hoe Jehovah zijn volk ondanks verschillende beproevingen met toename heeft gezegend. De lezing van broeder Sydlik was getiteld: „Gelukkig het volk dat Jehovah tot God heeft!” Beide lezingen waren vooral actueel gezien de tegenstand die Jehovah’s Getuigen momenteel in Frankrijk ondervinden. Broeder Sydlik maakte duidelijk dat waar geluk niet van uiterlijke factoren afhangt maar van onze verhouding met Jehovah en onze kijk op het leven. Zijn vraag aan de toehoorders: „Zijn jullie gelukkig?” werd met een daverend applaus beantwoord.
Een zuster die „haar vreugde verloren” had, schreef naderhand: „Plotseling besefte ik dat geluk binnen mijn bereik lag. Ik had het in de verkeerde richting gezocht, en door middel van deze lezing liet Jehovah mij zien wat ik moest veranderen.” Een broeder verklaarde: „Nu wil ik vechten om Jehovah’s hart te verheugen. Ik wil de vreugde die ik diep van binnen ben gaan voelen, door niets laten wegnemen.”
Toen de vergadering ten einde liep, maakte de voorzitter met groot enthousiasme het aantal aanwezigen bekend: 95.888 — de grootste bijeenkomst van Jehovah’s Getuigen die ooit in Frankrijk heeft plaatsgevonden!
Na het slotlied, dat velen met tranen van vreugde in hun ogen zongen, en het slotgebed, begonnen de broeders en zusters met gemengde gevoelens aan hun thuisreis. De hartelijke, vriendelijke sfeer van de bijeenkomst bleef niet onopgemerkt. De buschauffeurs maakten veel positieve opmerkingen over de houding van de afgevaardigden. Zij waren ook onder de indruk van de goede organisatie, waardoor alle 953 bussen binnen twee uur zonder één enkele verkeersopstopping het tentoonstellingscentrum konden verlaten! Het gedrag van de afgevaardigden werd ook zeer gewaardeerd door personeel van de spoorwegen en het openbaar vervoer. Er vloeiden veel fijne gesprekken uit voort en er werd een goed getuigenis gegeven.
„Een oase in de woestijn”
De apostel Paulus drong er bij medechristenen op aan: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, . . . [terwijl wij] elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen” (Hebreeën 10:24, 25). Deze speciale vergadering was beslist een enorme bron van aanmoediging voor iedereen, „een oase in de woestijn”, zoals een zuster het onder woorden bracht. „Wij gingen weg met nieuwe kracht, aangemoedigd, versterkt en vastbeslotener dan ooit om ons te verheugen in Jehovah’s dienst”, schreven broeders van het bijkantoor in Togo. „Zij die terneergeslagen waren, gingen opgewekt naar huis”, zei een kringopziener. „De broeders en zusters waren opgeladen en versterkt”, zei een ander. Een echtpaar werd ertoe bewogen te schrijven: „Nooit eerder hebben wij ons zo dicht bij Jehovah’s organisatie gevoeld.”
„Mijn eigen voet zal stellig op een effen plaats staan; onder de bijeengekomen menigten zal ik Jehovah zegenen”, verklaarde de psalmist (Psalm 26:12). Zulke christelijke bijeenkomsten stellen allen in staat om in geestelijk opzicht weer vaste voet te krijgen, ondanks allerlei hindernissen. „Welke verdrukkingen wij ook moeten verduren,” stelde een zuster vast, „deze buitengewone momenten zijn diep in ons hart gegrift en zullen er altijd zijn om ons te vertroosten.” In dezelfde trant schreef een reizende opziener: „Wanneer er moeilijke tijden komen, zal de herinnering aan dit voorproefje van het Paradijs ons helpen ze te doorstaan.”
„Schrijft aan Jehovah, o gij families der volken, schrijft aan Jehovah heerlijkheid en sterkte toe”, luidt de aansporing in Psalm 96:7. De inwijding van nieuwe bijkantoorfaciliteiten in Frankrijk is ongetwijfeld een klinkende overwinning voor Jehovah. Alleen hij kon de verwezenlijking van dit project bewerkstelligen in weerwil van zo’n vastberaden en wijdverbreide tegenstand. Jehovah’s Getuigen in Frankrijk zijn vastbeslotener dan ooit om ’in de liefde van Christus te blijven’ en ’hun licht te laten schijnen’ (Johannes 15:9; Mattheüs 5:16). Allen die het inwijdingsprogramma hebben bijgewoond, zijn het onverdeeld eens met de gevoelens van de psalmist: „Vanwege Jehovah is dit geschied; het is wonderbaar in onze ogen.” — Psalm 118:23.
[Illustratie op blz. 26]
Lloyd Barry
[Illustratie op blz. 26]
Daniel Sydlik
[Illustratie op blz. 26]
Het speciale programma in het tentoonstellingscentrum van Villepinte werd door 95.888 personen bijgewoond
[Illustraties op blz. 28]
Duizenden toehoorders stonden of zaten op de grond