Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
„Elke dag op de marktplaats”
DE APOSTEL Paulus benutte elke gelegenheid om de Koninkrijksboodschap te verbreiden. Om degenen te vinden die het waard waren, redeneerde hij „in de synagoge . . . met de joden . . . en elke dag op de marktplaats met hen die daar toevallig waren”. — Handelingen 17:17.
Een soortgelijke ijver is sinds de eerste eeuw G.T. het kenmerk geweest van ware aanbidders van Jehovah (Mattheüs 28:19, 20). Jehovah’s Getuigen gebruiken thans eveneens een verscheidenheid van methoden wanneer zij ijverig rechtgeaarde personen helpen tot een nauwkeurige kennis van de waarheid te komen (1 Timotheüs 2:3, 4). De volgende ervaring uit Australië illustreert dit.
Vijf dagen per week bemannen Sid en Harold om de beurt een stalletje met bijbelse lectuur bij een spoorwegstation in Sydney. Op deze manier delen zij nu al zo’n vijf jaar het goede nieuws van Gods koninkrijk met anderen. Sid, die 95 jaar is, legt uit: „Toen ik 87 werd, was ik niet langer in staat auto te rijden. Dat was een tegenvaller want ik had plezier in het openbaar getuigeniswerk. Op een dag zag ik vlak bij een populaire toeristische plek die Echo Point heet, in Katoomba, een kunstenaar die schilderijen van landschappen verkocht. Ik bekeek de schilderijen en dacht bij mezelf: ’Ik heb betere plaatjes in mijn velddiensttas — en nog een stuk goedkoper ook!’ Dus besloot ik een klein lectuurrek te maken, het neer te zetten op een drukke plek en voorbijgangers de prachtig geïllustreerde bijbelse lectuur aan te bieden die door Jehovah’s Getuigen wordt verspreid.
Vier jaar geleden verplaatste ik het stalletje naar Sydney en Harold kwam erbij. We letten om de beurt op het stalletje en werken samen met onze plaatselijke gemeenten.” Harold, die nu 83 jaar is, zegt: „Van maandag tot vrijdag zijn er heel weinig mensen thuis. Dus door op deze manier de Koninkrijksboodschap te verbreiden, brengt het ons waar de mensen zijn. Uiteraard hebben wij betere resultaten. Onze lectuurverspreiding is echt wel opmerkelijk voor dit land.”
„Hoewel we in de loop der jaren op vier of vijf verschillende plaatsen hebben gestaan,” zegt Sid, „duurt het niet lang of we zijn bekend. Sommige mensen komen naar ons toe voor lectuur. Anderen willen antwoorden op hun vragen. En sommigen willen gewoon een paar minuten praten. Dit is de enige keer dat mijn nabezoeken naar mij toe komen”, gniffelt hij.
„Veel mensen zijn echt in de bijbel geïnteresseerd”, voegt Harold eraan toe. „In één maand begonnen vier personen de bijbel te bestuderen met de Getuigen als gevolg van de lectuur die zij van ons hadden gekregen en vanwege de vragen die wij aan de hand van de bijbel konden beantwoorden. Zulke ervaringen moedigen ons enorm aan.”
Net als Sid en Harold — en de apostel Paulus — gebruiken Jehovah’s Getuigen overal ter wereld elke mogelijke manier om hun uiterst belangrijke boodschap te verbreiden. Zo wordt het „goede nieuws” voortdurend „op de gehele bewoonde aarde” gepredikt. — Mattheüs 24:14.