Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w98 15/2 blz. 28-29
  • Nog meer mensen met het goede nieuws bereiken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Nog meer mensen met het goede nieuws bereiken
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat zou ik gaan zeggen?
  • Verrassende en voldoening schenkende resultaten
  • Onze tijdschriften zo goed mogelijk gebruiken
    Onze Koninkrijksdienst 1995
  • Tijdschriften vol troost en praktische raad
    Ontwaakt! 1995
  • Volg Jehovah’s onpartijdigheid na
    Onze Koninkrijksdienst 1999
  • Het goede nieuws aanbieden — Met tijdschriften
    Onze Koninkrijksdienst 1980
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
w98 15/2 blz. 28-29

Nog meer mensen met het goede nieuws bereiken

TOEN ik nadacht over de mensen in het land waar ik woon, besefte ik dat velen Jehovah’s Getuigen alleen maar uit de nieuwsberichten kennen. Ik vond dat er contact met deze mensen gezocht moest worden, zodat zij te weten konden komen wie Jehovah’s Getuigen zijn en wat zij nu eigenlijk geloven. Maar hoe zou ik kunnen helpen? Mijn man is een christelijke ouderling, en hij hielp mij met wijze raad en suggesties.

Wij vonden een heel bruikbaar idee in het artikel „Tijdschriften vol troost en praktische raad” in de Ontwaakt! van 8 januari 1995. Dat artikel vertelt over de activiteit van een Getuige: „Zij heeft er een vaste gewoonte van gemaakt oudere exemplaren van bepaalde uitgaven van Ontwaakt! te verzamelen die zich bij andere Getuigen thuis hebben opgestapeld. Daarmee bezoekt zij instellingen die naar haar mening bijzondere belangstelling voor sommige van de thema’s kunnen hebben.”

Met de hulp van mijn man verzamelde ik in korte tijd enkele honderden exemplaren van de tijdschriften. Daaruit kon ik een verscheidenheid van onderwerpen kiezen die geschikt waren voor de mensen met wie ik in contact zou proberen te komen.

Aan de hand van telefoongidsen en openbare registers stelde ik een lijst samen van ziekenhuizen, jeugdherbergen en verpleeghuizen. Ik zette er ook begrafenisondernemers op, schoolinspecteurs en -begeleiders, keuringsartsen en functionarissen van gevangenissen en gerechtshoven. Mijn lijst bevatte tevens directeuren van instellingen voor alcohol- en drugsverslaafden, milieuverenigingen, organisaties voor gehandicapten en oorlogsslachtoffers en voor voedingsonderzoek. Ook bureaus voor welzijnszorg, sociale diensten en gezinsaangelegenheden zag ik niet over het hoofd.

Wat zou ik gaan zeggen?

Het eerste wat ik deed als ik een bezoek bracht, was duidelijk vertellen wie ik was. Vervolgens merkte ik op dat mijn bezoek maar een paar minuten in beslag zou nemen.

Als ik eenmaal oog in oog stond met degene die de leiding had, zei ik: „Ik ben een van Jehovah’s Getuigen. Maar ik kom hier niet voor een religieus gesprek, want dat zou tijdens kantooruren misschien niet passend zijn.” Gewoonlijk werd de sfeer dan wat meer ontspannen. Dan vervolgde ik, terwijl ik mijn opmerkingen aan de omstandigheden aanpaste: „Ik heb een tweeledige reden voor mijn bezoek. Ten eerste wil ik mijn waardering uiten voor het werk dat door uw bureau wordt georganiseerd. Tenslotte dient het niet als vanzelfsprekend te worden beschouwd dat iemand zijn tijd en energie inzet ten behoeve van mensen in het algemeen. Dat is beslist prijzenswaardig.” In veel gevallen was degene die op deze wijze werd aangesproken, verrast.

Nu vroeg die persoon zich hoogstwaarschijnlijk af wat de tweede reden voor mijn bezoek was. Ik vervolgde: „De tweede reden voor mijn bezoek is deze: Uit ons tijdschrift Ontwaakt!, dat internationaal wordt uitgegeven, heb ik een paar artikelen gehaald die in het bijzonder betrekking hebben op het soort werk dat u doet en de problemen die ermee gepaard gaan. U zult vast wel willen weten hoe een internationaal tijdschrift deze problemen beziet. Ik zal deze exemplaren graag bij u achterlaten.” Dikwijls kreeg ik te horen dat mijn moeite op prijs werd gesteld.

Verrassende en voldoening schenkende resultaten

Wanneer ik deze benadering gebruikte, werd ik door de meesten vriendelijk ontvangen; slechts één op de zeventien wees mijn aanbod af. Ik heb heel wat ervaringen gehad die zowel verrassend als voldoening schenkend waren.

Na vier keer proberen en geduldig wachten slaagde ik er bijvoorbeeld in een onderhoud te hebben met een schoolinspecteur. Hij was een druk bezet man. Toch was hij allervriendelijkst en heeft hij een poosje met mij gepraat. Toen ik afscheid nam, zei hij: „Ik stel uw moeite werkelijk op prijs, en ik zal uw lectuur beslist zorgvuldig lezen.”

Bij een andere gelegenheid bezocht ik een plaatselijke rechtbank, waar ik een gesprek had met de presiderende rechter, een man van middelbare leeftijd. Toen ik zijn kantoor binnenkwam, keek hij tamelijk geërgerd van zijn papieren op.

„Het kantoor is alleen dinsdagochtend open, en dan ben ik beschikbaar voor inlichtingen”, zei hij bars.

„Mag ik u mijn verontschuldigingen aanbieden omdat ik op een ongelegen tijdstip ben gekomen?”, antwoordde ik snel en voegde eraan toe: „Natuurlijk kom ik graag op een ander moment terug. Maar eigenlijk is mijn bezoek van persoonlijke aard.”

Nu was de rechter nieuwsgierig. Op veel minder vijandige toon vroeg hij wat ik wilde. Ik herhaalde dat ik dinsdag wel zou terugkomen.

„Gaat u zitten, alstublieft”, hield hij zeer tot mijn verrassing aan. „Waar komt u voor?”

Er volgde een levendig gesprek, en hij bood zijn verontschuldigingen aan omdat hij in het begin zo onvriendelijk was geweest doordat hij het echt erg druk had.

„Weet u wat ik zo prettig vind van Jehovah’s Getuigen?”, vroeg de rechter na een poosje. „Zij hebben goedgefundeerde beginselen waar zij niet van afwijken. Hitler heeft alles geprobeerd wat hij kon, maar toch deden de Getuigen niet mee aan de oorlog.”

Toen ik samen met een zuster een kantoor binnenkwam, werden wij door de secretaresses daar herkend. Toen zei het hoofd van het secretariaat koeltjes: „De president ontvangt nooit procespartijen.”

„Maar ons zal hij wel ontvangen”, antwoordde ik kalm, „want wij zijn Jehovah’s Getuigen. Wij komen niet in verband met een rechtszaak, en ons bezoek zal niet langer dan drie minuten duren.” In mijn hart bad ik vurig: „O Jehovah, laat dit alstublieft goed verlopen!”

De secretaresse antwoordde uit de hoogte: „Goed dan, ik zal het proberen.” Zij liep weg. Na een minuut of twee, die mij wel een eeuwigheid leken, kwam zij terug, gevolgd door de president zelf. Zonder iets te zeggen ging hij ons voor naar zijn kantoor, langs twee andere vertrekken.

Terwijl ons gesprek op gang kwam, werd hij steeds vriendelijker. Hij nam de speciale uitgaven van het tijdschrift Ontwaakt! graag aan toen wij ze aanboden. Wij dankten Jehovah voor deze gelegenheid om een goed getuigenis te geven over het doel van ons werk.

Terugkijkend op de vele prachtige ervaringen ben ik duidelijker gaan inzien wat de apostel Petrus zei: „Ik bemerk zeer zeker dat God niet partijdig is, maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem” (Handelingen 10:34, 35). Het is Gods wil dat mensen van allerlei achtergronden, talen of maatschappelijke posities de gelegenheid krijgen te weten wat zijn voornemen met de mensheid en met de aarde is. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen