Het goede nieuws aanbieden — Met tijdschriften
1 Op de christelijke gemeente rust de verantwoordelijkheid het goede nieuws „tot de verst verwijderde streek der aarde” te verbreiden (Hand. 1:8). Vanaf haar ontstaan werden al haar leden onderwezen en opgeleid om een aandeel aan dat werk te hebben. Zij verheugden zich allen bij het bericht over het succes van hun krachtsinspanningen. „Het woord van Jehovah bleef . . . groeien en verbreidde zich steeds meer.” „Het woord van Jehovah verbreidde zich steeds meer in het gehele land.” „Alle bewoners van het district Asia [hoorden] het woord van de Heer.” „Het woord van Jehovah [bleef] op machtige wijze groeien en de overhand nemen.” — Hand. 12:24; 13:49; 19:10, 20.
2 Al zijn wij leden van de hedendaagse christelijke gemeente, onze toewijzing is niet veranderd. Het is nog steeds Gods wil dat „alle soorten van mensen worden gered en tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen” (1 Tim. 2:4). Wij hebben de verantwoordelijkheid ’het woord der waarheid juist te hanteren’ door het wijd en zijd te verbreiden en het voor zoveel mogelijk mensen mogelijk te maken het te horen. Met de hulp van Jehovah’s geest zullen de oprechten van hart bijeengebracht worden. Thans verheugt het ons te kunnen zeggen dat het woord der waarheid „tot de verst verwijderde streek der aarde” wordt bekendgemaakt (Hand. 1:8). De Wachttoren en Ontwaakt! hebben hierin een groot en essentieel aandeel.
TIJDSCHRIFTEN VERSPREIDEN DE WAARHEID SNEL
3 Een sleutel tot succes is het woord „op de juiste tijd ervoor” te kunnen spreken (Spr. 25:11). De meeste mensen zijn niet geneigd even de tijd te nemen om te luisteren als wij aanbellen, maar een bij hen thuis achtergelaten tijdschrift zou later wel eens precies „op de juiste tijd” zijn goede werk kunnen doen.
4 Een student was onder de indruk van een artikel dat hij in Ontwaakt! had gelezen. Het nabezoek dat een week later werd gebracht, leidde ertoe dat hij een toen gehouden kringvergadering bezocht en een bijbelstudie begon. Bij één vrouw kreeg een Getuige de deur in haar gezicht dichtgegooid, maar de man van die vrouw, die ontvankelijk was voor de waarheid, aanvaardde later van diezelfde Getuige twee tijdschriften. Bij een nabezoek deed de vrouw de deur open, bood nederig haar excuses aan, stelde vele vragen en stemde meteen in met een bijbelstudie. Een broeder liet enkele tijdschriften in een auto liggen die hij verkocht, en de nieuwe eigenaar nam later contact met hem op om meer te vernemen over hetgeen hij gelezen had. Een treinreiziger zag twee exemplaren van de tijdschriften liggen. Nadat hij ze gelezen had, liet hij zich op beide tijdschriften abonneren, en later begon hij te studeren. Weer iemand anders legde uit dat zij vele verschillende religies was afgegaan om erachter te komen wat de bijbel over de hel leert. Haar vragen werden ten slotte beantwoord toen zij op een dag in een winkel toevallig een stuk papier opraapte dat van een Ontwaakt! bleek te zijn afgescheurd. Een bejaard persoon vond een Wachttoren in een stapel kranten en zocht daarna stad en land af totdat zij de Getuigen vond, die haar meer konden vertellen.
5 Er wordt veel aandacht geschonken aan de inhoud van de tijdschriften, waarbij de nadruk vooral wordt gelegd op het verschaffen van toepasselijke inlichtingen die op de Schrift zijn gebaseerd en op praktische wijze aan de huidige behoeften tegemoet komen. Neem bijvoorbeeld de rubriek „Hebt u zich ooit afgevraagd . . .?” in de Ontwaakt! Deze rubriek in de uitgave van 8 juli handelt over het onderwerp: „Hoeveel echte vrienden heb ik?” terwijl de uitgave van 22 juli een antwoord geeft op de vraag: „Komt er ooit een einde aan de stijgende kosten van levensonderhoud?” Ook de wijze van opmaak van de tijdschriften wordt steeds aantrekkelijker voor het oog van het publiek, terwijl artikelen over een uitgestrekt terrein van met de bijbel in verband staande onderwerpen mensen van elke achtergrond iets van geestelijke waarde bieden.
6 Zouden wij uit waardering voor wat de tijdschriften kunnen doen om ons te helpen ons te kwijten van onze door God opgelegde taak, niet naar wegen moeten zoeken om nog meer tijdschriften in de handen van de mensen te leggen, mensen die misschien naar de waarheid zoeken? Het is zeker passend wanneer wij altijd tijdschriften bij ons hebben, welke tak van dienst wij ook verrichten, zodat wij onze tijdschriften altijd kunnen aanbieden aan iedereen die misschien geneigd zou zijn ze te lezen. Het afsluiten van een abonnement kan iemand helpen een steeds grotere belangstelling voor de bijbel aan te kweken. Veel verkondigers hebben bemerkt dat lezers die waardering hebben, graag de nieuwe uitgaven van de tijdschriften op geregelde basis willen nemen, via een route bijvoorbeeld. Degenen die graag straatwerk doen, of met de tijdschriften zakenmensen bezoeken, melden dat een vriendelijke, tactvolle benadering gunstige reacties ontlokt en dat hierdoor ook abonnementen zijn afgesloten. De tijdschriften zijn vooral nuttig om op informele wijze goede gesprekken te beginnen. Door er altijd een aantal mee te nemen als je ergens naar toe reist, ook bijvoorbeeld voor het bezoek aan het congres of een kringvergadering, kun je misschien vele lonende ervaringen opdoen door ze aan zakenmensen of reisgenoten of bij benzinestations of toeristenbureaus aan te bieden.
7 Wie weet hoeveel oprechte personen de boodschap nog zullen horen en ten slotte zullen verklaren: „Het is de waarheid!” (Jes. 43:9) Als een ieder van ons zijn uiterste best doet, kan niemand de klacht uiten dat hij de boodschap niet heeft gehoord omdat er niemand was die predikte (Rom. 10:14). Onze vreugde over wat tot stand gebracht wordt, zal zelfs nog groter zijn als wij ertoe kunnen bijdragen exemplaren van de tijdschriften op anders ontoegankelijke plaatsen te brengen, waar hun bladzijden de waarheid „op de juiste tijd” en op een wijze die oprechte harten zal bereiken, kunnen overdragen.