Jonge mensen die ’op Jehovah vertrouwen’
JONGEREN hebben niet het monopolie van schoonheid, noch hebben bejaarden het alleenrecht op wijsheid verworven. (Vergelijk Spreuken 11:22; Prediker 10:1.) In plaats daarvan zijn zij die blijvende schoonheid en ware wijsheid bezitten, degenen die op Jehovah vertrouwen en van ganser harte over hem zeggen: „Gij zijt mijn God.” — Psalm 31:14; Spreuken 9:10; 16:31.
Er is over de hele wereld een groeiende menigte prachtige mensen, zowel jong als oud, die hun wijsheid tonen door God te dienen en het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken. Kijk bijvoorbeeld eens naar de achtjarige Sabrina.
Sabrina woont in Duitsland en zit in de tweede klas. Zij is op haar school de eerste getuige van Jehovah. Jammer genoeg was zij het doelwit van beledigingen door haar medescholieren, totdat de onderwijzeres op een dag de leerlingen vroeg hun lievelingsboek mee naar school te nemen. Sabrina besloot Mijn boek met bijbelverhalen mee te nemen. De avond tevoren bereidde zij zich, hoewel zij zenuwachtig was, goed op de les voor. Aangezien er 26 leerlingen in haar klas zaten, wist zij dat zij misschien niet veel tijd zou hebben. Maar zij was vastbesloten haar voordracht door niemand te laten onderbreken, en wist zeker dat Jehovah haar zou helpen. Op de afgesproken dag vroeg de onderwijzeres wie een boek had meegenomen en het graag als eerste wilde laten zien. Verrassend genoeg had alleen Sabrina er een meegenomen. Zij ging voor de klas staan en begon te praten, terwijl zij uit het boek voorlas en plaatjes liet zien, en zij legde uit dat alles op de bijbel gebaseerd was. Tot slot vroeg zij: „Wie zou dit boek graag willen hebben?” Zij gaf één exemplaar aan de onderwijzeres en in de paar dagen daarna gaf zij nog eens tien boeken aan enkele klasgenootjes van haar. Het enige commentaar van de onderwijzeres op haar voordracht was: „Ik heb nog nooit zoiets gezien.” Zij gaf Sabrina het hoogste cijfer voor haar werk.
Ja, veel jonge Getuigen zijn op school gelukkige verkondigers van het goede nieuws. Nog een voorbeeld is Erika, een elfjarige verkondigster in Mexico. Zij heeft van kindsbeen af geleerd Jehovah lief te hebben. Haar schoolwerk is uitmuntend. Een van haar opdrachten was gegevens te verzamelen over AIDS en tabaks- en alcoholverslaving. Zij deed dit goed, met gebruikmaking van het tijdschrift Ontwaakt!, en kreeg de hoogste cijfers. Haar onderwijzeres vroeg haar waar zij de inlichtingen vandaan had en kreeg de tijdschriften waarin artikelen over deze onderwerpen stonden. Later gebruikte de onderwijzeres deze tijdschriften om de onderwerpen met de hele klas te bespreken. Door Erika’s gedrag, haar respect voor haar onderwijzers, en haar hoge cijfers, is zij in aanmerking gekomen voor geschenken, diploma’s en gedeeltelijke studiebeurzen. Maar zij vindt dat het beste wat zij heeft bereikt, is dat zij zich als een van Jehovah’s Getuigen heeft geïdentificeerd, bijbelse lectuur heeft kunnen verspreiden en Gods naam heeft verhoogd.
Dan is er Shannon, een tienjarige jongen die in Nieuw-Zeeland woont. Hij heeft maar één goed oog; het andere heeft hij, toen hij een baby was, door kanker verloren. Toen Shannon zeven was, begon zijn moeder met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen. Maar niet lang nadat zij met haar bijbellessen was begonnen, ging zij met een man samenwonen en besloot met de studie te stoppen. Shannon smeekte of zijn bijbelstudie door kon blijven gaan. Zijn wens werd ingewilligd. De Getuigen bleven komen, en uiteindelijk bestudeerden alle drie de leden van het gezin de bijbel en maakten geestelijke vorderingen. Nadat Shannons moeder en stiefvader officieel waren getrouwd, werden zij gedoopt.
Op een dag was Shannon samen met de vrouw van de kringopziener in de velddienst. Een huisbewoner vroeg Shannon: „Wat is er met je oog gebeurd?” „Ik kreeg er kanker in, en het moest weggehaald worden”, antwoordde hij. „Binnenkort gaat Jehovah mij in het Paradijs een nieuw oog geven, en wij zijn hier om u daar iets over te vertellen.”