Een stap op de weg terug
’HIJ sprak tot hen in illustraties.’ Zo leidt de bijbel de drie gedenkwaardige illustraties van Jezus over barmhartigheid in — het ene verloren schaap, de verloren drachme en de verloren zoon. — Lukas 15:3-32.
In twee artikelen in De Wachttoren van 15 april 1991 werden die illustraties geanalyseerd, en ze hebben veel lezers geholpen te zien hoe er in deze tijd barmhartigheid betoond kan worden. Wat vooral beklemtoond werd, was dat geestelijke herders het initiatief moesten nemen om contact te leggen met uitgeslotenen die wellicht gunstig op vriendelijke bezoeken zouden reageren. Wat is tot dusver het resultaat van deze artikelen en de nieuwe procedure?
Kort nadat het tijdschrift werd uitgegeven, schreef een man in de staat Washington (VS): „Vandaag kwam met de post het bewijs van Jehovah’s overvloedige liefderijke goedheid. Ik zit hier met tranen in mijn ogen en vreugde in mijn hart over de voorzieningen die de Allerhoogste heeft getroffen om personen te helpen weer terechtgebracht te worden. Alleen een God die werkelijk rechtvaardig is, kan hulp verschaffen voor met schapen te vergelijken personen die verdwaald zijn. . . . Ja, ik ben uitgesloten, maar ik ben nu bezig terug te komen.” In oktober werd hij hersteld.
Maar wat valt er te zeggen over de bezoeken die door twee gemeenteouderlingen werden gebracht? Een christelijke echtgenote schreef: „Ik kan niet onder woorden brengen hoe ik mij voel. Mijn echtgenoot is al ongeveer dertien jaar uitgesloten. De ouderlingen bezochten hem, zoals in het artikel werd aangeraden. Gisteravond is hij voor het eerst in jaren naar een van de vergaderingen geweest. Hij probeert nu zijn leven te veranderen en terug te komen.”
Terwijl reizende opzieners de ene gemeente na de andere bezoeken, zien zij werkelijk de resultaten. Eén kringopziener schreef onlangs:
„Toen De Wachttoren van 15 april 1991 werd uitgegeven, vroegen velen zich af wat de reactie zou zijn op het bezoek van de ouderlingen. Het antwoord is heel duidelijk geworden.
De laatste vier gemeenten die ik in onze kring heb bezocht, hebben negen mensen naar de Koninkrijkszaal zien terugkomen. Hoewel er slechts één hersteld is, maken de andere acht goede vorderingen. De ouderlingen en de gemeenten zijn enthousiast over de vruchten van hun arbeid en de wijsheid van het toepassen van theocratische richtlijnen.
Wij verheugen ons over deze voortreffelijke, barmhartige regeling. Zoals één herstelde zuster het onder woorden bracht: ’Ik had niet de moed om zelf terug te komen, aangezien ik mij veroordeeld voelde voor het aangezicht van Jehovah. Maar toen de ouderlingen op bezoek kwamen, was dat de aanmoediging die ik nodig had om terug te komen.’ Haar enthousiasme heeft de gemeente bijzonder aangemoedigd.”
Zelfs als velen die bezocht worden niet gunstig reageren, is er beslist iets goeds tot stand gebracht door dit barmhartige initiatief. De ouderlingen in elke gemeente zullen dus te beginnen in september de namen van de uitgeslotenen in het gebied doornemen en zullen regelingen treffen om allen te bezoeken die naar zij denken wellicht gunstig op de betoonde barmhartigheid zullen reageren.