De aartsbisschop weet er geen raad mee!
VORIG jaar werd er een consistorie (plechtige vergadering van kardinalen) georganiseerd om bepaalde aangelegenheden te bespreken die van groot belang zijn voor de Rooms-Katholieke Kerk. Eén punt op de agenda was volgens de krant Il Sabato „de agressiviteit van de sekten”. Maar in de krant werd gezegd: „Het dient voor de kardinalen geen probleem te zijn om op dit punt tot overeenstemming te komen. Zij zijn het er allen over eens dat er een grondiger studie moet worden gemaakt van het verschijnsel van nieuwe religieuze bewegingen en ook dat de uitbreiding ervan zoveel mogelijk voorkomen moet worden.”
Kennelijk is „de agressiviteit van de sekten” echter niet alleen in Italië een probleem. In Il Sabato wordt bericht: „Toen aartsbisschop Kirill van Smolensk [een van de oudste steden van Rusland] onlangs het Vaticaan bezocht, . . . vroeg hij de paus om oecumenische hulp teneinde het hoofd te bieden aan de overweldigende groei van Jehovah’s Getuigen en soortgelijke groeperingen in de Sovjet-Unie.”
In de eerste eeuw hadden leiders van de gevestigde religie soortgelijke klachten toen het christendom door de aanhangers ervan onverschrokken werd verbreid. Bij één gelegenheid klaagden verontwaardigde joden bij de stadsbestuurders: „Deze mensen, die de bewoonde aarde ondersteboven hebben gekeerd, zijn nu ook hier”! (Handelingen 17:6) Destijds deden religieuze leiders hun uiterste best om een eind te maken aan de verbreiding van het christendom, maar dat lukte hun niet. Ook in deze tijd is elke poging om de verbreiding van de ware christelijke leer een halt toe te roepen, tot mislukking gedoemd. God zelf belooft: „Geen enkel wapen dat tegen u gesmeed zal worden, zal succes hebben, en elke tong die tegen u zal opstaan in het gericht, zult gij veroordelen. Dit is de erfelijke bezitting van de knechten van Jehovah, en hun rechtvaardigheid is van mijnentwege.” — Jesaja 54:17.