Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 15/2 blz. 26-28
  • Schatten uit Egyptische afvalbergen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Schatten uit Egyptische afvalbergen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een schat
  • Bijbelhandschriften
  • Handschriften van de bijbel
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Handschriften van de bijbel
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Ik wilde het zelf zien
    Ontwaakt! 1988
  • Bewijzen van goddelijke bewaring
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 15/2 blz. 26-28

Schatten uit Egyptische afvalbergen

ZOU u verwachten in een afvalberg kostbare bijbelhandschriften te vinden? Dat is nu precies wat er aan het einde van de vorige eeuw in de woestijnen van Egypte gebeurde. Hoe ging dit in zijn werk?

Vanaf 1778 tot het einde van de negentiende eeuw werden er in Egypte bij toeval een aantal papyrusteksten ontdekt. Er vond echter zeer weinig systematisch speurwerk plaats tot honderd jaar geleden. Toen werd er door inheemse fellahin een gestage stroom oude documenten gevonden, en het door Groot-Brittannië gesponsorde Egypt Exploration Fund besefte de noodzaak een expeditie te sturen voor het te laat was. Men koos twee geleerden van Oxford, Bernard P. Grenfell en Arthur S. Hunt, die toestemming kregen de streek ten zuiden van het landbouwgebied in de provincie Fajoem (zie boven) te doorzoeken.

Een plaats die Behnesa heette, klonk Grenfell veelbelovend in de oren wegens de oude Griekse naam ervan, Oxyrhynchus. Als een centrum van het Egyptische christendom was Oxyrhynchus in de vierde en vijfde eeuw G.T. een belangrijke plaats. Er hadden vele oude kloosters in de buurt gelegen, en er waren uitgestrekte ruïnes van deze provinciestad. Grenfell hoopte daar fragmenten van christelijke literatuur te vinden, maar een grondig onderzoek van de kerkhoven en de vervallen huizen leverde niets op. Alleen de afvalbergen van de stad waren nog over, waarvan sommige wel negen meter hoog waren. Het leek bijna een erkenning van de nederlaag om daar naar papyri te zoeken; toch besloten de onderzoekers het te proberen.

Een schat

In januari 1897 werd er een proefgraving verricht en binnen een paar uur vond men oud papyrusmateriaal. Het omvatte brieven, contracten en officiële documenten. Ze waren door opgewaaid zand bedekt en door het droge klimaat bijna 2000 jaar bewaard gebleven.

In iets meer dan drie maanden werd in Oxyrhynchus bijna twee ton papyri opgegraven. Vijfentwintig grote kisten werden gevuld en naar Engeland gezonden. En de daaropvolgende tien jaar gingen deze twee onverschrokken geleerden iedere winter weer naar Egypte om hun verzameling uit te breiden.

Bij één gelegenheid groeven zij, terwijl zij een begraafplaats in Tebtynis blootlegden, alleen maar mummies van krokodillen op. Uit frustratie sloeg een werkman er een aan stukken. Tot zijn verbazing ontdekte hij dat de krokodil in vellen papyrus gewikkeld was. Zij bemerkten dat andere krokodillen op dezelfde manier behandeld waren, en bij sommige was ook de keel met papyrusrollen volgestopt. Er kwamen fragmenten van klassieke geschriften aan het licht, alsook koninklijke verordeningen en contracten, vermengd met zakelijke memoranda en persoonlijke brieven.

Hoe waardevol waren al deze documenten? Ze bleken van groot belang te zijn, want de meeste waren door gewone mensen geschreven in de Koine, het algemene Grieks van die tijd. Aangezien veel van de woorden die zij gebruikten ook in de Griekse Geschriften, het „Nieuwe Testament”, van de bijbel voorkomen, werd plotseling duidelijk dat de taal in deze Geschriften niet een speciaal bijbels Grieks was, zoals sommige geleerden hadden gesuggereerd, maar de gebruikelijke taal van de gewone man. Dus door de manier waarop woorden in alledaagse situaties werden gebruikt te vergelijken, kreeg men een duidelijker begrip van de betekenis van die woorden in de christelijke Griekse Geschriften.

Bijbelhandschriften

Ook werden er fragmenten van bijbelhandschriften gevonden, en ze vertegenwoordigden, vaak geschreven in een ongelijkmatig schrift zonder veel versiering en op materiaal van slechte kwaliteit, de bijbel van de gewone man. Laten wij enkele van de vondsten eens onderzoeken.

Hunt ontdekte een afschrift van vers 1 tot 9, 12 en 14 tot 20 van het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Mattheüs, geschreven in de derde eeuw G.T. in uncialen (hoofdletters). Dit zou P1 worden, het eerste nummer in een catalogus van papyrusteksten uit verschillende plaatsen, die nu al bijna honderd handschriften of gedeelten van handschriften van de christelijke Griekse Geschriften telt. Van welk nut waren de paar verzen die Hunt vond? Gezien het schrifttype dateerde het fragment ongetwijfeld uit de derde eeuw G.T., en een onderzoek van de inhoud ervan toonde aan dat het overeenstemde met de toen zeer recente, door Westcott en Hort opgestelde tekst. P1 bevindt zich nu in het University Museum in Philadelphia (Pennsylvania, VS).

Een papyrusvel uit één codex, of boek, heeft op het linkerblad gedeelten van Johannes hoofdstuk 1 en op het rechterblad gedeelten van Johannes hoofdstuk 20. Een reconstructie van de ontbrekende gedeelten doet vermoeden dat er oorspronkelijk 25 vellen voor het hele Evangelie waren, en ze moeten van het begin af aan hoofdstuk 21 hebben bevat. Het kreeg het nummer P5, werd toegeschreven aan de derde eeuw G.T. en bevindt zich nu in de British Library in Londen (Engeland).

Een fragment dat Romeinen 1:1-7 bevat, is in zulke grote, ongelijkmatige letters geschreven dat sommige geleerden hebben gedacht dat het misschien de oefening van een schooljongen was. Het is nu als P10 genummerd en wordt toegeschreven aan de vierde eeuw G.T.

Een veel grotere vondst bevat ongeveer een derde van de brief aan de Hebreeën. Deze was overgeschreven op de achterzijde van een rol met op de voorzijde klassieke geschriften van de Romeinse geschiedschrijver Livius. Hoe komt het dat de voor- en achterzijde zulk verschillend materiaal bevatten? In die dagen konden oude papyri, omdat schrijfmaterialen schaars en duur waren, niet verspild worden. De rol staat nu als P13 in de catalogus vermeld en wordt toegeschreven aan de derde of vierde eeuw G.T.

Een papyrusblad met gedeelten van Romeinen hoofdstuk 8 en 9, geschreven in zeer kleine letters, was afkomstig uit een boek dat ongeveer twaalf centimeter lang en slechts vijf centimeter breed was. Het lijkt er dus op dat er in de derde eeuw G.T. uitgaven van de Schrift in zakformaat bestonden. Dit fragment werd P27 en het stemt in het algemeen overeen met de Codex Vaticanus.

Gedeelten van vier bladen uit de Griekse Septuaginta-codex bevatten delen van zes hoofdstukken van Genesis. Deze codex is belangrijk omdat hij uit de tweede of derde eeuw G.T. dateert en omdat deze hoofdstukken in de Codex Vaticanus ontbreken en in de Codex Sinaiticus onvolledig zijn. Genummerd als Papyrus 656 bevinden deze bladen zich nu in de Bodleian Library (Oxford, Engeland).

Al deze fragmenten vertonen geen grote afwijkingen van onze bestaande vroege handschriften, dus ze bevestigen dat de tekst van de bijbel in die oude tijd onder gewone mensen in een afgelegen gedeelte van Egypte in omloop was. Ze versterken ook ons geloof in de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid van Gods Woord.

[Illustratie op blz. 27]

Papyri uit Fajoem met gedeelten van Johannes hoofdstuk 1

[Verantwoording]

Met toestemming van de British Library

[Illustratieverantwoording op blz. 26]

Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen