Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 1/1 blz. 5-7
  • De oogst aan aanbidders binnenhalen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De oogst aan aanbidders binnenhalen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Over de gehele aarde”
  • ’Hun geluid is uitgegaan’
  • „Tot de uiteinden der bewoonde aarde”
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Deel 4 — Getuigen tot de verst verwijderde streek der aarde
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1976
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1976
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 1/1 blz. 5-7

De oogst aan aanbidders binnenhalen

DE APOSTEL Johannes kreeg een visioen van wereldschokkende gebeurtenissen die „in de dag des Heren” zouden plaatsvinden. Hij zag de hemelse Heer Jezus Christus er op uit trekken om een rechtvaardige oorlog te voeren, afgebeeld door een witte hengst — „overwinnend en om zijn overwinning te voltooien”. Als eerste slingert hij Gods aartsvijand, Satan, uit de hemel naar de omgeving van deze aarde. Satan reageert hierop door de mensheid met ongekende afslachting, hongersnood en dodelijke ziekten te kwellen, afgebeeld door de figuurlijke ruiters en hun paarden — het rode, het zwarte en het vale paard (Openbaring 1:10; 6:1-8; 12:9-12). Deze weeën zijn in het jaar 1914 plotseling uitgebroken en zijn sindsdien geëscaleerd. Binnenkort zullen ze een hoogtepunt bereiken in wat Jezus beschreef als „een grote verdrukking . . . zoals er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, neen, en ook niet meer zal voorkomen”. — Mattheüs 24:3-8, 21.

Hoe zal het Jehovah’s aanbidders in die tijd vergaan? In Openbaring hoofdstuk 7 vers 1 tot en met 10 wordt gesproken over legerscharen van engelen die de winden van vernietiging ’stevig vasthouden’ totdat deze aanbidders zijn bijeengebracht. In de periode sinds 1914 worden de laatste nog op aarde vertoevende leden van het geestelijke Israël, bestaande uit 144.000 personen, bijeengebracht. En dan, „zie! een grote schare, die niemand tellen [kan], uit alle natiën en stammen en volken en talen”. Deze grote schare bestaat reeds uit miljoenen personen. Zij bevinden zich in een goedgekeurde positie voor Gods troon omdat zij geloof oefenen in het verlossende bloed van Jezus, die als een onschuldig lam werd geslacht. „En zij blijven met een luide stem roepen en zeggen: ’Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam.’” Deze ijverige aanbidders blijven „Kom!” zeggen tot weer anderen, die op hun beurt worden bijeengebracht om door „de grote verdrukking” heen gered te worden. — Openbaring 7:14-17; 22:17.

„Over de gehele aarde”

Over deze toegewijde aanbidders kan worden gezegd: „Hun geluid [is] over de gehele aarde uitgegaan, en hun uitspraken tot de uiteinden der bewoonde aarde” (Romeinen 10:18). Hun harde werk is met opmerkelijke vruchten gezegend. Bijvoorbeeld:

Mexico bericht nu 335.965 actieve aanbidders van Jehovah, een toename van bijna honderdduizend in slechts drie jaar! Wat is de oorzaak van zo’n grote expansie? Het volgende verslag zal dit misschien helpen te verklaren. Een jonge man, Aurelio genaamd, was koster in een katholieke kerk. Elke keer als Jehovah’s Getuigen in dat dorp kwamen, luidde hij de kerkklokken om de mensen te ontmoedigen naar hen te luisteren. Na verloop van tijd kocht hij een katholieke Biblia de Jeruzalén en begon erin te lezen, maar hij begreep er niet veel van. Toen zag hij op zekere dag een vriend van hem met een exemplaar van de Nieuwe-Wereldvertaling (Spaanse uitgave) onder de arm lopen. Aurelio berispte zijn vriend, vertelde hem dat zijn bijbel niet deugde en nam hem mee naar zijn huis om hem de „echte” bijbel te laten zien. Zijn vriend zei: „Lees Exodus 20”, en ging toen weg.

Deze koster begon te lezen bij hoofdstuk 1 van Exodus en las verder tot hij bij hoofdstuk 20 vers 4 en 5 kwam. Hij schrok van wat zijn katholieke bijbel over beelden te zeggen had. De volgende zondag ging hij na de mis met de teksten over beelden naar de priester. Aanvankelijk zei de priester dat hij persoonlijk de beelden alleen maar vereerde; hij aanbad ze niet. Toen hij zag dat dit antwoord Aurelio niet bevredigde, beschuldigde hij Aurelio ervan met Jehovah’s Getuigen te studeren. Aurelio ontkende dit, maar voegde eraan toe: „Nu ga ik dat wel doen!”

De volgende keer dat de Getuigen naar het dorp kwamen, nam Aurelio contact met hen op en begon de bijbel met hen te bestuderen. Hij gaf zijn werk in de kerk op en kwam er drie maanden later al voor in aanmerking om met Jehovah’s Getuigen aan de openbare bediening deel te nemen. Het eerste huis waar hij aanbelde, was dat van de priester, die zijn ogen niet kon geloven toen hij de voormalige koster in de rol van Koninkrijksprediker zag. De priester dreigde hem te zullen excommuniceren, maar Aurelio zei hem dat dit niet nodig zou zijn omdat hij de kerk al had verlaten. Zijn moedige houding was een aanmoediging voor veel dorpelingen die al met Jehovah’s Getuigen studeerden. Op het volgende districtscongres werden Aurelio en 21 anderen uit dat dorp gedoopt. Er is in dit gebied zo’n snelle groei dat er slechts één ouderling beschikbaar was om met deze groep de vragen voor doopkandidaten door te nemen.

’Hun geluid is uitgegaan’

Er valt niet aan de Koninkrijksprediking te ontkomen. Een Italiaanse katholiek raakte elke keer dat Jehovah’s Getuigen hem bezochten, geïrriteerd. Toen zijn firma hem dus overplaatste naar Singapore, meende hij eindelijk van hen verlost te zijn. Maar tot zijn verbazing waren de Getuigen ook daar. Daarom schafte hij zich twee kwaadaardige honden aan om de volgende Getuigen die kwamen, aan te vallen. Toen twee Getuigen bij hem aan de deur kwamen, sprongen die honden naar buiten. Angstig renden de vrouwen voor hun leven en schoten bij een wegkruising ieder een andere kant op. Een van de Getuigen die door een van de honden werd ingehaald, graaide in wanhoop twee brochures uit haar tas en schoof ze in de open bek van de hond. Hierop staakte hij de achtervolging, draaide zich om en draafde naar huis.

De volgende week gingen dezelfde twee Getuigen terug naar een huis aan de overkant van de straat. De eigenaar van de honden was in zijn tuin, en verbazingwekkend genoeg groette hij de vrouwen en nodigde hen binnen. Hij vertelde hun dat hij nog nooit met Jehovah’s Getuigen had gesproken of publikaties van hen had gelezen. Maar hij was verbaasd geweest de brochures in de bek van een van zijn honden aan te treffen. Die avond had hij de brochures gelezen, en hij was werkelijk onder de indruk van de inhoud. Hoewel hij zijn leven lang katholiek was geweest, gaf hij te kennen de bijbel met Jehovah’s Getuigen te willen bestuderen.

Aangezien de man weer naar Italië werd overgeplaatst, werden er regelingen getroffen dat Jehovah’s Getuigen daar met hem zouden studeren. De parochiepriester was woedend toen deze man en zijn vrouw de vergaderingen begonnen te bezoeken en slingerde hen allerlei bedreigingen naar het hoofd. Toen iemand hun tuin in brand stak, verbrak het echtpaar alle banden met de kerk. Deze man zegt nu: „Ik heb al aan veel van mijn familieleden getuigenis gegeven, omdat ik hun wil laten weten dat Jehovah de enige ware God is.”

„Tot de uiteinden der bewoonde aarde”

Nog een ervaring uit een land aan het uiteinde der aarde toont aan hoe de Koninkrijksboodschap wordt gewaardeerd en ertoe bijdraagt levens te veranderen. Toen een Getuige in Australië aan een zwangerschapscursus deelnam, ontmoette zij een vrouw die veel slechte gewoonten had en zelfs weigerde tijdens haar zwangerschap het roken op te geven. De Getuige was bijzonder verontrust over haar houding. Toevallig werden hun baby’s tegelijk geboren en lagen zij in het ziekenhuis op dezelfde zaal, zodat zij de kans hadden om met elkaar te praten. De vrouw bleek in haar jeugd veel problemen gehad te hebben, en nu stond haar huwelijk op springen. Daarom ging de Getuige, na uit het ziekenhuis te zijn ontslagen, bij deze vrouw op bezoek en begon een bijbelstudie met haar aan de hand van het boek Een gelukkig gezinsleven opbouwen.

De man van de vrouw had tot God gebeden of hij de ware religie mocht vinden, waaraan hij de voorwaarde verbond: „Zolang het maar niet Jehovah’s Getuigen zijn!” Toen hij echter te weten kwam dat zijn vrouw met de Getuigen studeerde, begon hij vragen te stellen en werd uitgenodigd met de studie mee te doen. Dit deed hij, en al gauw begon hij gemeentevergaderingen bij te wonen. Nu zijn zowel de man als zijn vrouw gedoopt, en het ligt voor de hand dat hun huwelijksleven enorm is verbeterd.

Huisbijbelstudies die aan de hand van dergelijke lectuur worden gehouden, hebben ertoe geleid dat er veel nieuwe aanbidders zijn bijeengebracht. In landen waar Jehovah’s Getuigen te kampen hebben gehad met revoluties, burgeroorlog of restricties van regeringswege, is de huisbijbelstudieactiviteit toegenomen. In Angola heeft jarenlang een burgeroorlog gewoed, en de Getuigen hebben er veel vervolging ondergaan en heel wat ontberingen geleden. Begin vorig jaar toonden de berichten aan dat elke verkondiger gemiddeld bijna drie huisbijbelstudies leidde, hoewel de verkondigers weinig bijbelverklarende lectuur bezaten. Reizende opzieners bezochten elke dag een groepje verkondigers en troffen dan regelingen om overdag velddienst te verrichten en elke avond vergaderingen te houden. Wat waren de Getuigen blij toen de vijandelijkheden werden gestaakt en er 42 ton dringend noodzakelijke bijbelverklarende lectuur uit Zuid-Afrika arriveerde! De liefde van die broeders en zusters zal beslist ’steeds overvloediger worden met nauwkeurige kennis en volledig onderscheidingsvermogen’, omdat zij zich nu ’van de belangrijker dingen kunnen vergewissen’ (Filippenzen 1:9, 10). Wat vormt dit een stimulans voor degenen die over voldoende hulpmiddelen voor bijbelstudie beschikken om volledig voordeel te trekken van de voorziening die Jehovah zo goedgunstig verschaft! — 1 Timotheüs 4:15, 16.

Het geluk van deze getrouwe aanbidders doet ons denken aan Jezus’ woorden in de Bergrede: „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe. . . . Gelukkig zijn zij die ter wille van de rechtvaardigheid zijn vervolgd, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe. . . . Verheugt u en springt op van vreugde, want uw beloning is groot in de hemelen” (Mattheüs 5:3-12). Wat wordt er in Angola reeds een oogst binnengehaald!

Ook in andere delen van de wereld worden de restricties op de activiteit van Jehovah’s Getuigen verminderd of opgeheven. Jezus merkte in zijn tijd op: „Ja, de oogst is groot, maar er zijn weinig werkers” (Mattheüs 9:37). Hoe waar is dit in deze tijd! Er bestaat altijd behoefte aan meer werkers. Wij zijn blij dat onze aanbidding onder meer het binnenhalen van de oogst omvat. Er bestaat thans op aarde geen grotere vreugde dan onze vruchtbare, toegewijde dienst voor Jehovah God.

Maar wat motiveert Jehovah’s aanbidders om zo’n vreugde en ijver aan de dag te leggen? Dit zullen wij in de volgende artikelen zien.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen