Op zoek naar een nieuwe wereldorde
„ER ZIJN geen kaarten om ons te leiden op de ingeslagen weg naar deze nieuwe wereld die wij zelf aan het maken zijn. Laten wij, terwijl de wereld terugkijkt op negentig jaar van oorlog, twist en achterdocht, ook vooruit kijken — naar een nieuwe eeuw, en een nieuw millennium, van vrede, vrijheid en voorspoed.”
De Amerikaanse president George Bush maakte deze opmerkingen op 1 januari 1990. In een soortgelijke boodschap deed Sovjet-president Michail Gorbatsjov vervolgens een voorstel tot samenwerking in de jaren negentig teneinde „de wereld [te bevrijden] van vrees en wantrouwen, van onnodige wapens, van achterhaalde politieke ideeën en militaire theorieën, en van kunstmatige barrières tussen mensen en staten”, aldus een bericht in de in Japan verschijnende Mainichi Daily News van 3 januari 1990.
Blijkbaar waren de verwachtingen hoog gespannen. Dat waren ze een jaar later nog. Op 29 januari 1991 zinspeelde president Bush in de State of the Union-boodschap op de oorlogvoering in de Perzische Golf en zei: „Wat er op het spel staat, is meer dan een klein land [Koeweit], het is een groots denkbeeld — een nieuwe wereldorde waarin uiteenlopende natiën tot elkaar gebracht worden door hun streven naar een gemeenschappelijk doel, de verwezenlijking van de universele aspiraties van de mensheid: vrede en zekerheid, vrijheid en recht.”
Geen probleemloze speurtocht
De mens stuit bij zijn speurtocht naar een nieuwe wereldorde op veel problemen. Gewapende conflicten zijn beslist een obstakel. Sprekend over de vijandelijkheden in Irak en Koeweit die toen gaande waren, zei het tijdschrift Time van 28 januari 1991: „Terwijl de bommen vielen en de raketten door de lucht vlogen, maakte de hoop op een nieuwe wereldorde plaats voor doodgewone wanorde.” Het blad voegde eraan toe: „Niemand hoeft de illusie te koesteren dat de veelgeroemde nieuwe wereldorde reeds bestaat of zelfs maar nabij is.”
Internationale samenwerking is nooit bereikt, en dit belemmert de mens in zijn pogingen om een nieuwe wereldorde te vestigen. In een in het tijdschrift The World & I (januari 1991) verschenen rapport onderzochten geleerden „de zich steeds duidelijker aftekenende buitenlandse politiek van de supermachten en de verwachte invloed ervan op de nieuwe wereldorde”. De redacteur concludeerde: „Uit de geschiedenis blijkt dat de scheidslijn tussen oorlog en vrede zelfs in het gunstigste geval dun is. Internationale samenwerking, vooral tussen de grote machten, is van doorslaggevend belang voor de succesvolle overgang van de Koude Oorlog naar een nieuwe wereldorde.”
Ook milieuproblemen vormen een belemmering voor de komst van de nieuwe wereldorde waarvan velen zich een voorstelling maken. In State of the World 1991 (een rapport van het Worldwatch Institute) zei Lester R. Brown: „Niemand kan met zekerheid zeggen hoe de nieuwe orde er uit zal zien. Maar als wij voor de volgende generatie een veelbelovende toekomst moeten creëren, zal de enorme krachtsinspanning die vereist is om de achteruitgang van het milieu te keren, in de komende tientallen jaren de wereldaangelegenheden beheersen.” Het rapport merkte op dat de luchtvervuiling „in honderden steden gezondheid bedreigende niveaus [had] bereikt en in tientallen landen niveaus die schadelijk waren voor de gewassen”. Er werd verder gezegd: „Naarmate het aantal menselijke bewoners van de planeet toeneemt, neemt het aantal plante- en diersoorten af. Verwoesting van natuurlijke gebieden en vervuiling reduceren de biologische verscheidenheid op aarde. Door de stijgende temperaturen en de aantasting van de ozonlaag zouden de verliezen nog groter kunnen worden.”
Het is dan ook duidelijk dat de speurtocht van de mens naar een nieuwe wereldorde vol problemen is. Zal de speurtocht succesvol blijken te zijn? Kan er gezegd worden dat er een nieuwe wereld nabij is? Zo ja, hoe zal die dan tot stand komen?