Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w91 1/4 blz. 8-13
  • Nu is het de tijd om Jehovah te zoeken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Nu is het de tijd om Jehovah te zoeken
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Degenen die hulp nodig hebben
  • Tijd voor ijver en actie
  • Welke praktische hulp kunnen wij bieden?
  • Jehovah is het waard gezocht te worden
  • Vraagt u: „Waar is Jehovah?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Hoe Jehovah tot ons nadert
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2014
  • Wandel in de naam van Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Jehovah zorgt voor u
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
w91 1/4 blz. 8-13

Nu is het de tijd om Jehovah te zoeken

„Wat Jehovah betreft, vanuit de hemel heeft hij neergezien op de mensenzonen, om te zien of er iemand bestaat die inzicht heeft, iemand die Jehovah zoekt.” — PSALM 14:2.

1, 2. (a) Hoe bezien velen de ware God, Jehovah? (b) Hoe weten wij dat Jehovah zich de onverschilligheid van de mensheid bewust is?

IN DEZE tijd wordt de ware God, Jehovah, verworpen door atheïsten, agnostici, aanbidders van valse goden en miljoenen mensen die beweren in God te geloven maar die hem verloochenen door hun werken (Titus 1:16). Velen geloven net als de negentiende-eeuwse Duitse filosoof Nietzsche dat ’God dood is’. Is Jehovah zich niet bewust van deze grove onverschilligheid? Wel zeker, want hij inspireerde David ertoe te schrijven: „De persoon zonder verstand heeft in zijn hart gezegd: ’Er is geen Jehovah.’ Zij hebben verderfelijk gehandeld, zij hebben verfoeilijk gehandeld in hun gedragingen. Er is niemand die het goede doet.” — Psalm 14:1.

2 David vervolgde: „Wat Jehovah betreft, vanuit de hemel heeft hij neergezien op de mensenzonen, om te zien of er iemand bestaat die inzicht heeft, iemand die Jehovah zoekt.” Ja, de Soevereine Heer is zich bewust van degenen die hem willen leren kennen en dienen. Het is voor ons dan ook van levensbelang hem nu serieus te zoeken. Dat zal het verschil betekenen tussen eeuwig leven en eeuwige verdelging. — Psalm 14:2; Mattheüs 25:41, 46; Hebreeën 11:6.

3. Welke mogelijkheid bestaat er nog voor de toekomst?

3 Wij kunnen derhalve begrijpen waarom het zo belangrijk is dat wij anderen helpen Jehovah nu te zoeken. Er zijn nog steeds miljoenen mensen die nooit een getuige van Jehovah hebben ontmoet of het „goede nieuws van het koninkrijk” hebben gehoord. En hoeveel talrijker de „grote schare” vóór „de grote verdrukking” zal blijken te zijn, weten wij niet. Maar de mogelijkheid is beslist aanwezig dat in de naaste toekomst, voordat het te laat is, nog meer mensen Jehovah God zullen zoeken en vinden. De vraag is nu: Wat kunnen wij doen om nog velen meer te helpen God te vinden? — Mattheüs 24:14; Openbaring 7:9, 14.

4, 5. Waar geven velen in hun zoeken naar een god de voorkeur aan?

4 Veel mensen in de huidige wereld zijn op zoek, maar op zoek waarnaar? Slechts heel weinigen zijn werkelijk op zoek naar de ene ware God, Jehovah. Velen geven de voorkeur aan een god die bij hun eigen persoonlijke verlangens en vooropgezette ideeën past. De Amerikaanse enquêteur George Gallup jr. merkte op dat „als het op bedrog, belastingontduiking en kruimeldiefstal aankomt, er werkelijk niet veel verschil te zien is tussen de kerkelijken en de onkerkelijken, voornamelijk omdat er heel wat sociale religie is”. Hij voegt eraan toe dat „velen gewoon een religie in elkaar flansen waarin zij zich behaaglijk voelen en die hen streelt . . . Iemand heeft het eens religie à la carte genoemd.”

5 Anderen zullen zeggen: „Mijn religie is goed genoeg voor mij.” Natuurlijk zou de vraag in werkelijkheid moeten luiden: „Is mijn religie goed genoeg voor God?” Het is waar dat in de christenheid en in het hindoeïsme de meerderheid er content mee is hun beelden en afgoden te vereren. De meeste zogenoemde christenen vinden dat een naamloze drievuldige god voor hen voldoende is. En meer dan 900 miljoen moslims geloven in Allah. Anderzijds zeggen miljoenen atheïsten dat er geen God is.

Degenen die hulp nodig hebben

6. Wat hebben veel lezers van De Wachttoren ontdekt?

6 Maar hoe staat het met diegenen van ons die regelmatig dit tijdschrift lezen? Wij hebben naar de ware God gezocht en hebben hem gevonden. Wij hebben ondervonden dat de woorden uit Jakobus 4:8 waar zijn: „Nadert tot God en hij zal tot u naderen.” Door onze actieve verbondenheid met de christelijke gemeente zijn wij dichter tot God genaderd, en wij hebben persoonlijk ervaren dat Jehovah dichter tot ons nadert. — Johannes 6:44, 65.

7. Hoe weten wij dat er nog veel mensen in geïnteresseerd zijn actief te worden in de waarheid?

7 Wij weten echter dat er nog steeds velen zijn die graag van tijd tot tijd omgang met Jehovah’s volk hebben, maar tot nu toe geen positieve stappen hebben gedaan om door middel van de opdracht en de doop tot Jehovah te naderen. Hoe weten wij dit? In 1990 waren er bijna tien miljoen aanwezigen op de Gedachtenisviering. Maar hoevelen verkondigen actief het goede nieuws van het Koninkrijk? Iets meer dan vier miljoen. Dat betekent dat er ongeveer zes miljoen zijn die de waarheid gunstig gezind zijn en die soms graag met ons omgaan maar die er nog geen begin mee hebben gemaakt de zuivere taal van de waarheid aan te bevelen door het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken. Ongetwijfeld nemen velen het bij diverse gelegenheden voor Jehovah en zijn Koninkrijksregering op. Zij hebben zich echter nog niet duidelijk als Jehovah’s Getuigen geïdentificeerd. Ook deze mensen willen wij helpen. — Zefanja 3:9; Markus 13:10.

8, 9. (a) Waartoe worden wij door Jehovah aangemoedigd? (b) Waarom is het onverstandig Jehovah’s raad te negeren?

8 Wij willen hen aanmoedigen gelukkige, actieve getuigen van Jehovah te worden in de laatste fase van het grote werk dat nu in de hele wereld tot stand wordt gebracht. Let alstublieft eens op de liefdevolle uitnodiging die Jehovah in Spreuken 1:23 doet: „Keert u om op mijn terechtwijzing. Dan wil ik voor u mijn geest doen opwellen; ik wil mijn woorden aan u bekendmaken.” (Vergelijk Johannes 4:14.) Wat is het aanmoedigend te weten dat Jehovah zal reageren wanneer wij positieve stappen doen om ons met zijn naam en zijn aanbidding te vereenzelvigen! Wij willen beslist niet behoren tot degenen die in Spreuken 1:24, 25 beschreven worden: ’Ik heb geroepen, doch gij blijft weigeren, ik heb mijn hand uitgestrekt, doch er is niemand die aandacht schenkt, en gij blijft al mijn raad negeren, en mijn terechtwijzing hebt gij niet aanvaard.’

9 Degenen die geen gehoor geven aan Jehovah’s raad om hem te zoeken terwijl hij te vinden is en die hun beslissing uitstellen tot zij de grote verdrukking werkelijk zien beginnen, zullen tot de ontdekking komen dat zij te lang hebben gewacht. Zo’n handelwijze zou getuigen van gebrek aan geloof en wijsheid en zou neerkomen op een verachten van Jehovah’s onverdiende goedheid. — 2 Korinthiërs 6:1, 2.

10. Waarom zijn apathie en onverschilligheid gevaarlijk?

10 Om de noodzaak van onverwijld handelen te illustreren: Zou u een advies van een arts pas opvolgen als u al een dubbele longontsteking had? Of zou u dat niet veeleer doen wanneer u de eerste ziektesymptomen waarnam? Waarom zou u er dan nog langer mee wachten u af te scheiden van Satans zieke wereld en de zijde te kiezen van Jehovah en zijn Getuigen? De consequenties van apathie, onverschilligheid en onachtzaamheid worden duidelijk gemaakt in Spreuken 1:26-29: „Ik, van mijn kant, [zal] ook lachen om úw ongeluk; ik zal spotten wanneer dat wat gij ducht komt . . . In die tijd zullen zij mij blijven roepen, maar ik zal niet antwoorden; zij zullen mij blijven zoeken, maar zij zullen mij niet vinden, en wel omdat zij kennis hebben gehaat en de vrees voor Jehovah niet hebben verkozen.” Laten wij niet ’zoekend naar Jehovah’ worden aangetroffen wanneer het te laat is!

11. Welke hulp is er beschikbaar voor hen die God zoeken om hem te dienen?

11 Sommigen van hen die dit tijdschrift lezen, zijn er misschien nog steeds mee bezig de ware God te zoeken. Wij zijn blij dat u uw zoeken voortzet. Wij bidden dat u door uw bijbelkennis gemotiveerd zult worden verdere positieve stappen te doen om een krachtig standpunt voor de waarheid in te nemen. Weet dat elke gemeente van Jehovah’s Getuigen klaarstaat om u bij uw zoeken te helpen. — Filippenzen 2:1-4.

Tijd voor ijver en actie

12, 13. Waarom moeten wij stappen ondernemen met betrekking tot de ware aanbidding?

12 Waarom is het van essentieel belang dat wij allen stappen doen om ons met Jehovah God en zijn ware aanbidding te vereenzelvigen? Omdat de wereldgebeurtenissen op een climax aangaan. De bladzijden der geschiedenis worden sneller omgeslagen dan de mens ze kan lezen. Het is nu niet de tijd om de kat uit de boom te kijken of een lauwe houding aan te nemen. Jezus verklaarde heel duidelijk: „Wie niet aan mijn zijde staat, is tegen mij, en wie niet met mij bijeenbrengt, verstrooit.” Hij zei ook: „Wie zich over mij en over mijn woorden schaamt, over hem zal de Zoon des mensen zich schamen wanneer hij gekomen zal zijn in zijn heerlijkheid en die van de Vader en van de heilige engelen.” — Mattheüs 12:30; Lukas 9:26.

13 Nu is het de tijd voor ijver en actie! Wij weten in welke richting de wereldgebeurtenissen zich bewegen, en Armageddon doemt aan de horizon op. Vandaar de oproep om Jehovah nu te zoeken, vóór ’de dag van zijn toorn’, terwijl hij nog te vinden is. In de grote verdrukking zal het te laat zijn. — Zefanja 2:2, 3; Romeinen 13:11, 12; Openbaring 16:14, 16.

14. Welke redenen hebben wij om God te zoeken?

14 Werkelijk, de hele mensheid zou nu Gods gunst moeten zoeken. De apostel Paulus bracht het treffend onder woorden in Handelingen 17:26-28: „[God] heeft uit één mens elke natie van mensen gemaakt om op de gehele oppervlakte der aarde te wonen, en hij heeft de gezette tijden en de vastgestelde grenzen van de woonplaats der mensen verordend, opdat zij God zouden zoeken, of zij wellicht naar hem tasten en hem werkelijk vinden zouden, ofschoon hij eigenlijk niet ver is van een ieder van ons. Want door hem hebben wij leven en bewegen wij ons en zijn wij.” Die laatste zinsnede, „want door hem hebben wij leven en bewegen wij ons en zijn wij”, geeft ons voldoende reden om God te zoeken. Dank zij Jehovah’s onverdiende goedheid bestaan wij binnen de voor leven onmisbare ’dunne schil’ van de biosfeer van deze nietige aarde. Dienen wij de Soevereine Heer van het universum niet dankbaar te zijn? En dienen wij hem onze dankbaarheid niet door middel van daden te tonen? — Handelingen 4:24.

15. (a) Wat was de mening van de historicus Arnold Toynbee over het doel van een hogere religie? (b) Wat moeten wij doen om God te kunnen verheerlijken?

15 De historicus Arnold Toynbee heeft eens geschreven: „Het ware doel van een hogere religie is, de geestelijke richtlijnen en waarheden die ze behelst tot zoveel mogelijk zielen uit te stralen, opdat elk van deze zielen daardoor in staat wordt gesteld het ware doel van de mens te vervullen. ’s Mensen ware doel is, God te verheerlijken en zich voor eeuwig in Hem te verheugen” (An Historian’s Approach to Religion, blz. 268, 269). Om God te kunnen verheerlijken, moeten wij hem eerst zoeken en nauwkeurige kennis omtrent hem en zijn voornemens verwerven. Daarom is Jesaja’s oproep ook zo toepasselijk: „Zoekt Jehovah terwijl hij te vinden is. Roept tot hem terwijl hij nabij blijkt te zijn. Laat de goddeloze zijn weg verlaten en de man van schadelijkheid zijn gedachten; en laat hij terugkeren tot Jehovah, die hem barmhartig zal zijn, en tot onze God, want hij zal rijkelijk vergeven.” — Jesaja 55:6, 7.

Welke praktische hulp kunnen wij bieden?

16. (a) Met welke uitdaging wordt de christelijke gemeente geconfronteerd? (b) Op welke praktische wijze kunnen wij anderen helpen Jehovah te dienen?

16 De miljoenen geïnteresseerden die nog geen actieve verkondigers zijn, vormen een uitdaging voor ons allemaal. Wat doen wij als ouderlingen, dienaren in de bediening, pioniers en verkondigers in de praktijk om die vrienden der waarheid te helpen met ons samen een actief aandeel aan de ware aanbidding te gaan hebben? Eén manier om waar nodig praktische hulp te bieden, is hen van huis op te halen om hen mee te nemen naar de vergaderingen in de Koninkrijkszaal zodat ook zij op geregelde basis profijt kunnen trekken van Jehovah’s geest. Paulus’ raad aan de Hebreeën, in hoofdstuk 10 vers 24 en 25, is thans nog net zo dringend als toen: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Wij moedigen allen die Jehovah’s goede wil wensen te ervaren, aan regelmatig met Jehovah’s Getuigen om te gaan in hun plaatselijke Koninkrijkszaal.

17. Welke vragen behoeven een antwoord, als wij bijbelstudenten willen helpen vorderingen te maken in hun zoeken naar Jehovah?

17 Als wij de bijbel bestuderen met iemand die geregeld vergaderingen bezoekt, kunnen wij die persoon dan helpen ervoor in aanmerking te komen een verkondiger van het goede nieuws te zijn? (Zie Georganiseerd om onze bediening te volbrengen, blz. 99-102.) En wanneer hij of zij een ongedoopte verkondiger wordt, wordt dan de uitnodiging gedaan om geregeld met ons mee te gaan in het openbare predikingswerk en naar enkele van onze studies en nabezoeken? (Zie De Wachttoren van 1 december 1989, blz. 31.) Met andere woorden, geven wij, wanneer zulke nieuwelingen er eenmaal voor in aanmerking komen, hun een aanmoediging door hun uit de eerste hand iets van de positieve resultaten van onze predikingsactiviteit te laten zien? — Mattheüs 28:19, 20.

Jehovah is het waard gezocht te worden

18. Hoe heeft Jehovah barmhartigheid betoond aan de mensheid?

18 Vanwege het loskoopoffer van Christus Jezus rekent Jehovah ons de zonden en verzuimen die wij in het verleden hebben begaan niet aan indien wij berouw hebben en geloof oefenen. Let eens op de woorden van David: „Hij heeft ons zelfs niet naar onze zonden gedaan, noch naar onze dwalingen over ons gebracht wat wij verdienen. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, is zijn liefderijke goedheid superieur jegens hen die hem vrezen. Zover als de zonsopgang verwijderd is van de zonsondergang, zover heeft hij onze overtredingen van ons verwijderd. Zoals een vader barmhartigheid toont jegens zijn zonen, heeft Jehovah barmhartigheid getoond jegens hen die hem vrezen. Want hijzelf weet zeer goed hoe wij zijn gevormd, gedachtig dat wij stof zijn.” — Psalm 103:10-14; Hebreeën 10:10, 12-14.

19. Welke aanmoediging bestaat er voor hen die wellicht van de waarheid zijn afgedreven?

19 Jehovah is de waarlijk weldadige en barmhartige God. Indien wij nederig en berouwvol tot hem komen, vergeeft en vergeet hij. Hij koestert geen eeuwigdurende wrok met als consequentie eeuwige hellepijniging. Nee, het is zoals Jehovah verklaarde: „Ik — ik ben het die uw overtredingen uitwist om mijnentwil, en uw zonden zal ik niet gedenken.” Wat een aanmoediging dient dat te zijn voor hen die wellicht van de waarheid zijn afgedreven en hun verhouding met Jehovah hebben verwaarloosd! Ook zij worden aangemoedigd nu Jehovah te zoeken en terug te keren tot actieve verbondenheid met het volk voor zijn naam. — Jesaja 43:25.

20, 21. (a) Welk aanmoedigend voorbeeld hebben wij in het oude Juda? (b) Wat moesten de inwoners van Juda doen om Jehovah’s zegen te verwerven?

20 In dit opzicht hebben wij een aanmoedigend voorbeeld in koning Asa in het oude Juda. Hij roeide de valse aanbidding in zijn koninkrijk uit, maar er bleven nog sporen van heidense aanbidding over. Het verslag in 2 Kronieken 15 vers 2 tot en met 4 vertelt ons wat de profeet Azarja bij wijze van vermaning tot Asa zei: „Jehovah is met u zolang gij met hem bewijst te zijn; en indien gij hem zoekt, zal hij zich door u laten vinden, maar indien gij hem verlaat, zal hij u verlaten. En vele dagen was Israël zonder ware God . . . Maar wanneer zij in hun benauwdheid tot Jehovah, de God van Israël, terugkeerden en hem zochten, dan liet hij zich door hen vinden.”

21 Jehovah speelde geen verstoppertje met koning Asa, maar ’liet zich vinden’. Hoe reageerde de koning op deze boodschap? Het antwoord vinden wij in hetzelfde hoofdstuk in vers 8 en 12: „Zodra Asa deze woorden . . . hoorde, vatte hij moed en liet hij vervolgens de walgelijkheden uit heel het land . . . verdwijnen en ging hij ertoe over Jehovah’s altaar dat vóór de voorhal van Jehovah stond, te vernieuwen. Bovendien [trad Juda] in een verbond dat zij Jehovah, de God van hun voorvaders, zouden zoeken met geheel hun hart en met geheel hun ziel.” Ja, zij zochten Jehovah ernstig, „met geheel hun hart en met geheel hun ziel”. Wat was het resultaat voor de natie? Vers 15 vertelt ons: „En heel Juda gaf uiting aan verheuging over het gezworene; want met geheel hun hart hadden zij gezworen en met volledig welgevallen van hun zijde hadden zij hem gezocht, zodat hij zich door hen had laten vinden; en Jehovah bleef hun rondom rust schenken.”

22. Wat moedigt ons aan nu actief te zijn in Jehovah’s dienst?

22 Welnu, is dat geen aanmoediging voor ons allemaal om positieve actie met betrekking tot de zuivere aanbidding van Jehovah te ondernemen? Wij weten dat er nog miljoenen mensen meer zijn die Jehovah kunnen gaan loven. Ongetwijfeld brengen velen van hen al veranderingen in hun leven aan teneinde aan de schriftuurlijke vereisten voor Jehovah’s dienst te voldoen. Anderen nemen toe in kennis en geloof, zijn bezig Jehovah te zoeken en zullen er spoedig toe bewogen worden de zuivere taal met anderen te delen door hun een grondig begrip mee te delen van de waarheid omtrent Jehovah en zijn koninkrijk. En waarom is het zo uitermate belangrijk dat wij allen Jehovah zoeken nu hij nog te vinden is? Omdat zijn beloofde nieuwe wereld ophanden is! — Jesaja 65:17-25; Lukas 21:29-33; Romeinen 10:13-15.

Kunt u zich dit herinneren?

◻ Wie tonen zich onverschillig ten aanzien van de ware God, Jehovah?

◻ In welke mate is religie vaak van invloed op gedrag?

◻ Welke mogelijkheid bestaat er voor een toename in actieve Getuigen?

◻ Waarom is het nu de tijd voor ijver en actie?

◻ Waarom is Jehovah het waard gezocht te worden?

[Illustratie op blz. 10]

Vele vrienden van Jehovah’s Getuigen die de Gedachtenisviering bijwonen, zijn mogelijke dienstknechten van God

Aanwezigenaantal Gedachtenisviering 1990: 9.950.058

Hoogste aantal verkondigers 1990: 4.017.213

[Illustratie op blz. 12]

In de tijd van koning Asa keerde de natie zich tot Jehovah

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen