Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w91 1/4 blz. 14-15
  • Jezus’ verdere verschijningen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jezus’ verdere verschijningen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Vergelijkbare artikelen
  • Verdere verschijningen
    De grootste mens die ooit heeft geleefd
  • Jezus verschijnt na zijn opstanding aan velen
    Jezus: De weg, de waarheid, het leven
  • Kleopas
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Achter een gesloten deur
    Mijn boek met bijbelverhalen
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
w91 1/4 blz. 14-15

Jezus’ leven en bediening

Jezus’ verdere verschijningen

JEZUS’ discipelen zijn nog steeds terneergeslagen. Zij begrijpen niet wat het lege graf te betekenen heeft en ook geloven zij niet wat de vrouwen vertellen. Later op de zondag vertrekken Kleopas en nog een discipel dan ook uit Jeruzalem om naar Emmaüs te gaan, dat ongeveer elf kilometer verder ligt.

Onderweg, terwijl zij de gebeurtenissen van die dag bespreken, sluit een vreemdeling zich bij hen aan. „Wat zijn dit voor zaken die gij onder het voortlopen zo druk met elkaar bespreekt?”, vraagt hij.

De discipelen blijven met een somber gezicht staan en Kleopas antwoordt: „Woont gij als vreemdeling op uzelf in Jeruzalem en weet daarom niet welke dingen daar in deze dagen zijn gebeurd?”

„Welke dingen?”, vraagt hij.

„De dingen aangaande Jezus de Nazarener”, antwoorden zij. „Onze overpriesters en regeerders [hebben] hem tot het doodvonnis . . . overgeleverd en hem aan een paal . . . gehangen. Wij hoopten echter dat deze man degene was die Israël zou bevrijden.”

Kleopas en zijn metgezel zetten uiteen welke schokkende gebeurtenissen er die dag zijn voorgevallen — het bericht over de bovennatuurlijke verschijning van engelen en het lege graf — maar bekennen vervolgens dat zij zich verbijsterd afvragen wat deze dingen te betekenen hebben. De vreemdeling zegt bestraffend: „O onverstandigen, die traag van hart zijt om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken! Moest de Christus deze dingen niet lijden en in zijn heerlijkheid binnengaan?” Daarna legt hij bijbelpassages die op de Christus betrekking hebben, aan hen uit.

Als zij ten slotte in de buurt van Emmaüs komen, maakt de vreemdeling aanstalten om verder te reizen. Omdat de discipelen meer willen horen, verzoeken zij hem dringend: „Blijf bij ons, want het loopt tegen de avond en de dag heeft zich reeds ten einde geneigd.” Hij blijft dus om samen met hen een maaltijd te gebruiken. Als hij een gebed uitspreekt en het brood breekt en het hun aanreikt, beseffen zij dat hij in werkelijkheid Jezus in een gematerialiseerd menselijk lichaam is. Maar dan verdwijnt hij.

Nu begrijpen zij hoe het komt dat de vreemdeling zoveel wist! „Brandde ons hart niet toen hij onderweg tot ons sprak, toen hij de Schriften volledig voor ons opende?”, zeggen zij tot elkaar. Zonder te talmen staan zij op en haasten zich de hele weg terug naar Jeruzalem, waar zij de apostelen en degenen die met hen vergaderd zijn, aantreffen. Voordat Kleopas en zijn metgezel iets kunnen zeggen, berichten de anderen opgewonden: „De Heer is werkelijk opgewekt en hij is aan Simon verschenen!” Dan verhalen de twee hoe Jezus ook aan hen is verschenen. In totaal is Jezus die dag dus viermaal aan verschillende discipelen van hem verschenen.

Al zijn de deuren gesloten, omdat de discipelen de joden vrezen, toch verschijnt Jezus plotseling voor de vijfde maal. Hij staat ineens in hun midden en zegt: „Vrede zij u.” Zij zijn dodelijk bevreesd, in de veronderstelling verkerend dat zij een geest zien. Jezus maakt hun daarom duidelijk dat hij geen geestverschijning is en zegt: „Waarom zijt gij verontrust en waarom komt er twijfel op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat ik het zelf ben; betast mij en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals gij aanschouwt dat ik heb.” Nog steeds durven zij dit haast niet te geloven, omdat de gedachte dat Jezus leeft, te mooi lijkt om waar te zijn.

Om hen te helpen begrijpen dat hij werkelijk Jezus is, vraagt hij: „Hebt gij hier iets te eten?” Na een stuk geroosterde vis aangepakt te hebben, en het gegeten te hebben, begint hij hen te onderwijzen: „Dit zijn mijn woorden die ik tot u sprak toen ik nog bij u was [vóór mijn dood], dat alle dingen die in de wet van Mozes en in de Profeten en de Psalmen over mij geschreven staan, vervuld moesten worden.”

Jezus gaat verder met wat in feite op een bijbelstudie met hen neerkomt en onderwijst: „Aldus staat er geschreven dat de Christus zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan, en op basis van zijn naam zou er in alle natiën berouw tot vergeving van zonden gepredikt worden — te beginnen vanuit Jeruzalem moet gij getuigen van deze dingen zijn.”

Om de een of andere reden heeft Thomas deze uiterst belangrijke bijeenkomst op zondagavond niet bijgewoond. Tijdens de daaropvolgende dagen vertellen de anderen hem dan ook verheugd: „Wij hebben de Heer gezien!”

„Als ik niet in zijn handen het teken van de spijkers zie”, protesteert Thomas, „en mijn vinger niet in het teken van de spijkers steek en mijn hand niet in zijn zijde steek, zal ik stellig niet geloven.”

Welnu, acht dagen later zijn de discipelen weer binnenshuis bijeen. Deze keer is Thomas bij hen. Hoewel de deuren op slot zijn, staat Jezus opnieuw in hun midden en zegt: „Vrede zij u.” Zich vervolgens tot Thomas kerend, zegt hij uitnodigend: „Leg uw vinger hier, en zie mijn handen, en neem uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar word gelovig.”

„Mijn Heer en mijn God!”, roept Thomas uit.

„Omdat gij mij hebt gezien, hebt gij geloofd?”, vraagt Jezus. „Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.” Lukas 24:11, 13-48; Johannes 20:19-29.

◆ Welke inlichtingen wint een vreemdeling in bij twee discipelen die op weg zijn naar Emmaüs?

◆ Wat zegt de vreemdeling, hetgeen het hart van de discipelen doet branden?

◆ Hoe onderscheiden de discipelen dat de vreemdeling Jezus is?

◆ Welk opwindende bericht horen Kleopas en zijn metgezel als zij naar Jeruzalem zijn teruggekeerd?

◆ Hoe verschijnt Jezus voor de vijfde maal aan zijn discipelen, en wat gebeurt er tijdens deze verschijning?

◆ Wat gebeurt er acht dagen na Jezus’ vijfde verschijning, en hoe raakt Thomas er ten slotte van overtuigd dat Jezus leeft?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen