Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 1/4 blz. 26-29
  • Een schitterende carrière

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een schitterende carrière
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat ons leven heeft beïnvloed
  • Met de fiets in Frankrijk pionieren
  • De uitdaging van Spanje
  • Van fascisme beschuldigd
  • In Ierland communisten genoemd
  • De Tweede Wereldoorlog en naar Gilead
  • Zendingsdienst in Afrika
  • Twee persoonlijke aanpassingen
  • Bediening in Zuid-Afrika
  • De zegeningen van de zendingsdienst
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Deel 2 — Getuigen tot de verst verwijderde streek der aarde
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • ’Gelukkig zijn allen die Jehovah blijven verwachten’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Deel 4 — Getuigen tot de verst verwijderde streek der aarde
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 1/4 blz. 26-29

Een schitterende carrière

57 jaar zendingsdienst

Zoals verteld door Eric Cooke

IN HET zwakke ochtendlicht leunde ik tegen de reling van de veerboot waarmee wij Het Kanaal overstaken en tuurde naar de vage contouren aan de horizon. Mijn broer en ik hadden de vorige avond Southampton (Engeland) verlaten en waren op weg naar Saint-Malo (Frankrijk). Toeristen? Nee, wij hadden ons voorgenomen de boodschap van Gods koninkrijk naar Frankrijk te brengen. Toen wij in Saint-Malo aankwamen, haalden wij onze fietsen op en peddelden in zuidelijke richting.

Zo kwam het dat mijn jongere broer John en ik ruim 57 jaar geleden het buitenlandse zendingswerk op ons namen. Wat had ertoe geleid dat wij de volle-tijddienst waren ingegaan? Wat had ons ertoe bewogen een geregeld leven in een gerieflijk Engels huis vaarwel te zeggen?

Wat ons leven heeft beïnvloed

In 1922 bezocht mijn moeder de openbare lezing „Waar zijn de doden?” Zij was er enthousiast over en werd al gauw een opgedragen dienstknecht van Jehovah. Maar Vader was er niet blij mee. Hij was lidmaat van de Anglicaanse Kerk, en jaren achtereen heeft hij ons op zondagmorgen naar de kerk meegenomen terwijl Moeder ons ’s middags uit de bijbel onderwees.

Toen John in 1927 veertien werd, begon hij samen met Moeder de vergaderingen bij te wonen en aan de van-huis-tot-huisprediking deel te nemen. Ik daarentegen was zelfvoldaan, aangezien ik een goede betrekking had bij Barclays Bank. Maar uit respect voor Moeder begon ik ten slotte de bijbel te bestuderen aan de hand van de publikaties van het Wachttorengenootschap. Daarna maakte ik snel geestelijke vorderingen en in 1930 werd ik gedoopt.

John begon in 1931, toen hij van school kwam, als pionier volle-tijddienst te verrichten. Toen hij mij het voorstel deed hem in de pioniersdienst te vergezellen, liet ik mijn carrière bij de bank in de steek en sloot mij bij hem aan. Onze vastbeslotenheid werd gesterkt door onze nieuwe naam, Jehovah’s Getuigen, die wij zojuist hadden aangenomen. Onze eerste toewijzing was de stad La Rochelle en het omliggende gebied aan de westkust van Frankrijk.

Met de fiets in Frankrijk pionieren

Toen wij van Saint-Malo naar het zuiden fietsten, was het een genot de appelboomgaarden van Normandië te zien en de heerlijke geuren te ruiken die uit de ciderfabrieken kwamen. Wij hadden er geen idee van dat de nabije stranden van Normandië dertien jaar later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, het toneel zouden zijn van enkele van de bloedigste veldslagen in de geschiedenis; ook hadden wij er geen idee van dat onze volle-tijdbediening zo lang zou duren. Ik zei bij wijze van grap tegen John: „Ik denk dat wij het zo’n vijf jaar als pioniers kunnen volhouden. Armageddon kan niet meer al te ver weg zijn!”

Na drie dagen gefietst te hebben, kwamen wij in La Rochelle aan. Wij kenden beiden wat Frans, en wij hadden er dan ook geen moeite mee een bescheiden gemeubileerde kamer te vinden. Op de fiets bewerkten wij alle dorpen binnen een straal van ongeveer twintig kilometer en verspreidden bijbelse lectuur. Daarna trokken wij naar een andere stad en herhaalden de procedure. Er waren geen andere Getuigen in dat deel van Frankrijk.

In juli 1932 werd John, die op school Spaans geleerd had, door het Genootschap naar Spanje gestuurd om daar dienst te verrichten. Ik bleef in het zuiden van Frankrijk werken en heb twee jaar lang verschillende partners uit Engeland gehad. Omdat wij verder geen omgang met Getuigen hadden, was het uiterst belangrijk geregeld te bidden en de bijbel te bestuderen om onze geestelijke kracht te behouden. Ook gingen wij eens per jaar naar Engeland terug om een jaarlijks congres bij te wonen.

In 1934 werden wij Frankrijk uitgezet. De Rooms-Katholieke Kerk, die toen een krachtige invloed uitoefende, had hier de hand in. In plaats van naar Engeland terug te keren, sloot ik mij bij twee andere Engelse pioniers aan om gezamenlijk naar Spanje te reizen — zoals gewoonlijk op de fiets. Eén nacht sliepen wij onder enkele struiken, een andere nacht in een hooiberg en weer een andere nacht aan het strand. Ten slotte bereikten wij Barcelona, in het noordoosten van Spanje, en voegden ons bij John, die ons verwelkomde.

De uitdaging van Spanje

Er waren destijds geen gemeenten van Jehovah’s Getuigen in Spanje. Na enkele maanden in Barcelona gewerkt te hebben, trokken wij verder naar Tarragona. Daar maakten wij voor het eerst gebruik van een draagbare grammofoon en platen waarop korte bijbelse toespraken in het Spaans stonden. Deze waren zeer doeltreffend, vooral in volle cafés en herbergen.

In Lérida, in het noordwesten, voegde een geïsoleerd wonende Getuige, Salvador Sirera, zich bij ons. Aangemoedigd door ons verblijf in dat gebied, diende hij een tijdlang als pionier. In Huesca verwelkomde Nemesio Orus ons enthousiast in zijn huisje boven zijn horlogemakerswerkplaats. Bij hem leidden wij onze eerste huisbijbelstudie, waarbij wij een van de eerste brochures van het Genootschap gebruikten. Wij gaven hem elke dag een paar uur studie en binnen korte tijd sloot hij zich als pionier bij ons aan.

In de volgende stad die wij bewerkten, Zaragoza, smaakten wij de vreugde Antonio Gargallo en José Romanos, twee jongelui van tegen de twintig, te mogen helpen. Elke avond kwamen zij naar ons kamertje voor een bijbelstudie die wij aan de hand van het boek Regering leidden. Na verloop van tijd sloten beiden zich bij ons aan in de pioniersdienst.

Van fascisme beschuldigd

Ondertussen dreigden er moeilijkheden te ontstaan. De Spaanse Burgeroorlog kon elk moment uitbreken, een conflict waarin uiteindelijk honderdduizenden mensen zouden sterven. In een dorpje in de buurt van Zaragoza geraakten Antonio en ik in moeilijkheden. Een vrouw die onze brochures had aangenomen, zag ze ten onrechte voor katholieke propaganda aan en beschuldigde ons ervan fascisten te zijn. Wij werden gearresteerd en naar het politiebureau gebracht. „Wat doen jullie in dit dorp?”, vroeg de brigadier autoritair. „De mensen hier zijn communisten en houden niet van fascistische propaganda!”

Toen wij hadden uitgelegd wat wij aan het doen waren, was hij tevredengesteld. Hij was zo vriendelijk ons een middagmaaltijd aan te bieden en gaf ons de raad om tijdens de siëstaperiode rustig het dorp te verlaten. Maar toen wij weggingen, stond het gepeupel ons op te wachten. Zij gristen al onze lectuur weg. Het was een afschuwelijke situatie. Wij waren echter dankbaar dat de brigadier op het toneel verscheen en tactvol met het gepeupel sprak. Hij stelde hen tevreden toen hij aanbood ons naar Zaragoza mee te nemen voor een onderhoud met de autoriteiten. Daar deed hij bij een stadsfunctionaris een goed woordje voor ons, waarna wij werden vrijgelaten.

Toen in juli 1936 de burgeroorlog uitbrak, weigerde Antonio met Franco’s strijdkrachten mee te vechten en werd geëxecuteerd. Wat zullen John en ik blij zijn hem in de opstanding te verwelkomen en zijn vriendelijke glimlach weer te zien!

In Ierland communisten genoemd

Kort vóór het uitbreken van de burgeroorlog keerden John en ik naar Engeland terug in verband met onze gewone jaarlijkse vakantie. Omdat de oorlog het toen onmogelijk maakte naar Spanje terug te keren, pionierden wij enkele weken in Kent, in de buurt van ons huis in Broadstairs. Toen kwam onze volgende toewijzing — Ierland. De president van het Genootschap, Joseph F. Rutherford, trof er regelingen voor dat wij daarheen zouden gaan en een speciaal traktaat zouden verspreiden getiteld You Have Been Warned (U bent gewaarschuwd). Er waren geen gemeenten in het zuiden van Ierland, alleen maar enkele geïsoleerd wonende Getuigen.

Deze keer werden wij er op aanstichting van de katholieke geestelijkheid van beschuldigd communisten te zijn — precies het tegenovergestelde van de beschuldiging die in Spanje tegen ons was geuit! Eens drong een woedende groep katholieken het huis binnen waar wij verbleven, nam onze dozen met lectuur weg en verbrandde ze. Voordat wij in de zomer van 1937 naar Engeland teruggingen, hebben wij verscheidene malen een soortgelijke ervaring meegemaakt.

De Tweede Wereldoorlog en naar Gilead

Toen in september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, diende John in Bordeaux (Frankrijk) en was ik gemeenteopziener in Derby (Engeland). Sommige pioniers, met inbegrip van John, die zich weer bij mij had aangesloten, hadden vrijstelling van dienstplicht gekregen, maar anderen, zoals ik, kregen geen vrijstelling. Tijdens de oorlog ging ik dus de gevangenis in en uit. Er was volharding nodig om de toestanden te verduren die in oorlogstijd in de gevangenissen heersten, maar wij wisten dat onze broeders en zusters in Europa het zwaarder te verduren hadden.

Na de oorlog bezocht de nieuwe president van het Wachttorengenootschap, Nathan H. Knorr, Engeland en trof er regelingen voor dat sommige pioniers de Wachttoren-Bijbelschool Gilead, in het noorden van de Amerikaanse staat New York, zouden bezoeken om een zendelingenopleiding te ontvangen. In mei 1946 staken John en ik dus de Atlantische Oceaan over op een in oorlogstijd gebouwd liberty-schip.

De achtste klas van Gilead was de eerste werkelijk internationale klas. Wat was het een hartverwarmende ervaring om tijdens de vijf maanden durende cursus met veteranen onder de pioniers om te gaan! Ten slotte brak de graduatiedag aan en kregen wij onze toewijzingen te horen. Ik werd toegewezen aan Zuid-Rhodesië, nu bekend als Zimbabwe, en John werd naar Portugal en Spanje gestuurd.

Zendingsdienst in Afrika

In november 1947 arriveerde ik in Kaapstad (Zuid-Afrika). Mijn klasgenoten Ian Fergusson en Harry Arnott arriveerden met een andere boot. Broeder Knorr kwam al gauw op bezoek en wij bezochten een congres in Johannesburg. Toen vertrokken wij in noordelijke richting naar onze toewijzingen — Ian naar Nyasaland (nu Malawi), Harry naar Noord-Rhodesië (nu Zambia) en ik naar Zuid-Rhodesië (Zimbabwe). Na verloop van tijd richtte het Genootschap een bijkantoor op, en ik werd als bijkantooropziener aangesteld. Wij hadden 117 gemeenten met ongeveer 3500 verkondigers in het land.

Al gauw arriveerden er vier nieuwe zendelingen. Zij verwachtten in hun toewijzing lemen hutten, leeuwen die ’s nachts brulden, slangen onder het bed en primitieve toestanden aan te treffen. De bloeiende bomen langs de brede lanen van Bulawayo, de moderne gemakken en de bevolking die graag naar de Koninkrijksboodschap luisterde, brachten hen er echter toe het een pioniersparadijs te noemen.

Twee persoonlijke aanpassingen

Toen ik in 1930 werd gedoopt, was er nog niet veel inzicht met betrekking tot degenen die zich in eeuwig leven op aarde zouden verheugen. Daarom gebruikten zowel John als ik tijdens de Gedachtenisviering van de symbolen, zoals iedereen dit destijds deed. Zelfs in 1935, toen de „grote schare” uit Openbaring 7 als een aardse klasse van „schapen” werd geïdentificeerd, kwam er geen verandering in onze denkwijze (Openbaring 7:9; Johannes 10:16). In 1952 werd op bladzijde 95 van De Wachttoren echter een verhelderende uiteenzetting gepubliceerd van het onderscheid tussen de aardse en de hemelse hoop. Wij gingen beseffen dat wij niet de hoop op hemels leven hadden, maar de hoop koesterden op een paradijsaarde te leven. — Jesaja 11:6-9; Matthéüs 5:5; Openbaring 21:3, 4.

De andere aanpassing? Ik was verliefd geworden op Myrtle Taylor, die de laatste drie jaar met ons had samengewerkt. Toen bleek dat zij dezelfde gevoelens had ten aanzien van mij en dat wij beiden grote waardering hadden voor de zendingsdienst, verloofden wij ons, en in juli 1955 traden wij in het huwelijk. Myrtle is als echtgenote altijd een grote steun voor mij geweest.

Bediening in Zuid-Afrika

In 1959, toen broeder Knorr een bezoek aan Zuid-Rhodesië bracht, werden Myrtle en ik overgeplaatst naar Zuid-Afrika. Het duurde niet lang of wij kregen een nieuwe toewijzing en begonnen in de kringdienst te reizen. Dat waren gouden dagen. Maar ik werd ouder en Myrtles gezondheid baarde ons al enige tijd wat zorgen. Op den duur konden wij het tempo van het kringwerk niet meer bijhouden, en daarom stichtten wij een zendelingenhuis in Kaapstad, waar wij enige jaren hebben gediend. Later werden wij overgeplaatst naar Durban, in Natal.

Onze toewijzing daar bleek Chatsworth te zijn, een grote Indiase gemeenschap. Dit was een buitenlandse toewijzing in een buitenlandse toewijzing — een ware uitdaging voor ons, bejaarde zendelingen. Toen wij er in februari 1978 arriveerden, was er een gemeente van 96 Getuigen, meest Indiërs. Wij moesten een studie maken van de religieuze denkwijze van de hindoebevolking en hun gewoonten leren begrijpen. De aanpak waarvan de apostel Paulus gebruik maakte toen hij in Athene getuigenis gaf, is een nuttig voorbeeld voor ons geweest. — Handelingen 17:16-34.

De zegeningen van de zendingsdienst

Ik ben nu 78 jaar en heb 57 jaar zendingsdienst achter de rug. Wat is het aanmoedigend de verbazingwekkende toename te zien in de landen waar ik dienst heb verricht! In Frankrijk zijn nu 100.000 Koninkrijksverkondigers, Spanje heeft meer dan 70.000 verkondigers en het aantal verkondigers in Zuid-Afrika is toegenomen van 15.000, toen wij er kwamen, tot meer dan 43.000.

Jongelui, zijn jullie omstandigheden van dien aard dat jullie in de volle-tijdbediening kunnen gaan? Zo ja, dan kan ik jullie de verzekering geven dat het de mooiste carrière is. Niet alleen vormt ze een bescherming tegen de problemen en verleidingen waarmee jonge mensen thans worden bestookt, maar ze kan ook jullie persoonlijkheid naar Jehovah’s rechtvaardige beginselen vormen. Wat is het voor zowel jong als oud een voordeel en een voorrecht Jehovah nu te dienen!

[Illustratie op blz. 29]

Myrtle Cooke krijgt bezoek in haar kampkeuken

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen