Inzicht in het nieuws
Niet uit de tijd
Al lang zijn veel mensen de mening toegedaan dat de in de bijbel uiteengezette beginselen voor een goed leven uit de tijd en onpraktisch zijn. Recente studies zijn er echter de oorzaak van geweest dat enkele medische autoriteiten zich opnieuw zijn gaan bezinnen op de waarde van de bijbelse raad om anderen goed te doen.
Volgens American Health beweren twee artsen dat „goeddoen heilzaam zou kunnen zijn voor uw hart, uw immuunstelsel, ja, uw algehele vitaliteit”. In Michigan werd door een ander medisch team gedurende een periode van tien jaar een onderzoek ingesteld om vast te stellen in welke mate sociale betrekkingen de gezondheid beïnvloedden. Zij kwamen tot de verrassende ontdekking dat het doen van vrijwilligerswerk in de gemeenschap de levensverwachting en ook de vitaliteit drastisch verhoogde. Uit het onderzoek bleek dat dit vooral bij mannen zo was. Er werd gezegd dat degenen die geen vrijwilligerswerk verrichtten, een twee en een half keer zo grote kans hadden gedurende de periode van het onderzoek te sterven dan degenen die op zijn minst eenmaal per week een of andere vorm van vrijwilligerswerk deden.
Een arts in Californië bericht dat de regeling die hij heeft getroffen om twee patiënten die een hekel aan elkaar hadden, elkaars was te laten doen, tot gevolg had dat hun cholesterolgehalte omlaagging en de pijn in hun borst afnam.
Eeuwen geleden zei de apostel Paulus tot Timótheüs dat hij ’degenen die rijk zijn in het tegenwoordige samenstel van dingen, moest bevelen niet hooghartig te zijn en hun hoop niet op onzekere rijkdom te vestigen’, maar „goed te doen, rijk te zijn in voortreffelijke werken, vrijgevig te zijn, mededeelzaam”. Ook herinnerde hij de Hebreeuwse christenen eraan niet te vergeten ’goed te doen en anderen met hen te laten delen’. De reden? „Heerlijkheid en eer en vrede voor een ieder die het goede doet.” Ware christenen weten al lang dat het ter harte nemen van deze actuele raad zowel in fysiek als in geestelijk opzicht voordelen afwerpt. — 1 Timótheüs 6:17, 18; Hebreeën 13:16; Romeinen 2:10.
„Een zwaarder oordeel”
Leden van de Generale Synode van de Anglicaanse Kerk bleken zich onlangs in een lastig parket te bevinden. Zij hadden zich unaniem uitgesproken ten gunste van „de traditionele leer inzake eerbaarheid en trouw in persoonlijke betrekkingen”. Toen de parochiepriester Tony Higton echter een motie indiende waarin de synode werd gevraagd te verklaren dat geestelijken „op alle terreinen van de moraliteit, met inbegrip van de seksuele moraliteit, voorbeeldig dienden te zijn, als voorwaarde om aangesteld te kunnen worden of hun ambt te kunnen blijven bekleden”, werd deze motie verworpen. Waarom? De Ecumenical Press Service bericht dat de leden van de synode van mening waren dat het voorstel ’een beetje te ver ging’, en voegde eraan toe dat „Michael Baughen, de bisschop van Chester, opperde dat dit zou betekenen dat alle bisschoppen en andere geestelijken van de kerk onmiddellijk zouden moeten aftreden”.
In plaats daarvan werd Higtons motie afgezwakt tot een oproep aan alle christenen, „vooral . . . christelijke leiders”, om voorbeelden te zijn „op alle terreinen van de moraliteit, met inbegrip van de seksuele moraliteit”. De Press Service merkte ook op dat de synode een verzoek om „gepaste tucht” onder de geestelijken in gevallen van seksuele immoraliteit afwees.
Hoewel zulke disciplinaire maatregelen voor velen van de hedendaagse geestelijken misschien „te ver gaan”, is Gods Woord duidelijk: „Verwijdert de goddeloze man uit uw midden” (1 Korinthiërs 5:13). God beveelt dat er krachtig moet worden opgetreden tegen allen die onberouwvol het slechte beoefenen, ten einde de morele en geestelijke reinheid van de christelijke gemeente te beschermen. Ja, streng onderricht is nog meer op zijn plaats als het christelijke leiders betreft, want de discipel Jakobus schreef: „Niet velen van u moeten leraren worden, mijn broeders, daar gij weet dat wij een zwaarder oordeel zullen ontvangen.” — Jakobus 3:1.
God verheerlijken
„De kwaliteit van de door een atleet geleverde prestatie kan de kwaliteit van diens liefde voor God onthullen.” Is deze bewering van Wes Neal, de voorzitter van het IAP (Institute for Athletic Perfection), zoals ze in Christianity Today werd weergegeven, waar? Het IAP, een instelling die door evangelikale christenen wordt gebruikt om „rivaliserende sport te sanctioneren”, heeft de gedachte gepropageerd dat atleten op het speelveld moeten trachten de intensiteit te evenaren die Jezus toonde „bij het volvoeren van zijn Vaders voornemen”. Zo’n redenering is een populaire leerstelling van de „kleedkamer-religie” der evangelikalen geworden, merkt Christianity Today op. Ja, het artikel haalt het voorbeeld aan van een profvoetballer die „kruisen op zijn schoenen en polsbanden schilderde om hem eraan te herinneren dat hij speelde om Christus te verheerlijken”.
Kan er echter worden gezegd dat door deelname aan een zeer rivaliserende of gewelddadige sport God wordt verheerlijkt? Beslist niet! Zoals Psychology Today opmerkt: „De competitiegeest vereist dat het eigenbelang tijdelijk op de voorgrond treedt, terwijl de atleet tracht te winnen.” Toch zegt de bijbel dat christenen „niet alleen uit persoonlijk belang het oog [moeten houden] op [hun] eigen zaken, maar ook uit persoonlijk belang op die van de anderen” (Filippenzen 2:3, 4). Ware christenen verheerlijken God door zijn wil, en niet hun eigen wil, te doen. — Vergelijk Jesaja 58:13, 14.