Inzicht in het nieuws
Vloed niet overdreven
Het bijbelse verslag over een wereldomvattende vloed is lang bekritiseerd als meer gebaseerd op fictie dan op feiten. In de New Catholic Encyclopedia wordt beweerd: „Men is het er thans algemeen over eens dat de episode van Noë en de ark geen stukje historische berichtgeving is maar een van verbeeldingskracht getuigende literaire schepping van een totaal ander genre.” Sommige sceptici hebben betoogd dat alle vochtigheid in de atmosfeer slechts enkele centimeters wereldomvattende regen zou veroorzaken.
Maar volgens het Genesisverslag werden de vloedwateren niet louter door de vochtigheid in de atmosfeer voortgebracht. In Genesis 1:6 lezen wij dat de Schepper verordende: „Er kome een [atmosferisch] uitspansel tussen de wateren en er kome scheiding tussen de wateren [van de zeeën] en de wateren [boven het uitspansel].” De wateren die boven het uitspansel hingen, zijn daar klaarblijkelijk tot de Vloed gebleven. Volgens de apostel Petrus vormden de atmosferische „hemelen” en de wateren erboven en eronder de middelen waardoor de „wereld [van Noachs tijd] vernietigd [werd] toen ze door water werd overstroomd”. — 2 Petrus 3:5, 6; Genesis 1:7.
De verwoestende gevolgen van een watervloed werden onlangs in Zuid-Afrika gevoeld toen de provincie Natal werd getroffen door een overstroming die meer dan driehonderd mensen het leven kostte. De milieubeschermer K. H. Cooper merkte in een commentaar op de ramp op: „Ik heb me vaak afgevraagd wat er vandaag de dag zou gebeuren als het veertig dagen en veertig nachten lang onafgebroken zou regenen. . . . Zou het mogelijk zijn dat een dergelijke regenval bijna alle leven op aarde heeft uitgewist? Na onlangs gezien te hebben wat er na slechts vier dagen van regen in Natal is gebeurd,” zo vervolgde Cooper, „ben ik nu overtuigd van de authenticiteit van het oudtestamentische verhaal.”
Zorg voor de armen?
Hoe zou de kloof die de armen van de rijken scheidt, overbrugd kunnen worden? Aan deze kwestie schonk paus Johannes Paulus II aandacht in een recente encycliek getiteld Sollicitudo rei socialis (De sociale bezorgdheid). De paus was van mening dat de kerk zich verplicht moest voelen de nood van de lijdenden te lenigen. Hoe? „Wanneer men met behoeftige gevallen te maken krijgt, kan men er niet aan voorbijgaan ten gunste van overdadige kerkelijke accessoires en kostbare artikelen voor de eredienst; het zou daarentegen noodzakelijk kunnen zijn deze goederen te verkopen om voedsel, drank, kleding en onderdak te verschaffen aan degenen die dit ontberen.”
In een commentaar op de pauselijke encycliek merkte de Vaticaan-deskundige Domenico Del Rio op in La Repubblica: „Het is duidelijk dat de mensen nu wachten totdat zij de . . . paus zelf en degenen in zijn onmiddellijke omgeving het voorbeeld zien geven. De Vaticaanse basiliek en de basilieken van Rome zijn vol ’kostbare artikelen’, mogelijkerwijs ook vol ’overdadige kerkelijke accessoires’.” Maar volgens het tijdschrift Fortune „gaan de haren van Vaticaanse functionarissen al recht overeind staan bij de gedachte afstand te moeten doen van een Griekse urn om aan geld te komen”.
Toen Jezus een rijke regeerder opdroeg ’al zijn bezittingen te verkopen en het geld onder de armen te verdelen’, was die man daar niet toe bereid. „Hij ging bedroefd heen, want hij had vele goederen.” Jezus waarschuwde terecht: „Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” — Markus 10:21, 22; Matthéüs 6:21.