Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w88 15/8 blz. 28-30
  • Het bewaren van onze christelijke eenheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het bewaren van onze christelijke eenheid
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Van dezelfde tafel eten
  • Onvolmaaktheden en extreme zienswijzen
  • ’Hij heeft mij doen struikelen’
  • Eenheid is geen uniformiteit
  • ‘De eenheid van de geest bewaren’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2025
  • Jehovah brengt zijn gezin bijeen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
  • Christelijke eenheid verheerlijkt God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
  • Bewaar de eenheid in deze laatste dagen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
w88 15/8 blz. 28-30

Het bewaren van onze christelijke eenheid

„STELT u zich eens voor dat u broeder of zuster wordt genoemd,” schreef de katholieke schrijver Domenico Mosso, „niet door de priester, maar door de heer van middelbare leeftijd naast u of door de aardige jonge vrouw die zojuist rechts van u is gaan zitten. ’Pardon, ik verstond u niet.’ ’Ik zei: Goedemorgen, broeder.’ ’Hoe durft u . . . Ik ken u helemaal niet, dus vanwaar deze familiariteit? Wij zijn hier in de kerk.’”

Een echt gevoel van broederschap ontbreekt inderdaad binnen de kerken van de christenheid. Dit vormt een weerspiegeling van hun gebrek aan christelijke eenheid. Bij Jehovah’s Getuigen is dat echter niet zo. Net als de vroege volgelingen van Jezus noemen wij elkaar vrijelijk broeder en zuster (2 Petrus 3:15). Waar wij ook naar toe gaan, een warm, broederlijk onthaal is zo dichtbij als de dichtstbijzijnde Koninkrijkszaal. De eenheid blijkt ook duidelijk uit het feit dat alle gemeenten hetzelfde onderwijspatroon volgen en dat alle Getuigen een aandeel hebben aan de prediking van het „goede nieuws van het koninkrijk”. — Matthéüs 24:14.

Op de avond voor zijn dood bad Jezus Christus: „Ik [doe] een verzoek . . . betreffende hen die door hun woord geloof in mij stellen, opdat zij allen één mogen zijn, evenals gij, Vader, in eendracht met mij zijt en ik in eendracht met u ben” (Johannes 17:20, 21). Het bijbelverslag laat zien dat Jehovah God Jezus’ gebed verhoorde. Onder de vroege christenen verdwenen de langgekoesterde vijandschappen tussen joden en heidenen door middel van de verenigende kracht van Christus’ onderwijzingen. — Galaten 3:28.

Het kostte echter moeite deze eenheid te bewaren. De apostel Paulus verzocht zijn medewerkers dringend ’zo te wandelen dat zij zich de [hemelse] roeping waardig toonden’, „er ernstig naar strevend de eenheid des geestes te bewaren in de verenigende band van vrede”. Zij moesten niet in verschillende sekten uiteenvallen. Nee, „één lichaam is er en één geest, zoals gij ook werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen; één Heer, één geloof, één doop; één God en Vader van allen”. In de apostelen, herders en leraren in de gemeenten werd voorzien ten einde „allen” te helpen „tot de eenheid in het geloof [te geraken]”. — Efeziërs 4:1-6, 11-14.

Jehovah’s Getuigen in deze tijd zijn er met succes in geslaagd deze „eenheid” te bewaren. Verscheidene factoren — de geest van onafhankelijkheid, culturele en raciale verschillen, bepaalde zwakheden en onvolmaaktheden onder medechristenen — zouden echter een bedreiging kunnen vormen voor onze „eenheid in het geloof”. Hoe kan deze eenheid worden bewaard?

Van dezelfde tafel eten

Jehovah verlicht niet iedere christen afzonderlijk. In plaats daarvan heeft Christus de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse aangesteld om christenen overal ter wereld te voorzien van schriftuurlijk studiemateriaal en tijdige raad (Matthéüs 24:45-47). De Wachttoren wordt derhalve in 103 talen uitgegeven om in die wereldwijde behoefte te helpen voorzien.

Van dezelfde geestelijke tafel eten, draagt er veel toe bij eenheid van geloof aan te kweken en te bewaren. Soms echter lijkt een deel van de raad in bepaalde landen misschien niet van toepassing te zijn. Dienen wij dan te denken dat wij deze inlichtingen niet nodig hebben? Feitelijk niet. Het kan zijn dat enkele van de waarschuwingen die Paulus aan christenen in de immorele, afgodische stad Korinthe gaf, ogenschijnlijk niet helemaal van toepassing waren op christenen die op het platteland woonden (1 Korinthiërs 6:15, 16; 10:14). Toch beschouwden de christenen, waar zij ook woonden, Paulus’ brieven als een deel van de „Schriften”. — 2 Petrus 3:16.

Zo kunnen ook thans bepaalde artikelen misschien niet zo toepasselijk lijken voor de plaatselijke omstandigheden als andere. Maar wij dienen de waarschuwing vooraf niettemin op prijs te stellen, in het besef dat in onze eeuw van snelle communicatie ongezonde tendensen die in een deel van de wereld begonnen zijn, snel om zich heen grijpen!

Onvolmaaktheden en extreme zienswijzen

De discipel Jakobus zei: „Wij allen struikelen vele malen” (Jakobus 3:2). Vanwege hun onvolmaaktheid zijn mensen ook tot uitersten geneigd. Dit zal misschien geen probleem lijken als mensen er dezelfde zienswijzen op na houden. Twee extreme perfectionisten bijvoorbeeld kunnen het misschien heel goed samen vinden. Maar als de één een sloddervos is en de ander een perfectionist, zou dit tot heel wat geruzie kunnen leiden!

Jehovah’s Getuigen zijn afkomstig „uit alle natiën en stammen en volken en talen” (Openbaring 7:9). Als gevolg daarvan hebben afzonderlijke personen onder ons misschien totaal verschillende ideeën over zaken als voeding, kleding, gezondheidszorg en zelfs omgangsvormen. Zulke tegengestelde zienswijzen hoeven geen wig tussen ons te drijven. De bijbel waarschuwt tegen uitersten en moedigt ons aan naar evenwicht en redelijkheid te streven. „De wijsheid van boven is . . . vredelievend, redelijk”, zegt de bijbel. — Jakobus 3:17.

Het is waar dat de bijbel bepaalde praktijken zeer specifiek veroordeelt. Maar vaak moedigt de bijbel ons eenvoudig aan een middenweg te kiezen tussen twee uitersten. Beschouw eens wat de bijbel over de volgende onderwerpen zegt:

Werelds werk: „Luiheid doet in diepe slaap vallen, en een lakse ziel lijdt honger” (Spreuken 19:15). „Gij kunt niet God en de Rijkdom als slaaf dienen.” — Matthéüs 6:24.

Spreken: „Wie zijn lippen in bedwang houdt, handelt beleidvol” (Spreuken 10:19). „Voor alles is er een vastgestelde tijd . . . een tijd om zich stil te houden en een tijd om te spreken.” — Prediker 3:1, 7.

Gezellige omgang: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Johannes 13:35). „Maak uw voet zeldzaam in het huis van uw naaste, opdat hij niet genoeg van u krijgt.” — Spreuken 25:17.

Het opvoeden van kinderen: „Wie zijn roede inhoudt, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, die zoekt hem werkelijk met streng onderricht” (Spreuken 13:24). „Tergt uw kinderen niet, zodat zij niet moedeloos worden.” — Kolossenzen 3:21.

Hoe evenwichtiger onze zienswijzen zijn en hoe minder ze naar het extreme neigen, hoe minder wij met andere christenen in conflict zullen komen. Maar als er zich nu wegens onze onvolmaaktheid toch nog meningsverschillen voordoen? Denk aan Paulus’ woorden in Kolossenzen 3:13: „Blijft elkaar verdragen en elkaar vrijelijk vergeven als de een tegen de ander een reden tot klagen heeft.”

’Hij heeft mij doen struikelen’

Sommigen in de gemeente hebben echter de neiging uiterst gevoelig te zijn, doordat zij onvriendelijke motieven menen te onderscheiden achter onschuldige woorden en gebaren. Misschien is dit te wijten aan hun achtergrond. Hoe het ook zij, het is heel spijtig als zulke overgevoelige types zich permitteren gegriefd te raken over kleinigheden of, wat nog erger is, anderen in verband met de kwestie van streek brengen door zaden van verdeeldheid te zaaien!

Het is waar dat de bijbel gedrag veroordeelt dat andere discipelen tot struikelen zou kunnen brengen (Lukas 17:1, 2). En degenen die rijp zijn, dienen rekening te houden met de gevoelens van medechristenen. Terzelfder tijd geeft de bijbel krachtige raad om niet overgevoelig te zijn en ergernissen niet op te blazen in onze geest (Prediker 7:9). Ontevredenheid zaaien onder onze broeders door iemands tekortkomingen te onthullen, is bovendien een van de dingen die „Jehovah werkelijk haat”. — Spreuken 6:16-19.

Gods geest kan ons helpen overgevoeligheid te overwinnen. In plaats van stil te staan bij de fouten van onze broeders en zusters kunnen wij, met behulp van de geest, aan positieve, opbouwende dingen denken (Filippenzen 4:8). Dit bevordert de eenheid.

Eenheid is geen uniformiteit

Wereldomvattende eenheid betekent echter niet dat de individualiteit wordt onderdrukt of dat elk initiatief in de kiem wordt gesmoord. Waar bijbelse beginselen van toepassing zijn, laten wij de onafhankelijke denkwijzen van deze wereld graag varen en aanvaarden bereidwillig de leiding van Jehovah’s geest. Toch is er bij het volbrengen van onze predikingsopdracht volop ruimte voor individualiteit en zelfs fantasie. Ja, onze broeders zijn vaak heel vindingrijk als het erom gaat hun predikingsmethoden aan de plaatselijke omstandigheden aan te passen.

Vervolgens is er een uitgestrekt terrein van activiteiten waarbij niet rechtstreeks bijbelse beginselen betrokken zijn, waaronder bepaalde plaatselijke gebruiken. Op het vasteland van Europa geven mensen elkaar in de regel een hand. In delen van het Verre Oosten maken zij een buiging. Het is allebei aanvaardbaar voor christenen. Of neem kleding en haardracht. De bijbel geeft alleen fundamentele richtlijnen betreffende bescheidenheid en evenwichtigheid. Binnen die begrenzingen kunnen wij onze eigen voorkeur volgen, terwijl wij ons „gezond verstand” gebruiken. — 1 Timótheüs 2:9, 10.

Ouderlingen moeten er derhalve altijd op bedacht zijn raad te geven die stevig gefundeerd is op bijbelse beginselen in plaats van op persoonlijke voorkeuren. Wanneer het om geestelijke zaken gaat, zullen zij natuurlijk in de voorste gelederen staan om ware eenheid te bevorderen. Wij kunnen ook ons deel doen. Wij kunnen ’blijven beproeven of wij in het geloof zijn’ door geregelde studie van de bijbel en de publikaties van de ’getrouwe slaaf’ (2 Korinthiërs 13:5). Wij kunnen eenheid in werken bewaren door ons geloof vrijmoedig ’in het openbaar bekend te maken’. — Hebreeën 13:15.

Op deze manier zullen wij acht slaan op de geïnspireerde raad: „Nu vermaan ik u, broeders, door de naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij allen in overeenstemming met elkaar spreekt en dat er geen verdeeldheid onder u is, maar dat gij nauw verenigd zijt in dezelfde geest en in dezelfde gedachtengang.” — 1 Korinthiërs 1:10.

[Illustratie op blz. 30]

Goede betrekkingen onderhouden, zelfs wanneer iemand een reden heeft om aanstoot te nemen, is onontbeerlijk voor eenheid

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen