Religieuze beelden — Hoe beziet u ze?
IN 1888 werd de stad Kanton (China) door een massale overstroming getroffen. Aanhoudende regen verwoestte de oogst. Wanhopig baden de boeren tot hun god Loeng-wong om de stortregen te doen ophouden, maar tevergeefs. Kwaad over de onverschilligheid van hun godheid wierpen zij zijn beeld vijf dagen in de gevangenis! Enkele jaren voordien had dezelfde god hun gebeden om een eind te maken aan een droogte genegeerd. Zij ketenden zijn beeld en lieten het buiten in de brandende hitte staan.
In 1893 werd Sicilië door een droogte getroffen. Religieuze processies, kaarsen die in de kerken werden ontstoken en gebeden tot beelden vermochten geen van alle regen te produceren. Ten einde raad ontdeden de landslieden enkele beelden van hun gewaden, zetten zij andere met hun gezicht naar de muur en gooiden zij enkele zelfs in de drenkplaatsen van paarden! In Licata werd de „heilige” Angelo uitgekleed, geketend, uitgescholden en vervolgens met ophanging bedreigd. In Palermo (Italië) werd de „heilige” Jozef in een verdorde tuin gegooid totdat er regen zou komen.
Deze voorvallen, verhaald in het boek The Golden Bough, door Sir James George Frazer, hebben verontrustende implicaties. Ze geven te kennen dat zowel belijdende christenen als niet-christenen een identieke kijk op religieuze beelden schijnen te hebben. In beide gevallen gebruikten aanbidders hun beelden als een middel om in contact te komen met een „heilige” of een god. En het is interessant dat zij in beide gevallen trachtten hun trage „heiligen” of goden tot actie aan te sporen door ze met de ongerieflijke toestanden te laten kennis maken die hun aanbidders meemaakten!
Maar in deze tijd zullen velen die religieuze beelden gebruiken, zulke daden als extreem en misschien zelfs lachwekkend beschouwen. Zij zullen betogen dat voor hen beelden gewoon voorwerpen zijn waaraan zij eerbied betonen maar heus geen aanbidding schenken. Zij zullen misschien zelfs beweren dat beelden, kruisen en religieuze afbeeldingen gerechtvaardigde hulpmiddelen zijn bij de aanbidding van God. Misschien denkt u hier ook zo over. Maar de vraag is: Hoe denkt God hierover? Zou verering van een beeld in werkelijkheid kunnen neerkomen op het aanbidden ervan? Is het mogelijk dat in zulke praktijken in werkelijkheid gevaren schuilen?