Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 15/2 blz. 5-7
  • Kunnen beelden u dichter tot God trekken?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kunnen beelden u dichter tot God trekken?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kostbaar, met zorg afgewerkt, maar nutteloos
  • Het katholieke standpunt
  • Verlokt door een vijand
  • Dichter tot God geraken
  • Geen beelden in verband met de aanbidding
    Ontwaakt! 1970
  • Beelden
    Ontwaakt! 2014
  • De verering van beelden — Een controverse
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Wil God aanbeden worden via beelden?
    Ontwaakt! 2008
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 15/2 blz. 5-7

Kunnen beelden u dichter tot God trekken?

GROTE hoeveelheden Egyptische, Babylonische en Griekse beelden vullen in deze tijd de museums. Beelden die eens het voorwerp van vurige verering waren, staan nu als louter kunstwerken uit de oudheid tentoongesteld. Hun kracht bestond alleen in de verbeelding van hen die ze aanbaden. Toen de volken die ze vereerden uiteindelijk uitstierven, verdween ook de vermeende kracht van deze beelden. Ze werden ontmaskerd als krachteloze, — wat ze in werkelijkheid altijd al waren — levenloze voorwerpen van hout, steen of metaal.

Hoe staat het met de beelden die in deze tijd door mensen worden vereerd en aanbeden? Hebben ze meer kracht dan de Egyptische, Babylonische en Griekse beelden uit de oudheid? Zijn ze werkelijk een hulp voor mensen geweest om dichter tot God te geraken?

Met het voorbijgaan van elke generatie lijkt de mensheid steeds verder van God weg te drijven. En wat kunnen al de beelden in de wereld daaraan doen? Als ze onbeheerd worden gelaten, worden ze stoffig, worden aangetast of verrotten uiteindelijk. Ze kunnen niet voor zichzelf zorgen, laat staan iets voor mensen doen. Maar wat belangrijker is, wat heeft de bijbel over deze kwestie te zeggen?

Kostbaar, met zorg afgewerkt, maar nutteloos

Het is niet verbazingwekkend dat de bijbel beelden ontmaskert als nutteloos en volkomen machteloos wanneer het erom gaat hun aanbidders te helpen dichter tot God te geraken. Hoewel religieuze beelden gewoonlijk kostbaar en met zorg afgewerkt zijn, laat de bijbel zien wat hun werkelijke waarde is door te zeggen: „Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van de handen van de aardse mens. Een mond hebben ze, maar ze kunnen niet spreken; ogen hebben ze, maar ze kunnen niet zien; oren hebben ze, maar ze kunnen niet horen. Een neus hebben ze, maar ze kunnen niet ruiken. Handen bezitten ze, maar ze kunnen niet tasten. Voeten bezitten ze, maar ze kunnen niet lopen; ze geven geen geluid met hun keel. Degenen die ze maken, zullen net zo worden als zij, allen die erop vertrouwen.” — Psalm 115:4-8.

De bijbel ontmaskert afgoden niet alleen als waardeloos maar spreekt ook veroordelend over beelden en hun aanbidders: „Ze zijn als een vogelverschrikker in een komkommerveld, en kunnen niet spreken. Zonder mankeren worden ze gedragen, want ze kunnen geen stap doen. Weest niet bevreesd wegens ze, want ze kunnen niets rampspoedigs doen en, wat meer is, ze zijn niet bij machte iets goeds te doen. Ieder mens heeft zich zo redeloos gedragen dat hij niets weet. Iedere metaalbewerker zal zich stellig schamen over het gesneden beeld, want zijn gegoten beeld is een leugen, en er is geen geest in ze. Ze zijn ijdelheid, een bespottelijk maaksel.” — Jeremia 10:5, 14, 15.

Het katholieke standpunt

Het is waar dat velen die voor religieuze beelden buigen, tot ze bidden, kaarsen voor ze aansteken en ze kussen, zichzelf niet als afgodendienaars of beeldenaanbidders beschouwen. Katholieken beweren bijvoorbeeld dat zij beelden van Christus en Maria niet vereren omdat de beelden zelf enige goddelijkheid bezitten, maar vanwege degene die door de beelden voorgesteld wordt. In The World Book Encyclopedia wordt verklaard dat „beelden in de Rooms-Katholieke Kerk worden vereerd als symbool van de persoon die erdoor wordt voorgesteld”. De katholieke geestelijken hebben gepredikt dat het juist is een beeld te vereren zolang de verering ondergeschikt is aan de verering die God zelf toekomt.

De werkelijkheid is dat deze beelden worden vereerd. Zelfs in de New Catholic Encyclopedia wordt toegegeven dat een dergelijke verering „een daad van aanbidding” is. Jezus Christus sloot echter het gebruik van beelden als hulpmiddel om tot God te naderen uit toen hij zei: „Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij” (Johannes 14:6). Het wekt dus geen verbazing dat de eerste-eeuwse christenen het gebruik van beelden bij de aanbidding verwierpen.

Niettemin overtreffen de religies van de christenheid alle andere door hun grote hoeveelheid beelden. Ja, ondanks alle historische en schriftuurlijke bewijzen die de dwaasheid van het schenken van verering aan een beeld aantonen, blijven belijdende christenen over de hele wereld buigen voor en bidden tot beelden in hun oprechte zoeken naar God. Hoe komt dat?

Verlokt door een vijand

De profeet Jesaja verklaarde dat beeldenaanbidders uit zijn tijd de dwaasheid van hun daden niet inzagen doordat hun ogen waren „bestreken, zodat zij niet zien, hun hart, zodat zij geen inzicht hebben” (Jesaja 44:18). Wie zou er in staat zijn zo’n invloed op mensen uit te oefenen? Het iconoclastische concilie van 754 G.T. verklaarde dat de verering van beelden door Satan was ingevoerd om mensen van de ware God weg te lokken. Was deze gevolgtrekking juist?

Ja, want ze stemt overeen met de geïnspireerde bijbel, waarin eeuwen voordien werd verklaard dat de grootste vijand van God, Satan de Duivel, „de geest van de [mensen] heeft verblind” zodat de waarheid ’niet doorschijnt’ (2 Korinthiërs 4:4). Dus in plaats van dichter tot God te geraken, dient iemand die een beeld vereert eigenlijk de belangen van de demonen. — 1 Korinthiërs 10:19, 20.

Dichter tot God geraken

Beelden kunnen ons niet helpen dichter tot God te geraken. De Grootse Schepper, Jehovah God, heeft een afkeer van de verering van beelden (Deuteronomium 7:25). „Jehovah is een God die exclusieve toewijding eist” (Nahum 1:2). Hij zegt: „Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders zal ik mijn eigen heerlijkheid geven, noch mijn lof aan gehouwen beelden” (Jesaja 42:8). Dienovereenkomstig waarschuwt de bijbel dat zij die verering schenken aan beelden „Gods koninkrijk niet zullen beërven”. — Galaten 5:19-21.

Toch is Jehovah ook een barmhartige en vergevensgezinde God. De bijbel spreekt over mensen die zich van hun afgoden tot God keerden en rechtvaardig werden verklaard nadat zij hun afgodische praktijken vaarwel hadden gezegd (1 Korinthiërs 6:9-11; 1 Thessalonicenzen 1:9). Zij sloegen acht op Jezus’ woorden: „God is een Geest, en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden.” — Johannes 4:24.

Een serieuze studie van de bijbel zal onthullen dat het niet moeilijk is dichter tot God te geraken (Handelingen 17:26-28). Hij heeft een warme, liefdevolle persoonlijkheid, hij is te benaderen, en hij nodigt ons uit een intieme verhouding met hem op te bouwen en verwacht dat van ons. — Jesaja 1:18.

Jehovah’s Getuigen nodigen u uit onze hemelse Vader als een persoon te leren kennen, meer te weten te komen over zijn naam, Jehovah, en over zijn eigenschappen en bemoeienissen met de mensheid. Door middel van de bladzijden van zijn Woord, de bijbel, zult u gaan begrijpen waarom u echt geen zichtbare hulpmiddelen, zoals beelden en afbeeldingen, nodig hebt om tot God te naderen. Ja, „nadert tot God en hij zal tot u naderen”. — Jakobus 4:8.

[Kader op blz. 6]

Geschiedschrijvers merken het volgende op:

◻ „Het is een algemeen bekend feit dat het boeddhisme, dat in de zesde eeuw v.G.T. werd gesticht, pas omstreeks de eerste eeuw G.T. het eerste beeld van zijn stichter zag.”

„Eeuwenlang was de hindoetraditie in wezen aniconisch [zonder afgoden of beelden].”

„Het hindoeïsme en het boeddhisme begonnen beide aniconisch en aanvaardden slechts geleidelijk beelden bij hun aanbidding. Het christendom deed hetzelfde.” — The Encyclopedia of Religion, door Mircea Eliade.

◻ „Uit verschillende bijbelse verslagen blijkt dat de ware aanbidding van God geen beelden kende. . . . Ook in het NT [Nieuwe Testament] wordt de aanbidding van vreemde goden en afgoden verboden.” — New Catholic Encyclopedia.

◻ „Beelden waren onbekend bij de aanbidding van de vroege christenen.” — Cyclopedia of Biblical, Theological, and Ecclesiastical Literature, door McClintock en Strong.

◻ „Noch in het Nieuwe Testament, noch in een van de authentieke geschriften uit het eerste tijdperk van het christendom, kan ook maar een spoortje ontdekt worden van het gebruik van beelden of afbeeldingen bij de aanbidding van christenen, hetzij in het openbaar of in besloten kring.” — A Concise Cyclopedia of Religious Knowledge, door Elias Benjamin Sanford.

◻ „De vroege christenen zouden alleen al bij het voorstel om beelden in de kerken te plaatsen, vol afgrijzen hebben gekeken en zij zouden het neerbuigen voor of bidden tot die beelden als niets minder dan afgoderij hebben beschouwd.” — History of the Christian Church, door John Fletcher Hurst.

◻ „In de vroege kerk werd het maken en vereren van afbeeldingen van Christus en de heiligen consequent bestreden.” — The New Encyclopædia Britannica.

◻ „Hoewel de vroege Kerk niet afkerig was van kunst, bezat ze toch geen beelden van Christus.” — Schaff-Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge.

[Illustratie op blz. 7]

Jezus beklemtoonde dat God zoekt naar degenen die „de Vader met geest en waarheid . . . aanbidden”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen