Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w88 15/6 blz. 21-23
  • Zij waren overtuigd van Jehovah’s liefde

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij waren overtuigd van Jehovah’s liefde
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bewijzen van Jehovah’s liefde
  • Eindelijk in Kami
  • Motorfietsen — Hoe gevaarlijk zijn ze?
    Ontwaakt! 1992
  • Mijn strijd om met een gewelddadig leven te breken
    Ontwaakt! 1987
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1983
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
w88 15/6 blz. 21-23

Zij waren overtuigd van Jehovah’s liefde

HOGE golven sloegen tegen het schip dat op zee in een zware storm terecht was gekomen. Na een veertien dagen durende strijd met de woedende wateren hadden de passagiers en de bemanning alle hoop opgegeven, op één persoon na. Hij bezat het vertrouwen dat Jehovah hem zou beschermen, aangezien de vertroostende woorden „Vrees niet, Paulus”, in zijn geest weerklonken. In de volgende beslissende uren strandde het schip, waardoor allen veilig aan land konden komen. Opnieuw had Paulus reden om overtuigd te zijn van Gods liefde. — Handelingen 27:20-44.

Bent u even overtuigd van Gods liefde? Het is van het grootste belang Gods Woord voortdurend te bestuderen en het geleerde te gebruiken om anderen te versterken. Maar om echt van Jehovah’s liefde overtuigd te kunnen zijn, moet u werkelijk van Jehovah’s uitspraken leven door te ervaren dat hij ten behoeve van u handelt. Iemand die hier vast van overtuigd is, is een reizende opziener die in de hoge Boliviaanse bergen werkt en die, evenals vele anderen, Jehovah’s zorg aan den lijve heeft ondervonden.

„Toen ik in Oruro werkte,” zo vertelt hij, „moest ik een bezoek brengen aan een gemeente in Kami, een mijnstadje dat ongeveer 100 kilometer verder lag. De kronkelige bergweg bereikt een hoogte van 4600 meter en kan heel verraderlijk zijn, vooral als het regent. De temperatuur daalt vaak tot -10 °C. of lager.

Een andere broeder, Aníbal, zou mij er op zijn motor naar toe brengen, en wij vertrokken om 6.00 v.m., voorbereid op een tocht die vijf uur in beslag zou nemen. Vanaf het begin hadden wij regen, en er bleef modder tussen het wiel en het spatbord vastkoeken, waardoor wij moesten stoppen. Pas nadat wij de modder met veel moeite hadden weten te verwijderen, konden wij verder gaan. Achter Aníbal op de duozit probeerde ik aanvankelijk nog mijn schoenen en broek te beschermen, maar toen ze eenmaal doorweekt waren, deed ik er geen moeite meer voor.

Bewijzen van Jehovah’s liefde

Na zes uur gereden te hebben, sloeg de motor op een steile helling af en begonnen wij achteruit te glijden. Terwijl wij van de motor sprongen, probeerden wij op alle mogelijke manieren het zware voertuig in de glibberige modder tegen te houden. Onze pogingen bleken echter nutteloos te zijn en het hart zonk ons in de schoenen toen de motor over de rand van een 90 meter diep ravijn verdween! Wij keken bezorgd naar beneden. Het was ongelooflijk, maar de motor was dicht onder de rand blijven steken. Toch zouden wij hem nooit zonder hulp op de weg kunnen krijgen.

De uren kropen voorbij, en wij hadden weinig hoop dat er op die afgelegen weg iemand voorbij zou komen. Toen verscheen er een man met een ezel en een paar lama’s. Toen hij onze penibele situatie zag, zei hij in het Quechua: ’Ja, ik heb een paar tuiers bij me.’ Hij bond de leren repen aan de ezel en aan de motor vast. Daarna tilden wij vanuit het ravijn de motor op en moedigde hij de ezel aan te trekken. Ten slotte, nadat de ezel herhaaldelijk was aangepord, waren wij weer terug op de weg, terwijl het zweet ons op het voorhoofd parelde. Hoe konden wij hem dit vergoeden? Wij boden hem een Bijbelverhalen-boek aan, en hij vond het boek zo prachtig dat hij daar van zijn kant weer voor wilde betalen met aardappels uit zijn lading!

De motor sloeg aan en wij waren Jehovah heel dankbaar. Een eind verder leek het ons goed te stoppen, omdat de motor begon te sputteren. Wij kwamen bij een afgelegen koffiehuis. ’Waar gaat de reis naar toe?’ vroeg de eigenaar. Wij vertelden het hem en legden uit wat ons probleem was. ’Ik heb een bougie en wat gereedschap dat ik aan jullie zal uitlenen’, zei hij. Wij konden onze oren haast niet geloven — dit was een plaats waar men zijn vrienden vaak al wantrouwt, laat staan compleet onbekenden. Met de nieuwe bougie liep de motor gesmeerd.

Het was nu donker geworden en ik werd ongerust, aangezien mijn benen versteend waren van de kou. Toen, bij het nemen van een steile helling, sloeg de motor weer af. Herhaaldelijk starten en de motor over een afstand van drie kilometer voortduwen, haalden niets uit. Volkomen uitgeput, zaten wij langs de weg. Mijn benen waren op zijn minst niet meer versteend! Maar wij waren beiden uit het lood geslagen en ten einde raad. Wij rustten een poosje uit en probeerden toen de motor opnieuw te starten. Zou het lukken?

Tot onze verbazing sloeg de motor inderdaad aan. Maar nu begon het te regenen, en bij de volgende helling sloeg de motor weer af. Opnieuw zaten wij langs de weg, deze keer in de stromende regen. Wij pauzeerden weer een poosje. Met zekere twijfels probeerden wij de motor toen weer aan de gang te krijgen — en hij startte! Het duurde niet lang of wij bereikten het hoogste punt van onze reis. Ik voelde mij opgelucht, want ik redeneerde bij mijzelf dat ook al zou de motor afslaan, wij bijna freewheelend Kami zouden kunnen binnenrijden. Maar op een steile afdaling brak de remhendel in Aníbals hand! Terwijl ik snel van de motor afsprong en de bagagedrager vasthield, groef ik beide hielen in de grond en gleed zo de berg af. Op deze manier slaagde ik erin het voertuig tot stilstand te brengen. Hetzelfde gebeurde bij nòg twee afdalingen.

Eindelijk in Kami

„Om drie uur ’s nachts kwamen wij ten slotte in Kami aan. Wij waren 21 uur onderweg geweest. Het zou een probleem zijn de broeders te vinden, aangezien dit mijn eerste bezoek was. Wij klopten bij deuren aan, maar kregen te horen: ’Ga weg! Wij slapen!’ Na op verscheidene deuren geklopt te hebben, leek het mij het beste onder een uitstekend dak uit te rusten en in de ochtend verder te zoeken naar de broeders. Zodra ik mij liet zakken, viel ik in een diepe slaap. Toen ik wakker werd, ontdekte ik dat ik omringd was door een groep mensen. Ik stond op en een forse man liep naar mij toe en omhelsde mij. Ja, zij waren onze broeders! Aníbal had hen gevonden. Ik kon geen woord uitbrengen, zo was ik door emoties overmand.

Zonder tijd te verliezen, pakten zij onze bezittingen op, met inbegrip van de onder de aangekoekte modder zittende motor, die een broeder letterlijk naar zijn erf droeg. Mijn gastheer en -vrouw waren een eenvoudig echtpaar, de vrouw gekleed in een karakteristieke pollera, een uit verschillende lagen bestaande wijde rok. ’Jij slaapt in ons bed’, zeiden zij. Ik wilde niet dat zij op de grond sliepen, vooral niet omdat de vrouw zwanger was. Maar zij bleven aandringen.

Ik sliep als een blok tot acht uur ’s morgens. Iemand klopte op de deur. ’De broeders zijn klaar voor de dienst’, werd mij verteld. Toen ik hun hoopvolle gezichten zag, waar de waardering van afstraalde, bleef mij geen andere keus dan mij met mijn pijnlijke ledematen aan het bed te ontworstelen en met het bezoek te beginnen. En wat was het een hartverwarmend bezoek! Toen ik de broeders in hun bediening vergezelde, liepen zij eenvoudig over van vreugde en enthousiasme. Ik dacht na over de grote belangrijkheid van deze bezoeken, ondanks alles wat wij hadden meegemaakt — ze zijn als ’waterstromen in een waterloos land’. — Jesaja 32:2.

De volgende dag bezochten wij een dorpje waar een evangelische voorganger had gedreigd onze vergadering op te breken als ik arriveerde. Na de toespraak, gaf een stevig gebouwde man mij een Boliviaanse omhelzinga en zei: ’Broeder, u hebt de waarheid!’ Naderhand vroeg ik wie hij was. ’De voorganger’, zeiden zij.

Het bezoek aan Kami was maar al te vlug voorbij en wij aanvaardden de terugreis. De broeders hadden de motor gerepareerd en onze modderige kleren gewassen. Toen wij vertelden van de man die ons het gereedschap had geleend, verbaasden zij zich, aangezien hij bekendstaat als iemand die bijna nooit hulp biedt. Na veel omhelzingen en handdrukken, vertrokken wij, en het duurde niet lang of wij waren weer bij de vriendelijke eigenaar van het koffiehuis. Na alles aan hem teruggegeven te hebben, vroegen wij hem: ’Hoeveel zijn wij u verschuldigd?’ ’Niets’, antwoordde hij. ’Het was mij een genoegen jullie te helpen!’

Toen wij vijf uur later weer in Oruro waren, beseften wij hoe belangrijk het was niet de moed op te geven en hoe wonderbaarlijk Jehovah voor ons had gezorgd. Aníbal was zo onder de indruk van de ervaring dat hij uitriep: ’Ik heb er alles voor over om weer terug te gaan!’ En dat heeft hij ook gedaan, toen hij andere reizende opzieners op zijn motor naar Kami en andere plaatsen bracht. Ja, wij hadden alle reden om nog meer overtuigd te zijn van Jehovah’s liefde.” — Zoals verteld door kringopziener Ricardo Hernández.

[Voetnoten]

a Een Boliviaanse omhelzing bestaat uit een handdruk, een wederzijdse klopje op de rug en nog een handdruk.

[Illustraties op blz. 23]

De kronkelige bergweg die naar het mijnstadje Kami leidt

Weg door de bergen naar Kami

Ezels kunnen in een noodsituatie bijzonder nuttig zijn!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen