Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w88 15/4 blz. 15-20
  • Maak Jehovah tot uw vertrouwen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Maak Jehovah tot uw vertrouwen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waar is de broederlijke liefde?
  • Overleving door op Jehovah te vertrouwen
  • Een stralende toekomst
  • Jehovah schraagt zijn dienstknechten
  • Vertrouw op Jehovah met heel uw hart
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Jehovah, ik vertrouw op u
    Leven en dienen als christenen: werkboek voor vergaderingen 2017
  • Vertrouwen is noodzakelijk voor een gelukkig leven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Je kunt je broeders en zusters vertrouwen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2022
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
w88 15/4 blz. 15-20

Maak Jehovah tot uw vertrouwen

’Vertrouw op Jehovah en doe het goede; . . . Schep heerlijke verrukking in Jehovah.’ — PSALM 37:3, 4.

1, 2. (a) Wat gebeurde er in de eerste eeuw met degenen die niet op Jehovah vertrouwden, en met hen die dat wel deden? (b) Welke vragen zou men kunnen stellen aangaande religie in onze tijd?

IN DE eerste eeuw van onze gewone tijdrekening beweerden de joodse religieuze leiders God te aanbidden. Zij vertrouwden echter niet op hem. Zij overtraden zijn geboden en vervolgden zijn vertegenwoordigers (Matthéüs 15:3; Johannes 15:20). Het gevolg was dat ’hun huis hun verlaten werd achtergelaten’ door Jehovah (Matthéüs 23:38). In 70 G.T. verwoestten Romeinse legers Jeruzalem en haar tempel, hetgeen gepaard ging met grote verliezen aan mensenlevens onder de religieuze leiders en hun volgelingen. Degenen echter die op Jehovah vertrouwden, werden beschermd, aangezien zij acht hadden geslagen op de waarschuwingen van zijn woordvoerders en zich door een vlucht in veiligheid hadden gebracht. — Matthéüs 24:15-22; Lukas 21:20-24.

2 Zien wij in deze laatste dagen van dit samenstel van dingen de religies van deze wereld vertrouwen stellen in de ware God, Jehovah? Gehoorzamen zij zijn geboden en doen zij zijn wil, of imiteren zij de religieuze leiders van de eerste eeuw van wie God zich heeft afgekeerd? Welke van de huidige religies kan verwachten door Jehovah beschermd te worden omdat haar aanhangers ’op Jehovah vertrouwen en het goede doen’? — Psalm 37:3.

Waar is de broederlijke liefde?

3. Waarom hebben religieuze inspanningen om vrede te brengen gefaald?

3 Onlangs waarschuwde paus Johannes Paulus II ’dat het voortbestaan van de gehele mensheid ernstig bedreigd wordt’. Hij verklaarde nadrukkelijk dat ’aan deze bedreigingen het best het hoofd kon worden geboden door verenigde krachtsinspanningen van verschillende religieuze groeperingen’. Het is Gods wil, zo zei hij, dat religieuze leiders „samenwerken” ten behoeve van „vrede en verzoening”. Maar als dat Gods wil is, waarom heeft God de al eeuwen durende pogingen in die richting dan niet gezegend? Hij heeft dit niet gedaan omdat deze religies niet hebben vertrouwd op Gods manier om vrede te brengen door middel van zijn hemelse koninkrijk (Matthéüs 6:9, 10). In plaats daarvan hebben zij steun verleend aan de politiek en de oorlogen van de natiën. Bijgevolg hebben in oorlogstijd godsdienstige mensen van de ene natie godsdienstige mensen van de andere natie gedood, zelfs leden van hun eigen religie. Katholiek heeft katholiek gedood, protestant protestant, en hetzelfde is onder andere religies gebeurd. Maar doden ware geestelijke broeders elkaar terwijl zij beweren God te dienen?

4. Wat was volgens Jezus de maatstaf voor ware religie, en waarom was dit „een nieuw gebod”?

4 Jezus heeft de maatstaf voor de ware religie vastgesteld toen hij tot zijn volgelingen zei: „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Johannes 13:34, 35). Degenen die de ware religie beoefenen, moeten elkaar dus liefhebben. Dit was „een nieuw gebod” omdat Jezus zei: „Net zoals ik u heb liefgehad, . . . ook gij elkaar liefhebt.” Hij was bereid zijn leven voor zijn volgelingen af te leggen. Zij moesten bereid zijn hetzelfde te doen — niet het leven van hun medegelovigen te nemen, maar hun eigen leven zo nodig af te leggen! Daarin zat het nieuwe van dit gebod, want zo iets had de Mozaïsche wet niet vereist.

5. Hoe beklemtoont Gods Woord krachtig de noodzaak van liefde en eenheid onder zijn ware aanbidders?

5 Gods Woord verklaart: „Indien iemand de bewering uit: ’Ik heb God lief’ en toch zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij heeft gezien, niet liefheeft, kan God, die hij niet heeft gezien, niet liefhebben. En dit gebod hebben wij van hem, dat degene die God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben” (1 Johannes 4:20, 21). Door deze liefde bewaren degenen die op God vertrouwen, internationale eenheid. De apostel Paulus zegt in 1 Korinthiërs 1:10: „Nu vermaan ik u, broeders, door de naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij allen in overeenstemming met elkaar spreekt en dat er geen verdeeldheid onder u is, maar dat gij nauw verenigd zijt in dezelfde geest en in dezelfde gedachtengang.” — Zie ook 1 Johannes 3:10-12.

6. Waarom kunnen Jehovah’s Getuigen zeggen dat zij ’rein zijn van het bloed van alle mensen’?

6 The World Book Encyclopedia zegt dat er in de Tweede Wereldoorlog 55 miljoen mensen om het leven zijn gekomen. Zij werden gedood door mensen uit elke grote religie, met uitzondering van Jehovah’s Getuigen. Niet één van die slachtoffers is door een getuige van Jehovah gedood, want zij waren gehoorzaam aan het gebod om elkaar lief te hebben en weigerden verwikkeld te raken in de oorlogen van de natiën. Hoewel veel getuigen wegens hun neutrale standpunt de marteldood zijn gestorven, konden zij net als de apostel Paulus zeggen: „Ik [ben] rein . . . van het bloed van alle mensen.” — Handelingen 20:26.

7, 8. Hoe geven sommige geestelijken hun bloedschuld toe?

7 Een katholiek priester, die aalmoezenier was geweest voor de vliegers die in 1945 de atoombommen op Japan wierpen, verklaarde onlangs: „In de afgelopen 1700 jaar heeft de kerk aanzien verleend aan de oorlog. Ze heeft de mensen ertoe gebracht te denken dat oorlogvoering een eervol christelijk beroep is. Dat is niet waar. Wij zijn gehersenspoeld. . . . Het evangelie van de rechtvaardige oorlog is een evangelie dat nooit door Jezus is onderwezen. . . . Niets in het leven of het onderwijs van Jezus geeft houvast aan de gedachte dat het weliswaar onaanvaardbaar is mensen door middel van een kernkop te verbranden, maar aanvaardbaar is mensen door middel van napalm of vlammenwerpers te verbranden.”

8 De Londense Catholic Herald verklaarde: „De eerste christenen . . . vatten Jezus’ woorden letterlijk op en weigerden in het Romeinse leger dienst te nemen, ook al stond daar de doodstraf op. Zou de hele geschiedenis een ander verloop hebben gehad als de Kerk aan dat oorspronkelijke standpunt had vastgehouden? . . . Als de kerken van nu kans zouden zien om met een gemeenschappelijke veroordeling van oorlog voor de dag te komen . . ., hetgeen zou betekenen dat iedere lidmaat, net als de eerste christenen, door zijn geweten gehouden zou zijn om als gewetensbezwaarde dienst te weigeren, zou het werkelijk mogelijk zijn vrede te garanderen. Maar wij weten dat dit nooit zal gebeuren.”

9. Waarom concluderen wij dat Jehovah zich van de religies van deze wereld heeft afgekeerd?

9 De religies van deze wereld hebben dus op fatale wijze met Gods wetten geschipperd. Hun aanhangers hebben evenmin op hem vertrouwd als de Farizeeën dit deden. „Zij maken in het openbaar bekend dat zij God kennen, maar zij verloochenen hem door hun werken, omdat zij verfoeilijk zijn en ongehoorzaam en ongeschikt voor enig goed werk” (Titus 1:16). Bijgevolg heeft God zich net zo definitief van de religies van deze wereld afgekeerd als hij heeft gedaan ten aanzien van de huichelachtige joodse religie in de eerste eeuw. — Matthéüs 15:9, 14.

Overleving door op Jehovah te vertrouwen

10, 11. Wat deed koning Hizkía toen Assyrië de overgave van Jeruzalem eiste, en wie werd door Sanheribs woordvoerder gehoond?

10 Stel uw vertrouwen niet in menselijke oplossingen voor de wereldproblemen. Stel uw vertrouwen veeleer op Degene die zijn belofte kan vervullen (Jozua 23:14). Merk bij wijze van voorbeeld eens op wat er in de achtste eeuw vóór Christus gebeurde, in de dagen van koning Hizkía van Juda. De bijbel zegt over hem: „Hij bleef doen wat recht was in Jehovah’s ogen” (2 Koningen 18:3). In zijn dagen trok het machtige wereldrijk Assyrië tegen Jeruzalem op. De woordvoerder van de Assyrische koning Sanherib eiste Jeruzalems overgave, waarbij hij zei: „Dit heeft de koning gezegd: ’Laat Hizkía u niet bedriegen, want hij is niet bij machte u te bevrijden uit mijn hand. En laat Hizkía u niet op Jehovah doen vertrouwen.’” — 2 Koningen 18:29, 30.

11 Wat deed Hizkía? De bijbel verklaart: „Hizkía ging voor het aangezicht van Jehovah bidden en zei: ’O Jehovah, de God van Israël, die op de cherubs zit, gij alleen zijt de ware God van alle koninkrijken der aarde. Gíj hebt de hemel en de aarde gemaakt. Neig uw oor, o Jehovah, en hoor. Open uw ogen, o Jehovah, en zie, en hoor de woorden van Sanherib, die hij gezonden heeft om de levende God te honen. . . . O Jehovah, onze God, red ons alstublieft uit zijn hand, opdat alle koninkrijken van de aarde mogen weten dat gij, o Jehovah, alléén God zijt.’” — 2 Koningen 19:15-19.

12. Hoe verhoorde Jehovah Hizkía’s gebed?

12 Jehovah verhoorde dit gebed en zond de profeet Jesaja om Hizkía te vertellen: „Jehovah [heeft] aangaande de koning van Assyrië het volgende gezegd: ’Hij zal deze stad niet binnenkomen en er geen pijl in schieten en er met geen schild vóór komen en er geen belegeringsdam tegen opwerpen.’” Moest Hizkía zich met een leger tegen Assyrië te weer stellen? Neen, hij moest op Jehovah vertrouwen, en dit deed hij. En hoe liep het af? „Het gebeurde nu in die nacht, dat de engel van Jehovah voorts uittrok en in de legerplaats van de Assyriërs honderd vijfentachtig duizend man neersloeg.” En Sanherib zelf moest ervoor boeten dat hij Jehovah en Jehovah’s dienstknechten had gehoond, want zijn eigen zonen vermoordden hem later. In overeenstemming met Jehovah’s woord werd er geen enkel wapen tegen Jeruzalem gehanteerd. — 2 Koningen 19:32-37.

13, 14. Op basis waarvan zullen mensen uit alle natiën het einde van het huidige samenstel van dingen overleven?

13 In onze tijd staat er iets dergelijks te gebeuren. Wie op Jehovah vertrouwen, zullen zowel de hoon van deze wereld als het einde van deze wereld overleven. „Zij die uw naam kennen, zullen op u vertrouwen, want gij zult hen die u zoeken, stellig niet verlaten, o Jehovah” (Psalm 9:10). Maar voordat Jehovah zijn oordeel aan deze met bloedschuld beladen wereld voltrekt, nodigt hij rechtgeaarde mensen uit tot hem te komen om zekerheid te vinden. Dezen vormen „een grote schare” uit alle natiën, die „uit de grote verdrukking komen”. Zij overleven het einde van dit samenstel omdat zij op Jehovah vertrouwen en hem „dag en nacht” dienen. — Openbaring 7:9-15.

14 Zij zijn degenen die gehoor geven aan de oproep die nu steeds krachtiger over de gehele wereld weerklinkt, zoals in Jesaja 2:2, 3 werd voorzegd: „En het moet geschieden in het laatst der dagen dat de berg van het huis van Jehovah [zijn ware aanbidding] stevig bevestigd zal worden . . . En vele volken zullen stellig heengaan en zeggen: ’Komt, en laten wij opgaan naar de berg van Jehovah, . . . en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en wij willen zijn paden bewandelen.’” 2 Vers 4 zegt: „En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren.”

15. Wie vervullen de profetie van Jesaja 2:2-4, en hoe?

15 Wie in deze tijd ’smeden hun zwaarden tot ploegscharen’? Wie ’leren de oorlog niet meer’? Wie bezitten een onverbrekelijke liefde voor hun geestelijke broeders en zusters over de hele aarde en zijn in eenheid met hen? Wie vertrouwen werkelijk op Jehovah en nodigen anderen uit hetzelfde te doen? De feiten van deze tijd tonen aan dat het antwoord slechts kan luiden: Jehovah’s Getuigen. Evenals Hizkía vertrouwen zij met heel hun hart op Jehovah en tonen dat door zijn geboden te gehoorzamen.

Een stralende toekomst

16, 17. Welke stralende toekomst biedt Jehovah degenen die op hem vertrouwen?

16 Jehovah biedt degenen die op hem vertrouwen de stralendste toekomst aan die men zich kan indenken, wanneer hij het maatschappelijke bestel van deze oude wereld door zijn nieuwe bestel vervangt. In de nieuwe wereld hier op aarde zal geen vrees of wantrouwen meer zijn, geen armoede, onrecht of misdaad. Er zullen geen mensen meer worden omgebracht in oorlogen of omkomen door abortus. En zelfs zal, zoals Openbaring 21:4 belooft, „de dood . . . niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn”.

17 Mettertijd zal de aarde een paradijs worden, zoals Jezus heeft beloofd (Lukas 23:43). En aangezien zelfs de dood zal worden uitgebannen, zullen zij die op Jehovah vertrouwen, eeuwig in het Paradijs kunnen leven. Dan zal Micha 4:4 volledig in vervulling gaan: „Zij zullen werkelijk ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom zitten, en er zal niemand zijn die hen doet beven.” Stel u voor in een maatschappij te leven waar u iedereen die u ontmoet, volledig zult kunnen vertrouwen! Waarom zal dat zo zijn? Omdat, zoals in Jesaja 54:13 staat, „al uw zonen . . . door Jehovah onderwezen personen [zullen] zijn, en de vrede van uw zonen zal overvloedig zijn”.

18. Welke voordelen worden er zelfs nu reeds geoogst door degenen die op Jehovah vertrouwen?

18 Maar zelfs nu oogsten miljoenen getuigen van Jehovah over de hele wereld reeds de voordelen van het feit dat zij op Jehovah vertrouwen. Door Jehovah’s wetten en beginselen te gehoorzamen, kunnen Jehovah’s dienstknechten bijvoorbeeld niet als gevolg van het roken van tabak longkanker oplopen. Omdat zij in een moreel rein klimaat leven, hebben zij in het algemeen geen gevaar te duchten van de wereldomvattende epidemie van door seksueel contact overgedragen ziekten, met inbegrip van AIDS. Dat zij geen drugs gebruiken, behoedt hen in sterke mate voor geestverwoestende en doodaanbrengende kwalen, waaraan veel drugverslaafden lijden. En aangezien zij geen bloedtransfusies aanvaarden, lopen zij niet de dodelijke ziekten op die door bloed worden overgedragen, waaronder hepatitis, als gevolg waarvan alleen al in de Verenigde Staten jaarlijks tienduizend ontvangers van bloedtransfusies sterven of blijvend schade ondervinden.

19. Hoe zal Jehovah degenen redden die hem dienen, zelfs als zij nu sterven?

19 Ook al zouden sommigen die nu op Jehovah vertrouwen, sterven ten gevolge van ouderdom, ziekte of een ongeluk, toch zal Jehovah hen redden. Door middel van de opstanding zal hij hen weer herstellen. De apostel Paulus moedigde ons dan ook aan „ons vertrouwen niet op onszelf [te] stellen, maar op de God die de doden opwekt”. — 2 Korinthiërs 1:9.

Jehovah schraagt zijn dienstknechten

20, 21. (a) Welke tegenstand kunnen wij verwachten, zoals blijkt uit wat Jezus is overkomen? (b) Hoe rehabiliteert Jehovah zijn volk, zoals hij dit ook ten aanzien van Jezus heeft gedaan?

20 Houd in gedachte dat „de gehele wereld . . . in de macht van de goddeloze”, Satan de Duivel, ligt (1 Johannes 5:19). Indien u op God vertrouwt, zult u dus tegenstand ondervinden van Satan en zijn wereld. Zij zullen door spot of vervolging uw vertrouwen trachten aan te tasten, zoals zij dat bij Jezus probeerden. Nadat hij aan de martelpaal was genageld, „gingen [voorbijgangers] schimpend over hem spreken, terwijl zij hun hoofd schudden en zeiden: ’. . . Indien gij een zoon van God zijt, kom dan van de martelpaal af!’ Evenzo gingen ook de overpriesters met de schriftgeleerden en oudere mannen de spot met hem drijven en zeiden: ’Anderen heeft hij gered, zichzelf kan hij niet redden! . . . Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat Hij hem nu verlossen indien Hij hem hebben wil.’” — Matthéüs 27:39-43.

21 Drie dagen later heeft God Jezus inderdaad verlost door hem uit de doden op te wekken. Daarentegen werd die generatie van spotters door Romeinse legers gedood of tot slaaf gemaakt. Aangezien Christus, als Koning van Gods hemelse koninkrijk, de leiding zal hebben bij de opstanding, zullen die spotters, mochten er onder hen zijn die een opstanding krijgen, zich moeten onderwerpen aan Degene die zij 2000 jaar geleden hebben bespot! Ja, Jehovah rehabiliteert zijn dienstknechten, die zeggen: „Op God heb ik mijn vertrouwen gesteld. Ik zal niet bevreesd zijn. Wat kan de aardse mens mij doen?” — Psalm 56:11.

22. Wat verklaart Jehovah ten aanzien van degenen die op hem vertrouwen, en ten aanzien van hen die dat niet doen?

22 Met betrekking tot zijn dienstknechten verklaart Jehovah: „Gezegend is de fysiek sterke man die op Jehovah vertrouwt, en wiens vertrouwen Jehovah is geworden. En hij zal stellig worden als een boom geplant bij de wateren, die zijn wortels uitslaat vlak bij de waterloop; en hij zal het niet zien wanneer er hitte komt, maar zijn loof zal werkelijk welig blijken te zijn. En in een jaar van droogte zal hij niet bezorgd worden, noch zal hij nalaten vrucht voort te brengen.” Maar Jehovah verklaart ook: „Vervloekt is de fysiek sterke man die op de aardse mens vertrouwt en die werkelijk vlees tot zijn arm stelt en wiens hart zich van Jehovah zelf afkeert. En hij zal stellig worden als een eenzame boom in de woestijnvlakte en zal niet zien wanneer het goede komt.” — Jeremia 17:5-8.

23. Wat moeten wij doen als wij eeuwig leven willen krijgen?

23 Daarom, zo moedigen wij u in deze kritieke tijd aan, „vertrouw op Jehovah en doe het goede; verblijf op de aarde en handel met getrouwheid. Schep ook heerlijke verrukking in Jehovah, en hij zal u de beden van uw hart geven” (Psalm 37:3, 4). Moge onder uw van God ontvangen beden ook de gave zijn van eeuwig leven in de rechtvaardige nieuwe wereld, beloofd door de God op wie wij vertrouwen.

Vragen ter herhaling

◻ Aan welke maatstaf moet worden voldaan door degenen die op Jehovah vertrouwen?

◻ Onderwijzen de religies van deze wereld vertrouwen in Jehovah?

◻ Hoe werd het vertrouwen van koning Hizkía in Jehovah gerechtvaardigd?

◻ Hoe gaat in onze tijd de profetie van Jesaja 2:2-4 in vervulling?

◻ Welke toekomst zal verwezenlijkt worden voor degenen die op Jehovah vertrouwen?

[Illustratie op blz. 17]

De woordvoerder van de Assyrische koning hoonde Jehovah en eiste Jeruzalems overgave

[Illustratie op blz. 18]

In de nieuwe wereld zullen degenen die op Jehovah vertrouwen, volledige vrede en zekerheid genieten

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen