De waarheid verkondigen in de Oostenrijkse Alpen
OOSTENRIJK is terecht beroemd om zijn alpenweiden, het Wienerwald en de schitterende blauwe Donau. Deze en andere bekende bezienswaardigheden trekken bezoekers vanuit de hele wereld naar dit kleine land in het hartje van Europa.
Vorig jaar augustus, midden in het toeristenseizoen, arriveerde er een groep van bijna honderd bezoekers uit zeventien verschillende landen om iets geheel anders te zien. Zij kwamen naar Wenen om de inwijding bij te wonen van het nieuwe Oostenrijkse bijkantoor van het Wachttorengenootschap, dat het toezicht heeft op de Koninkrijksprediking van Jehovah’s Getuigen in Oostenrijk.
Van een klein begin
Het eerste bijkantoor van het Genootschap in Oostenrijk werd in 1923 in Wenen opgericht. Dat was minder dan tien jaar na een eerste bezoek aan vier Wachttoren-abonnees in die stad. Tegen die tijd was het aantal Koninkrijksverkondigers tot ongeveer honderd gestegen. Toen kwam de Tweede Wereldoorlog en de nazi-bezetting, een periode van zware beproevingen en moeilijkheden voor de getrouwe broeders en zusters. Maar zij volhardden en tegen het einde van de oorlog waren hun gelederen tot ruim 700 verkondigers gegroeid.
Ten einde toezicht uit te oefenen op het zich uitbreidende werk, werd er in 1957 een gebouw gekocht aan Gallgasse 44. In de loop der jaren is er in dit gebouw door middel van een aantal verbouwingen meer ruimte geschapen om de gestadige groei van het Koninkrijkswerk in het land te kunnen opvangen. Omstreeks 1973 was het aantal Koninkrijksverkondigers tot over de 10.000 gestegen. Daarom werden er in het begin van de jaren ’80 plannen gemaakt voor uitbreiding. Wettelijke belemmeringen werden ten slotte uit de weg geruimd zodat belendende percelen gekocht konden worden. In maart 1983 begon een wereldse firma aan het bouwskelet. Daarna namen de broeders het werk over en voltooiden het gebouw.
’Ons Bethel bouwen’
Getuigen uit alle delen van Oostenrijk boden zich vrijwillig aan voor het werk. „Wij bouwen ons Bethel” was de leus. Zij kwamen met auto’s en bussen, wel tot 190 vrijwilligers per weekend. Naar schatting heeft één op elke vijf verkondigers in het land een aandeel aan het werk gehad. Sommigen waren vaklieden — architecten, loodgieters, enzovoort. Anderen verschaften materialen of boden het gebruik van hun werkplaats aan. Sommigen verlieten zelfs hun baan en kwamen de gehele bouwperiode werken.
Eén broeder die een deel van zijn vakantie op het bouwterrein had doorgebracht, schreef: „Ik wilde jullie graag nogmaals bedanken voor de heerlijke vakantieweek. Het was alsof ik mij te midden van de woelige zee van de mensheid op een rustig eilandje bevond. Het was geweldig om gratis zo’n fysieke en geestelijke verkwikking te genieten.” Zelfs de kleinen hadden er een aandeel aan. Een achtjarige schreef: „Ik heb gehoord dat u geld nodig hebt voor de Bethelbouw. Ik wilde u graag wat van het geld sturen dat ik heb opgespaard. Ik sluit bij deze brief 200 Schilling [ongeveer ƒ 32] in.” Anderen bakten brood of plukten bessen en maakten vruchtesappen voor de vrijwilligers. De verkondigers in de 36 gemeenten van Wenen hebben gedurende de gehele bouwperiode elke zaterdag voor verfrissingen gezorgd.
Toegerust voor verdere toename
Met de renovatie van het oorspronkelijke gebouw en de toevoeging van het omringende nieuwe gedeelte is het bijkantoor nu meer dan driemaal zo groot als voorheen, met een totale vloeroppervlakte van 5400 vierkante meter. Het complex bevat 38 kamers, een eetzaal voor 80 personen, een nieuwe keuken en een wasserij. Onmiddellijk achter het oorspronkelijke gebouw bevindt zich een nieuwe Koninkrijkszaal. De kantoren en verschillende andere afdelingen zijn in de rest van de gebouwen ondergebracht.
Op 22 augustus 1987 werden de nieuwe bijkantoorfaciliteiten ingewijd. Onder de 282 gasten bevonden zich ongeveer honderd bezoekers uit zestien Europese bijkantoren en één uit Korea. Ook waren ongeveer honderd Oostenrijkse oudgedienden aanwezig die de beproevingen van de Tweede Wereldoorlog hadden overleefd. De oudste onder hen was de 102-jarige Maria Hack uit Graz. Een publiek bestaande uit 6810 personen, die zich op zeven andere plaatsen bevonden, luisterde via een telefoonaansluiting eveneens naar het inwijdingsprogramma.
Tot de belangrijkste sprekers tijdens het inwijdingsprogramma behoorden T. Jaracz en M. G. Henschel van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn (New York). Broeder Jaracz sprak over het thema „Takken die vruchten voortbrengen tot Jehovah’s eer” en gebruikte Johannes 15:2, 8 om aan te tonen dat met ’takken’ te vergelijken bijkantoren Jehovah tot eer strekken als ze veel vruchten voortbrengen. De nieuwe bijkantoorfaciliteiten zullen er in grote mate toe bijdragen dat er vruchten tot Jehovah’s eer worden voortgebracht.
Broeder Henschel beklemtoonde in de inwijdingstoespraak dat Jehovah een God met een voornemen is. Hij heeft zijn voornemen niet alleen van tevoren bekendgemaakt, maar heeft ook aangetoond dat hij in staat is het ten uitvoer te brengen. Ondanks Satans tegenstand kunnen wij erop vertrouwen dat Gods voornemen verwezenlijkt zal worden.
Toen het programma eindigde, voelden alle aanwezigen zich aangemoedigd het predikingswerk met hernieuwde ijver ten uitvoer te brengen. Het is duidelijk dat de prachtige nieuwe faciliteiten de Oostenrijkse Getuigen zullen toerusten om het goede nieuws van het Koninkrijk in een nog grotere mate in dit alpenland bekend te maken, tot lof en eer van de Grootse Schepper, Jehovah.
[Illustraties op blz. 23]
Het nieuwe gebouw, vanuit de tuin gezien
Koninkrijkszaal
Hoofdingang
Het nieuwe gebouw, met rechts het gerenoveerde gedeelte