De ware religie verdrijft angst — Hoe?
DE BRITSE auteurs Edwin en Mona Radford begrepen er niets van. Nadat zij meer dan tweeduizend bijgelovigheden hadden verzameld, ontdekten zij dezelfde bijgelovige angsten in Schotland, India en Oeganda, alsook in Midden-Amerika. Zij vroegen zich af: ’Hoe is dit te verklaren?’ De schrijver Robertson Davies merkt terecht op: „Er schijnt verband te bestaan tussen bijgeloof en een stelsel van geloofsovertuigingen dat teruggaat tot ver vóór de ons bekende religies.” Welk voorchristelijk „stelsel van geloofsovertuigingen” is dan de wortel van bijgeloof?
De wortel en vertakkingen van bijgeloof
De bijbel wijst naar het land Sinear (het gebied tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat, dat later Babylonië werd genoemd) als de geboorteplaats van vals-religieuze opvattingen, met inbegrip van bijgelovigheden. Daar begon „een geweldig jager”, Nimrod genaamd, aan de bouw van de beruchte Toren van Babel. Die zou voor valse aanbidding worden gebruikt. Jehovah God verijdelde echter de plannen van de bouwers door hun taal te verwarren. Geleidelijk werd het werk aan de bouw gestaakt en werden zij verstrooid (Genesis 10:8-10; 11:2-9). Maar overal waar zij zich vestigden, brachten zij dezelfde geloofsovertuigingen, ideeën en mythen mee. Babel bleef echter een centrum van valse religie en breidde later haar rol uit tot die van moeder en voedster van magie, tovenarij en bijgelovige geloofsovertuigingen, zoals astrologie. (Vergelijk Jesaja 47:12, 13; Daniël 2:27; 4:7.) Zo merkt het boek Great Cities of the Ancient World op: „Astrologie was gebaseerd op twee Babylonische begrippen: de dierenriem en de goddelijkheid van de hemellichamen. . . . De Babyloniërs schreven aan de planeten de invloeden toe die men van hun verschillende godheden zou verwachten.”
Hoe hebben deze gebeurtenissen uit de oudheid invloed uitgeoefend op ons? Het bijbelboek Openbaring geeft te kennen dat zich uit de opvattingen van het oude Babylon een wereldomvattend stelsel van valse religie heeft ontwikkeld. Het bestaat tot op onze tijd en wordt „Babylon de Grote” genoemd (Openbaring 17:5). Natuurlijk hebben de stroom des tijds en plaatselijke ontwikkelingen hun sporen achtergelaten op die oorspronkelijke Babylonische opvattingen. De grote verscheidenheid in religie die thans wordt waargenomen, is daarvan het resultaat. Maar juist zoals verschillende bomen dikwijls in dezelfde grond groeien, zo hebben de verschillende religies en bijgelovige opvattingen in de gehele wereld hun wortels in gemeenschappelijke grond — in Babylon. Laten wij ter illustratie eens zien hoe een van Babylons bijgelovige geloofsovertuigingen doorgesijpeld is in bijna alle religies die er thans over de hele wereld bestaan.
Vrees voor de doden — Waarop gebaseerd?
De Babyloniërs geloofden dat een geestelijk deel van de mens de dood van het vleselijke lichaam overleefde en kon terugkeren om op de levenden een invloed ten goede of ten kwade uit te oefenen. Daarom bedachten zij religieuze riten die ten doel hadden de doden gunstig te stemmen en hun wraakzucht te ontlopen. Deze geloofsovertuiging bestaat in veel landen nog steeds. In Afrika bijvoorbeeld speelt ze „een grote rol in het dagelijks leven van vrijwel elke . . . gemeenschap”. — African Religions — Symbol, Ritual, and Community.
Zelfs in zulke landen wonende personen die belijden christenen te zijn, worden erdoor beïnvloed. Henriëtte bijvoorbeeld, een 63-jarige vrouw van Afrikaanse afkomst, erkent: „Hoewel ik een actief lid van de plaatselijke protestantse kerk was, vreesde ik de ’geesten’ van de doden. Wij woonden dicht bij een kerkhof, en telkens als er een begrafenisstoet in de richting van ons huis kwam, maakte ik mijn kind wakker en hield het dicht tegen mij aan tot de stoet voorbij was. Anders zou de ’geest’ van de dode mijn huis binnenkomen en bezit nemen van het slapende kind.”
Zulk bijgeloof blijft voortbestaan omdat overal in de christenheid wordt geleerd dat de ziel onsterfelijk is. De geschiedenis toont aan dat Griekse filosofen — Plato in het bijzonder — voortborduurden op de Babylonische onsterfelijkheidsopvatting. Onder hun invloed, zo schrijft John Dunnett, lector in de theologie aan een Britse universiteit, „kreeg de idee van de onsterfelijkheid van de ziel geleidelijk vaste voet in de christelijke kerk”. Deze Babylonische leer heeft miljoenen in slavernij gehouden aan bijgelovige angst.
Maar de ware religie verdrijft een dergelijke angst. Waarom? Omdat de ware religie niet gefundeerd is op geloofsovertuigingen die in Babylon wortelen maar op leerstellingen die in de bijbel te vinden zijn.
De ziel volgens de bijbel
Het eerste boek van de bijbel deelt ons mee dat de mens een ziel, een levende persoon, werd (Genesis 2:7). Wanneer iemand sterft, sterft de ziel dus. De profeet Ezechiël bevestigt dit: „De ziel die zondigt, díe zal sterven” (Ezechiël 18:4; Romeinen 3:23). De ziel is sterfelijk en leeft niet voort na de dood. Psalm 146:4 zegt daarentegen: „Zijn geest gaat uit, hij keert terug naar zijn grond; waarlijk, op die dag vergaan zijn gedachten.” Lector John Dunnett komt dan ook tot de conclusie dat de onsterfelijkheid van de ziel „een onbijbelse geloofsovertuiging blijft”.
Als er geen onsterfelijke ziel is, kunnen er geen „geesten” van de doden zijn die mensen op aarde angst aanjagen. De basis waarop bijgelovige vrees voor de doden berust, stort aldus ineen.
Angst gebaseerd op bedrog
Bijgelovige angst voor de doden is moeilijk uit te roeien. Hoe komt dit? Omdat er inderdaad enge dingen gebeuren — zoals die nacht toen een vrouw van middelbare leeftijd in Suriname iemand haar naam hoorde roepen. Zij negeerde dit, maar vervolgens begonnen onzichtbare „handen” haar aan te raken, en toen zij daar bezwaar tegen maakte, werd zij door een onzichtbare kracht bijna gewurgd. U vraagt u misschien af: ’Als de „geesten” van de doden niet levend zijn, wie was hiervoor dan wèl verantwoordelijk?’ Opnieuw maakt kennis van de bijbel een eind aan bijgelovige angst.
De bijbel verklaart dat er wel degelijk goddeloze geestenkrachten, demonen genaamd, bestaan. Die demonen zijn echter geen heengegane zielen. Zij zijn engelen van God die in opstand zijn gekomen en partij hebben gekozen voor Satan, „die de gehele bewoonde aarde misleidt” (Openbaring 12:9; Jakobus 2:19; Efeziërs 6:12; 2 Petrus 2:4). De bijbel laat zien dat de demonen het heerlijk vinden mensen te misleiden, bang te maken en lastig te vallen. Het verslag in Lukas 9:37-43 vertelt dat een demon een jongen ’deed stuiptrekken tot het schuim hem op de mond stond’ en hem letsel toebracht. Zelfs toen de jongen voor Jezus werd geleid, „sloeg de demon hem tegen de grond en deed hem hevig stuiptrekken. Maar”, zo vervolgt het verslag, „Jezus bestrafte de onreine geest en maakte de jongen gezond en gaf hem aan zijn vader terug.”
Het is interessant dat de Cyclopedia of Biblical, Theological, and Ecclesiastical Literature bijgeloof definieert als „de aanbidding van valse goden”. Indien u dus zulke bijgelovige dingen doet, bent u er misschien onbewust mee bezig „valse goden”, ofte wel de demonen, gunstig te stemmen! Zulke valse aanbidding is een ernstig vergrijp tegen Jehovah God. — Vergelijk 1 Korinthiërs 10:20 en Deuteronomium 18:10-12.a
’Onderwerpt u aan God’ — Doet u dat?
Zou u de moed hebben die demonen de rug toe te keren door bijgeloof te verwerpen? Het is waar dat de demonen machtig zijn. Maar nadat de apostel had aangetoond dat wij moeten kiezen of wij Jehovah God of de demonen zullen dienen, vroeg hij: „Zijn wij soms sterker dan [Jehovah]?” (1 Korinthiërs 10:21, 22) Neen, dat zijn wij niet — maar bedenk dat Satan en zijn demonen dat ook niet zijn! Integendeel, die demonen „sidderen” van vrees voor Jehovah (Jakobus 2:19). Maar de Almachtige God biedt u zijn bescherming aan indien u erom vraagt. De bijbelschrijver Jakobus zegt verder: „Onderwerpt u daarom aan God; maar weerstaat de Duivel en hij zal van u wegvluchten” (Jakobus 4:7). Ook uw bijgelovige angst zal op de vlucht slaan.
Duizenden op de gehele aardbol die eens in angst en in slavernij aan bijgelovige gewoonten leefden, kunnen daar nu van getuigen. De Duivel is van hen weggevlucht! Hoe is dit in zijn werk gegaan? Bedenk dat de vijand van bijgelovige angst kennis is. Professor Rudolph Brasch, een expert op het gebied van de oorsprong van bijgelovigheden, verklaart: „Het is een kwestie van onderwijs — dit betekent dat naarmate de mensen meer onderricht hebben genoten, zij minder bijgelovig worden.”
Dat was het geval met de eerder genoemde Henriëtte. Toen zij inging op de uitnodiging van Jehovah’s Getuigen om met een gratis bijbelstudie te beginnen, doorzag zij de demonische list al spoedig. De tentakels van bijgeloof verloren hun greep. Zij, en duizenden met haar, hebben de waarheidsgetrouwheid ondervonden van de woorden in Hebreeën 2:15. Daar zegt de apostel Paulus dat Jezus „allen die uit vrees voor de dood hun leven lang aan slavernij onderworpen waren, [zal] bevrijden”. Juist zoals de tropische ochtendzon de zware dauw van het regenwoud doet verdampen, zo verdrijft het licht van de bijbelse waarheid alle bijgelovige angst.
Thans hebben talrijke voormalige ’bevreesde slaven’ de amuletten van hun hals en de beschermende koorden van het lichaam van hun kinderen verwijderd. Nu denken zij erover zoals Isaac, een 68-jarige voormalige Zuidafrikaanse toverdokter. Nadat hij met Jehovah’s Getuigen de bijbel had bestudeerd, zei hij: „Ik voel mij buitengewoon gelukkig en vrij omdat ik niet langer gebukt ga onder de angst voor geesten.” Hoe waar blijken Jezus’ woorden te zijn: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken”! — Johannes 8:32.
Ja, de ware religie verdrijft angst!
[Voetnoten]
a Sommige bijbelvertalingen (bijvoorbeeld de King James Version, Douay, The Comprehensive Bible) gebruiken het woord „bijgeloof” in Handelingen 25:19 als vertaling van het Griekse woord dei·si·dai·moʹni·as, dat „vrees voor demonen” betekent. Zie ook voetnoot in de Engelse NW-Verwijsbijbel.
[Illustratie op blz. 5]
Bijgelovigheden verbreidden zich vanuit hun bakermat Babylon over de gehele wereld