Gehandicapten die bekwame predikers zijn
DE KNAPPE jongeman met zijn benen in beugels is gedeeltelijk verlamd. Deze vrouw met de stralende ogen is doofstom. De drie glimlachende heren zijn slachtoffers van spierdystrofie. Wat hebben zij gemeen? Hun lichamelijke gebrekkigheid? Misschien. Hun bekwaamheden? Beslist! Zij allen zijn bekwame pioniers — volle-tijdpredikers.
Deze personen zeggen dat zij hun succes als pionierbedienaar aan drie dingen te danken hebben: (1) positieve, van Jehovah God afkomstige leiding via zijn liefdevolle organisatie; (2) niet-aflatende hulp van hun gezin en leden van de christelijke gemeente en (3) een oprecht verlangen om hun dienstvoorrechten te vergroten. Laten wij eens zien waarom deze gehandicapten zulke bekwame predikers zijn en hoe zij van hun bekwaamheid blijk geven.
Een gedeeltelijk verlamde met een rijkgevuld leven
Ook al kan de 35-jarige Masasji Tokitsoe zijn benen niet gebruiken, hij is al vijf jaar lang gewone pionier. In zijn jeugd droomde hij ervan gymnastiekleraar te worden. Maar aan die dromen kwam met één klap een eind toen hij op vijftienjarige leeftijd van de rekstok viel. Na die bittere ervaring had hij het gevoel alsof het licht in zijn leven was uitgedoofd. Maar het licht begon terug te komen toen hij de bijbel bestudeerde. Alleen was het ditmaal het licht der waarheid. (Vergelijk Johannes 1:5.) Binnen tien maanden werd Masasji als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt. Luister hoe hij ons vertelt waarom en op welke wijze hij pionier geworden is.
„Vrijwel van meet af aan vond ik dat het doel van mijn bijbelstudie was tot anderen te prediken. Dus greep ik de gelegenheid aan om met iedereen te praten die bij mij aan huis kwam. In mijn ogen waren de pioniers van alle mensen het meest te benijden. Wat snakte ik ernaar er iedere dag opuit te kunnen gaan om tot mensen te prediken! Gedeeltelijk verlamden hebben de neiging tot doorliggen, en ik had een bijzonder vervelende open wond op mijn heup, waar pus, wondvocht en bloed uit kwamen. Alleen al het vele malen per dag verwisselen van het verband nam een enorme hoop tijd in beslag! Omdat ik dacht dat ik in dit samenstel van dingen niet kon pionieren, werd ik tot tranen bewogen toen ik in de publikaties van het Wachttorengenootschap de vriendelijke, warme woorden las die gericht werden tot degenen die niet kunnen pionieren.
Vanwege open wonden aan beide heupen, kreeg ik lichte koorts. Vreemd genoeg verbeterde die toestand als ik naar christelijke vergaderingen ging. Toen liet ik na een deskundige suggestie van een broeder die arts is de wonden opereren. Een tweede operatie was een volledig succes, zodat ik na een herstelperiode van vijf maanden in de hulppioniersdienst ging. Destijds dacht ik echter dat als ik mij naar behoren van mijn verantwoordelijkheid als gemeente-ouderling wilde kwijten, de gewone pioniersdienst misschien te veel voor me zou zijn. De gemeente was pas opgericht en ik was de enige ouderling.
In diezelfde periode had ik belangstelling voor een bepaalde zuster met wie ik wilde trouwen, maar de liefde kwam van één kant. Diepgekwetst redeneerde ik dat deze afloop Jehovah’s wil moest zijn en dat ik geen plaats mocht toestaan aan emoties als er zoveel in de gemeente was dat zorg behoefde. Ik was van mening dat de beste medicijn voor mij was mij nog dieper in het theocratische werk te begraven. Twee maanden later werd ik ingeschreven als gewone pionier. Om als gedeeltelijk verlamde te kunnen pionieren, zijn veranderingen in persoonlijkheid veel belangrijker dan fysieke veranderingen. Je hebt zoveel hulp van anderen nodig om tot stand te brengen wat je wilt doen, en daarom is het absoluut noodzakelijk een prettige manier te ontdekken om die medewerking te krijgen. Aangezien ik met een auto in de velddienst kan gaan, stop ik waar mogelijk vlak bij de ingang van de huizen. Ik werk altijd samen met een andere Koninkrijksverkondiger, die naast mij in de auto zit. Mijn helper draagt mijn tas en onthoudt wat ik eruit nodig heb en in welke volgorde.
Aangezien wij smalle wegen bereizen, blijf ik soms gewoon voor het hek staan en roep luid over het pad naar het huis om de aandacht van de huisbewoner te trekken. Als er traptreden zijn, gaat mijn helper naar de deur om de huisbewoner in de bijbel te laten kijken terwijl ik onderaan het woord voer. Als er gemakkelijk bereikbare rijtjeshuizen zijn, of een bewoonde parterre in een flatgebouw, zijn de broeders zo vriendelijk die aan mij over te laten. Voor het tijdschriftenwerk verlicht ik de last voor mijn helper door alleen een tas met tijdschriften en brochures mee te nemen.
Als dienstopziener woon ik graag huisbijbelstudies bij. Wij houden de studies daarom in een gemakkelijk toegankelijke woning van een Koninkrijksverkondiger of zij komen bij mij thuis. U ziet dus dat ik hulp van de broeders nodig heb. Het is niet alleen belangrijk dat de vrienden begrijpen hoe zij mij moeten helpen maar ook dat ik weet hoe ik hun hulp op beminnelijke wijze moet aanvaarden.
Toen ik met de pioniersdienst begon, gaf ik veel getuigenis door brieven te schrijven. Maar nu ik de hele dag beugels kan dragen zonder nadelige gevolgen, doe ik vrijwel al mijn predikingswerk samen met de andere pioniers en verkondigers. Een direct voordeel van een volle dag in de dienst is een volle nacht gezonde slaap. Doordat ik iedere dag de bijbel gebruik, wordt mijn eigen overtuiging dat ik de waarheid bezit, verdiept. Doordat ik een rechtstreeks aandeel heb aan de realiteit van het dagelijks leven en zie hoeveel mensen de waarheid nodig hebben, verdiept zich mijn liefde voor hen. Door altijd met iemand samen te werken, heb ik ook gelegenheden voor herderlijk werk en word ik geholpen de kudde nog beter te leren kennen.
Natuurlijk zie ik verlangend uit naar het nieuwe samenstel van dingen en naar dienst voor Jehovah met een gezond lichaam. Maar het is niet nodig tot dan te wachten. Hem nu, met of zonder beperkingen, te dienen, is voor jong en oud de mooiste gelegenheid die er bestaat.”
Zij zoekt een horend oor
„Mijn jeugdjaren heb ik hoofdzakelijk huilend doorgebracht”, zegt Katsoeko Jamamoto. Als gevolg van de mazelen, gepaard gaande met hoge koorts, werd Katsoeko op tweejarige leeftijd doof. Zij herinnert zich hoe verschrikkelijk het was naar school te gaan en door andere kinderen harteloos bejegend te worden. Katsoeko, die blij is sinds 1981 te kunnen pionieren, vertelt ons hoe zij dat doet.
„Omdat ik niet op de gewone manier een gesprek kan voeren, maak ik in de velddienst gebruik van briefjes en die laat ik aan de huisbewoner zien. Dikwijls vraag ik een zuster die wel kan horen mee te gaan om zeker te weten dat ik begrepen word. Soms maak ik het eerste nabezoek alleen en vraag dan een zuster die kan horen met mij mee te gaan voor het tweede bezoek. Ik heb met die methode bijbelstudies kunnen oprichten. Het maakt mij bijzonder gelukkig op deze manier mijn waardering te tonen voor Jehovah’s goedheid.”
Katsoeko’s „huiljaren” zijn nu voorbij. Thans vindt deze aantrekkelijke christelijke vrouw ware vreugde in haar drukke leven als pionierster.
Drie pionierende broers
De drie gebroeders Tanizono zijn in de veertig en lijden aan spierdystrofie van het onderlichaam vanaf de bekkengordel. Voordat zij de waarheid leerden kennen, stortten zij zich verwoed op hun werelds werk, in de hoop dat zij de voortschrijdende verzwakking en de vroegtijdige dood die kenmerkend zijn voor deze ziekte zouden kunnen vergeten. Elk van hen begon afzonderlijk met een studie van de bijbel en leerde de waarheid kennen. Wat konden zij om hun waardering voor Jehovah te tonen anders doen dan hun dienst vergroten? De jongste broer, Tosjimi, vertelt ons:
„Tot 1979 woonde ik bij mijn oudste broer, Akimi, en zijn vrouw. Toen ik niet langer voor mijzelf kon zorgen, ging ik naar de verpleeginrichting waar mijn broer Josjito al was. Daar begon ik als hulppionier en de vijf volgende jaren heb ik met zo’n twaalf kinderen in de ziekenzaal de bijbel bestudeerd. Een van die kinderen werd gedwongen met de studie op te houden toen hij tegenstand kreeg van zijn ouders, maar zij lieten zich vermurwen toen hij smeekte hem weer te laten studeren. Hij stierf op zestienjarige leeftijd met de vaste hoop op een opstanding. Ongeveer een jaar later kreeg ik een telefoontje van de ouders, die vroeger tegenstanders waren geweest. Zij hadden wat moeilijkheden met hun jongste dochter en dachten dat een studie haar goed zou doen.
Mijn broer Josjito en ik wilden gewone pionier worden. Maar konden wij het vereiste jaarlijkse doel van 1000 uur wel halen? Zeker, wij hoefden maar dertig uur per maand meer te prediken dan wij al deden. Maar zou ons lichaam het volhouden? Opnieuw dachten wij: ’Als we het nu niet doen, komt het zover dat wij het niet meer kunnen.’ De woorden van Paulus die in 1 Korinthiërs 9:16 staan opgetekend, kwamen in onze gesprekken herhaaldelijk aan de orde. ’Werkelijk, wee mij indien ik het goede nieuws niet zou bekendmaken!’ Wij hebben beslist de verplichting het goede nieuws te prediken, of wij nu gezond zijn of niet. Dus dienden wij onze aanvragen in en begonnen op 1 september 1984 met de gewone pioniersdienst.”
Josjito voegt eraan toe: „Toen ik in januari 1976 probeerde ’tijdelijk’ te pionieren, kreeg mijn gezondheid een knauw en moest ik twee maanden het bed houden. Mijn grootste angst was dat de gewone pioniersdienst mij ziek zou maken, waardoor ik vergaderingen zou moeten missen. Gelukkig was ik in staat in augustus 1985 mijn urenquotum voor dat dienstjaar te bereiken, en ondanks de pioniersdienst had ik niet één vergadering gemist!”
Tosjimi merkt op: „Onze voornaamste methode om onze bediening te volbrengen, is brieven schrijven. Wij schrijven aan mensen die niet thuis getroffen zijn, vrienden, bloedverwanten, ongelovige gezinsleden van vrienden in de gemeente en bewoners van een berggebied dat in de van-huis-tot-huisbediening slechts tweemaal per jaar wordt bewerkt. Wij geven informeel getuigenis aan artsen, verpleegsters, werkstudenten en andere patiënten. Tot dusver hebben zes patiënten de waarheid leren kennen. Drie van hen zijn Koninkrijksverkondigers geworden, maar stierven voordat zij gedoopt konden worden. Wij hebben lichamelijk voordeel van het bezig zijn, mentale voldoening door de wetenschap dat wij het predikingswerk doen en innige vreugde doordat wij anderen aanmoedigen.”
Josjito voegt eraan toe: „Als gemeente-ouderlingen kunnen wij beiden uit ervaring spreken tot degenen die zich krachtig inspannen om in de pioniersdienst te kunnen gaan. Toen wij onze pioniersaanvragen indienden, werden ook twee oudere zusters in de gemeente ertoe bewogen zich in de pioniersrijen te scharen. Ik ben bijzonder blij in de geest van Psalm 119:71 te kunnen zeggen dat mijn vroegere negatieve denkwijze veranderd is in Jehovah’s manier van denken. Ja, ’het is goed voor mij dat ik in ellende heb verkeerd, opdat ik uw voorschriften leer’.”
Nu is het woord aan de oudste broer. Akimi zegt: „Dank zij de vriendelijkheid van de broeders en mijn liefhebbende vrouw, die een grote steun voor mij is, kan ik op theocratisch gebied doen wat ik doe. Ik kan nog geen stap lopen. Al veertien jaar brengen de broeders mij onvermoeibaar naar iedere gemeentelijke en grote vergadering. Vanaf het moment dat ik begon te studeren, vormden pionierservaringen de hoofdmoot van de gesprekken van de jonge mensen als zij bij elkaar kwamen voor gezellige omgang. Zoals in Onze Koninkrijksdienst werd voorgesteld, besloot ik te proberen één jaar te pionieren. Met enige angstige twijfels in verband met mijn fysieke conditie gaf ik Jehovah mijn belofte in gebed, en ik heb die belofte nu vijf jaar lang elk jaar herhaald. In de velddienst gebruik ik een driewieler voor gehandicapten. Daarmee kan ik bij veel huizen tot dicht voor de deur komen. Dikwijls zit ik op plekken waar veel voetgangers zijn. Als er maar weinig mensen langskomen, bid ik ter plaatse om iemand tot wie ik getuigenis kan geven, en ja hoor, dan komt er iemand met een horend oor. De bijbelonderzoekers komen bij mij thuis om te studeren en ik heb acht personen kunnen helpen vorderingen te maken tot de doop.
Als presiderend opziener en opziener van de theocratische bedieningsschool kom ik vroeg naar de vergaderingen zodat ik aanwezig ben om de broeders en zusters te begroeten. Omdat ik hen niet zonder meer thuis kan opzoeken, is het van heel groot belang dat ik de tijd voor en na de vergaderingen doeltreffend gebruik. Ook maak ik dikwijls gebruik van de telefoon om herderlijk werk te doen.
De laatste vier of vijf jaar is mijn spierkracht beduidend afgenomen. Tegen de avond kan ik letterlijk geen spier meer bewegen, en de spanning is dan zo opgelopen dat ik het gevoel heb of er een groot gewicht op mij ligt in bed. Mijn vrouw verlegt voorzichtig mijn ledematen om mij enige verlichting te schenken. Op zulke momenten helpen de warme en liefdevolle woorden van de broeders mij een glimlachend gezicht te bewaren, dat naar ik hoop de toestand van mijn hart en niet die van mijn lichaam weerspiegelt.”
Het voortschrijdende ziekteproces kan thans niet tot staan worden gebracht. Maar de gebroeders Tanizono zijn werkelijk van mening dat zij, door hun lichaam druk bezig te houden in de velddienst, zich rekenschap te geven van de noden van de huisbewoner en nauw samen te werken met medegelovigen, alsook door het gevoel van voldoening dat zij putten uit de dienst voor God als pioniers, geholpen zijn de voortschrijding van de ziekte tot een minimum te beperken. Hoe dankbaar zijn zij Jehovah daarvoor!
Gehandicapt maar vastberaden
Lichamelijke gebreken hebben de liefde en ijver die deze bekwame predikers voor de volle-tijddienst hebben, niet getemperd. Hun vastberadenheid stemt overeen met die van de apostel Paulus, die schreef: „Wij [geven] de moed niet op, maar ook al vervalt de mens die wij uiterlijk zijn, de mens die wij innerlijk zijn, wordt stellig van dag tot dag vernieuwd.” — 2 Korinthiërs 4:16.
Natuurlijk kunnen niet alle gehandicapte Koninkrijksverkondigers volle-tijdpredikers zijn. De omstandigheden variëren van persoon tot persoon. Maar alles wat zij kunnen doen om de Allerhoogste te loven en anderen in geestelijk opzicht te helpen, zal hun grote vreugde, persoonlijke voldoening en de zegen van onze liefdevolle God Jehovah schenken.
[Illustraties op blz. 23]
Masasji Tokitsoe
Katsoeko Jamamoto
Akimi Tanizono
Tosjimi Tanizono
Josjito Tanizono