De Marquises-eilanden en Tuamotu uitgenodigd tot ’eeuwig leven in het Paradijs’
NA EEN vlucht van zo’n 1450 km in noordoostelijke richting vanaf Tahiti arriveerden mijn vrouw en ik op Nuku Hiva, het grootste van de Marquises-eilanden. Op de kaart lijken deze eilanden slechts stipjes in de uitgestrekte Stille Zuidzee. Maar wij werden getroffen door hun ruige schoonheid.
De meeste eilanden in de Marquises-groep zijn vooral opvallend door hoge pieken die tot in de wolken rijzen, met steile kliffen die afhangen als de plooien van een bijeengenomen rok. De diepe, vruchtbare valleien, bedekt met kokosplantages en andere weelderige plantengroei, liggen naar de zee toe open en monden uit in op het oog knusse kleine baaien. De machtige golven en sterke stromingen rondom de eilanden en het ontbreken van koraalriffen maken het echter moeilijk een boot aan land te brengen. De verspreide atollen van Tuamotu liggen nauwelijks zichtbaar aan de horizon, zodat wij opeens beter begrepen waarom de vroege zeevaarders ze de Lage Eilanden of de Gevaarlijke Archipel noemden.
Wij kwamen deze eilandbewoners een uitnodiging brengen die overeenkomt met de titel van een kleurrijk hulpmiddel voor bijbelstudie, het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven. Op Nuku Hiva gingen wij aan boord van de Araroa, een vrachtschip, voor een 21-daagse, 4000 km lange tocht door het gebied van de Marquises-eilanden en Tuamotu. Telkens wanneer het schip ergens aanlegde om vracht te lossen en te laden, gingen wij op pad met onze boodschap.
De eenvoudige levenswijze van de eilandbewoners
Maar misschien vraagt u zich af wat voor mensen wij daar ontmoetten. De meeste bewoners van de Marquises-eilanden wonen in dorpjes rond de baaien of langs de rivier. De dorpen variëren in omvang van twee of drie families tot misschien ettelijke honderden inwoners. De meeste gezinnen zijn groot, met acht tot tien, sommige wel met achttien of twintig kinderen. Hun leven is eenvoudig maar zwaar. Zij eten wat de oceaan oplevert, af en toe aangevuld met het vlees van de rondom het huis scharrelende varkens en kippen. Ook gaan zij het binnenland in om op wilde berggeiten te jagen of wilde paarden te vangen, die zij africhten en als trekdier gebruiken. De weelderige kokospalmen leveren hun kopra (gedroogd kokosvlees waaruit olie wordt gewonnen voor de bereiding van zeep en andere produkten). Kopra is het voornaamste marktgewas van de eilanden, maar er zijn ook enige inkomsten uit houtsnijwerk, tapa (van boombast gemaakte en versierde stof) en piere (gedroogde bananen).
De bewoners van de Marquises waren vroeger kannibalen en brachten mensenoffers aan hun tiki-goden. Tegenwoordig zijn de meesten katholiek. Zij versieren hun huis met prenten en beelden van Maria en van Jezus. Het is interessant dat de toegangsweg tot het paleis van de katholieke bisschop op Nuku Hiva omzoomd is met tiki-beelden. In Tuamotu wordt het religieuze leven beheerst door de mormonen, de katholieken en de ’Reformed Church of Latter-day Saints’, die plaatselijk Sanitos wordt genoemd.
De eilandbewoners spreken Marquesiaans, maar zij verstaan ook Frans en Tahitiaans. Hun levenswijze is typerend voor alle Polynesiërs — zij leven bij de dag in het trage ritme dat de eilanden eigen is. Doordat de bezoeken van schepen ongeregeld en schaars zijn, hebben de mensen de kunst van het geduldig wachten geleerd. In januari 1979 is er elektriciteit aangelegd en nu de televisie haar intrede heeft gedaan, zijn de eilandbewoners meer ingesteld op de realiteiten van de buitenwereld.
Op Nuku Hiva
Nuku Hiva is met zijn 1800 bewoners het bestuurscentrum van de Marquises-eilanden. Het regeringsgebouw, de grote haven en het paleis van de bisschop liggen aan de Baai van Taiohae, ons vertrekpunt.
Er waren geen deurbellen. Wij riepen gewoon hoe-hoe! Als er iemand op reageerde, zeiden wij vriendelijk glimlachend Kaoha! („Hallo!”) en legden vervolgens uit wat de reden was van ons bezoek. Veel eilandbewoners aanvaardden het boek gretig en zeiden: „Heel hartelijk dank dat u gekomen bent. Wij hebben nog nooit zo iets gehad om ons te helpen Gods Woord te begrijpen.” Zij hebben de beschikking over de katholieke bijbel in het Tahitiaans en drie van de Evangeliën in het Marquesiaans.
Sommigen die ons aanbod aanvaardden, vroegen ons spontaan of wij anderen wilden bezoeken. Een jongeman wilde bijvoorbeeld beslist dat mijn vrouw hem zou volgen, en zei maar steeds: „Daarachter! Daarachter!” Als hij het niet aangewezen had, zou mijn vrouw voorbijgelopen zijn aan het huis van een beeldhouwer, die het leerzame boek bijzonder op prijs bleek te stellen.
In Hakaui woonden slechts twee families, aan weerskanten van de smalle riviermonding. Toen wij aankwamen bleek het eerste gezin het heel druk te hebben. Daarom staken wij met hulp van vriendelijke zeelui per barkas over naar de andere familie. Toen wij aan land gingen, zagen wij twee vrouwen midden tussen een stel varkens zitten die rond het huis liepen te wroeten — een werkelijk nederig schouwspel. Maar toen wij hun het boek lieten zien, boden zij ons graag het beetje wat zij bezaten aan om een exemplaar te kunnen krijgen. Wij moesten onwillekeurig denken aan de arme weduwe over wie in Lukas 21:2-4 wordt gesproken, die alles wat zij had in de tempel gaf.
Onze volgende aanlegplaats was Taipivai, aan de zuidoostkust van Nuku Hiva, beroemd gemaakt door Herman Melvilles boek Typee. Het was een diep en prachtig dal, dicht begroeid met kokosplantages. Om zes uur in de ochtend gleden wij in onze barkas de rivier op, terwijl het spiegelgladde water de kokospalmen en het eerste ochtendgloren weerkaatste. Wij konden heel wat huizen tussen de bomen ontwaren.
„Hoe lang blijven wij hier?” Ik kreeg te horen dat de vrachtwagen die de zakken kopra vervoerde panne had. Als wij opschoten, zouden wij dus te paard het hele gebied kunnen bewerken, helemaal tot aan de uiterste punt van het dal, waar een grandioze waterval zich omlaagstortte in de varens. Ruim tien families reageerden gunstig op ons bliksembezoek.
Naar de andere eilanden
Ongeveer 40 km ten oosten van Nuku Hiva ligt Ua Huka. Dit eiland is kleiner, minder vruchtbaar en nogal bergachtig. Weer begaven wij ons om zes uur in de ochtend naar de kust. Vanaf het stenige strand klauterden wij via een rotsweg naar boven en na een uur stevig doorlopen kwamen wij aan in Hane, het grootste dorp. Zoals gewoonlijk werd het landschap beheerst door de plaatselijke kerk. De invloed van de kerk was de laatste tijd toegenomen ten gevolge van een charismatische beweging die de mensen aansprak. Maar een jonge man die daar woonde, gaf uiting aan zijn bezorgdheid over de kritieke wending die de wereldgebeurtenissen nemen en aanvaardde graag onze „uitnodiging”, de boodschap omtrent leven in een aards paradijs.
Onze volgende aanlegplaats was het eiland Ua Poa. Wij waren onmiddellijk onder de indruk van de 1200 m hoge zwartbasalten bergtoppen, die als spietsen in de wolken priemden. In feite waren het uit lava bestaande kernen van geërodeerde vulkanen. Er waren op dit eiland vijf dorpen te bezoeken. Onze „uitnodiging” werd met veel brede glimlachen en stralende ogen in ontvangst genomen. Dikwijls hoorden wij de opmerking: „Mea kanahau!” („Het is prachtig!”) Het boek maakte op heel wat dorpelingen zoveel indruk dat zij erop stonden uit dankbaarheid onze rugzakken vol te stoppen met schelpen en vruchten — citroenen, mango’s, sinaasappelen en grapefruits. In Haakuti, een dorp hoog op de rand van een klif, troffen wij een vrouw en haar dochter aan die zo enthousiast waren over wat zij hoorden dat zij de hele weg naar beneden klauterden naar de aanlegsteiger om iedereen daar te vertellen dat zij naar onze boodschap moesten luisteren en het prachtige boek moesten nemen.
Toen wij het hoofddorp, Hakahau, bereikten, vroegen wij ons bezorgd af hoe wij bij een zo kort oponthoud de meer dan duizend inwoners moesten bereiken. Tot onze grote opluchting bood een heer die verrukt was over de boodschap ons het gebruik van zijn auto aan: „Ik breng u waarheen u maar wilt.” Enkele jaren tevoren had de plaatselijke priester alle lectuur die Jehovah’s Getuigen achtergelaten hadden, opgehaald en verbrand. Dit had de mensen bang gemaakt. Maar onze boodschap bleek zo aantrekkelijk te zijn dat zo’n twaalf families hun mensenvrees overwonnen en het boek namen dat wij kwamen brengen.
Hiva Oa, het volgende eiland op onze tocht, is het vruchtbaarste en weelderigste van de Marquises-eilanden. Het is beroemd geworden door de kleurrijke, impressionistische schilderijen van Paul Gauguin. Zijn laatste jaren bracht hij door in Atuona, waar wij afmeerden. De gebruikelijke vraag aan de bezoeker was: „Hebt u de tiki al bekeken?” De zo’n 2,5 m hoge stenen tiki aan het verste uiteinde van de baai is de grootste in Frans Polynesië. Vriendelijk antwoordden wij dan: „Hij heeft ogen, maar kan niet zien, en een mond, maar kan niet spreken. Aangezien wij hier maar eventjes zijn, willen wij met levende mensen praten en hun iets interessants laten zien.” Een dame was zo enthousiast over het aanbod dat zij een vriendin aanmoedigde het boek te nemen. Zij leende haar vriendin zelfs het geld ervoor. Een andere dame verklaarde: „Ik begin te begrijpen dat het belangrijker is de bijbel te lezen dan elke avond naar de kerk te gaan om te bidden.”
Tegen de avond stonden wij op het havenhoofd Hanaiapa bij het licht van een lantaarn met enkele mensen te praten. Het gesprek kwam op het onderwerp „hel”. „Stel dat u een erg ondeugend kind had. Zou u een vuur maken en het kind erin gooien?” „Nee!” antwoordden zij. „Zou God dan zijn kinderen eeuwig in een vuur laten lijden?” Vier vrouwen en een man hadden bijzonder veel belangstelling voor Gods liefdevolle „uitnodiging” om op een aarde te leven waar ’de goddeloze niet meer zal zijn’ omdat hij voor eeuwig vernietigd is, en niet eeuwig gepijnigd wordt. — Psalm 37:10.
Van Hiva Oa waren wij in een wip bij het eilandje Tahuata. Een matroos vertelde ons half in scherts dat nog maar goed honderd jaar geleden enkele blanken door de inheemse bevolking hier waren opgegeten. Wij echter verschaften hun slechts interessante gesprekken. De man die verantwoordelijk was voor de charismatische beweging in het dorp voelde er weinig voor het boek te nemen, maar stond erop dat wij een glas water van hem aannamen. „Met het water dat ik u geef”, zei hij, een verkeerde toepassing gevend aan Jezus’ woorden in Johannes 4:14, „zult u nooit meer dorst krijgen, maar het zal een bron van water worden dat in u opborrelt.” Wij bedankten hem en antwoordden: „Dit water is slechts water, en wij nemen het dankbaar aan. Maar weigert u levengevend water en geestelijk voedsel dat wij u aanbieden?” Deze woorden bewogen hem ertoe verscheidene boeken te nemen. Later, aan de kade, begonnen enkele mensen te spotten: „Is er wel iemand die uw aanbod heeft aangenomen?” Maar het hoofd van de openbare werken daar vroeg of hij het boek mocht zien en besloot ter plaatse, waar iedereen bij was, het te nemen. Wat waren zij allen verbaasd toen zij hoorden dat ook anderen op ons aanbod waren ingegaan!
Onze laatste aanlegplaats in de Marquises-eilanden was het meest zuidelijke eiland, Fatu Hiva. Het was een van de eerste die ontdekt werden, en wel in 1595, door de Spanjaard Álvaro de Mendaña de Neyra, die de eilanden vernoemde naar de vrouw van de onderkoning van Peru — Islas Marquesas de Mendoza. Fatu Hiva is een beeldschoon eiland. In het grootste dorp, Omoa, troffen wij een familie die grote belangstelling aan de dag legde. Toen wij naar het dal vertrokken waren, ging de moeder haar vriendinnen bij elkaar halen, zodat wij toen wij terugkwamen door hen allen met een brede glimlach werden opgewacht. Zij wilden de boeken hebben om iets over Gods Woord te leren tijdens de bijbelstudiebijeenkomsten die zij ’s avonds hadden. Toen wij aan de kade terugkwamen, was een van onze rugzakken leeg en zat de andere vol sinaasappelen en citroenen.
Naar Tuamotu
Na een dag en twee nachten varen in zuidwestelijke richting bereikten wij het atol Pukapuka in Tuamotu. Er werden speciale regelingen getroffen om de Araroa elke dag bij twee atollen te laten aanleggen. Dit bood ons de gelegenheid enkele van de anders ontoegankelijke atollen te bewerken.
Van de duizend Pomotu’s op deze eilanden namen dertig families vol vreugde onze „uitnodiging” aan. In een bescheiden huisje tussen de kokospalmen begon een vrouw gauw kokoswater te verkopen om verscheidene exemplaren te kunnen kopen voordat wij moesten vertrekken. Het zou ons moeilijk vallen deze familie te vergeten, die er ook op stond ons de gedroogde bonito aan te bieden die onder het blikken dak van hun huisje hing.
Dierbare herinneringen
Er waren zoveel andere gelukkige gezichten die in ons geheugen zullen blijven, en wij hebben het vaste vertrouwen dat Jehovah voor hen zal zorgen. Wat zijn wij blij dat wij deze tocht door het gebied van de Marquises-eilanden en Tuamotu hebben gemaakt, zodat wij daar met eigen ogen getuige zijn geweest van de krachtige uitwerking die de „uitnodiging” „U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven” op mensen heeft! — Ingezonden.
[Kaarten op blz. 25]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Marquises-eilanden
Nuku Hiva
Taiohae
Ua Huka
Ua Poa
Hiva Oa
Atuona
Tahuata
Fatu Hiva
Omoa