Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w86 15/9 blz. 21-25
  • Zorg dragen voor de verstrooide „schapen” in de Caprivi-strook

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zorg dragen voor de verstrooide „schapen” in de Caprivi-strook
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
  • Onderkopjes
  • De Caprivi-strook
  • Terug naar Katima Mulilo
  • Nog een bezoek aan Kasane
  • Voor de verstrooide „schapen” zorgen
  • Een wisseling van partners
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
w86 15/9 blz. 21-25

Zorg dragen voor de verstrooide „schapen” in de Caprivi-strook

DE ROOMKLEURIGE Landrover reed, beladen met voedselvoorraden, reserveonderdelen en bijbelse lectuur, noordwaarts vanuit Windhoek, de hoofdstad van Zuidwest-Afrika (Namibië). De tijd? Mei 1981. Toen de vier passagiers door het vlakke, droge landschap reden, hadden zij tijd om over de opwindende tocht die zij voor de boeg hadden, na te denken.

De bestuurder, Chris du Plessis, en zijn partner, Tony Rice, waren gewone pioniers, dat wil zeggen, getuigen van Jehovah die als volle-tijdpredikers van de Koninkrijksboodschap werkzaam zijn. Zij hadden net enkele heerlijke weken doorgebracht in Katatura, de grote zwarte woonwijk bij Windhoek. Beiden hadden het verkwikkend gevonden om onder de zwarte bevolking, met hun vriendelijke houding en goede reactie op de boodschap, van huis tot huis het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken.

Er was de jonge mannen verzocht kringopziener Schalk Coetzee en zijn vrouw naar geïsoleerde groepen Getuigen in het noorden te rijden, waar sommige wegen onbegaanbaar zijn voor gewone voertuigen. Met de Landrover konden zij overal kamperen — de Coetzees konden „beneden” in het voertuig slapen en de twee jonge mannen „boven” in een tent op het dak!

Na ongeveer 370 kilometer gereden te hebben, bereikte het groepje de „dodendriehoek” — zo genoemd omdat veel mensen daar hun leven hebben verloren door intensieve guerrilla-activiteiten van binnenvallende strijders uit Angola. Verder noordwaarts zagen zij verscheidene autowrakken, maar zelf hadden zij geen problemen.

Eerst bezochten zij Ondangua, een militaire post niet ver van Angola. Speciale pioniers zorgden voor de kleine gemeente aldaar. Christo Els en zijn vrouw Elizabeth hadden de plaatselijke taal, Ndonga, geleerd — een ware uitdaging. Maar de mensen luisterden goed en hadden diep respect voor de bijbel. Soms moest Christo het ploegen met ezels overnemen of moest zijn vrouw het veld schoffelen, opdat de huisbewoners naar de Koninkrijksboodschap konden luisteren!

Aangezien het gebied een oorlogszone was, liepen reizigers op grintwegen gevaar op een landmijn te lopen. Daarom reden Christo en Elizabeth vaak op zandwegen door het oerwoud, en de mensen die zij ontmoetten, waren erg verbaasd dat zij geen wapens droegen.

Het was voor hen een ware vreugde de Ovahimba’s te bezoeken, die in een afgelegen gebied een primitief leven leiden. Deze mensen waren in huiden gekleed en hadden hun lichaam met oker ingesmeerd. De pioniers gebruikten een publikatie die zij hadden helpen vertalen. Wat een vreugde was het te zien hoe deze mensen waardering voor de Koninkrijksboodschap aan de dag legden!

Tijdens het één week durende bezoek van broeder Coetzee en zijn gezelschap werd er een ééndaags congres gehouden. Aangezien het gebied schaars bevolkt was, waren er slechts weinig aanwezigen. Maar allen op deze afgelegen buitenpost waren verrukt over het programma en de fijne omgang.

De Caprivi-strook

Na een kort oponthoud in Rundu om vergunningen te verkrijgen, bereikte het groepje de Caprivi-strook. Zoals het kaartje laat zien, is dit een smalle landstrook die zich van het noordoosten van Namibië uitstrekt tot diep in het hartje van zuidelijk Afrika. Ze is 480 kilometer lang en op het breedste punt 80 kilometer breed en wordt begrensd door Angola, Zambia en Botswana. Hoewel dit ook een gebied is waar militairen patrouilleren, is deze strook vreedzamer dan het gebied ten westen ervan.

De bevolking van de Caprivi-strook telt ongeveer 40.000 personen, voornamelijk zwarten, hoewel rondtrekkende Bosjesmannen vaak het westelijke deel binnenkomen. Veel bewoners spreken Engels en kunnen lezen en schrijven. Toen het groepje in oostelijke richting reed, stopten zij vaak om met de mensen te spreken; ook genoten zij van het natuurschoon — bomen en in het wild levende dieren, met inbegrip van olifanten en antilopen. Naarmate zij Katima Mulilo, de enige „stad”, naderden, namen de groepjes nette, met riet bedekte hutten in aantal toe. Chris en Tony waren zo gefascineerd door het gebied dat toen Schalk Coetzee vroeg of zij bereid waren in deze afgelegen streek dienst te verrichten, zij het voorrecht verheugd aannamen.

Na een kort verblijf in Katima Mulilo was het viertal weer op weg om de geïsoleerde groep in Kasane, in Noord-Botswana, te bezoeken. Zij reisden door het Chobe-wildreservaat en passeerden soms grote kudden buffels en olifanten. Toen zij ’s nachts kampeerden, hoorden zij dichtbij leeuwen brullen.

In Kasane, waar plaatselijke pioniers als tolk fungeerden, predikten zij op zijn Afrikaans van hut tot hut. Het contact wordt langzaam en waardig tot stand gebracht. De bezoeker staat buiten de hut en roept om de aandacht te trekken. Iemand geeft antwoord, nodigt hem binnen en vraagt hem te gaan zitten. Gewoonlijk wordt het hele gezin bijeengeroepen om te luisteren. Dan volgt er een langdurige uitwisseling van groeten en informaties naar de gezondheid en de plaats waar de bezoekers vandaan komen. Pas dan begint de Getuige over een bijbels onderwerp te spreken.

De plaatselijke Getuigen waren erg blij en dankbaar dat het gezelschap van zo ver was gekomen om hen te bezoeken. De vergaderingen moesten in een lemen hut worden gehouden. Daarom moedigde Schalk Coetzee hen aan hun eigen Koninkrijkszaal te bouwen.

Toen de reizigers weer terugkeerden naar Katima Mulilo, schonk het hun allen vreugde een week lang met de plaatselijke Getuigen samen te werken. ’s Nachts kampeerden zij in de buurt van de Zambezi en waardeerden zij de stilte, die alleen werd verbroken door tromgeroffel in de verte — de „hartslag” van Afrika. Het plaatselijke groepje bleek ijverig te zijn maar veel raad nodig te hebben over het leiden van vergaderingen, het getuigenisgeven van hut tot hut, het op juiste wijze wettelijk laten registreren van huwelijken, enzovoort.

De bezoekers genoten werkelijk van het predikingswerk! Tony zei: „Toen de mensen te weten kwamen dat wij bijbelverklarende boeken in Silozi, hun taal, hadden, overweldigde het ons bijna toen zij niet alleen om boeken vroegen maar ook om iemand die hen wilde onderwijzen. Het was ongelooflijk!”

Ongaarne verliet het gezelschap hun nieuwe vrienden in Katima Mulilo en begon aan de terugreis. Zij brachten een week door bij de plaatselijke gemeente in Rundu, in Noord-Namibië. De meeste broeders en zusters aldaar waren Portugeessprekende vluchtelingen uit Angola. Opnieuw een taalprobleem! Na een reis van zo’n vierduizend kilometer bereikten zij Windhoek, vermoeid maar gelukkig en bijzonder dankbaar jegens Jehovah voor de vele voorrechten die zij hadden genoten.

Terug naar Katima Mulilo

De twee pioniers keerden terug naar Katima Mulilo, deze keer om er te blijven en Jehovah’s „schapen” te helpen. Om er te kunnen blijven, hadden zij huisvesting en part-timewerk nodig. Bij hun eerste poging vonden zij werk. Zij kregen ook toestemming om gebruik te maken van een kampeerwagen — een motorvoertuig dat eigendom was van het Wachttorengenootschap. En zij dankten Jehovah dat hij aldus in hun behoeften voorzag.

Al gauw waren Chris en Tony er druk mee bezig de plaatselijke Getuigen op verschillende manieren te helpen. Hiertoe behoorde ook het bouwen van een Koninkrijkszaal. Zij sneden lang gras af voor het dak, verzamelden het speciale leem dat in termietenheuvels wordt aangetroffen en erg hard wordt, en leerden hoe zij het dak op Afrikaanse manier met stro moesten bedekken. Met gewitte muren zag de zaal er netjes en aantrekkelijk uit. Aangezien zij het zich niet konden veroorloven stoelen te kopen, bestonden de zitplaatsen uit banken of doorgezaagde boomstammen. Het was eenvoudig, maar het was hun eigen Koninkrijkszaal!

Er waren tot dusver geen goed geleide vergaderingen gehouden. Daarom bereidden de pioniers de vijf wekelijkse vergaderingen voor die Jehovah’s Getuigen over de gehele wereld houden. Dit betekende veel werk, maar voor hen en de plaatselijke Getuigen was het geestelijk opbouwend. De pioniers moesten ook Silozi, de plaatselijke taal, leren.

Het duurde niet lang of er werd een gemeente gevormd. Na verloop van tijd waren vier van de plaatselijke broeders in staat openbare lezingen te houden en alle vergaderingen te leiden, en een van hen werd als dienaar in de bediening aangesteld. Ondertussen genoten de pioniers intens van de prediking van hut tot hut. Zoveel mensen wilden de bijbel bestuderen dat zij niet aan alle aanvragen konden voldoen. Zou u niet graag in zo’n gebied dienst willen verrichten? Zou dit mogelijk zijn?

Nog een bezoek aan Kasane

De kringopziener had de pioniers gevraagd af en toe het groepje in Kasane, in Botswana, te bezoeken. Bij één gelegenheid kwamen zij in ernstige moeilijkheden. Soldaten uit Botswana hielden hen bij de grens aan.

„Jullie zijn spionnen!” zei de leider.

„Nee, wij zijn bedienaren van het evangelie, Jehovah’s Getuigen, die de mensen in de bijbel onderwijzen.”

„Ik geloof niet dat jullie christenen zijn. Jullie zijn Zuidafrikaanse soldaten.”

Het was een hachelijke situatie. Maar toen de soldaten de voorraden bijbelverklarende lectuur zagen in plaats van geweren, lieten zij de broeders gaan.

Door de gespannen militaire situatie in het gebied was ook het contact met Zambia erg moeilijk geworden. Katima Mulilo wordt alleen door de Zambezi gescheiden van Zambia, waar Jehovah’s Getuigen talrijk zijn en grote voorraden lectuur in het Silozi hebben. Maar gezien de patrouillerende troepen durfde de plaatselijke bevolking niet in hun mokolos, of boomstamkano’s, over te steken. Eén- of tweemaal werd er hevig naar de overkant van de rivier geschoten.

Voor de verstrooide „schapen” zorgen

Dit alles belette Chris en Tony niet om zorg te dragen voor de „schapen” in de Caprivi-strook, met inbegrip van enkele verstrooide of verspreid wonende „schapen”. Zij hadden bijvoorbeeld gehoord dat Andrew, een bejaarde man in een dorpje dat ongeveer zeventig kilometer van Katima verwijderd was, veel belangstelling voor de bijbel bezat. Toen zij hem aantroffen, zat hij net het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt te lezen en het bezoek stemde hem overgelukkig! Hij had jarenlang alleen gestudeerd en was bijzonder aangemoedigd door de hulp die de pioniers hem gaven.

Frank Mwemba woont ook erg geïsoleerd. Hij woont in een dorp dat ongeveer honderd kilometer van Katima af ligt. Zijn huis kan alleen per voertuig met vierwielaandrijving worden bereikt, en zelfs dan alleen in bepaalde tijden van het jaar, aangezien een groot deel van de Caprivi-strook moerassig is en regelmatig onder water staat. Frank had de waarheid in Zambia aanvaard, was daar gedoopt en was toen naar zijn geboortedorp in de Caprivi-strook teruggekeerd. Jarenlang had hij alleen volhard. Was hij in die geïsoleerde plaats blijven prediken? Had hij weerstand geboden aan de plaatselijke praktijken op het gebied van toverij en polygamie? Was zijn huwelijk wettelijk geregistreerd? Ja! Frank onderhoudt zijn vrouw — slechts één vrouw — en zijn kinderen door te vissen en op het land te werken, en gaat in zijn mokolo of te voet dagen achtereen naar verspreide dorpen om daar het goede nieuws te verbreiden. Hij studeert geregeld met zijn gezin, gaat toverdokters uit de weg en toonde de bezoekers trots zijn huwelijkscertificaat!

Bij een andere gelegenheid zakte Chris per rivierboot de Zambezi af naar het vlakke, moerassige gebied van Nantungu. Hij had gehoord dat daar geïnteresseerde personen woonden. ’Wat zal ik hier aantreffen?’ vroeg Chris zich af toen hij met een plunjezak op zijn rug van de boot naar de oever sprong. Tot zijn grote vreugde trof hij er een groepje aan dat ernaar streefde in overeenstemming met de bijbel te leven, zoals zij dit van Zambiaanse Getuigen hadden geleerd. Zij waren dolblij de publikaties in het Silozi te zien die Chris bij zich had, met inbegrip van de laatste uitgaven van De Wachttoren. De volgende drie dagen had Chris het druk met bijbelse gesprekken en bezoeken aan nabijgelegen dorpen om geïnteresseerde personen te ontmoeten. Voordat hij vertrok, trof hij regelingen voor geregelde vergaderingen en de Koninkrijksprediking.

Een wisseling van partners

Wegens gezondheidsredenen moest Tony Rice begin 1982 de Caprivi-strook verlaten. Later kreeg Chris een tweede partner, Melt Marais, een broeder die bijna een jaar lang ijverig in de Caprivi-strook dienst heeft verricht. In mei 1983 trouwde hij met Magda, een jonge pionierster, en zij werd zijn derde partner in de Caprivi-strook. Hun huwelijkslezing werd in de kleine Koninkrijkszaal gehouden die Chris had helpen bouwen.

Magda had er even tijd voor nodig om zich aan het leven in de Caprivi-strook aan te passen. De kampeerwagen was naar een gebied buiten het stadje verplaatst en kende niet het gerief van elektriciteit of stromend water. ’s Nachts kregen zij vaak een kudde olifanten op bezoek. Magda was in het begin behoorlijk van streek als zij ’s nachts met een zaklantaarn door het raam van de kampeerwagen naar buiten scheen en dan op zo’n twee meter afstand de kolossale gestalte van een olifant zag! Maar zij wende al gauw aan het nieuwe leven en vond het heerlijk. Haar voorbeeld vormde een aanmoediging voor de kleine gemeente in Katima.

Het was voor de broeders in de Caprivi-strook ook erg aanmoedigend kringvergaderingen bij te wonen in Francistown, Botswana (650 kilometer verderop). Zij waren vooral verrukt een districtsvergadering te kunnen bijwonen in de buurt van Johannesburg (ongeveer 1400 kilometer van hen verwijderd). Zij waren verbaasd de enorme menigte Getuigen en de soepel functionerende organisatie te zien en de grote hartelijkheid te ervaren van de blanke broeders en zusters — allemaal een bewijs van de werkzaamheid van Jehovah’s geest.

Maar de getrouwe, liefdevolle bediening van de jonge pioniers heeft de „schapen” in de Caprivi-strook, die zo dringend hulp nodig hadden, het meest opgebouwd. Hier staat tegenover dat het de pioniers, die bereid waren te dienen waar de behoefte zeer groot was, bijzondere vreugde schonk die hulp te kunnen bieden.

In september 1983 moesten Chris en Magda de Caprivi-strook echter verlaten. Waarom? Hij legt uit: „Wij kregen de uitnodiging dienst te verrichten op het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Zuid-Afrika. Het speet ons de dertien verkondigers en de vele geïnteresseerden in de kleine gemeente en de drie groepjes die wij in de Caprivi-strook achterlieten, vaarwel te moeten zeggen. Wij bidden of Jehovah meer arbeiders mag verschaffen om dit gebied, dat rijp is voor de oogst, te bewerken.” — Matthéüs 9:37, 38.

Er zijn nog veel meer plaatsen waar hulp nodig is. Bent u in staat en bereid om op deze wijze dienst te verrichten en uzelf in te zetten om voor Jehovah’s schapen te zorgen? Zo ja, dan zijn er rijke beloningen voor u weggelegd. Jezus zei in dit verband: „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen.” — Handelingen 20:35.

[Kaarten/Illustratie op blz. 21]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

NAMIBIË

ANGOLA

OVAMBOLAND

Ondangua

Rundu

Tsumeb

Otavi

Grootfontein

De „dodendriehoek”

Windhoek

CAPRIVI-STROOK

de Zambezi

Katima Mulilo

Kasane

BOTSWANA

ATLANTISCHE OCEAAN

[Illustratie op blz. 23]

Kamperen aan de Zambezi bij Katima Mulilo. Schalk Coetzee schrijft zijn wekelijkse kringopzienerverslag. Let op de slaapaccommodatie boven op de Landrover

[Illustratie op blz. 24]

Koninkrijksprediking in Kasane, Noord-Botswana

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen