Carrièremakers vonden een echte werkkring voor het leven
DE NACHTLUCHT was ijzig en het water steenkoud. Tweehonderd jonge mannen en vrouwen, gekleed in lange witte gewaden en met een kaars in de hand hoog boven het hoofd geheven, waadden tot aan hun borst het water in. Was het een inwijdingsrite van een of andere mystieke sekte? Of misschien een dolle streek van een stel jongelui?
Deze jonge mensen, pas afgestudeerd van hoger onderwijs en universiteit, sloten zich bij duizenden andere leeftijdgenoten aan in wat men zou kunnen beschouwen als een rite bij de overgang naar een carrière bij een grote onderneming in Japan. De ijzige massale doop had ten doel aanstaande werknemers te reinigen van alle onafhankelijke neigingen die zij tijdens hun opleiding mochten hebben aangekweekt, en hun band van loyaliteit aan de onderneming te versterken.
Beroepsijver en toewijding
„In Japan is de werkkring de gemeenschap. De gemeenschap is de werkkring”, schrijft Frank Gibney in zijn boek Japan: The Fragile Superpower. Wat dit wil zeggen, is dat wanneer iemand eenmaal bij een onderneming in dienst treedt, zijn hele leven daaromheen draait. „Als hij voor Mitsubishi werkt, is hij een Mitsubishi-man. De meeste van zijn vrienden werken bij Mitsubishi. Hij borrelt met hen, speelt golf of gaat naar de bowling met hen en bespreekt zijn problemen met hen. Zeker, hij wedijvert met hen, maar zoals kinderen met elkaar wedijveren in een gezin waaruit geen van hen ooit van plan is weg te gaan. Met uitzondering van zijn familie, en misschien enkele schoolvrienden, komen zijn kennissen — en dikwijls die van zijn gezin — voor het merendeel uit het bedrijf.”
In ruil voor zoveel toewijding en zelfopoffering krijgen de werknemers zekerheid in de vorm van een werkkring voor het leven. Hiertoe behoort een eindeloze aaneenschakeling van opleiding, oriëntatie, overplaatsing en, uiteraard, promotie.
De meeste jonge mensen in Japan grijpen deze succesformule gretig aan en laten zich inlijven bij het systeem. Anderen, die niet de ondernemingsladder beklimmen, worstelen toch om op andere beroepsterreinen vooruit te komen. Maar schenkt zo’n systeem geluk en voldoening? Betekent een werkkring voor het leven tevens vreugde voor het leven? Steeds meer mensen ontdekken dat er iets beters is, iets dat meer voldoening schenkt dan het beklimmen van de ondernemingsladder of de strijd om persoonlijke rijkdom en roem.
Zijn werk was zijn leven
Joenitji studeerde in 1961 af aan de afdeling bedrijfseconomie van de Keio-universiteit. In het voetspoor van andere gegradueerde studenten trad hij traditiegetrouw in dienst van een grote onderneming. In zijn geval was het de grootste autodealer in Japan, een onderneming met zo’n 4700 werknemers. Gestadig klom hij op de ondernemingsladder omhoog. Ten slotte bracht hij het tot hoofd van zijn afdeling. Hoewel zijn werk, dat hem dikwijls van de vroege ochtend tot middernacht opeiste, hem vrijwel geen tijd liet voor zijn vrouw en vijf kinderen, aanvaardde hij dit alles en beschouwde het als een offer dat voor een toekomst met zekerheid noodzakelijk was.
Maar in oktober 1974 gebeurde er iets. Joenitji kwam erachter dat zijn vrouw en kinderen met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeerden en christelijke vergaderingen bezochten. Hij deed wat hij kon om hen ervan af te brengen, zelfs door bij hen weg te gaan, maar tevergeefs.
Toen hij op een dag thuiskwam van zijn werk, was zijn gezin naar de vergadering gegaan. „Ik vond de tafel gedekt voor mijn avondeten en er lag een brief voor mij”, zei Joenitji. „In de brief liet mijn gezin mij weten dat zij de waarheid nooit zouden kunnen opgeven, dat ook ik er baat bij zou vinden en dat ik dat op een dag wel zou gaan begrijpen.” Dit maakte nogal indruk op Joenitji. „Ik bedacht dat dit wel eens inderdaad de waarheid kon zijn en ik legde hun niets meer in de weg.”
„Van lieverlee kwamen de Getuigen mij opzoeken en mij aanmoedigen om de bijbel te bestuderen. Nu kwam ik in moeilijkheden met mijn beroepsleven. Ik had het op mijn werk zo druk dat ik meende nooit de tijd te kunnen nemen om de bijbel te bestuderen en vergaderingen te bezoeken. Bovendien wist ik dat ik, als ik studie nam, zou moeten ophouden met de oneerlijke praktijken en het dikwijls tot laat in de avond durende amusement waarmee mijn werkkring gepaard ging. Aangezien dat het bedrijf zou schaden, aarzelde ik studie te nemen.”
Maar aangemoedigd door de Getuigen ging Joenitji toch studeren, en al snel maakte hij zulke vorderingen dat hij zijn leven aan God opdroeg en gedoopt werd. Joenitji heeft zijn volle-tijdbaan nog steeds, maar hij heeft gevonden wat hij als zijn eigenlijke werkkring voor het leven beschouwt. Sinds maart 1978 heeft hij als hulppionier zonder onderbreking iedere maand zestig uur aan het predikingswerk besteed.
Heeft Joenitji voordeel gehad van zijn nieuwe levenswijze? „Ja zeker. Ik merk dat ik overdag veel produktiever ben, om de avonden vrij te hebben zodat ik mij samen met mijn gezin aan de Koninkrijksbelangen kan wijden. Ik heb veel gelegenheden gehad om mijn collega’s getuigenis te geven en om de bijbel te bestuderen met andere mannen die het druk hebben in hun wereldse baan, net zoals ik vroeger. Twee zijn er gedoopt en met drie anderen heb ik studie. Ik ben Jehovah dankbaar voor zijn geduld met mij.”
Hij wilde snel rijk worden
Als een van de zes kinderen in het gezin overleefde Takafoe de luchtaanvallen op de stad Nagoja in de Tweede Wereldoorlog met niets dan het hemd dat hij aan had en een filosofie van snel rijk worden. Op aandrang van zijn oom ging hij op vijftienjarige leeftijd naar een beroepsschool voor de wielersport. Tegen de tijd dat hij 22 was, had hij ’het gemaakt’ als wielrenner in de topklasse en startte hij in wedstrijden overal in het land. Hij herinnert zich dat hij had gezien hoe zijn moeder uit dankbaarheid alles wat hij gewonnen had, vóór het huisaltaar opdroeg als offergaven. Het zag ernaar uit dat Takafoe zijn levensdoel had bereikt en dat het hem in alle opzichten voor de wind ging.
Toen kwam er een zendeling van Jehovah’s Getuigen bij Takafoe aan de deur en gaf hem stof tot nadenken. Zijn geest en hart waren geraakt door uitspraken van Jezus, zoals: „Wat voor nut zal het voor een mens hebben als hij de gehele wereld wint, maar zijn ziel verbeurt?” (Matthéüs 16:26) Mettertijd kreeg Takafoe meer kennis van de bijbel en zag hij in dat hij bepaalde veranderingen zou moeten aanbrengen.
„Als beroepsrenner wist ik dat wielrennen en gokken hand in hand gaan”, zei Takafoe. „Maar toch was de beslissing niet gemakkelijk. Ik had zeven jaar van mijn leven aan de sport gewijd en mijn inkomsten leken onmisbaar voor het welzijn van mijn gezin. Maar ik had uit de bijbel geleerd dat Mozes en Paulus voor soortgelijke beslissingen hadden gestaan en de beste keus hadden gedaan. Dat heb ik ook gedaan.” Takafoe begon aan een nieuwe wedren — de wedren die tot leven leidt — en daarin is hij tot op de huidige dag blijven lopen, sedert enige jaren als reizend opziener voor de gemeenten.
Zijn bedrijf nam al zijn tijd in beslag
Satosji verkocht dameskleding. Als succesvol eigenaar van vier boutiques genoot hij financiële zekerheid. Maar zijn leven in de zakenwereld bracht hem ook tot de conclusie dat wereldwijde vervuiling, voedselschaarste en oorlog weldra het einde van de mensheid zouden betekenen. Toen een Getuige bij hem aan de deur kwam met een traktaat waarin werd verzekerd dat God dit niet zou toelaten, werd Satosji’s belangstelling dan ook gewekt.
Maar zijn bedrijf stond hem in de weg. „Vanwege de felle concurrentie zou ik mijn bedrijf verspelen als ik het kalmer aan ging doen”, zei Satosji. „Het is een kwestie van erop of eronder. Er is een gezegde in het vak, dat wie het niet echt druk heeft, wel failliet moet zijn.” Daarom duurde het twee jaar en kostte het heel wat moeite voordat Satosji ten slotte besloot de bijbel te bestuderen.
Toen hij een van Jehovah’s Getuigen was geworden, verkocht hij twee van zijn winkels, en nu worden de andere twee beheerd door filiaalhouders. Hoewel Satosji nu slechts twee- of driemaal per maand als boekhouder en adviseur werkzaam is, zegt hij: „Mijn inkomen is nog steeds voldoende. Ik wil mijn dienst voor Jehovah God op de eerste plaats stellen.” Nu maakt hij zijn werkelijke beroep van de pioniersdienst in de volle-tijdbediening. Hij en zijn gezin maken voortreffelijke geestelijke vorderingen.
Zijn beroep hielp hem God te vinden
Hirosji werkte in een familiebedrijfje. Maar zijn eigenlijke belangstelling gold de natuurfotografie. Daar werd hij zo goed in, dat enkele van zijn insektenfoto’s gepubliceerd werden. Op 29-jarige leeftijd was hij natuurfotograaf van beroep.
„Door mijn studie van de insektenwereld”, zo vertelt Hirosji, „kwam ik op de gedachte dat God, als hij tenminste bestond, een groot gevoel voor humor moest hebben. Daardoor ging ik twijfelen aan de evolutie en kreeg ik een beetje belangstelling voor de bijbel.”
Op een winterdag kwamen er twee Getuigen bij Hirosji aan de deur. „Toen ik twee tijdschriften met artikelen over dieren van hen nam, boden zij aan bij mij thuis de bijbel met mij te bestuderen”, zei Hirosji. „Omdat ik niet naar een kerk hoefde te gaan om te studeren, dacht ik dat ik geen lid zou hoeven worden. Daarom ging ik op hun aanbod in.” Hoewel hij verbaasd was te vernemen wat de bijbel over de Schepper te zeggen heeft, aanvaardde hij de waarheid al snel. Zijn belangstelling voor de schepping werd ondergeschikt aan zijn liefde voor Jehovah.
Nu voorziet Hirosji als free-lance fotograaf in het onderhoud van zijn gezin. Maar zijn ware beroep is de volle-tijdbediening.
Zij vonden iets beters
De lijst van carrièremakers in Japan die veranderingen hebben aangebracht in hun leven — en soms in hun werkkring — toen zij Jehovah en zijn voornemens leerden kennen, gaat eindeloos door. Tot hun gelederen behoren artsen, tandartsen, architecten, computerprogrammeurs en systeemontwerpers, leraren, dierenartsen, kappers, hoge functionarissen in het bedrijfsleven, enzovoort.
Al deze carrièremakers waren eens volledig toegewijd aan hun werk. Toen zij hoorden dat dit samenstel van dingen ten einde loopt, namen zij een besluit dat hun carrière betrof. Zij drongen hun werk terug naar de plaats die het toekwam en richtten hun aandacht op iets beters — Gods koninkrijk en de beloofde zegeningen ervan (Matthéüs 6:33). Zij hebben prijsgegeven wat zij vroeger als hun werkkring voor het leven beschouwden en hebben een nieuw beroep ter hand genomen. Zij hebben een werkkring voor het leven gevonden als pionier in dienst van de Allerhoogste, Jehovah God.
[Illustratie op blz. 23]
Wielerkampioen Takafoe Jamagoetji