Vreugdevolle climax van tachtig jaar bijeenvergaderingswerk
INDIA! Een land van allerlei tegenstellingen — in cultuur, religies, gewoonten en klimaat. Het is een land dat voor velen anders en geheimzinnig is, maar dat iedereen boeit die haar fascinerende kusten bezoekt.
Overal in dit uitgestrekte subcontinent, met zijn wemelende bevolking van 775 miljoen, waren de gedachten van mensen die Jehovah God liefhebben gericht op een bijzondere gebeurtenis in het stadje Lonavla, hoog in de West Ghats van de staat Maharashtra. Het was zondag 20 januari 1985.
Waarom waren op die speciale dag de gedachten van zovelen gericht op dit ene liefelijke stopplaatsje in de heuvels, 110 kilometer van de overvolle wereldstad Bombay vandaan? Het antwoord ligt in de tachtig jaar dat er gewerkt is aan de bijeenvergadering van Jehovah’s kostbare dingen — zijn dienstknechten — in India. Het is een reden tot vreugde, niet alleen voor de meer dan 7000 getuigen van Jehovah hier, maar voor de gehele gemeenschap van Gods volk in de hele wereld. — 1 Petrus 5:9.
Maar laten wij, om de betekenis van deze speciale gebeurtenis beter te begrijpen, eens in vogelvlucht verkennen hoe de waarheidsfundamenten in de afgelopen acht decennia stevig werden bevestigd.
Het licht der waarheid bereikt India
In 1905 bracht een Indiase student in de natuurwetenschappen, S. P. Davey, een bezoek aan de Verenigde Staten van Amerika. Tijdens zijn verblijf aldaar woonde hij een bijbellezing bij die gehouden werd door C. T. Russell, de toenmalige president van de Watch Tower Bible and Tract Society. Davey raakte hevig geïnteresseerd in de waarheid, keerde terug naar zijn geboorteplaats Madras aan de oostkust van India en richtte in de loop van de tijd veertig bijbelstudiegroepen op.
Omstreeks deze zelfde tijd zocht een jonge Indiase man het antwoord op vragen over het leerstuk van de Drieëenheid en de kinderdoop. A. J. Joseph was destijds lid van de Anglicaanse Kerk, maar hij ontving per post exemplaren van Russells boek At-One-Ment Between God and Men. Deze publikatie stelde Joseph in staat de waarheid betreffende Jehovah’s opperheerschappij in te zien. Weldra verbreidden Joseph, zijn vader en een neef de bijbelse waarheid in de rijst verbouwende dorpen en op de kokosplantages van wat thans de staat Kerala is. Na een bezoek van broeder Russell aan India in 1912 nam Joseph de Koninkrijksverkondiging als volle-tijddienaar op. In 1924 ondernam hij geheel alleen een lezingentournee die hem 5800 kilometer door India voerde, waardoor velen de gelegenheid kregen de waarheid te horen. Tot aan zijn dood in 1964 is broeder Joseph een ijverige werker geweest.
De tweede president van de Watch Tower Society, J. F. Rutherford, bracht in 1926 een bezoek aan Engeland. Tijdens dat bezoek vroeg hij aan Edwin Skinner, een colporteur (volle-tijdprediker): „Hoe zou je het vinden naar India te gaan?” Zonder zich een ogenblik te bedenken, antwoordde broeder Skinner: „Wanneer wil je dat ik ga?” Binnen drie weken waren hij en zijn partner op weg naar India!
De daaropvolgende vijftig jaar diende Edwin Skinner als bijkantooropziener, aanvankelijk met het opzicht over India, Ceylon, Perzië, Afghanistan en Birma. Hij bereisde een groot deel van India per spoor, waarbij hij en zijn partner zich om beurten kweten van de kantoorwerkzaamheden en het reis- en predikingswerk. Later schaften zij een „woonauto” aan en strekten hun prediking uit tot gebieden die per trein niet bereikbaar waren. Op zijn 91ste jaar is broeder Skinner nog steeds een enthousiaste werker op het bijkantoor van India en een uitnemende verkondiger van het goede nieuws.
In 1947 arriveerden er voor het eerst gegradueerden van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. De in Engeland geboren Richard Cotterill was een van de eersten van hen en na 38 jaar is hij nog steeds actief. De Indiase regering staat al sinds enige tijd niet meer toe dat er nieuwe buitenlandse zendelingen in het land worden toegelaten. Maar zeventien broeders en zusters, met elk een gemiddelde van dertig jaren dienst als zendeling, verrichten getrouw dienst in het land.
De Indiase broeders en zusters zelf hebben grote geestelijke vorderingen gemaakt en velen zijn thans bekwame speciale pioniers en reizende opzieners. In 1983 zijn er op het bijkantoor twee tienweekse klassen van de Wachttoren-Bijbelschool gehouden. De 46 speciale pioniers die eraan deelnamen, werden aangemoedigd en er beter op voorbereid het hoofd te kunnen bieden aan de zware eisen die het bijeenvergaderingswerk in India stelt. Zij hebben ervoor gezorgd dat het werk tot nieuwe gebieden werd uitgebreid.
Een voorspoedige oogst ondanks hindernissen
In weerwil van de diverse uitdagingen van het enorm uitgestrekte Indiase grondgebied — grote en overbevolkte steden, hele gemeenschappen van mensen die op de rand van een absoluut bestaansminimum leven, diep ingewortelde religieuze tradities die het dagelijkse leven van de wieg tot het graf beheersen — gaat het bijeenvergaderingswerk voort. Onder de wemelende miljoenen van India zijn er sommigen die zoeken naar de oplossing voor de problemen van de mensheid en ernaar verlangen God beter te begrijpen.
Zo iemand is Dadu. Als jongeman had Dadu zich het hoofd gebroken over het feit dat talloze mensen zoveel goden aanbidden. Hij begon de bijbel te lezen, maar er was veel waar hij niets van begreep. Toen ging hij naar hindoetempels en begon boeken van die religie te lezen.
„Ik vernam dat Krishna, de Heer, alle religies beheerst en dat elke religie vertegenwoordigd wordt door een kraal in de halsketting die hij om zijn nek draagt”, vertelt Dadu. „Als dat zo was, vroeg ik mij af, waarom haatten de verschillende religies elkaar dan met een haat die zo dikwijls tot bloedvergieten leidt?” Toen Dadu later de moslemreligie onderzocht, werd hij ertoe gebracht te geloven dat hij met enigen van zijn overleden voorouders in contact stond. Maar door met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen, leerden Dadu en zijn vrouw wat de oorsprong van de vele religies in de wereld was en dat de zogenaamde goede geesten waarmee zij in contact gestaan hadden, bedriegers waren, demonen. „Wij zijn Jehovah God dankbaar voor de kennis die ons van hun invloed heeft bevrijd”, zegt Dadu. Nu zijn zowel hij als zijn vrouw in de volle-tijdbediening.
Zeven jaar geleden nam een moeder een bijbel en bijbelse lectuur van Jehovah’s Getuigen aan. Hoewel zij en haar gezin verhuisden naar gebieden waar geen Getuigen waren, bleef zij op eigen gelegenheid studeren. Toen zij onlangs weer met de Getuigen in contact kwam, vertelde zij: „Ik heb deze afgelopen jaren de waarheden die ik uit de bijbel geleerd had, niet kunnen vergeten. Het is mij onmogelijk geweest terug te keren tot mijn vroegere wijze van aanbidden.”
Lectuur in veel talen
In heel India worden vijftien hoofdtalen gesproken en worden negen afzonderlijke schriftsoorten gebruikt. Het is nog steeds een uitdaging in al deze talen geestelijk voedsel te verschaffen. Reeds in 1912 trof broeder Russell regelingen om brochures over bijbelse onderwerpen te laten vertalen in het Hindi, Gujarati, Malayalam, Marathi, Telugu en Tamil. Later werden ook andere inheemse talen toegevoegd en het overgrote deel van deze lectuur werd in het buitenland gedrukt en per schip ingevoerd. Toen werd aan het begin van de jaren ’60 door een regeringsbepaling de invoer van alle publikaties in een van de Indiase landstalen verboden.
Aangezien het voor het bijkantoor economisch niet uitvoerbaar was zelf te drukken, sloot het Genootschap contracten af met commerciële drukkerijen. Geselecteerde pioniers werd geleerd wat zij moesten doen om erop toe te zien dat er in hun gebied lectuur verscheen. Thans wordt er op elf verschillende plaatsen gedrukt en wordt er in zestien talen bijbelse lectuur gepubliceerd, waaronder negen edities van het tijdschrift De Wachttoren. Binnenkort, wanneer MEPS (het Multilanguage Electronic Phototypesetting System van het Genootschap) geïnstalleerd is, zal de compositie en pagina-opmaak van de publikaties worden verzorgd op het bijkantoor, waardoor veel pioniers worden vrijgemaakt om meer tijd te besteden aan het bijeenvergaderingswerk.
De oogst van tachtig jaar
Er blijft in India, de natie met de op één na grootste bevolking op aarde, nog een ontzaglijk groot werk te doen. Tot dusver is slechts ongeveer 6,6 procent van de bevolking met het goede nieuws bereikt. Vergeleken bij de groei van Jehovah’s volk in de meeste andere landen is de groei in India traag geweest. Het heeft 53 jaar geduurd voordat de bescheiden mijlpaal van duizend verkondigers werd bereikt. Maar de zendelingen en plaatselijke broeders zijn met volharding en geduld de wil van hun Vader blijven doen (Jesaja 60:22). Nu verheugen wij ons over een toename van 10 procent in het afgelopen jaar en een nieuw hoogtepunt van 7410 verkondigers in de 340 gemeenten en geïsoleerde groepen die het land rijk is.
Door deze gestadige groei diende de behoefte aan grotere bijkantoorfaciliteiten zich aan. Uitbreiding van het Indiase bijkantoorgebouw in Bombay was echter onmogelijk. En de grond in die stad was schaars en duur. Ook wordt van de kwaliteit van de lucht in Bombay gezegd dat ze iemands levensverwachting met tien jaar bekort. Daarom werd in 1978 een terrein aangekocht in het vakantieoord Lonavla in de heuvels, de eerste plaats ten zuiden van Bombay waar spoorlijn en snelweg samenkomen. De op een hoogte van 610 meter gelegen stad heeft betrekkelijk onvervuilde lucht.
Zes jaar werk
Tot het voorbereidende werk behoorde het bouwen van muren, hier en daar tot een hoogte van 4,6 meter, zowel om het terrein te beschermen als om ervoor te zorgen dat de aarde van aangrenzende percelen op de heuvelhellingen bleef liggen. Diepe inzinkingen moesten worden opgevuld en het land moest ontdaan worden van het dichte struikgewas, waar het wemelde van de gifslangen zoals cobra’s en adders. Verscheidene bungalows en andere bestaande gebouwen moesten grondig gerenoveerd worden om als huisvesting en tijdelijke kantoorruimte te dienen.
Er werden commerciële aannemers in de arm genomen, maar bekwame broeders hebben het opzicht gevoerd over iedere fase van de bouw en vele anderen hebben hulp geboden waar zij maar konden. Een aannemer, die was aangetrokken om de weg op het terrein zelf te bestraten, besloot dat het werk zes maanden moest worden uitgesteld omdat de noodzakelijke bevochtiging van het ruwe wegdek niet geregeld kon worden. Wat een gezicht was het, avond aan avond de gehele bijkantoorfamilie emmers water naar de weg te zien sjouwen opdat het werk volgens tijdschema kon worden uitgevoerd!
Nooit was het geluid van bulldozers te horen, want in India wordt het meeste werk met de hand gedaan. Zo verliep het werk vlot tot aan de voltooiing van de parterre van het hoofdgebouw. Juist in die tijd heerste er een ernstig tekort aan cement. Maar gelukkig trof het Koreaanse bijkantoor van de Watch Tower Society regelingen voor de verzending van 10.000 zakken, zodat de hele bouw volgens plan voltooid kon worden. In 1984 kwam het prachtige nieuwe bijkantoor dan ook gereed — tot lof van Jehovah.
Het eindresultaat
Er staan nu acht gebouwen op het 1,9 hectare grote erf van het Genootschap, dat beplant is met banane-, mango-, vijge- en papajabomen, alsook met vele bloeiende planten en heesters.
Het hoofdgebouw van het bijkantoor telt twee verdiepingen, alsook een kelder waarin een garage en een wasserij zijn ondergebracht. De drukkerijvloer op de begane grond biedt ruimte aan drie kleine drukpersen alsmede aan snij-, vouw- en nietmachines. Op deze verdieping bevinden zich ook de MEPS-computerruimten en de expeditie, vanwaar de plaatselijk geproduceerde lectuur naar 56 andere landen wordt verzonden. Op de eerste etage zijn de kantoren, bibliotheek en slaapkamers.
De nieuwe Koninkrijkszaal staat aan de voorkant van het terrein. Het podium, dat een betimmering van met de hand besneden teakhout heeft, bevindt zich in een hoek van de zaal met een goed zicht op de 250 zitplaatsen. Gebouwen daar vlak bij bieden ruimte voor woongelegenheid, keuken en eetzaal ten behoeve van de uit 31 leden bestaande bijkantoorfamilie. Er ligt ook nog een stuk onbebouwde grond voor het geval verdere uitbreiding nodig wordt.
Een speciale gebeurtenis
Zo kwam het dat na tachtig jaar werken aan de bijeenvergadering van Jehovah’s kostbare dingen, op die verrukkelijke januaridag de inwijding van India’s nieuwe bijkantoorfaciliteiten in het middelpunt van de belangstelling stond.
Tijdens het inwijdingsprogramma werd het spoor van die tachtig jaren van prediking terug gevolgd. Er werd een terugblik gegeven op hoogtepunten in de bouw. Zoneopziener Günter Künz van het Duitse bijkantoor merkte in zijn inwijdingstoespraak op dat Jehovah’s volk wereldwijd gedurende de afgelopen vijf jaar een toename van 30 procent heeft beleefd. Maar het deed hem genoegen te berichten dat India dit had overtroffen door een toename van 34 procent, en hij herinnerde de toehoorders eraan dat India door veel hard werken vooruitgang zou blijven boeken.
Alle aanwezigen waren opgetogen over dit bewijs van Jehovah’s zegen. De broeders en zusters in India zijn vastbesloten ijverig te werken, zodat nog velen meer geholpen kunnen worden gunstig te reageren op het goede nieuws van het Koninkrijk.
[Illustratie op blz. 23]
Edwin Skinner (tweede van rechts) met „woonauto”
[Illustratie op blz. 24]
Nieuw bijkantoorgebouw ten zuiden van Bombay