Koersen religie en politiek op een botsing aan?
HET idee om de politieke en de religieuze macht in één persoon te verenigen, was oorspronkelijk niet van Hendrik VIII afkomstig. In zijn tijd was het al een beproefde politieke tactiek om de nationale eenheid te bevorderen.
Het oude Egyptische Rijk bijvoorbeeld kende vele goden. „Farao zelf was een van de goden en een centrale figuur in het leven van zijn onderdanen”, zegt The New Bible Dictionary. Het Romeinse Rijk had eveneens een pantheon van goden, waartoe ook de keizers behoorden. Een historicus beschrijft de keizeraanbidding als „de meest essentiële kracht in de religie van de Romeinse wereld”.
Maar in weerwil van het feit dat verbintenissen tussen kerk en staat al een eeuwenoud verschijnsel zijn, is de christenheid door haar hedendaagse politieke escapades in een koers geraakt die wel moet uitlopen op een botsing met juist degenen die ze voor zich tracht te winnen. Hoe dat zo? Laten wij voor de beantwoording van deze vraag allereerst eens zien hoe de christenheid in de politiek verzeild is geraakt.
Het ware christendom — Een tegenstelling
Jezus Christus, de stichter van het christendom, wees alle politieke macht van de hand. Bij minstens één gelegenheid heeft het volk, in geestdrift geraakt door de wonderen die hij deed, geprobeerd hem met geweld koning te maken, maar hij „trok . . . zich wederom op de berg terug, geheel alleen” (Johannes 6:15). Toen de Romeinse bestuurder aan Jezus vroeg of hij een koning was, antwoordde hij: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld. Indien mijn koninkrijk een deel van deze wereld was, zouden mijn dienaars hebben gestreden, opdat ik niet aan de joden overgeleverd zou worden.” — Johannes 18:36.
Verder zei Christus tot zijn discipelen: „Daar gij . . . geen deel van de wereld zijt, maar ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u” (Johannes 15:19). De eerste christenen lieten zich dus niet door maatschappelijke of politieke problemen op een zijspoor brengen. Slavernij bijvoorbeeld was in die tijd een groot probleem, maar de christenen voerden geen campagnes om de afschaffing af te dwingen. Integendeel, christelijke slaven kregen het gebod aan hun meesters gehoorzaam te zijn. — Kolossenzen 3:22.
In plaats van zich in de politiek te mengen, zetten deze vroege christenen zich ertoe de prediking „betreffende het koninkrijk Gods” te volbrengen (Handelingen 28:23). Binnen slechts enkele tientallen jaren bereikte hun boodschap de uiteinden van de toenmalige bekende wereld (Kolossenzen 1:23). En met welk resultaat? Duizenden mensen reageerden positief en werden geestelijke ’broeders en zusters’ (Matthéüs 23:8, 9). Joden en heidenen die christenen werden, staakten hun vijandigheden. Zelfs verdwenen bij hen grote geschilpunten tussen joden en Samaritanen ten gevolge van de „intense liefde” die christenen voor elkaar hadden. — 1 Petrus 4:8.
De christelijke liefde strekte zich zelfs tot hun vijanden uit (Matthéüs 5:44). Daarom weigerden zij dienst te nemen in caesars legers. Maar, werpen sommigen misschien tegen, heeft Jezus niet gezegd: ’Betaal caesar terug wat van caesar is’? Dat is waar. Maar had Jezus het over militaire dienst? Neen, hij sprak alleen over de vraag of het geoorloofd was ’caesar belasting te betalen of niet’ (Matthéüs 22:15-21). Christenen betaalden dus belasting. Maar zij beschouwden hun leven als aan God opgedragen en weigerden hun naaste kwaad te berokkenen.
Een vriend van de wereld
’Maar kijk nu eens naar de christenheid in deze tijd’, zeggen sommigen misschien. ’Ze is hopeloos verdeeld, haar leden slachten elkaar dikwijls af en haar geestelijken zijn in de politiek verwikkeld. Wat is er toch met het christendom gebeurd?’ Welnu, Jezus waarschuwde dat er valse christenen tussen de ware christenen ’gezaaid’ zouden worden (Matthéüs 13:24-30). Ook Paulus profeteerde: „Ik weet dat er . . . onderdrukkende wolven bij u zullen binnenkomen . . . en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.” — Handelingen 20:29, 30.
Deze ontwikkelingen begonnen al in de eerste eeuw. De discipel Jakobus achtte het noodzakelijk onomwonden te zeggen: „Gij zijt zo ontrouw als overspelige echtgenotes; beseft gij niet dat gij, door de wereld tot uw vriend te maken, God tot uw vijand maakt?” (Jakobus 4:4, The Jerusalem Bible; wij cursiveren.) Velen verkozen het deze goddelijke raad te negeren. Dit ging zelfs zover dat in de vierde eeuw een wolf in schaapskleren, keizer Constantijn, het ontaarde „christendom” nog verder kon verderven door het tot de officiële religie van het Romeinse Rijk te maken. Maar door een ’vriend van de wereld’ te worden, werd de christenheid Gods vijand. Een uiteindelijke botsing werd onvermijdelijk.
Tegen de dertiende eeuw had de door haar „paus” of „vader” geregeerde kerk „het toppunt van haar macht” bereikt, waardoor de weg vrij was voor een nog inniger huwelijk tussen kerk en staat. Paus Innocentius III raakte ervan overtuigd dat „de Heer aan Petrus niet alleen de heerschappij over de Universele Kerk gaf, maar ook de heerschappij over de gehele wereld”. (Wij cursiveren.) T. F. Tout, hoogleraar in de geschiedenis, zegt in The Empire and the Papacy: „Het werk van Innocentius was het werk van een kerkelijk staatsman, . . . die naar eigen believen koningen en keizers aan de macht hielp en ten val bracht.” Maar dezelfde schrijver voegt eraan toe: „Hoe politieker het pauselijk gezag werd, des te moeilijker werd het zijn aanzien als de bron van wetgeving, moraliteit en religie te handhaven.”
Religie en oorlog
Oorlog is politiek op een gewelddadiger niveau. Paus Innocentius III organiseerde echter persoonlijk een militaire veldtocht tegen de Albigenzen in Zuid-Frankrijk. Dit leidde tot de gruwelijke afslachting van duizenden mensen te Béziers in 1209 en tot de massale verbranding van slachtoffers door de Heilige Inquisitie. Een aanvankelijk voor Palestina bestemde kruistocht werd met behulp van politiek gekonkel omgeleid via Constantinopel. Daar gaven „christelijke” ridders zich over aan „drie afgrijselijke dagen van plundering, moord, wellust en heiligschennis”. Wie waren hun slachtoffers? Mede-„christenen”! Een geschiedschrijver zegt: „Zelfs de kerken werden schaamteloos geplunderd.”
De onchristelijke methoden van de kerk leidden er ten slotte toe dat Maarten Luther in 1517 zijn uitdagende stellingen aan de deur van de slotkerk te Wittenberg nagelde — en dat was het startsein voor de Reformatie. Maar, aldus H. A. L. Fisher in A History of Europe: „Het nieuwe geloof . . . was sterk afhankelijk van de gunst van vorsten en regeringen.” In Duitsland ontstond verdeeldheid over politiek-religieuze kwesties. In Frankrijk gaven de calvinisten zich eveneens met politieke leiders af. De daaruit voortvloeiende godsdienstoorlogen werden derhalve niet alleen gevoerd ter wille van de religieuze vrijheid maar ook omdat „protestantse en rooms-katholieke edelen wedijverden om de macht over de Kroon”. De geschiedenis van de religie in Europa is dus met bloed geschreven!
Bij het aanbreken van de twintigste eeuw waren Britten en Boeren in Zuid-Afrika met elkaar in oorlog. Aan beide zijden wakkerden geestelijken het vuur aan met „aansporingen vanaf de kansel”. De historicus R. Kruger zegt: „De veelheid van smeekbeden die in de loop van de oorlog aan beide zijden naar de hemel werden opgezonden, werd slechts geëvenaard door de verscheidenheid aan religieuze groeperingen waaraan ze ontsproten waren.” Blanke „christenen” slachtten elkaar af terwijl zij God vroegen hen daarbij te helpen!
In 1914 herhaalde dit patroon zich op kolossale schaal, toen Duitse troepen België binnenmarcheerden met koppelriemen waarop de woorden „Gott mit uns” prijkten. Aan beide kanten putte de kerk zich uit in gebeden om de overwinning en in venijnige aanvallen op de vijand.
Hele menigten raakten gedesillusioneerd door de rol die de religie in de Eerste Wereldoorlog heeft gespeeld. De atheïsten en communisten, die religie „opium voor het volk” noemden, namen snel in aantal toe. Niettemin bleef de geestelijkheid volharden in haar bemoeienissen met de politiek en steunde ze fascistische dictators als Mussolini en Franco. In 1933 sloot de Rooms-Katholieke Kerk zelfs een concordaat met de nazi’s. Kardinaal Faulhaber schreef aan Hitler: „Deze overeenkomst met het pausdom . . . is een oneindig zegenrijke historische daad . . . Moge God de rijkskanselier [Hitler] bewaren.”
De geestelijkheid heeft zich zelfs door de mogelijkheid van nog een oorlog niet van de politiek laten afschrikken. Een nieuwe tendens bij sommige kerken is, te kiezen voor een links politiek standpunt. Een schrijver zegt: „De jongste generatie theologen uit Latijns-Amerika . . . betoogt met klem dat het marxisme de onontkoombare politieke uitdrukking van het christendom is.” Maar de bijbel waarschuwt: „Zij zaaien wind, maar storm zullen zij oogsten.” — Hosea 8:7, Willibrordvertaling.
Storm oogsten
Ja, de bijbel laat een ernstige waarschuwing horen: Er is een verschrikkelijke botsing tussen religie en politiek ophanden. In Openbaring hoofdstuk 17 schildert de bijbel het met bloed besmeurde wereldrijk van valse religie af als een „grote hoer, die zit op vele wateren”. Deze „wateren” zijn een afbeelding van ’volken en natiën’ (17 vers 1, 15). De hoer draagt de naam „Babylon de Grote, de moeder van de hoeren en van de walgelijkheden der aarde”, en zij is ’dronken van het bloed der heiligen’ (17 vers 5, 6). „Babylon” is een passende naam voor de georganiseerde valse religie, aangezien veel van haar leerstellingen uit de oude stad Babylon stammen.a Ze heeft haar bloeddorstige reputatie verdiend door de wijze waarop ze door de eeuwen heen ware christenen heeft vervolgd.
Het wereldrijk van valse religie wordt verder afgeschilderd als rijdend op een beest met „zeven koppen en tien horens . . . [en deze] betekenen tien koningen” (17 vers 3, 12). In eerdere uitgaven van dit tijdschrift is dit „beest” geïdentificeerd als het instrument waaraan men de handhaving van de wereldvrede heeft toevertrouwd, de Verenigde Naties. De kerken hebben openlijk verklaard dat zij deze organisatie steunen. In oktober 1965 beschreef paus Paulus VI de VN als „de laatste hoop op eendracht en vrede”. In 1979 sprak paus Johannes Paulus II de Algemene Vergadering van de VN toe. Zonder ook maar eenmaal van Christus of zijn koninkrijk te gewagen, sprak hij over de VN als „het opperste forum van vrede en gerechtigheid”.
Maar waarom is deze verbintenis tussen religie en VN zo gevaarlijk? Omdat ’de tien horens en het wilde beest de hoer zullen haten en haar woest en naakt zullen maken, en zij zullen haar geheel met vuur verbranden’ (17 vers 16). Het lot van de valse religie is derhalve bezegeld — ze stormt rechtstreeks op een catastrofale botsing met de politiek aan. Wanneer ze eenmaal naakt gemaakt en haar onbeschaamde onreinheid onthuld is, zal ze geheel en al vernietigd worden.
Dat zal de stoot geven tot de door Jezus bedoelde „grote verdrukking”, die haar hoogtepunt zal vinden in de strijd van Armageddon. Christus, met onoverwinnelijke hemelse legerscharen achter zich, zal Satans wereldomvattende stelsel „verbrijzelen en er een eind aan maken”, zodat ’de zachtmoedigen die de aarde zullen beërven’ als enigen overblijven. Dit zullen ware christenen zijn, die zich onder meer verre hebben gehouden van de verdeeldheid brengende politiek. — Matthéüs 24:21; Daniël 2:44; Psalm 37:10, 11; Matthéüs 5:5; Openbaring 6:2; 16:14-16.
Indien u behoort tot degenen die bedroefd zijn over het lijden en de smaad op Gods naam die de valse religie heeft veroorzaakt, wat dient u dan nu te doen? De bijbel gebiedt: „Gaat uit van haar [de valse religie], mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen” (Openbaring 18:4). Alleen Jehovah’s Getuigen dringen er bij de mensen op aan acht te slaan op dit gebod. Net als de vroege christenen houden zij zich verre van oorlog en politiek en derhalve staan zij niet op de nominatie om vernietigd te worden wanneer de religie met de politiek in botsing komt. Neem daarom contact met hen op. Zij zullen u graag laten zien hoe u de „nauwe poort” kunt vinden die niet naar de vernietiging maar naar eeuwig leven voert. — Matthéüs 7:13, 14; Johannes 17:3.
[Voetnoten]
a Zie voor bijzonderheden het boek „Babylon de Grote is gevallen!” Gods koninkrijk heerst!, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Illustratie op blz. 6]
Bij een uit vaten opgebouwd altaar zweepte de bisschop van Londen in 1914 op de treden van St. Paul’s het patriottisme onder de Britse troepen op