Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 15/6 blz. 22-25
  • ’De tentkoorden zijn lang gemaakt’ in Japan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’De tentkoorden zijn lang gemaakt’ in Japan
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Groei door de jaren heen
  • Volle-tijdpredikers
  • De dringende behoefte aan vergaderplaatsen
  • Uitbreiding van het bijkantoor
  • Vooruitzichten
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 15/6 blz. 22-25

’De tentkoorden zijn lang gemaakt’ in Japan

„MAAK de plaats van uw tent wijder. En men spanne de tentkleden van uw grootse tabernakel uit. Houd niet terug. Maak uw tentkoorden lang en maak die tentpinnen van u sterk.” — Jesaja 54:2.

Met die woorden wees de profeet Jesaja vooruit naar de tijd waarin de ware aanbidding van Jehovah zich snel zou uitbreiden. Thans zijn wij getuige van zo’n schitterende theocratische expansie in het ene land na het andere, de hele wereld rond. Misschien is dit nergens duidelijker waarneembaar dan in Japan, dat meer dan 97.000 aanbidders van de ware God telt.

Groei door de jaren heen

In het begin van het tweede decennium van deze eeuw werd het goede nieuws van Gods koninkrijk voor het eerst in Japan gehoord. Charles T. Russell, de eerste president van het Wachttorengenootschap, maakte een tournee van 1100 kilometer over de Japanse eilanden en onderkende de noodzaak er het ware christendom te prediken. In 1926 werd een Amerikaanse Japanner als eerste zendeling van het Wachttorengenootschap aan Japan toegewezen.

Ongeveer twintig jaar lang werden er veel waarheidszaden gezaaid en hoorden tientallen personen van Jehovah’s koninkrijk. Tijdens de periode 1933-1945 kregen velen van hen ter wille van hun geloof zware beproevingen te verduren van de militaire regering.a

In 1949 kreeg het predikingswerk in Japan een nieuw begin. Er kwamen aan de Gileadschool opgeleide zendelingen. Tegen augustus waren er zeven zendelingen in Tokio aan het werk en namen er maandelijks gemiddeld negen personen deel aan het evangelisatiewerk. In oktober kwamen er nog zes zendelingen aan, van wie er vijf met het predikingswerk in Kobe begonnen. Hoe zou deze prediking ontvangen worden in dit land van boeddhisten en sjintoïsten, dat zich van de schok van de Tweede Wereldoorlog aan het herstellen was?

In nog geen tien jaar groeide het aantal Koninkrijkspredikers uit tot 1000. Maar de ’plaats van de tent zou nog wijder gemaakt moeten worden’. In november 1970 was het aantal Getuigen vertienvoudigd en drie jaar later werd het aantal van 20.000 bereikt. Binnen nog drie en een half jaar zou ook dat aantal verdubbeld worden — tot een nieuw hoogtepunt van 40.000 en meer Koninkrijkspredikers! Er moesten echter nog veel „schapen” gevonden worden, en Jehovah bleef zijn zegen uitstorten op de ijverige activiteiten van zijn volk in Japan. In iets meer dan zes jaar, in juni 1983, waren de 40.000 al weer verdubbeld tot meer dan 80.000, en op het moment dat dit verslag wordt gedrukt, bedraagt het aantal Koninkrijksverkondigers in Japan 97.305!

Volle-tijdpredikers

Het is duidelijk dat Jehovah God de stuwende kracht achter de expansie is geweest. De ijverige zendelingen en andere volle-tijdpredikers hebben echter een belangrijke rol gespeeld.

In 1952 was de groep zendelingen tot ongeveer 50 aangegroeid, en begonnen verscheidene nieuwe inheemse Getuigen met het pionierswerk. Het voorbeeld van de ijverige zendelingen moedigde steeds meer van hun pasgedoopte metgezellen aan zich als volle-tijdbedienaren aan Jehovah’s dienst te wijden. Nu, 37 jaar na de komst van de eerste zendelingen in het land, is bijna 40 procent van alle Getuigen in Japan elke maand in de volle-tijd(pioniers)dienst. Zelfs in de korte wintermaand februari 1985 waren het er 36.118. Velen van de zendelingen die van het begin af een aandeel hebben gehad aan deze expansie, dienen daar nog steeds, maar de huidige groep van 76 zendelingen is nu als een ’druppeltje in de oceaan’ van tienduizenden plaatselijke pioniers.

Zou u enigen van deze ijverige mensen willen ontmoeten? Laten wij kennismaken met althans enkelen van hen, als vertegenwoordigers uit de bonte rijen der pioniers.

Laten wij eerst eens enkele oudgedienden leren kennen. Iwako Kono is onze oudste speciale pionierster. Deze 70-jarige zuster geniet dit dienstvoorrecht al ongeveer 28 jaar en zij heeft bijna 50 personen geholpen tot opdracht en doop te komen. Dan is er Sadakitji Sjimada. Met zijn 87 jaar is hij de oudste gewone pionier in Japan. Toioko Oememoto was 26 toen zij met de speciale pioniersdienst begon. Haar 29-jarige staat van getrouwe dienst is de langste van alle inheemse Japanse speciale pioniers.

Aan het andere einde van de rij staan veel jongeren die hun jeugd gebruiken om Jehovah te dienen. Meri Aida was veertien toen zij haar aanstelling als gewone pionierster kreeg. Voor die tijd was zij, vanaf haar doop op elfjarige leeftijd, 41 maanden in de hulppioniersdienst geweest. Zij ging toen nog naar school.

Akiko Goto was zeven jaar toen haar moeder in de gewone pioniersdienst ging, ondanks de zorg voor twee baby’s. Akiko volgde het voortreffelijke voorbeeld van haar moeder en werd gewone pionierster toen zij achttien was, en twee jaar later werd zij de jongste speciale pionierster in Japan. Hisako Wakoei was 21 toen zij als speciale pionierster begon. Nu, zo’n 28 jaar later, heeft zij het voorrecht gehad ten minste 37 personen te helpen aanbidders van Jehovah te worden.

Velen zijn uit de grote steden naar de kleinere steden en dorpen getrokken om het „goede nieuws van het koninkrijk” te brengen aan allen die het waard zijn. Het is interessant dat ongeveer 60 procent van alle gewone pioniers huisvrouw is, en de meesten van hen hebben geen gelovige echtgenoot. Deze geweldige pioniersgeest heeft de stoot gegeven tot de groei van de Koninkrijksbelangen in Japan.

De dringende behoefte aan vergaderplaatsen

De Japanse Getuigen zijn terdege doordrongen van het bijbelse gebod om ’het onderling vergaderen niet na te laten, en dat te meer naarmate wij de dag zien naderen’ (Hebreeën 10:25). In de beginjaren hielden de meeste gemeenten hun vergaderingen in kleine vertrekken in fabrieken of openbare gehoorzalen. Deze werden veelal op wekelijkse basis gehuurd. Dikwijls kregen de broeders als zij naar hun vergadering kwamen te horen dat de ruimte die dag niet beschikbaar was. Dat betekende haastig rondspeuren naar een andere gelegenheid en die in minder dan een uur gereedmaken voor de vergadering!

Gelukkig behoort dat grotendeels tot het verleden. De meeste gemeenten hebben nu hun eigen vergaderplaats. Sommige huren er een op jaarbasis, terwijl andere gemeenten leegstaande gebouwen of pakhuizen hebben opgeknapt. Maar de grondprijs in Japan ligt zo hoog — variërend van ongeveer ƒ 1300 tot ƒ 2000 per vierkante meter — dat weinig gemeenten het zich kunnen veroorloven de grond waarop hun Koninkrijkszaal staat in eigendom te hebben. Sommige broeders die zelf onroerend goed bezitten, hebben hun huis gesloopt en ervoor in de plaats een Koninkrijkszaal op de begane grond gebouwd met een woning voor henzelf daarboven. In een aantal uitzonderlijke gevallen hebben personen die geen Jehovah’s Getuigen zijn of die niet eens belangstelling voor het christendom hebben, aangeboden Koninkrijkszalen op hun grond te bouwen en ze aan Jehovah’s Getuigen te verhuren, en hebben zij de Getuigen zelfs gevraagd een ontwerp voor hun zaal in te dienen. Dit heeft enkele werkelijk ongewone Koninkrijkszalen opgeleverd.

In Jokohama bijvoorbeeld stemde de eigenaar van een parkeerterrein erin toe boven zijn terrein een Koninkrijkszaal op palen te bouwen en de zaal aan de Getuigen te verhuren. Een zaal in Tokio bevindt zich op de tweede verdieping van een gebouw, ingeklemd tussen de pijlers van een luchtspoorweg. Volgens de laatste berichten zijn de broeders daar gewend geraakt aan het lawaai van de treinen boven hun hoofd.

Evenals de gemeenten zijn ook de kringvergaderingen groter geworden. Terwijl er twintig jaar geleden op een kringvergadering misschien maar 300 tot 400 aanwezigen waren, kunnen er thans wel 1500 tot 2000 of nog meer zijn. Faciliteiten voor zulke grote vergaderingen zijn moeilijk te vinden. Daarom werd in 1975 een failliete bowlinghal buiten Tokio gepacht en deze werd verbouwd tot de eerste Congreshal van Japan, met zitplaatsen voor 1200 personen. De tweede, een voortreffelijk gebouw van gewapend beton, volgde in 1982. Deze hal staat in het centrale gebied (Kansai) van Japan en is geheel gebouwd door vrijwilligers, mannen, vrouwen en kinderen uit de gelederen van de Getuigen. Er zijn 1800 zitplaatsen. De derde Congreshal is door vrijwilligers gebouwd op het terrein van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Ebina. Er is plaats voor 3000 personen.

De laatste keer dat alle verkondigers in Japan bijeenkwamen voor één congres, was op het internationale congres dat in 1973 in Osaka gehouden werd met 31.263 aanwezigen. Sedertdien is het ten gevolge van het gebrek aan geschikte faciliteiten praktischer gebleken kleinere congressen te houden en ook kan er zo op meer plaatsen een Koninkrijksgetuigenis worden gegeven. In 1984 zijn er 24 van zulke congressen gehouden, met 179.439 aanwezigen en 3236 dopelingen.

Uitbreiding van het bijkantoor

Om gelijke tred te houden met de snelle groei in het veld heeft het bijkantoor van het Genootschap in de loop der jaren enorme uitbreidingen ondergaan. Van 1949 tot 1962 was het kantoor gehuisvest in een in Japanse stijl gebouwd huis van twee verdiepingen in Minato Ward in Tokio. Het werd uiteindelijk vervangen door een gebouw van zeven verdiepingen, dat tot 1972 als bijkantoor dienst heeft gedaan. Toen onderkende het Genootschap de noodzaak om zelf te gaan drukken. Er werden derhalve een nieuwe drukkerij en een Bethelhuis gebouwd op 0,4 ha land in de stad Noemazoe, 120 km ten zuidwesten van Tokio.

Binnen de vijf jaar was de capaciteit van Noemazoe echter al tot het uiterste uitgebuit. Daarom werd er 7 ha aangekocht in Ebina en daar werden een prachtige drukkerij en een Bethelhuis gebouwd, driemaal zo groot als de faciliteiten in Noemazoe. Dit complex, dat geheel door de Getuigen zelf is gebouwd, werd op 15 mei 1982 ingewijd.

De tijdschriftenproduktie met een nieuwe offsetrotatiepers begon al tijdens de bouw. Toen de bouw voltooid was, kwam er nog een vierkleuren-offsetrotatiepers bij. De broeders waren vooral opgetogen toen in 1982 tienduizenden exemplaren van de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift in het Japans van de persen van het Genootschap rolden. Om de toenemende vraag naar tijdschriften en andere lectuur bij te houden, werd in januari 1984 een offsetrotatiepers met vijf drukeenheden geïnstalleerd. Deze kan duizend tijdschriften per minuut produceren en De Wachttoren en Ontwaakt! gelijktijdig drukken.

Om al die druk- en verzendwerkzaamheden uit te voeren en in de behoeften van de werkers te voorzien, is de Bethelfamilie tot 345 leden uitgebreid. Bovendien hebben er 165 Getuigen aan het nieuwe bouwproject gewerkt. Een interessante bijzonderheid is dat deze familie negentien stel vleselijke broers telt.

Hoewel de faciliteiten in Ebina pas drie jaar geleden werden ingewijd, wordt er al weer aan verdere uitbreiding gewerkt. Op hetzelfde terrein wordt reeds gebouwd aan een nieuw Bethelhuis van acht verdiepingen, dat 250 personen zal kunnen huisvesten, en een bijbouw van zes verdiepingen aan de drukkerij. Waarlijk, de „tentkoorden” worden langer gemaakt dan men zich ooit had kunnen voorstellen.

Vooruitzichten

In dit land van boeddhisme en sjintoïsme zijn veel mensen op zoek naar iets waarin zij geloof kunnen stellen. Hoevelen er nog naar Jehovah’s „tent” zullen komen, moet worden afgewacht. Een aanwijzing voor verdere vooruitgang vormt het feit dat op 15 april 1984 224.696 personen bijeenkwamen om Jezus’ dood te herdenken. Met vereende krachten worden de geïnteresseerden geholpen. Er worden maandelijks zo’n 142.000 huisbijbelstudies geleid.

Wie had zich, toen in 1949 de eerste zendelingen aankwamen, kunnen indenken dat er 37 jaar later meer dan 97.000 actieve lofprijzers van Jehovah in dit land zouden zijn? Toch heeft Jehovah dit tot stand gebracht. Getrouw aan zijn belofte heeft hij werkelijk ’de tentkleden uitgespannen’ en ’de tentkoorden lang gemaakt’ voor zijn volk. Zijn Getuigen zullen hard blijven werken en op zijn hulp blijven vertrouwen om vóór het einde van dit samenstel van dingen de oogst binnen te brengen.

[Voetnoten]

a Zie voor een gedetailleerd verslag het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1974, blz. 213-221.

[Grafiek op blz. 23]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Toename in Koninkrijksverkondigers in Japan in de afgelopen 37 jaar

1949 9

1958 1.000

1970 10.000

1973 20.000

1976 40.000

1983 80.000

1985 (Feb.) 97.305

[Illustratie op blz. 24]

Toioko Oememoto heeft de langste staat van dienst als speciale pionier

[Illustratie op blz. 25]

Sadakitji Sjimada is de oudste gewone pionier in Japan

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen