Macau — Een prachtig bericht van volharding
ALS de oudste westerse nederzetting aan de Chinese kust, heeft Macau het meer dan 400 jaar volgehouden. Maar in dit land van tegenstellingen wordt nog een ander soort volharding aangetroffen — een volharding die tot hoop leidt. — Romeinen 5:3, 4.
Kort nadat Columbus Amerika had ontdekt, kwam de Portugese ontdekkingsreiziger Jorge Alvares naar dit kleine ongeveer anderhalf bij vijf kilometer grote schiereiland aan de monding van de Parelrivier. Portugal, in het besef van de belangrijkheid van Macau als toegangspoort tot het befaamde Cathay van Marco Polo’s reizen, stelde het bezit ervan veilig door in 1557 een verdrag met China te tekenen. Het werd snel de drukste handelspost in het Verre Oosten.
Het religieuze leven
Er wordt wel gezegd, dat de Katholieke Kerk maar een halve stap achter de ontdekkingsreizigers en kooplieden aan kwam. Tegen de tijd dat Macau commercieel van belang werd, was het ook „de zetel van de christenheid in het Oosten” geworden. Tijdens zijn „gouden eeuw” had het bisdom van Macau de jurisdictie over de belangen van de kerk in heel China en Japan. Tegenwoordig beoefenen de meeste inwoners van Macau, die Chinezen zijn, geen speciale religie, de met voorouderverering of boeddhisme verbonden traditionele Chinese gebruiken daargelaten. Zij maken een geweldige vertoning van bruiloften en begrafenissen, en doen dit ook op feestdagen.
Het is echter een paradox, dat de naam van deze „zetel van de christenheid in het Oosten” in feite is afgeleid van de naam van een oosterse godheid. De Catholic Encyclopedia vertelt ons dat de Portugese naam Macau „wordt verondersteld van Chinese oorsprong te zijn, samengesteld uit Ma, de naam van een plaatselijke godheid, en gau, ’haven’”. A-Ma is inderdaad van oudsher de naam van een Chinese godin van zeelieden en vissers, en haar heiligdom is de Ma Kwok-tempel. In een poging tot kerstening gebruikten de Portugezen de officiële naam „A Cidade do Santo Nome de Deus de Macau” — De stad van de heilige naam van God van Macau.
Als er vandaag de dag één god de „God van Macau” genoemd kan worden, dan is het waarschijnlijk de god van het „Geluk”. Er wordt beweerd dat Macau zich beroemt op meer kerken dan Vaticaanstad en op meer speeltafels dan Monte Carlo. Naast de casino’s met hun brede scala van Chinese en westerse spelen, vindt u er nog jai alai, paardenrennen, windhondenrennen en de jaarlijkse Grand Prix van Macau voor auto- en motorraces. Ze trekken gokkers van over de hele wereld aan en houden Macau financieel in leven, wat de plaatselijke levensstijl sterk beïnvloedt, zo niet domineert.
Hoe de ware religie haar weg naar Macau vond
Pas in 1961 begon in deze „stad van de heilige naam van God” het licht over de ware God te gloren. Dit was het begin van een belangrijker bericht van volharding.
Een getuige van Jehovah uit Portugal kwam met haar echtgenoot, die bij de strijdkrachten werkte, naar Macau. Haar pogingen om onder de Portugees-sprekende bevolking te prediken, hadden niet veel succes, en nieuwe „vrienden” ontliepen haar al snel. De enige die interesse toonde en de bijbel ging bestuderen, sprak geen Portugees en vorderde langzaam. De man van de zuster werd echter spoedig uit Macau overgeplaatst, en er bleef niemand over om met het predikingswerk door te gaan.
Omdat Macau zo dichtbij ligt, is het de Chinese bevolking van Hong Kong toegestaan het zonder speciale visa of vergunningen in en uit te gaan. Dus kwamen er in februari 1963 twee Chinese speciale pioniers (volle-tijdpredikers) uit Hong Kong over om de Koninkrijksprediking te hervatten, in het bijzonder onder de overwegend Kantonees-sprekende bevolking. Hoewel het nog „maagdelijk gebied” was, viel de boodschap over de ware God en zijn hemelse Koninkrijksregering geen hartelijk welkom ten deel. De meeste mensen hadden het gewoon te druk en werden te zeer in beslag genomen door hun pogingen rond te komen, om interesse te tonen voor geestelijke zaken. Niettemin legden zij contact met een geïnteresseerd Indonesisch gezin. Met behulp van een mengelmoes van Kantonees, Engels en Indonesisch, hebben ten slotte de oudste jongen, Johnnie, en zijn zus Shirley de bijbelse waarheid aanvaard. Nu dienen Shirley en haar man, die in 1975 uit Hong Kong kwam, ook als speciale pioniers in Macau.
Alhoewel er al snel twee verkondigers van het goede nieuws uit het eerste predikingswerk in Macau voortkwamen, bleken de jaren die volgden een buitengewoon grote volharding te vergen. Beproevingen en ontmoediging zouden uit vele richtingen komen. Tussen 1963 en 1968 werden er negen speciale pioniers naar Macau gestuurd, maar tegen augustus 1968 was er nog maar één over om de kleine groep, die toen vijf personen telde, te helpen. Wat was er gebeurd?
Druk van vele kanten
Aangezien er slechts een kleine geïsoleerde groep Getuigen in Macau was, werden er alleen verkorte versies van de wekelijkse vergaderingen gehouden. Evenals het levenstempo was de reactie op de Koninkrijksboodschap traag. Daardoor kwam het dat sommigen die waren komen helpen, ontmoedigd raakten, of zelfs heimwee kregen, met als gevolg dat zij naar Hong Kong teruggingen. Anderen vertrokken om persoonlijke redenen.
Op een dag in 1965 verscheen onverwacht de Portugese geheime politie in het huis van Getuigen waar een bijbelse vergadering aan de gang was. Zij namen alle bijbels en bijbelse lectuur in beslag en waarschuwden iedereen voor het bezoeken van zulke vergaderingen. Omdat het werk van Jehovah’s Getuigen in die tijd verboden was in Portugal, arresteerden en deporteerden de autoriteiten van Macau twee speciale pioniersters. Onnodig te zeggen, dat dit een flinke klap was voor de kleine groep nieuwelingen die Jehovah waren gaan dienen.
Toch bleven de weinige Getuigen standvastig. Een paar maanden later kwamen er andere speciale pioniers om met de broeders samen te werken en hen aan te moedigen. De voorzichtigheid gebood dat zij hun predikingswerk helemaal op het Chinese gebied richtten om niet weer tegenstand op te roepen. Maar er lagen meer beproevingen op hun volharding in het verschiet.
In 1966 werd in Macau de onrust op het vasteland van China sterk gevoeld. Men eiste erkenning van Chinese aanspraken en autonomie en de Portugese regering van Macau werd door ongeregeldheden en anderszins onder druk gezet. Toen zagen de Getuigen zich genoodzaakt niet alleen het Portugese gebied te vermijden maar ook elke sterk communistisch georiënteerde buurt, om aanvallen van het gepeupel of nog hachelijker situaties te voorkomen. Soms stuitten de pioniers echter onverwacht op groepen dreigende en fanatieke mensen. Een stil gebed en opmerkzaamheid zorgde in menige benarde situatie voor ontkoming.
Sedertdien is het in Macau heel wat rustiger geworden. Dat heeft, samen met de officiële erkenning van Jehovah’s Getuigen in Portugal, betekend dat de weinige Getuigen in Macau met hun werk door konden gaan zonder veel inmenging van de Chinese dan wel de Portugese autoriteiten.
Het tekort aan werk en huisvesting, te wijten aan de toevloed van vluchtelingen en andere immigranten, vormde een ander obstakel voor de Getuigen. Wedijverend om het werk dat er nog is, werken de meeste mensen vele uren voor een hongerloon, met misschien maar twee dagen vrij per maand. De huren zijn zo gestegen, dat een klein kamertje of zelfs maar de ruimte voor een stapelbed in een appartement, het grootste gedeelte van hun inkomen zou verslinden. Het ligt voor de hand dat velen het moeilijk vinden te handelen naar wat zij uit de bijbel hebben geleerd. — Matthéüs 6:33; 13:22.
Hierdoor is de vooruitgang traag geweest. In de loop van de jaren moesten sommigen die de waarheid hebben aanvaard vertrekken, terwijl anderen ten prooi zijn gevallen aan de druk en de verleidingen van dit samenstel van dingen. Zo zijn er ook nu maar elf verkondigers van het goede nieuws verbonden met de enige gemeente in Macau. Toch heerst er een goede, gelukkige en positieve geest, en de broeders zijn niet ontmoedigd. De bezoeken van kringopzieners uit Hong Kong en het bijwonen van kring- en districtsvergaderingen daar zijn hoogtepunten die de weinige verkondigers als zeer geloofversterkend ervaren.
Recente uitbreiding
In augustus 1979 kwam er een zendelingenechtpaar uit Portugal naar Macau om met de gemeente samen te werken. Dit is een grote zegen gebleken. Zij zijn namelijk niet alleen in staat geweest een grondig getuigenis aan de Portugese gemeenschap te geven, maar leren ook het Kantonees om onder de Chinese bevolking te kunnen werken.
Dit is echter niet onopgemerkt gebleven voor de Katholieke Kerk. Waarschuwingen voor het „vergif” van de getuigen van Jehovah verschenen in kerkelijke publikaties, en katholieken werd geadviseerd niet met de zendelingen te spreken, tenzij zij erop „voorbereid” waren. Maar zulke waarschuwingen hadden juist het tegenovergestelde effect. Ze baanden de weg voor menig interessant gesprek, en mensen die in het verleden geen interesse hadden getoond, vroegen om een bespreking van de bijbel.
Onlangs heeft het Genootschap een zendelingenhuis aangekocht om als woonruimte te dienen voor het zendelingenechtpaar en een speciale pionier. De „ruime” woonkamer doet ook voortreffelijk dienst als Koninkrijkszaal. In maart 1983 waren er 38 personen aanwezig bij de Gedachtenisviering van Christus’ dood. Om deze geïnteresseerden op regelmatige basis te helpen, worden alle vergaderingen ’s avonds gehouden, omdat velen van hen zeven dagen per week moeten werken. Ongeveer twintig personen komen wekelijks naar de openbare bijbelse toespraak; velen van hen bezoeken ook de andere vergaderingen. De weinige broeders bereiden getrouw, zonder ooit te klagen, week in week uit de vergaderingonderdelen voor. Wat een prachtig voorbeeld van volharding!
De afgelopen twintig jaar of daaromtrent zijn er vele, vele uren aan besteed om tienduizenden bijbelse publikaties in de handen van zowel de Portugese als de Chinese inwoners van Macau te doen belanden. Alhoewel de toename in getallen uitgedrukt klein is geweest, gaan de weinige getrouwe Getuigen ermee voort een prachtig bericht van volharding op te bouwen. Zij herinneren zich de woorden die Jehovah tot Ezechiël sprak: „Gij moet mijn woorden tot hen spreken, ongeacht of zij horen dan wel het laten” (Ezechiël 2:7). En dat doen zij, en zullen zij blijven doen, tot lof van Jehovah.
[Kaarten op blz. 29]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
CHINA
MACAU
TAIWAN
FILIPPIJNEN
[Kaart]
CHINA
MACAU