Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w84 15/10 blz. 26-28
  • Gezegend wegens het nastreven van vrede

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gezegend wegens het nastreven van vrede
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Een gelukkig gezinsleven — Hoe wij dit bereiken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Ik vond ware rijkdom in Australië
    Ontwaakt! 1994
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
w84 15/10 blz. 26-28

Gezegend wegens het nastreven van vrede

DE APOSTEL Petrus bracht ons onder de aandacht dat „wie het leven wil liefhebben en goede dagen wil zien”, ’vrede moet zoeken en die moet nastreven’ (1 Petrus 3:10, 11). Het is niet altijd gemakkelijk deze raad op te volgen, maar zegeningen blijven niet uit. Laten wij dit eens illustreren met de volgende ervaring van een getuige van Jehovah in Canada.

Ik was net twintig geworden toen er een jeugddroom van mij in vervulling ging. Ik kreeg een baan bij de Koninklijke Bereden Politie van Canada. Zo begon — althans dat dacht ik — mijn loopbaan voor het leven als politieman. Maar na bijna zestien dienstjaren zei ik mijn baan op.

Alvorens ik verklaar waarom ik bij de politie wegging, is het misschien nuttig wat achtergrondinformatie te geven. Mijn beginperiode bij de Bereden Politie bracht ik in de provincie New Brunswick door. In die tijd ontmoette ik een aardige jonge vrouw en wij trouwden. Wij woonden in een erg kleine flat die beheerd werd door een echtpaar. Toevallig waren zij Jehovah’s Getuigen. Vaak gaven zij ons getuigenis. In die tijd behoorde religie echter zeker niet tot de prioriteiten in mijn leven. Mijn vrouw daarentegen accepteerde de waarheid zonder aarzelen en werd vervolgens een gedoopte getuige van Jehovah. Ik was, op zijn zachtst gezegd, niet onder de indruk. Alles probeerde ik om haar tot andere gedachten te brengen, maar tevergeefs. Ik liet zelfs een plaatselijke priester komen om haar in het rechte spoor te brengen. Als ik op dat bezoek terugkijk, geloof ik echter dat de waarheid voor mijn vrouw nog reëler werd door het duidelijke gebrek aan schriftuurlijke kennis van de priester.

Bijna zes jaar lang probeerde ik mijn vrouw de dwaasheid van haar geloof in te laten zien, maar desondanks stond zij pal voor Jehovah. Mettertijd werd ik milder en stelde ik mij op het standpunt dat zij kon doen wat zij wilde en dat ik mijn eigen overtuiging trouw zou blijven. Natuurlijk waren mijn aspiraties in die tijd niet schriftuurlijk; ik wilde het bij de Bereden Politie zo ver mogelijk brengen. Daarom nam ik vrijwillig extra taken op mij en probeerde ik bij interessante gevallen betrokken te raken ten einde de aandacht van mijn superieuren te trekken. Dit ging ten koste van tijd die ik aan mijn gezin had moeten besteden.

Ik bleef deze levensstijl volgen tot de zomer van 1978. Mijn vrouw koesterde de wens het internationale „Zegevierend geloof”-congres in Montreal, in de provincie Quebec, bij te wonen. Ik stemde erin toe haar naar Montreal te rijden, maar ik weigerde een deel van het programma bij te wonen. Toen mijn vrouw na de eerste dag van het congres terugkwam, zei ze dat bij het programma van de volgende dag het gezinsleven centraal stond en zij overtuigde mij ervan dat ik daarbij moest zijn. Tot op heden dank ik Jehovah dat ik het heb gedaan. Ik stond versteld van de ordelijke wijze waarop deze mensenmenigte zich gedroeg. Er werd niet gerookt, er werd geen obscene taal gebruikt en de mensen leken zo gelukkig en zo vreedzaam onderling. Alhoewel ik bijna geen kennis van de bijbel had, vond ik de lezingen die door de sprekers gehouden werden erg leerzaam en praktisch. Deze mensen probeerden zich Gods wetten, die in de bijbel worden uiteengezet, eigen te maken en ze in praktijk te brengen. Mijn ervaring als politieman was, dat veel mensen die van de wet op de hoogte waren, toch een uitweg probeerden te vinden om de dingen op hun eigen manier te doen. Nu was ik diep onder de indruk. Kort nadat wij van het congres thuiskwamen, begon ik de bijbel te bestuderen en ik werd in oktober 1979 gedoopt.

Toen ik geestelijk vorderingen maakte, slaagde ik erin met veel wereldse gewoonten te breken en uiteindelijk kreeg ik het voorrecht om Jehovah God als dienaar in de bediening te dienen. Dat ik een nieuwe christelijke persoonlijkheid aandeed, werd al snel opgemerkt door mijn collega’s, die eerst deden alsof mijn pasverworven geloof niets voorstelde (Efeziërs 4:22-24). Op den duur lukte het mij hun spottende opmerkingen aan te grijpen om getuigenis te geven. Toen het nieuws dat ik een getuige van Jehovah was, eenmaal de ronde had gedaan op mijn afdeling, benaderden velen mij zelfs met vragen. Ik ben ook mijn superieuren erg dankbaar dat zij mij uit respect voor mijn geloof taken opdroegen waarbij mijn verhouding met Jehovah niet in gevaar behoefde te komen.

Ja, alles scheen heel goed te gaan. Toen ik op een avond van mijn werk thuiskwam, zat mijn vrouw gretig de Watchtower van 15 juli 1983 (in het Nederlands de uitgave van 15 oktober 1983) te lezen en vooral het studieartikel op bladzijde 21 tot 26 (blz. 19-25) met als titel ’Zoek vrede en streef die na’. Het ging over het vermijden van „een werkkring . . . waarin het nodig is een wapen te dragen ten einde dit tegen andere mensen te gebruiken”, omdat „altijd het gevaar bestaat dat men bloedschuld op zich laadt doordat men met het wapen iemand doodt” (Jesaja 2:4; Romeinen 12:17, 18). Het artikel zette verder uiteen: „Naarmate de wereld steeds gewelddadiger wordt, kunnen wij een broeder die een betrekking blijft bekleden waarin hij een wapen moet dragen, niet langer als voorbeeldig beschouwen. Er kan hem een periode van zes maanden toegestaan worden om een verandering aan te brengen. Indien hij deze verandering niet aanbrengt, verkeert hij niet in een positie om in de gemeente speciale dienstvoorrechten te vervullen en verantwoordelijkheden te bekleden. — 1 Timótheüs 3:2; Titus 1:5, 6.”

Het lag voor de hand dat ik voor een zeer belangrijke beslissing stond. Wij bespraken de kwestie in gezinsverband en legden het in gebed aan Jehovah voor. De volgende werkdag benaderde ik mijn baas en legde hem de situatie uit. Na een langdurig gesprek kwamen wij tot de conclusie dat de politie mij waarschijnlijk geen ontheffing van het dragen van een vuurwapen zou verlenen. Ik liet dan ook weten dat ik binnen zes maanden mijn ontslag zou nemen.

Ik had geen idee waar ik werk moest gaan zoeken, daar ik toen ik van school kwam meteen al een baan had. Bovendien werd de arbeidsmarkt ongunstig beïnvloed door het economisch klimaat. Ik had wel verscheidene contacten in de zakenwereld die ik in de loop der jaren had opgebouwd en dus besloot ik die op te bellen. Het was verbazingwekkend. Binnen een week werd ik naar een gevestigde organisatie gestuurd die iemand zocht voor een nieuwe betrekking als inspecteur. Ik nam contact op met de persoon die er verantwoordelijk voor was dat de post werd bekleed en ontdekte dat ik de juiste achtergrond voor de baan had. Het werk zou erg lijken op mijn werkzaamheden als fraude-inspecteur en ik zou geen vuurwapen behoeven dragen. U kunt zich voorstellen dat ik er in een mum van tijd mijn verslag over mijn achtergrond en werkervaring had liggen.

Bij het sollicitatiegesprek besloot ik dat ik maar het beste openhartig kon zijn over de reden voor mijn vertrek bij de Bereden Politie. Tot mijn verbazing vertelde de persoon met wie ik het onderhoud had (en die later mijn chef zou worden) dat hij zijn vorige betrekking wegens gewetensbezwaren had verlaten en dat hij zich in mijn situatie kon verplaatsen. Hij wees er ook op dat deze post door iemand bekleed moest worden wiens integriteit boven elke twijfel verheven was. Hij bedankte mij voor mijn openhartigheid en gaf te kennen dat hij mij voor de betrekking zou aanbevelen. Nog geen twee weken later werd ik officieel aangenomen.

Ik twijfel er geen moment aan dat Jehovah’s geest mij en mijn gezin bij deze hele ervaring heeft bijgestaan. Misschien zijn er broeders die voor een soortgelijke situatie staan. Het is mijn innige wens dat mijn ervaring een aanmoediging voor hen mag zijn om op Jehovah te vertrouwen en hem de dingen op zijn manier te laten regelen. — Matthéüs 6:33.

Zoals uit bovenstaande ervaring blijkt, zal het moeite kosten en misschien wat persoonlijke aanpassingen vergen om vrede na te streven en Gods koninkrijk de eerste plaats in uw leven te laten innemen. Maar zegeningen zullen het deel zijn van hen die schriftuurlijke raad toepassen en op die manier een geest aan de dag leggen zoals die van de psalmist David, die zei: „Onderricht mij, o Jehovah, in uw weg, en leid mij in het pad van oprechtheid.” — Psalm 27:11.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen