Kom naar de „Koninkrijkstoename”-districtscongressen voor 1984!
NIEMAND begrijpt beter dan Jehovah God zelf waarom het voor zijn dienstknechten op aarde noodzakelijk is op grote congressen bijeen te komen. Daarom trof hij voor zijn volk Israël in de oudheid regelingen om elk jaar driemaal bijeen te komen in de plaats die hij had uitgekozen, Jeruzalem. Daar hoorden zij de wet van Jehovah God voorlezen, werden zij vermaand en genoten zij er ongetwijfeld van elkaar te vertellen hoe Jehovah God hen had gezegend. — Exodus 23:14-17; 34:23; Deuteronomium 16:16, 17; 2 Kronieken 8:13.
De Israëlieten kwamen echter niet alleen voor deze grote feesten bij elkaar, maar ook bij bijzondere gelegenheden, zoals de inwijding van de tempel van koning Salomo, een feest dat veertien dagen duurde, en de inwijding van de herbouwde muren van Jeruzalem in Nehemía’s tijd. — 1 Koningen 8:65, 66; Nehemía 12:27-43.
De getuigen van Jehovah in deze tijd hebben dus deugdelijke schriftuurlijke precedenten om nu al meer dan honderd jaar, vanaf 1879 om precies te zijn, congressen te houden. Al minstens 37 jaar zijn wij nu, net als de Israëlieten van vroeger, driemaal per jaar bij elkaar gekomen, tweemaal voor onze kringvergaderingen en eenmaal voor ons districts-, nationale of internationale congres.
Wat een enthousiaste berichten zijn er binnengekomen over de „Koninkrijkseenheid”-districtscongressen van vorig jaar!a De broeders en zusters waren zich als nooit tevoren bewust van de eenheid waarin zij zich over de gehele wereld verheugen. In veel landen rees het aantal aanwezigen tot ongekende hoogten. Het Afrikaanse land Zambia bijvoorbeeld, met 57.034 verkondigers, berichtte een totaal aantal aanwezigen van 417.122 op 24 congressen. Dit betekende dat één op elke vijftien ingezetenen van het land op het congres aanwezig was! Maken zulke berichten niet dat wij ernaar gaan verlangen aanwezig te zijn op de „Koninkrijkstoename”-congressen van dit jaar?
Waarom de noodzaak van congressen
Waarom hebben wij het nodig drie en een halve dag bij elkaar te zijn ten einde ons geestelijk te sterken? Petrus herinnert ons aan het volgende: „Aangezien al deze dingen aldus ontbonden zullen worden, wat voor soort van mensen behoort gij dan wel te zijn in heilige gedragingen en daden van godvruchtige toewijding, verwachtende en goed in gedachten houdende de tegenwoordigheid van de dag van Jehovah.” — 2 Petrus 3:11, 12.
Jaar in jaar uit nemen de verleidingen en de druk om ons af te keren van het verrichten van deze „heilige gedragingen”, in kracht toe. Men zou zelfs kunnen zeggen dat de wereld dagelijks gewelddadiger, goddelozer, ontaarder, verdorvener, gedegenereerder en immoreler wordt. En aan alle kanten leveren de media — de kranten, de tijdschriften, de radio, de film en de tv — daar de bewijzen van. Vooral degenen onder ons die gedwongen zijn met wereldlingen om te gaan om in hun onderhoud te voorzien of om onderwijs te volgen, bemerken dat er voortdurend aanvallen op onze geestelijke gezindheid worden gedaan.
Hoeveel druk wordt er bovendien op ons uitgeoefend om ons af te keren van het verrichten van „daden van godvruchtige toewijding”, zoals het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk en het maken van christelijke discipelen! De commerciële wereld zet ons onder druk en brengt ons in de verleiding om materialistisch te worden — om zo veel tijd, energie en middelen te besteden aan het verwerven van de zogenaamde goede dingen des levens dat er weinig tijd en energie overblijft voor heilige dienst. In dit opzicht schijnt de amusementsindustrie zelfs een nog grotere bedreiging voor Gods volk te vormen. Jezus heeft ons terecht voor deze dingen gewaarschuwd door te zeggen: „Schenkt echter aandacht aan uzelf, dat uw hart nooit bezwaard wordt met overmatig eten en overmatig drinken en zorgen des levens, en die dag plotseling, in een ogenblik, over u komt als een strik. . . . Blijft dan wakker, te allen tijde smekend dat gij erin moogt slagen . . . te staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen.” — Lukas 21:34-36.
Het programma van ons „Koninkrijkstoename”-districtscongres is erop gericht al Gods bedienaren de hulp te geven die zij nodig hebben om werkelijk volgens Jehovah’s rechtvaardige beginselen te leven en om beter dan ooit toegerust te zijn voor het prediken van het Koninkrijk en het maken van discipelen.
Maak nu plannen om aanwezig te zijn
Wij willen vooral in gedachte houden dat deze congressen drie en een halve dag duren, te beginnen met donderdagmiddag. De velddienst zal dit jaar op vrijdagmiddag plaatsvinden. Wanneer wij het aantal aanwezigen van vorig jaar op donderdag vergelijken met dat op zondag, rijst de vraag of sommigen van ons meer moeite zouden kunnen doen om aanwezig te zijn als het congres op donderdagmiddag begint. Een van de hoogtepunten van het congres vorig jaar was de lezing op donderdag „Muziek tot lof van Jehovah”, waarin niet alleen de opwindende mededeling werd gedaan dat er een nieuwe liederenbundel komt, maar ook fragmenten van negen heel mooie melodieën werden gespeeld, die een voorproefje gaven van de nieuwe bundel.
De meesten van ons krijgen ieder jaar vakantie. Zouden niet meer van ons plannen kunnen maken om het gehele congres tot een deel van die vakantie te maken? Of zouden wij anders niet het loon van twee dagen kunnen opofferen ter wille van een groot geestelijk feestmaal? In Honduras zijn enige broeders hun baan kwijtgeraakt eenvoudig omdat zij vrij vroegen van hun werk om een congres bij te wonen. Een zuster daar vroeg twee dagen vrij om het „Koninkrijkseenheid”-congres bij te wonen en werd met ontslag bedreigd. Een jurist, wiens vrouw een Getuige is, hoorde hiervan en zorgde dat zij na het congres een beter betaalde baan kreeg.
Het Engelse Jaarboek 1984 vertelt hoe meer dan 27.000 Spaanse en Portugese broeders voor een congres helemaal naar België reisden in een tijd dat er in hun eigen land geen congressen konden worden gehouden. Het vertelt ook over de inspanningen die een Samoaanse broeder zich getroostte om een congres op de Fidji Eilanden bij te wonen: „Hij was niet jong, maar oud; niet sterk, maar ziekelijk; niet gezond van leden, maar had een horrelvoet; niet begiftigd met een goed gezichtsvermogen, maar aan één oog blind. Om naar het congres te kunnen, had hij geld nodig, en om daaraan te komen, moest hij kokosnoten verzamelen. Met ongeveer vijftien stuks tegelijk droeg hij ze ruim drie kilometer naar de plaats waar hij ze ontbolsterde, het vlees eruit sneed en het uitspreidde om te drogen, waarna hij het kokosvlees, de kopra, verkocht.” Het kostte hem ruim vier weken om genoeg geld te verdienen voor zijn reis. Mogen wij ons even vast voornemen aanwezig te zijn!
Ook moeten wij bedenken dat onze congressen er niet alleen toe dienen ons geestelijk op te bouwen, maar dikwijls tevens tot gevolg hebben dat er een heel goed getuigenis aan buitenstaanders wordt gegeven. Merk bijvoorbeeld op wat een verslaggever van het Griekse tijdschrift Galaxias in de uitgave van november 1983 te zeggen had over ons „Koninkrijkseenheid”-congres in Athene. Hij merkte op:
„Of men de zienswijzen van Jehovah’s christelijke Getuigen nu aanvaardt of niet, een bezoek aan het ’Apollo’ Stadion tijdens het congres van Jehovah’s christelijke Getuigen was een gebeurtenis die een diepe indruk naliet op de bezoeker. . . . Niemand kan ontkennen dat hun geloof van diepgaande invloed op hun persoonlijke leven is geweest of, met andere woorden, dat zij naar hun geloof leven. Hoewel zij geloofsijver hebben, zijn zij niet fanatiek. Zij hebben God lief, maar zij hebben ook de mensen lief.”
Laten alle christelijke getuigen van Jehovah en alle anderen die waarheid en rechtvaardigheid liefhebben alles in het werk stellen om het „Koninkrijkstoename”-congres te bezoeken — en wel van begin tot eind!
[Voetnoten]
a Een incomplete telling laat zien dat op 401 congressen in de hele wereld in totaal 3.276.942 personen aanwezig waren en 38.832 nieuwe Getuigen werden gedoopt.