1914 — Een brandpunt
„WAT er in 1914 precies zou gebeuren, wisten wij toen niet, maar één ding wisten wij zeker: Het jaar 1914 zou het begin te zien geven van de ergste periode van moeilijkheden die de aarde ooit had gekend; want er waren tal van bijbelprofetieën waarin dat werd voorzegd. Ons geloof was krachtig en onze hoop was gefundeerd op veel meer dan louter menselijke speculatie.”
In deze bewoordingen beschreef A. H. Macmillan, auteur van de best-seller Faith on the March (Geloof in opmars) uit 1957, hoe hij er reeds vroeg van overtuigd was dat 1914 een brandpunt van bijbelse profetieën zou zijn. Meer dan veertig jaar na 1914 had zijn overtuiging nog niets aan kracht ingeboet.
Wanneer gebeurtenissen in één punt samenkomen
De figuurlijke betekenis van het woord „brandpunt” is: Een „middelpunt van activiteit of belangstelling; een punt waarin allerlei lijnen elkaar snijden”. Was 1914 in die zin een brandpunt? Ja. Beschouw eens wat A. H. Macmillan en veel andere Bijbelonderzoekers van dat jaar verwachtten.
De uitgave van maart 1880 van Zion’s Watch Tower and Herald of Christ’s Presence beschreef twee gebeurtenissen van wereldschokkende betekenis die naar men verwachtte in 1914 zouden plaatsvinden: „’De tijden der heidenen’ strekken zich uit tot 1914, en pas dan zal het hemelse koninkrijk in volledige mate heersen.” Om die reden verwachtten veel Bijbelonderzoekers dat Gods koninkrijk in dat jaar volledig gegrondvest zou worden. Dit zou het begin betekenen van de tijd waarin Christus zou ’gaan onderwerpen te midden van zijn vijanden’. Het zou onontkoombaar ook het begin betekenen van „het besluit van het [goddeloze] samenstel van dingen”. — Psalm 110:1, 2; Matthéüs 24:3; Openbaring 12:10, 12.
Deze oprechte Bijbelonderzoekers kwamen tot die conclusie na een diepgaande studie van de bijbelse chronologie.a Maar de bijbelse chronologie was slechts één soort bewijsmateriaal — één getuige, als het ware. Volgens de bijbel zou Gods koninkrijk hemels, dus onzichtbaar zijn. Hoe zouden bijbelonderzoekers dus kunnen weten of hun hoop al dan niet was verwezenlijkt? Zij zouden een zichtbaar bewijs, een teken moeten hebben.
Jezus’ discipelen hadden om zo’n teken gevraagd, toen zij zeiden: „Wat zal het teken zijn van uw tegenwoordigheid en van het besluit van het samenstel van dingen?” (Matthéüs 24:3) Door zo’n teken te verschaffen, voegde Jezus het getuigenis van een tweede getuige toe om nauwkeurig het jaar 1914 aan te wijzen. Dit was in harmonie met het bijbelse beginsel dat „uit de mond van twee of drie getuigen elke zaak bevestigd worde”. — Matthéüs 18:16.
Terwijl de chronologische aanwijzingen vooruitwijzen naar 1914, was het samengestelde teken van Jezus bedoeld om terug te wijzen naar 1914 als het begin van een nieuw tijdperk. Er zou dus gebleken moeten zijn dat het jaar 1914 een punt was „waarin allerlei lijnen elkaar snijden”.
Was dat zo? Is het teken dat Jezus gaf werkelijk te herkennen in de gebeurtenissen sedert 1914? Wij nodigen u uit de kwestie te onderzoeken en dan voor uzelf het antwoord te geven.
[Voetnoten]
a De tijdberekening die aangeeft dat „de tijden der heidenen” in 1914 ten einde liepen, is uitvoerig besproken in De Wachttoren van 1 juli 1984.