Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w83 1/5 blz. 28-32
  • Vervolging in een vreedzaam land

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vervolging in een vreedzaam land
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Onderkopjes
  • De religieuze achtergrond
  • Rouwceremoniën
  • Openbare functionarissen reageren
  • Enkele goede resultaten
  • God of caesar?
  • Wat is uw mening?
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
w83 1/5 blz. 28-32

Vervolging in een vreedzaam land

RUIM zestig jaar lang was het land vreedzaam geweest, met een vriendelijke bevolking die door een goedhartige koning werd geregeerd. Toen stierf de koning. Bijna van de ene dag op de andere werd het vreedzame land het tafereel van lijden dat een minderheidsgroepering werd aangedaan die over de gehele wereld bekendstaat wegens haar liefde voor de naasten en respect voor autoriteit. Waarom werden zij vervolgd? Wegens hun verlangen overeenkomstig bijbelse beginselen te leven. Waar gebeurde dit? In Swaziland.

Swaziland is een lieflijk landje van ongeveer 17.360 vierkante kilometer groot, dat tussen Zuid-Afrika en Moçambique is gelegen. Dit land, dat in het westen groen en bergachtig is en in het oosten lager is gelegen en droger is, heeft slechts iets meer dan een half miljoen bewoners. De Swazi hebben zich reeds in het begin van de achttiende eeuw in het gebied gevestigd. In 1903 kwam het land onder Brits bestuur, maar in 1968 werd het een onafhankelijk koninkrijk dat door koning Sobhuza II werd geregeerd.

Deze opmerkelijke man heeft de reputatie verworven de oudste en langst regerende monarch op aarde te zijn, want hij heeft vanaf 1921 tot zijn dood op 21 augustus 1982 geregeerd. Hij stond bekend om zijn wijsheid en verstand. Hoewel zijn land werd begrensd door Zuid-Afrika en Moçambique, met hun zeer uiteenlopende staatsbeleid, volgde hij een neutrale handelwijze. Als resultaat hiervan bleef Swaziland een vreedzaam land dat een steeds grotere voorspoed genoot.

De religieuze achtergrond

Evenals de meeste Afrikaanse volken hebben de Swazi eeuwenlang voorouderaanbidding beoefend. In recente tijden hebben veel zendingsposten en kerken zich vrijelijk in Swaziland kunnen bewegen, maar de traditionele gewoonten en riten nemen in het leven van de meerderheid der bevolking nog steeds een belangrijke plaats in. In het begin van de jaren dertig hebben Jehovah’s Getuigen daar zendelingen naar toe gestuurd om het goede nieuws van Gods koninkrijk te verbreiden. Deze zendelingen hebben vaak een bezoek gebracht bij koning Sobhuza, die hun altijd een koninklijke ontvangst bereidde.

Na verloop van tijd reageerden verscheidene Swazi gunstig op de door Jehovah’s Getuigen gepredikte boodschap. Aangezien zij nu Gods in de bijbel uiteengezette wet gehoorzaamden, konden zij niet langer bepaalde niet-christelijke religieuze gewoonten in acht nemen. Als gevolg hiervan kregen zij van de zijde van sommige stamhoofden tegenstand te verduren, maar de koning stond niet toe dat Jehovah’s Getuigen werden vervolgd. Daarom hebben de Getuigen goede redenen om hem dankbaar te zijn en treuren zij oprecht om zijn dood. Maar betekent dit dat zij aan traditionele religieuze rouwgewoonten dienen deel te nemen, door bijvoorbeeld hun hoofd kaal te scheren?

Rouwceremoniën

Deze ceremoniën zijn erg belangrijk voor de beoefenaars ervan. Een expert op het gebied van Afrikaanse gewoonten, Dr. I. Schapera, schreef: „De voorouderaanbidding is gebaseerd op het geloof dat wanneer een man sterft, hij invloed blijft uitoefenen op het leven van zijn op aarde achtergebleven familieleden.” Hij verklaart in verband met deze overledenen: „Indien zij zijn beledigd, doordat een gewoonte of gebruik niet in acht wordt genomen, kunnen zij ook droogte, een veeziekte, rampspoed voor de gehele stam of voor individuele personen, ziekte of de dood veroorzaken.” Als het om een stamhoofd gaat, is dit „in zelfs nog grotere mate van toepassing”. Daarom is het voor mensen die in deze traditionele gebruiken geloven, ondenkbaar geen rouwriten voor een koning te verrichten.

Christenen moeten echter in aanmerking nemen hoe Jehovah God zulke praktijken beziet. Duizenden jaren geleden zei God tot zijn uitverkoren volk: „Gij moogt u om een dode geen insnijdingen toebrengen, noch kaalheid op uw voorhoofd aanbrengen. Want gij zijt een heilig volk voor Jehovah, uw God.” — Deut. 14:1, 2.

Dit is logisch, aangezien niets wat wij doen, iemand die gestorven is, kan behagen of mishagen. „De doden . . . zijn zich van helemaal niets bewust” (Pred. 9:5). Ook een heerser gaat bij zijn dood „terug naar zijn grond; waarlijk, op die dag vergaan zijn gedachten” (Ps. 146:3, 4). Hij slaapt op dat moment en bezit geen bewustzijn. Zijn enige hoop is gelegen in een toekomstige opstanding door God. Hij kan zijn voormalige onderdanen niet helpen en ook geen schade toebrengen.

Wanneer men ter wille van een dode zijn hoofd kaal zou scheren, zou men de indruk wekken te geloven dat zijn ziel nog steeds voortleeft. Zo’n daad zou huichelachtig zijn voor een getuige van Jehovah (Ezech. 18:4). Hij zou ’een leugen beoefenen’ en God mishagen (Openb. 22:15). Bovendien worden ware christenen er rechtstreeks voor gewaarschuwd geen niet-christelijke praktijken met hun aanbidding te vermengen (2 Kor. 6:14). Zij kunnen het niet met hun geweten overeenbrengen rouwriten in acht te nemen die in strijd zijn met de bijbel, ook al zijn zij nog zo bedroefd wanneer een vriend sterft.

Openbare functionarissen reageren

Op 13 september 1982 stond in The Times van Swaziland het volgende bericht: „De gouverneur van de koninklijke residentie in Lobamba heeft voorschriften uitgevaardigd die gedurende de rouwperiode van wijlen koning Sobhuza II door de Swazinatie gehoorzaamd moeten worden. Raadslid Vusumuzi Bhembe heeft in een nationale radio-uitzending bekendgemaakt dat alle mannelijke Swazi als teken van rouw hun haar moeten laten afknippen [kaalgeschoren hoofd]. . . . Gehuwde vrouwen zullen hun haar rondom hun hoofd tot vlak boven de oren laten afknippen.” Er werd al gauw druk uitgeoefend op degenen die het niet met hun geweten konden overeenbrengen aan dit bevel gehoor te geven.

Op donderdag 23 september 1982 werd aan Andreas Xaba, een veearts die voor de regering van Swaziland werkt, door zijn superieur, de heer Mavimbela, gevraagd waarom hij zijn hoofd niet had kaalgeschoren. Toen Andreas dit probeerde uit te leggen, weigerde de heer Mavimbela te luisteren en ontbood hij drie soldaten uit een nabijgelegen militaire kazerne. De soldaten besloten echter dat de politie de kwestie moest behartigen.

Terwijl zij op de politie wachtten, vroeg de heer Mavimbela een van de soldaten of hij Andreas’ vrouw wilde ophalen omdat ook zij haar haar niet had afgeknipt. De politie arriveerde, maar de verantwoordelijke beambte zei dat zij meneer en mevrouw Xaba met rust moesten laten, aangezien de regering geen instructies had gegeven om degenen die hun haar niet hadden afgeknipt, te arresteren.

Toch kwamen er die avond zeven soldaten bij het huis van de Xaba’s, vergezeld van de heer Mavimbela, om hen naar de militaire kazerne te brengen. Nadat de soldaten, die allen bijeengeroepen waren, hen hadden ondervraagd, ranselden zij Andreas en zijn vrouw herhaaldelijk af. Vervolgens werden zij gedetineerd en ertoe gedwongen op hun rug te liggen terwijl soldaten hen op de voetzolen sloegen. Ten slotte werden zij tegen hun wil in kaalgeschoren, waarna men hen liet gaan.

Op 11 oktober 1982 moesten vier getuigen van Jehovah in het nationale gerechtshof van Manzini voorkomen. Voordat het vonnis werd uitgesproken, droeg de president van het hof, Mabhula Shongwe, de politie op hun hoofd kaal te scheren. Dit werd op een wrede manier gedaan. Ooggetuigen berichten dat er uit hoofdwonden bloed stroomde. Vervolgens werden de vonnissen bekendgemaakt: een jaar gevangenisstraf of een boete van R100.

Twee dagen later werden elf Getuigen, tien mannen en een vrouw, op de plaats waar zij werkten, de Mhlume Maatschappij, gearresteerd. De volgende dag gingen leden van het veiligheidspersoneel van deze firma naar de huizen van deze mensen, dreven hun vrouwen en kinderen bijeen en namen ook hen in hechtenis. Op 20 oktober kregen allen de gelegenheid voor de rechtbank uit te leggen waarom zij hun hoofd niet wilden laten kaalscheren. Zij legden de kwestie op eerbiedige wijze uit, waarbij zij bijbelteksten gebruikten zoals Deuteronomium 14:1 en Matthéüs 6:17, 18. Toch werden zij tot een jaar gevangenisstraf of een boete van R100 veroordeeld. Bovendien werd hun hoofd en het hoofd van hun vrouwen en kinderen met geweld kaalgeschoren. Later werden zij door de Mhlume Maatschappij ontslagen.

Op 28 september 1982 werden dertien Getuigen die in dienst waren bij de Usuthu Pulpmaatschappij, in het nationale gerechtshof te Bhunya door prins Logiyela Dlamini tot het betalen van een boete van R60 veroordeeld. Later werd hun de toegang tot de plaats waar zij werkten ontzegd. Zij vroegen de leiding te spreken, maar in plaats daarvan werden zij gedwongen op 7 oktober voor de kroonraad te Lobamba te verschijnen.

De president van deze raad, de heer Lusendvo Fakudze, stond de Getuigen toe hun positie uit te leggen. Tijdens de bespreking dreigde een van de stamhoofden: „In 1975 wilden wij ons van jullie ontdoen, maar jullie werden destijds door de koning beschermd. Wie zal jullie nu beschermen?” Uiteindelijk werd de Getuigen meegedeeld dat de kwestie zou worden voorgelegd aan de raad van vorsten en vervolgens aan de koningin-moeder te Lobamba. Intussen werden hun werkgevers ervan in kennis gesteld dat zij hen niet moesten aanvaarden tenzij zij hun hoofd zouden kaalscheren.

De volgende week werden deze Getuigen opnieuw gearresteerd. Zes van hen moesten op 19 oktober in hetzelfde nationale gerechtshof te Bhunya voorkomen. Toen de dag aanbrak, liet de president van het hof verstek gaan. Het werd noodzakelijk de zaak tot de volgende dag te verdagen en een nieuwe president te benoemen, de heer Magomba Dlamini. Hij beval dat de Getuigen tegen hun wil in kaalgeschoren moesten worden en veroordeelde hen tot drie maanden gevangenisstraf of een boete van R30.

Tot de veroordeelden behoorden Aaron Phakathi, Leonard Mabuza, Bartholemew Mbuli, Stephen Mngomezulu, John Shabangu en Lina Mbuli. Dezen waren nu voor de tweede keer voor dezelfde overtreding veroordeeld. Zij werden allen door de Usuthu Pulpmaatschappij ontslagen.

Ten tijde van het schrijven van dit artikel zijn, volgens de ontvangen berichten, op z’n minst negentig Getuigen gearresteerd en veroordeeld. Sommigen zijn herhaalde malen gearresteerd.

Enkele goede resultaten

Ondanks de ontberingen heeft deze onverwachte vervolging tot enkele aanmoedigende ervaringen geleid. Neem bijvoorbeeld het volgende bericht dat afkomstig is van de Getuigen in de gevangenis te Manzini:

„Toen wij op deze plaats aankwamen, was de gevangenbewaarder erg tegen ons gekant, en hij zei dat wij tegen de regering streden. Hij belette onze broeders ons te bezoeken en zond hen terug met al het voedsel dat zij voor ons bij zich hadden. Maar wij bleven hem met alle respect bejegenen en gaven hem beleefd antwoord. Toen hij dit zag, veranderde zijn houding. Hij gaf ons zijn bijbel en vroeg ons tot alle gevangenen te prediken. Ten slotte wist iedereen dat wij ter wille van rechtvaardigheid in de gevangenis waren en zowel de gevangenen als de politiebeambten moedigden ons aan standvastig te blijven.”

God of caesar?

Jehovah’s Getuigen houden Paulus’ woorden in gedachte: „Iedere ziel zij onderworpen aan de superieure autoriteiten” (Rom. 13:1). Zij herinneren zich ook wat Jezus heeft geleerd: „Betaalt caesar daarom terug wat van caesar [is].” Jezus voegde hier echter aan toe: „ . . . maar God wat van God is” (Matth. 22:19-21). Toen de apostelen van Jezus werd opgedragen op te houden met iets wat God hun had opgedragen te doen, antwoordden zij: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen” (Hand. 5:29). Het was niet zo dat zij ongehoorzaam wilden zijn aan hun menselijke regeerders. Maar toen die regeerders hen dwongen een keus te maken tussen gehoorzaamheid aan God en gehoorzaamheid aan mensen, moesten zij in de eerste plaats aan God gehoorzaam zijn.

Jehovah’s Getuigen volgen dit christelijke voorbeeld. Terzelfder tijd bidden zij dat de autoriteiten hun zienswijze zullen gaan begrijpen. De apostel Paulus schreef: „Allereerst vermaan ik daarom dat er smekingen, gebeden, voorbeden, dankzeggingen worden gedaan . . . betreffende koningen en allen die een hoge positie bekleden, opdat wij een kalm en rustig leven mogen blijven leiden.” — 1 Tim. 2:1, 2.

De Swazi-autoriteiten zijn zich er ongetwijfeld van bewust dat Jehovah’s Getuigen er moeite voor doen „een kalm en rustig leven [te] leiden”. Als groep betalen zij hun belasting en leiden zij een rein, eerlijk leven. Maar sinds de dood van koning Sobhuza is er een gevaarlijk precedent van religieuze vervolging gesteld. Ook hebben vele mannelijke en vrouwelijke Getuigen thans geen middel van bestaan meer, aangezien hun werkgevers hen hebben ontslagen.

Wat is uw mening?

Verbaast het u dat in deze moderne tijd een hele natie wordt gedwongen riten te beoefenen om de doden gunstig te stemmen? Gelooft u dat mensen in staat moeten zijn God in overeenstemming met hun geweten te aanbidden? Hebt u te doen met degenen die lijden ondergaan omdat deze vrijheid hun wordt ontzegd? Zo ja, dan zult u misschien — in een geest van respect en vriendelijkheid — een telegram of brief willen zenden naar een of meer van de regeringsfunctionarissen van Swaziland. In het bijgaande kader staan de namen van enkele hoge functionarissen aan wie u misschien zou willen schrijven.

[Kader op blz. 31]

Her Majesty the Queen Regent

Ndlovukazi Dzeliwe

Lobamba Royal Residence

P. O. Box 1

LOBAMBA

Swaziland

Chairman of the Supreme Council

Prince Sozisa

Lobamba Royal Residence

P. O. Box 1

LOBAMBA

Swaziland

Minister of Home Affairs

Prince Gabheni

P. O. Box 432

MBABANE

Swaziland

The Prime Minister

Prince Mabandla

P. O. Box 395

MBABANE

Swaziland

Minister of Justice

Mr. Polycarp KaLazarus Dlamini

P. O. Box 924

MBABANE

Swaziland

Commissioner of Police

Mr. Titus Msibi

P. O. Box 49

MBABANE

Swaziland

Federation of Swaziland Employers

P. O. Box 386

MBABANE

Swaziland

Councillor Vusumuzi Bhembe

Lobamba Royal Residence

P. O. Box 1

LOBAMBA

Swaziland

Councillor Lusendvo Fakudze

Lobamba Royal Residence

P. O. Box 1

LOBAMBA

Swaziland

Chief Justice

Mr. C. J. Nathan

P. O. Box 924

MBABANE

Swaziland

King’s Liaison Officer for Religion

Mr. A. K. Hlophe

P. O. Box 162

MBABANE

Swaziland

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen