Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 1/12 blz. 20-28
  • Jehovah’s organisatie gaat voorwaarts — Houdt u gelijke tred?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah’s organisatie gaat voorwaarts — Houdt u gelijke tred?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Inwijding beklemtoont expansie
  • Franz houdt inwijdingslezing
  • Een volle dag van geestelijke zegeningen
  • Jehovah’s dynamische organisatie ondersteunen
  • De volle-tijddienst tot een loopbaan maken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Na-oorlogse uitbreiding van de theocratische organisatie
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Tot eer van Jehovah bouwen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Prediken op de gehele bewoonde aarde
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 1/12 blz. 20-28

Jehovah’s organisatie gaat voorwaarts — Houdt u gelijke tred?

MEN kan de christelijke Griekse Geschriften niet lezen zonder onder de indruk te komen van het feit dat de christenen waren georganiseerd voor de aanbidding. Zij waren vooral georganiseerd om te prediken, om het goede nieuws van Gods koninkrijk bekend te maken.

De hedendaagse geschiedschrijver H. G. Wells merkte over het vroege christendom op: „De enige organisatie die het kende, was een organisatie van predikers, en de belangrijkste functie ervan was de preek.” De apostel Petrus zei in dit verband: „Ook heeft hij [Jezus Christus] ons bevolen tot het volk te prediken en een grondig getuigenis te geven.” — Hand. 10:42; Matth. 28:18, 19.

Maar hoe staat het met de prediking in onze tijd — de „laatste dagen” van dit samenstel van dingen? (2 Tim. 3:1-5) Jezus Christus heeft voorzegd: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen” (Matth. 24:14). Voordat het einde van dit samenstel van dingen komt, moet er dus een geweldig, wereldomvattend predikingswerk worden verricht. Welke organisatie is hiermee bezig?

In werkelijkheid is slechts één groep van mensen over de gehele wereld speciaal georganiseerd om deze Koninkrijksprediking te verrichten. Zij staan bekend als Jehovah’s Getuigen. Hun predikingsactiviteit breidt zich over de gehele aarde, in 206 landen, uit. In 1981 namen 2.361.896 Getuigen aan het werk deel, meer dan driekwart miljoen meer Koninkrijksbekendmakers dan er slechts tien jaar voordien waren!

Om gelijke tred te houden met de steeds groeiende predikingsactiviteit, zijn Jehovah’s Getuigen alleen al in de afgelopen twee jaar hetzij klaargekomen of begonnen met de bouw van twintig nieuwe drukkerijen waar bijbelse lectuur wordt vervaardigd. Ook vindt er op het internationale hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen een snelle groei plaats. In de eerste eeuw was Jeruzalem de plaats van waaruit de christelijke organisatie werd geleid (Hand. 15:1, 2). In deze tijd wordt een dergelijke leiding verschaft vanuit Brooklyn, New York (VS).

Op de avond van 15 maart van dit jaar vond de inwijding plaats van het gebouwencomplex dat het laatst was toegevoegd aan het hoofdbureau in Brooklyn. Dit is het kantoorgebouw aan Columbia Heights 25, dat op de volgende bladzijde staat afgebeeld. Het bestaat uit een gerestaureerd gedeelte en een nieuw opgetrokken gebouw, die met elkaar zijn verbonden en samen één gebouw vormen.

Meer dan tweeduizend leden van de familie op het hoofdbureau in Brooklyn waren aanwezig voor het inwijdingsprogramma, dat om 6.45 uur n.m. in de grote vergaderzaal van het huis werd gehouden. Via een gesloten televisiecircuit kon het programma ook worden gevolgd in de Koninkrijkszaal en in de verscheidene eetzalen, waar de overige leden van de familie vergaderd waren. Bovendien konden nog ruim zeshonderd andere leden van de familie, die woonachtig zijn op de Wachttorenboerderij, ongeveer 140 kilometer ten noorden van het Bethelhuis in de staat New York, meeluisteren. Een draadaansluiting zorgde voor de verbinding.

Inwijding beklemtoont expansie

Na het gebed door Carey W. Barber, begon het inwijdingsprogramma met een samenvatting van de Wachttoren-studie voor die week door John E. Barr. Milton G. Henschel, de voorzitter van deze avond, nodigde vervolgens Grant Suiter uit om een overzicht te geven van „historische ontwikkelingen” van Gods organisatie van 1919 tot 1935.

„Wij beschouwen deze dingen niet op arrogante wijze, zonder Jehovah in aanmerking te nemen”, begon broeder Suiter, „integendeel, wij nemen hem wel degelijk in aanmerking en erkennen dat het hem heeft behaagd zich in deze decennia te bedienen van deze familie.” Toen Jehovah’s Getuigen in 1909 voor het eerst gebruik gingen maken van faciliteiten in Brooklyn, bestond de familie van het hoofdbureau uit slechts ongeveer dertig personen.

Suiter legde uit dat de organisatie in oktober 1919 het nieuwe tijdschrift The Golden Age (Het gouden tijdperk), nu Ontwaakt! genoemd, begon te publiceren. En het volgende jaar begon de familie van het hoofdbureau in een klein perceel aan de Myrtle Avenue op eigen persen bijbelse lectuur te drukken. Zoals Suiter opmerkte, was de familie tegen het jaar 1921 dan ook tot 107 personen uitgebreid. In 1923, zo merkte hij op, produceerden zij vijfduizend boeken per dag.

Doordat Gods organisatie voorwaarts ging, waren er grotere faciliteiten nodig. Daarom werd in 1927, zoals Suiter beschreef, aan Columbia Heights een nieuw en groter huis voor de familie van het hoofdbureau gebouwd, terwijl enkele blokken verder, aan Adams Street 117, een drukkerijgebouw van acht verdiepingen werd opgetrokken.

Het verslag over de „historische ontwikkelingen” werd vervolgd door Lyman A. Swingle, die verslag uitbracht over de wijze waarop Jehovah’s organisatie van 1936 tot 1950 voorwaarts was gegaan. „In 1936 nam de vervolging van Jehovah’s Getuigen over de gehele wereld steeds meer toe”, merkte hij op. „Hitlers concentratiekampen waren gebouwd.” En terwijl hij in de richting van een bejaard echtpaar knikte, zei hij: „Broeder Pötzinger en zijn vrouw werden in dat jaar gearresteerd en in die kampen opgesloten. Zij zijn er negen jaar in gebleven.” Ondanks een dergelijke vervolging zijn zij en duizenden anderen met Gods organisatie voorwaarts blijven gaan.

„Dit waren kritieke jaren”, vervolgde Swingle. „Op 1 september 1939 rukten Hitlers troepen Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog.” Ook in de Verenigde Staten namen de moeilijkheden toe. „Over het gehele land kwam het gepeupel in actie”, zo vertelde hij. „Enkele van onze Koninkrijkszalen werden in brand gestoken en volledig verwoest. Heel wat van onze auto’s werden vernietigd. . . . Toch hadden wij in 1940, ondanks al deze problemen, een toename van veertig procent in het aantal verkondigers!” Gedurende de oorlog zelf, zo zette hij uiteen, verdubbelde de organisatie in grootte — van 71.500 tot ruim 141.000 Koninkrijksverkondigers.

„In 1946”, zo vervolgde Swingle, „werd het eerste naoorlogse congres gehouden in Cleveland, Ohio (VS) — met tachtigduizend aanwezigen.” Daar werd bekendgemaakt dat er aan Columbia Heights nog meer gebouwen zouden worden geplaatst en dat de broeders en zusters het bouwprogramma door middel van hun bijdragen konden steunen. „Toen trokken wij een gebouw van tien verdiepingen op [een uitbreiding van het bestaande huis], en het was zo groot”, zei Swingle, „dat wij dachten dat wij nooit meer in Brooklyn zouden hoeven te bouwen. Tegelijkertijd voegden wij een nieuw gebouw van negen verdiepingen toe aan de drukkerij aan Adams Street 117. Deze gebouwen werden begin 1950 ingewijd.”

Aan het besluit van zijn toespraak zei broeder Swingle: „1950 — het eerste congres in het Yankee Stadion — acht dagen. Er kwamen broeders en zusters uit 67 landen. Het aantal aanwezigen: 123.707.” Werkelijk een periode van expansie! „Van 1936 tot 1950 groeiden wij van ongeveer 50.000 tot 373.430 verkondigers — in die vijftien jaar werd ons aantal zeven en een half maal groter!” Maar wie ontvangt terecht de eer? Tot besluit citeerde Swingle de woorden van Nehemía: „Zij kwamen te weten dat dit werk vanwege onze God was gedaan.” — Neh. 6:15, 16.

Vervolgens behandelde broeder Henschel zelf het onderwerp „historische ontwikkelingen — 1951 tot 1981”. Hij leidde zijn opmerkingen in met de woorden: „Jehovah zorgt ervoor dat er dingen tot stand komen. Jehovah zorgt voor de wasdom.” En na Paulus’ woorden „Wij zijn Gods medewerkers” geciteerd te hebben, vroeg hij: „Is het niet een bijzonder aanmoedigende gedachte met God in zijn werk te kunnen samenwerken en de resultaten te zien die Jehovah tot stand brengt?” — 1 Kor. 3:6-9.

„De bewijzen zijn onweerlegbaar”, vervolgde Henschel. „Door de historische ontwikkelingen wordt aangetoond dat Jehovah het werk leidt. . . . Wij hadden verkondigers nodig om dit goede nieuws over de gehele wereld bekend te laten worden. Dat is onze toewijzing — ’het goede nieuws van het koninkrijk te prediken’.” Hij vermeldde toen de geweldige groei: „798.000 verkondigers in 1958. Vervolgens, tegen 1968, 1.221.000 werkers. Tegen 1978: 2.182.000 en tegen 1981: 2.361.000.”

„Om het predikingswerk door deze meer dan 2.000.000 werkers te laten verrichten”, merkte Henschel op, „moesten zij met de juiste middelen worden toegerust.” Wie zouden deze middelen verschaffen? De leden van de familie op het hoofdbureau! „In 1950”, zei Henschel, „waren er 355 familieleden.” Maar zoals hij uiteenzette, leidde de toenemende vraag naar bijbelse lectuur ook tot de groei van de familie op het hoofdbureau — in 1960 was het aantal tot 512 toegenomen, in 1965 tot 678, in 1970 tot 1228 en op dit moment tot ongeveer 2600.

Om al deze werkers onder te brengen, was er meer huisvesting nodig. Henschel beschreef de expansie: In oktober 1960 werd aan Columbia Heights 107 een nieuw huis van twaalf verdiepingen ingewijd. Vervolgens werd aan Columbia Heights 119 nog een nieuw huis gebouwd, dat op 2 mei 1969 werd ingewijd. In 1975 werd vervolgens het grote Towers Hotel gekocht, dat werd gerenoveerd en werd ingericht om ongeveer negenhonderd familieleden te huisvesten. En op de Watchtower Farms in het noorden van de staat New York kwamen in 1968, 1971 en 1973 nieuwe woongebouwen gereed.

Henschel vertelde over de bouw en aankoop van drukkerijen, die nodig waren om het hoofd te kunnen bieden aan de toenemende vraag naar bijbelse lectuur. In 1956 werd aan Sands Street 77 een uit dertien verdiepingen bestaand gebouw opgetrokken. Vervolgens werd in 1958 aan de overkant van de straat nog een (uit tien verdiepingen bestaand) gebouw gekocht. In 1968 kwam een aangrenzende, uit elf verdiepingen bestaande nieuwe drukkerij gereed. Samen met de drukkerij aan Adams Street 117 beslaan deze drukkerijen, die alle door middel van loopbruggen met elkaar zijn verbonden, een terrein van vier stadsblokken. Vervolgens werd in november 1969 het Squibb-complex, dat enkele blokken verder ligt, gekocht. En zoals Henschel opmerkte, waren deze gebouwen gedurende dit inwijdingsprogramma van speciaal belang, aangezien het kantoorgebouw aan Columbia Heights 25 deel uitmaakt van dit complex.

Ondertussen vond er op de Wachttorenboerderij die in 1963 was gekocht, verdere expansie plaats. Henschel vertelde hoe aldaar in 1973 de eerste drukkerij werd voltooid. En vervolgens werd in 1975 een tweede, veel grotere drukkerij in gebruik genomen.

Na over andere historische ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar gesproken te hebben, met inbegrip van het congres in 1958 in het Yankee Stadion en de Polo Grounds, dat door 253.922 mensen werd bijgewoond, kondigde broeder Henschel Max H. Larson aan met zijn programmaonderdeel „Bouwaspecten”. Broeder Larson vertoonde veertig dia’s waarin werd getoond hoe gedeelten van het voormalige Squibb-complex werden afgebroken en hoe de constructiewerkzaamheden aan het nieuwe kantoorgebouw verliepen. De toeschouwers zagen hoe dit nieuwe gebouw werd verbonden met een reeds bestaand fabrieksgebouw dat in een modern kantoorgebouw was herschapen.

Larson legde uit: „In het midden van 1978 werd ermee begonnen het gebouw aan Columbia Heights 25 van een pakhuis in een modern kantoorgebouw te veranderen. Om dit werk tot stand te brengen, was er een ploeg werkers van 180 tot 200 broeders en zusters nodig.” Ondertussen begon in september 1979 de reeds eerder genoemde afbraak, waarna in december 1979 de bouw van de nieuwe oostvleugel aan Columbia Heights 25 begon.

Franz houdt inwijdingslezing

Als besluit van dit bezielende avondprogramma kondigde broeder Henschel de president van de Watchtower Bible and Tract Society, Fred W. Franz, aan. Broeder Franz is in 1914 met het volle-tijdpredikingswerk begonnen en heeft sinds 1920 als een lid van de familie op het hoofdbureau dienst verricht. Hij verkeerde dus in de positie dat hij uit de eerste hand veel interessante details over de groei van Jehovah’s organisatie kon vertellen.

Hoewel de pas voltooide faciliteiten aan Columbia Heights 25 schitterend zijn, beklemtoonde broeder Franz dat ze niet met zelfzuchtige bedoelingen waren verschaft. Hij vestigde de aandacht op het bijbelse verslag in Markus 7:11-13, waar melding wordt gemaakt van een man die bezittingen had. Maar in plaats dat hij deze gebruikte om zijn ouders te eren, zoals hij had moeten doen, wilde hij ze voor zijn eigen zelfzuchtige gebruik bewaren. Daarom noemde hij ze „korban, dat wil zeggen, een aan God opgedragen gave”.

Broeder Franz zei evenwel: „Onze broeders en zusters in deze nieuwe kantoren die wij aan Jehovah opdragen, zijn niet zo. Zij gebruiken deze nieuwe faciliteiten veeleer om het beste wat zij bezitten, aan Jehovah God te geven. Zij werken hard, niet om zelfzuchtig genot uit hun schitterende huisvesting te putten, maar om meer werk klaar te krijgen en het van betere kwaliteit te kunnen laten zijn.”

Ondanks de uitstekende, duurzame constructie van deze nieuwe faciliteiten, merkte broeder Franz op dat wij Jehovah’s bescherming nodig hebben, zoals de bijbel dit in Psalm 127:1 zegt: „Als Jehovah zelf het huis niet bouwt, is het tevergeefs dat de bouwers ervan er hard aan hebben gewerkt.” Hetzelfde geldt voor deze eigendommen hier, zo legde Franz uit: tenzij Jehovah ze beschermt en onze werkzaamheden erin zegent, zijn onze krachtsinspanningen vergeefs. Maar de geschiedenis van Gods volk door de jaren heen, zo zei hij, toont aan dat Jehovah zijn volk zegent en beschermt.

Broeder Franz haalde in het besluit van zijn lezing koning Davids woorden aan: „Wie toch ben ik en wat is mijn volk, dat wij de macht zouden behouden om aldus vrijwillige gaven te schenken? Want alles komt van u, en uit uw eigen hand hebben wij het u gegeven” (1 Kron. 29:14). Aangezien Jehovah dus de Eigenaar van alles is en wij deze bezittingen van hem hebben ontvangen, zo zei Franz, doen wij nu niets anders dan ze aan Jehovah teruggeven door ze aan hem op te dragen. Aan het einde van de heerlijke, geestelijk verheffende dag en avond gaf hij derhalve het volgende te kennen: „Ik wil nu graag verklaren dat er geen twijfel over bestaat dat deze nieuwe kantoren volledig aan Jehovah God zijn opgedragen.”

Een volle dag van geestelijke zegeningen

Het ’s avonds gehouden inwijdingsprogramma was slechts het besluit, als het ware het dessert, geweest van een zeer speciale dag van activiteiten. De ochtend was net als iedere andere werkdag op het hoofdbureau te Brooklyn om zeven uur v.m. met een bespreking van een bijbeltekst begonnen, waarna het ontbijt volgde. Maar toen, om acht uur v.m., begonnen de meeste leden van de Bethelfamilie — degenen die in het huis en de drukkerijcomplexen werken — aan een rondleiding van het kantoorgebouw aan Columbia Heights 25. Degenen die in het kantoorcomplex werken, gingen echter naar hun respectieve afdelingen om hun gewone werk te verrichten. Er was een brochure van twintig bladzijden gedrukt waarin het programma van de dag en de route van de rondleiding werden beschreven. Wat zagen degenen die deze rondleiding kregen?

Door de aanwijzingen te volgen, kwamen zij in de prachtige nieuwe ontvangstruimte van Columbia Heights 25, waarna zij op deze zelfde derde verdieping naar de dienstafdeling gingen. Hier komen op de tien bureaus van de dienstafdeling elke week ongeveer 325 verslagen van de kringopzieners binnen. Op de tweede verdieping zagen de Bethelieten de gebiedsafdeling en de pioniersafdeling. Ze kregen te horen dat er in 1981 door deze afdeling 5578 nieuwe pioniers waren aangesteld.

De familie ging vervolgens met de lift naar de twaalfde verdieping, waar zij de kantoren bezichtigden van degenen die de financiële aangelegenheden van het Genootschap afhandelen. Op de elfde verdieping zagen zij de afdeling Kostenbudgettering, waar de kosten worden begroot voor de werkzaamheden van het Genootschap, zoals voor het vervaardigen en verzenden van lectuur. Op de tiende verdieping bezochten zij de kantoren van de bestuursleden, alsook de vergaderkamer van het Besturende Lichaam. Op de negende verdieping zagen zij de teken- en ontwerpstudio, alsmede een expositie van de verschillende ontwerpstijlen waarvan de tekenaars die de illustraties voor de publikaties van het Genootschap verzorgen, gebruik maken.

Vervolgens ging men naar de schrijversafdeling op de achtste verdieping, waar de tijdschriften, boeken en andere lectuur van het Genootschap worden geschreven. In plaats van schrijfmachines te gebruiken, voeren de meeste schrijvers de kopij nu rechtstreeks op computerterminals in. Deze zijn verbonden met een „printer” of afdrukeenheid die, wanneer de instructie daartoe wordt gegeven, met een snelheid van ongeveer zevenhonderd woorden per minuut de ingevoerde tekst uittypt. Binnenkort zullen er in het gehele complex 149 terminals en twintig „printers” voor verschillende kantoorfuncties zijn.

Daarna werd de familie naar de zevende verdieping en de fotozetafdeling geleid. Hier werd hun getoond hoe tekst die in de schrijversafdeling is vervaardigd, op een grafisch beeldschermwerkstation tot het gewenste, definitieve paginaformaat wordt opgemaakt. Vervolgens zagen zij, in de nabijgelegen afdeling Reprografie, hoe de geschreven tekst, alsook de illustraties, door middel van verschillende fotografische processen op film wordt overgebracht. De aldus vervaardigde film wordt voor het maken van platen gemonteerd en naar de drukkerij gestuurd, om er offsetdrukplaten van te maken. Ook bezocht de familie op deze zevende verdieping de Spaanse vertaalafdeling en de correctieafdeling. Vervolgens zagen zij op de zesde verdieping, in de afdeling Informatieverwerking, de grote computersystemen waarin alle inlichtingen die van de terminals in het gehele kantoorcomplex afkomstig zijn, worden opgeslagen en verwerkt.

Hoewel de Bethelfamilie al heel veel had gezien, duurde het nog even voordat zij om 11.45 uur v.m. in cafetariastijl de lunch in het Bethelhuis zouden gebruiken. Daarom werden zij vervolgens naar de correspondentie- en de factureer- en boekhoudafdeling op de vijfde verdieping geleid. Toen gingen zij de loopbrug over (deze is op de foto op bladzijde 21 te zien) die het kantoorgebouw aan Columbia Heights 25 met de gebouwen aan de overkant van de straat verbindt. In dit gedeelte bezochten zij het bouwkantoor, de Gileadschool, de dozenmakerij en ook de schilder- en steigerafdeling, de stoffeerderij, de handbinderij en de afdeling voor het onderhoud van machinerieën.

Velen vonden het erg interessant de opnamestudio’s te bezichtigen, waar de congresdrama’s, de bijbelboeken en muziek op de band worden gezet. Verder was het fascinerend de afdeling voor cassetteproduktie in werking te zien. Er worden elke dag ongeveer vijftienduizend cassettebanden geproduceerd — meer dan negen miljoen sinds de afdeling in 1978 met haar werkzaamheden begon! Maar de bezoekers moesten vóór de lunch nog een bezoek brengen aan de afdeling Elektronica, de braille-afdeling, het constructiekantoor, de tekenkamer, het congreskantoor, de fotografie-afdeling, het personeelkantoor, de garage en de verzendafdeling.

Wat een volgepakte, opbeurende, drie en een half uur durende rondleiding! Allen waren zich er duidelijk van bewust dat Jehovah’s organisatie beslist voorwaarts gaat. Na wat gegeten te hebben, ging de familie weer op stap om het drukkerijcomplex te bezichtigen. De werkers in de drukkerij waren tegen 12.30 uur n.m. op hun post om aan de rest van de familie te laten zien hoe de uitrusting wordt gebruikt die bij het drukken en binden van bijbelse lectuur is betrokken. Vooral de enorme nieuwe offsetpersen — ten tijde van de rondleiding waren er vijf, terwijl er vóór het einde van het jaar nog drie zouden worden afgeleverd — trokken zeer veel belangstelling. De grootste — de bijbelpers, is 33 meter lang!

Na een drie uur durende rondleiding door de drukkerij ging de familie naar huis, moe maar enthousiast wegens de duidelijke zegen van Jehovah op de expansie. Om vier uur n.m. kwamen zij allen op hun respectieve plaatsen in de zes eetzalen bijeen om een speciale maaltijd te nuttigen. Vervolgens, na een korte pauze, genoten allen van het bijzonder aanmoedigende inwijdingsprogramma.

Jehovah’s dynamische organisatie ondersteunen

In veel andere landen ervaren Jehovah’s dienstknechten deze zelfde vreugdevolle en enthousiaste geest, want ook daar zien zij hoe Jehovah’s zegen rust op hun krachtsinspanningen om hun faciliteiten voor het verbreiden van het goede nieuws van zijn koninkrijk, uit te breiden. In het ene land na het andere zijn nieuwe bijkantoorgebouwen hetzij zojuist klaargekomen of in aanbouw.

Voor al deze bouw- en expansiewerkzaamheden over de gehele wereld is natuurlijk geld nodig. Hoewel Jehovah’s Getuigen nooit om bijdragen hebben gevraagd, kunnen degenen die er belangstelling voor hebben om in financieel opzicht aan de uitbreiding van de belangen van Jehovah’s koninkrijk deel te nemen, dit doen door bijdragen naar het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in hun land te zenden. In Nederland kunnen deze bijdragen worden gestuurd naar het Wachttorengenootschap, Voorburgstraat 250, 1059 VD Amsterdam. (België: Potaardestraat 60, B-1950 Kraainem; Suriname: Wichersstraat 8-10; Box 49, Paramaribo.) Zulke schenkingen worden dankbaar aanvaard en schriftelijk bevestigd.

Jehovah’s volk heeft de duidelijke opdracht ontvangen het goede nieuws van Gods koninkrijk op de gehele bewoonde aarde te prediken voordat het einde komt (Matth. 24:14). Tot in welke verdere mate God zich heeft voorgenomen dit werk te laten verrichten, is ons niet bekend. Maar u kunt ervan overtuigd zijn dat Jehovah’s organisatie, ongeacht wat de toekomst brengt, voorwaarts zal gaan om te doen wat Hij gebiedt.

„Zingt Jehovah een nieuw lied. Zingt Jehovah toe, [gij mensen van] heel de aarde. Zingt Jehovah toe, zegent zijn naam. Vertelt van dag tot dag het goede nieuws van de redding door hem. Maakt onder de natiën zijn heerlijkheid bekend, onder alle volken zijn wonderwerken.” — Ps. 96:1-3.

[Illustratie op blz. 21]

Het voormalige Squibb-complex, nu eigendom van Jehovah’s Getuigen. Het kantoorgebouw aan Columbia Heights 25 staat rechts

[Illustraties op blz. 22]

Het woonhuis aan Columbia Heights 124 in 1950

De drukkerij aan Adams Street 117 in 1950

[Illustraties op blz. 23]

Columbia Heights 107

Het „Towers”-gebouw

Columbia Heights 119

[Illustraties op blz. 24]

Het uit vier stadsblokken bestaande drukkerijcomplex in Brooklyn

Wachttorenboerderij met drukkerijen en woongebouwen

[Illustratie op blz. 25]

Fred Franz houdt inwijdingslezing

[Illustraties op blz. 26]

Rondleiding door het kantoorgebouw aan Columbia Heights 25, met een blik op verschillende werkzaamheden

1. Ingang van Columbia Heights 25

2. Een blik in de kamer van het Besturende Lichaam

3. De computerkamer

4. In het kantoor van de president

5. Een expositie van het werk van de teken- en ontwerpafdeling

6. Een computerterminal van de schrijversafdeling in actie

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen