Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 1/11 blz. 3-4
  • Wat oudere mensen zoal doen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat oudere mensen zoal doen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Groeien en leren
  • Kinderen van kindsbeen af opleiden
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • Hoe leren leuk kan worden
    Ontwaakt! 2004
  • Te oud om te leren? — „Nooit!”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Ouders — de eerste onderwijzers van het kind
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 1/11 blz. 3-4

Wat oudere mensen zoal doen

DE ATLEET richtte het oog op zijn doel en begon te rennen. Hij nam een aanloop van ruim vijftien meter, plantte zijn glasvezel-polsstok in de grond en zeilde sierlijk over een dwarslat, zo’n 2,70 meter boven de grond. Gebeurde dit op een sportdag voor middelbare scholieren? Neen. De atleet was zeventig jaar oud, en volgens een verslag in The Wall Street Journal deed hij mee aan een wedstrijd voor 600 atleten in dezelfde leeftijdsgroep. Bij diezelfde gelegenheid liep een 77-jarige de 100 meter in 15,7 seconden, en een zeventigjarige slingerde een speciale discus 27 meter ver.

Verbaast het u te horen dat er 70-jarigen zijn die nog meedoen aan atletiekwedstrijden? Het is waar, zij kunnen niet meer evenaren wat zij vroeger presteerden toen zij nog in de twintig waren. Maar het feit dat sommigen nog een discus kunnen werpen, 100 meter kunnen hardlopen en met succes aan polsstokhoogspringen kunnen doen, laat iets belangrijks zien. Het wijst erop dat oudere mensen niet als onbruikbaar moeten worden „afgeschreven”, alleen maar omdat zij op een bepaalde leeftijd zijn gekomen. Tenzij er een of andere ziekte optreedt, beschikken oudere mensen over heel wat meer fysieke mogelijkheden dan hun gewoonlijk worden toegeschreven.

Geldt dat ook voor hun geestelijke en intellectuele vermogens? Dat wil zeggen, kunnen oude mensen nieuwe dingen leren en een nieuwe levensstijl gaan volgen? Soms zijn het de ouderen zelf die hun mogelijkheden op dit gebied onderschatten. Zij zijn misschien huiverig voor de uitdaging van iets nieuws, en zeggen: ’Ik ben te oud om te leren’, of: ’Je kunt oude beren geen dansen leren’. Maar is dat altijd wel zo? Op welke leeftijd begint het leervermogen af te nemen?

Groeien en leren

Het is interessant te bedenken dat de persoon die zich verweert met: ’Ik ben te oud om te leren’, eens een klein kind is geweest dat met heldere, nieuwsgierige ogen de wereld in keek. In de woordenschat van de meeste jongetjes en meisjes zijn de meest gebruikte woorden: ’Waarom?’ ’Waar?’ ’Wanneer?’ ’Hoe?’ ’Wie?’ Hun verlangen om te leren is onmiskenbaar.

Ouders zouden wel eens willen dat dit verlangen wat minder hevig was, en dat hun kinderen nu eens even ophielden met vragen stellen. Toch merkt de bijbel op hoe belangrijk het is wat een kind in deze fase leert, door te zeggen: „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken.” — Spr. 22:6.

Al gauw gaat het kind naar school, en een aantal jaren lang bestaat het grootste deel van zijn dagelijkse bezigheden uit nieuwe kennis opnemen over verschillende onderwerpen. Op zijn natuurlijke leergierigheid wordt door zijn leraren tot op zekere hoogte ingespeeld. Hij leert nieuwe begrippen, nieuwe vaardigheden, en geleidelijk gaat de wereld voor hem open.

Maar al te gauw zijn de schooljaren voorbij, en een jonge volwassene doet zijn intrede in de wereld. Nu moet hij leren hoe hij met volwassen mensen moet omgaan en moet hij zich vaardigheden eigen maken waarmee hij in zijn levensonderhoud kan voorzien. In de meeste gevallen komt hij ten slotte in een geregelde werkkring terecht, en hier begint het tempo van het leerproces te vertragen. De meeste jonge volwassenen trouwen, krijgen kinderen, worden beladen met zorgen en verantwoordelijkheden, en langzaam maar zeker houden zij ermee op hun leven met nieuwe kennis te verrijken.

Als het gezin is opgegroeid, ontdekken de ouders dat zij nu weer tijd voor zichzelf hebben. Maar in veel gevallen heeft de gewoonte om niet te leren wortel geschoten. Zij hebben niet meer de neiging die zij hadden toen zij nog jong waren, namelijk om nieuwe dingen te gaan onderzoeken of vragen te stellen. In Japan zeggen sommigen wel eens dat zij in een ander tijdperk zijn geboren. Daar kan een man bijvoorbeeld zeggen: ’Ik ben geboren in het Meidjitijdperk.’ Dat was het politieke tijdperk dat in 1912 eindigde. Hij is daarom van mening dat hij, nu hij minstens zeventig jaar oud is, de tijd om te leren achter de rug heeft en dat hij nooit in staat zou zijn nieuwe gedachten op te nemen in deze moderne, onbegrijpelijke tijd.

Maar is dat onvermijdelijk zo? Het is waar dat naarmate iemand ouder wordt, zijn lichamelijke toestand verandert. Misschien worden zijn gewrichten stijver, zijn spieren minder soepel, zijn ogen wat zwakker en zijn gehoor wat minder scherp. Maar indien hij niet ziek wordt, betekent dit alleen maar een tempoverlaging, en geen ophouden van alle activiteiten. Het feit dat een groep zeventig-plussers een atletiekwedstrijd kon houden, vormt daarvan het bewijs. Geldt hetzelfde voor de geest? Of is het waar dat iemand te oud kan zijn om te leren?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen