Is plagen goed of verkeerd?
ER WAS een Duits gezin dat bestond uit de ouders en vijf kinderen. De oudste en de jongste waren meisjes, met drie jongens daar tussenin. De oudste jongen schepte er een waar genoegen in zijn iets oudere zusje te plagen. Altijd als zij om steun naar haar moeder ging omdat hij haar treiterde, was de enige troost die haar moeder gaf, hoewel ze heel streng was, haar te herinneren aan het Duitse spreekwoord Was sich liebt, das neckt sich (Wie van elkaar houden, plagen elkaar). Met andere woorden: plagen is een uiting van genegenheid, van liefde. En dat is heel goed mogelijk.
Er bestaat echter nog een vorm van plagen. Er is een bejaarde christelijke bedienaar die, wanneer hij zich in een huwelijkslezing tot het bruidspaar richt, hun de raad geeft: ’Plaag elkaar niet, en vooral niet in het bijzijn van anderen. Het mag dan een onschuldig grapje lijken, maar degene die geplaagd wordt, voelt zich toch altijd gekwetst, in verlegenheid gebracht of vernederd.’
Het spreekt vanzelf dat er verschil in plagen is; het kan goed maar ook verkeerd zijn. Dit blijkt uit de voorgaande voorbeelden en uit definities van het woord. Die zijn onder meer: ’kwellingen of overlast aandoen; uit scherts iemand lastig vallen; met iemand over het een of ander schertsen; hartelijk of goedgezind de draak steken met iemand; voor de gek houden zonder te ergeren; aanhoudend vragen; treiteren.’ Of plagen goed of verkeerd is, en of u het moet doen of niet, hangt dus af van de omstandigheden en van de aard van het geplaag.
Als kinderen plagen
Uit onnadenkendheid zijn veel kinderen geneigd mensen die gehandicapt of hoe dan ook in het nadeel zijn, mogelijk door een aangeboren afwijking of een ongeluk, te plagen of voor de gek te houden. Of jongeren plagen anderen omdat zij van een ander ras of een andere nationaliteit zijn. Vaak, zoals in het voorgaande geval, zijn het de jongens die plagen, misschien omdat zij over het algemeen agressiever zijn dan meisjes. Maar van de kant van de ouders zou het een vergissing zijn als zij niet op de aard van het plagen zouden letten en het niet zouden verbieden als het een verkeerd soort plagerij is of een gebrek aan vriendelijkheid verraadt.
Uit plagen blijkt vaak een gebrek aan empathie, want het komt er bijna altijd op neer dat men plezier heeft ten koste van het onbehagen of de pijn van een ander. Per slot van rekening willen zowel jongeren als ouderen toch met gepast respect behandeld worden, niet waar? De bijbel vertelt hoe misnoegd God is over jeugdige plagers. Op een keer plaagden een stel kleine jongens Jehovah’s trouwe profeet Elisa door hem uit te schelden voor „kaalkop”. Daar kwamen zij niet ongestraft af, want er kwamen twee beren uit het bos die tweeënveertig kinderen verscheurden. — 2 Kon. 2:23, 24.
Kinderen zijn ook geneigd een andere vorm van plagen toe te passen, als hun ouders die tolereren. Zij blijven hun vader of moeder plagen, feitelijk treiteren, totdat zij hun zin krijgen. Zo iets kan echter evenzeer de schuld van de ouders als van de kinderen zijn. Hoe dat zo? Wel, de kinderen zouden al gauw leren dat er niets te bereiken valt met het plagen van hun ouders in een poging hen van gedachten te doen veranderen, indien de ouders de zaak zorgvuldig overdachten en zich dan vastberaden aan de schriftuurlijke regel hielden: „Laat uw woord Ja gewoon Ja betekenen, en uw Neen, Neen.” — Matth. 5:37.
Plagen onder volwassenen
Sommige mannen plagen hun vrouw of hun vrouwelijke familieleden of kennissen graag. Dat is het soort van plagen waarop de eerder genoemde bejaarde bedienaar doelde. Het is amusant voor de persoon die het doet, en misschien voor een enkele toeschouwer. Maar plagen veroorzaakt meestal op z’n minst een beetje pijn of verlegenheid. Het is duidelijk dat godvruchtige personen die zich door Jehovah’s heilige geest laten leiden en de vruchten ervan ten toon spreiden, namelijk liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid en zelfbeheersing, niet tegelijkertijd liefdeloos, onvriendelijk, enzovoorts kunnen zijn (Gal. 5:22, 23). Hoe kan men anderen nu plagen of beetnemen alleen om wat „plezier” te hebben? — Vergelijk Spreuken 26:18, 19.
Soms kan er evenwel ook op een positieve, opbouwende manier geplaagd worden — voortspruitend uit oprechte genegenheid. Deze vorm van plagen is afgestemd op de gevoelens van anderen; daarbij is wel sprake van empathie. Een man zou zijn vrouw vriendelijk kunnen plagen als zij te veel snoept en haar aan de weegschaal kunnen herinneren. Met een fijngevoelige zin voor humor maakt hij veel meer indruk dan door te klagen, te mopperen of aanmerkingen te maken.
Plagen waaruit een gebrek aan moraliteit blijkt
Er is echter ook een vorm van plagen waar geen goed woord voor te zeggen is. En wat is dat dan? Het is plagen in de zin van spelen met de genegenheid of emoties van anderen, bijvoorbeeld door te flirten, of zich te kleden en/of te gedragen op een manier die erop gericht is erotische gevoelens wakker te roepen. Dit is in feite een extreme vorm van zelfzucht, hoewel men zich er vaak mee bezighoudt zonder zich ten volle bewust te zijn van alle verwikkelingen die het mee kan brengen.
Het valt niet te ontkennen dat er veel mannen zijn die zich niets aan bijbelse beginselen gelegen laten liggen en het prettig vinden seksueel uitgedaagd te worden omdat daardoor hun verlangen naar ongeoorloofde seks opgewekt wordt. Maar christelijke mannen, die vastbesloten zijn zich aan de in Gods Woord uiteengezette beginselen te houden, stellen er geen prijs op aldus aan verleiding blootgesteld te worden. In de allereerste plaats willen zij niet dat voor hen de berisping of veroordeling zou gelden die opgesloten ligt in Jezus’ woorden: „Ik zeg u echter dat een ieder die naar een vrouw blijft kijken ten einde hartstocht voor haar te hebben, in zijn hart reeds overspel met haar heeft gepleegd” (Matth. 5:28). Bovendien willen godvruchtige mannen en vrouwen niet in de verleiding komen hoererij of overspel te plegen, omdat zij weten hoe Jehovah God een dergelijke overtreding beziet. „Het huwelijk zij eerbaar onder allen en het huwelijksbed zonder verontreiniging”, zegt Jehovah’s Woord, „want God zal hoereerders en overspelers oordelen.” — Hebr. 13:4.
Soms kan plagen dus onschadelijk en zelfs opbouwend zijn, een uiting van genegenheid. Maar andere plagerijen kunnen wel degelijk schade aanrichten en anderen zelfs in de verleiding brengen voor onchristelijke emoties en daden te zwichten. Plaagt u anderen graag? Zo ja, vergeet dan niet dat hoewel plagen goed kan zijn, het heel vaak verkeerd is.