Inzicht in het nieuws
„Geen schepping van leven’
In de afgelopen jaren is vaak officieel verklaard dat natuurgeleerden er in hun laboratoria bijna in waren geslaagd leven te scheppen. Dr. James Freisen, hoogleraar in de genetica aan de Universiteit van Toronto, zei echter: „Wij kunnen nog niet eens het eenvoudigste organisme maken. Het is als een collectie horloge-onderdelen. Wij hebben de veertjes en het raderwerk, maar kunnen ze niet in elkaar zetten. Men zou ze in een doos kunnen stoppen en de onderdelen door elkaar kunnen schudden; sommige zouden misschien zelfs in elkaar passen. maar er ontstaat op deze manier geen horloge dat zal tikken.” Een collega, Arthur Zimmerman, verklaarde ook nog: „Wij zijn nog lang niet zover dat wij leven kunnen scheppen. Wij manipuleren met cellen, maar wij kunnen ze niet scheppen, en dat zal ook niet gebeuren tijdens mijn leven of, naar ik verwacht, tijdens het leven van mijn kinderen.”
Nieuwe ontdekkingen over de ingewikkeldheid van de celstructuur hebben geleerden versteld doen staan, en hebben hen ook gefrustreerd. Freisen merkt dan ook op: „Het is een kwestie van hoe meer wij weten, des te meer wij beseffen dat wij niet weten. Wij stellen vragen op een veel hoger niveau. Wij begrijpen het nog steeds niet, maar nu begrijpen wij het niet op een hoger niveau.” Hij zei ook over de ingewikkelde onderdelen van de cel: „Wij hebben er geen idee van hoe de deeltjes allemaal bij elkaar komen en een zichzelf onderhoudende eenheid, zoals een cel, vormen. . . . Hoe ze op elkaar inwerken in een zichzelf regulerende, reproduktieve levensmachine, is een mysterie.” Hij merkte op dat zelfs het eenvoudigste organisme, een virus, natuurgeleerden voor een raadsel plaatst: „Het heeft slechts ongeveer vijftig genen, maar degenen die het bestuderen, konden het niet in elkaar zetten en laten functioneren.”
Zulk een schitterend georganiseerde levende materie vereist een oneindig wijze ontwerper. Daarom erkent de bijbel ook over God: „Bij u is de bron van het leven.” — Ps. 36:9.
Kerken falen in Afrika
In het Parijse weekblad Jeune Afrique vertelt een hoogleraar in de geschiedenis, Ibrahima Baba Kaké van Guinea, waarom zoveel Afrikanen zich van de kerken van de christenheid afkeren. Hij vestigde onder meer de aandacht op de ergernis die gedurende de negentiende eeuw in Afrika is gegroeid toen religieuze zendelingen zich in het kielzog van overwinnende koloniale legers bevonden. Hij voegde hieraan toe: „De geheime verstandhouding die tussen de Kerk en de kolonisten bestond, vormde niet de enige sta-in-de-weg voor het christendom, maar vooral de minachting die hun zendelingen voor prekoloniale geloofsovertuigingen aan de dag legden. Onder de dekmantel van Christus’ tuniek wilden zij schoon schip maken op het gebied van de bestaande Afrikaanse culturen. Deze houding heeft veel gemeenschappen ertoe gebracht hun geest voor het christendom te sluiten.” De hoogleraar, die voorziet dat veel Afrikanen tot het animisme zullen terugkeren, merkte op: „Belangrijke religies hebben niet aan de verwachtingen voldaan, en de mensen zijn naar hun oude goden teruggekeerd.”